De oprichting van een interfederaal centrum voor de strijd tegen discriminatie is vanuit Europa opgelegd. Het pleidooi van N-VA voor een Vlaamse instelling is dus in strijd met het Europees recht. Dat stelde Waals minister van Gelijke Kansen Maxime Prévot (cdH) dinsdag. Hij verwees daarvoor naar een Europese richtlijn uit 2000.
...

De oprichting van een interfederaal centrum voor de strijd tegen discriminatie is vanuit Europa opgelegd. Het pleidooi van N-VA voor een Vlaamse instelling is dus in strijd met het Europees recht. Dat stelde Waals minister van Gelijke Kansen Maxime Prévot (cdH) dinsdag. Hij verwees daarvoor naar een Europese richtlijn uit 2000.Klopt niet, zeggen specialisten Stéfan Sottiaux en Jogchum Vrielink, beiden verbonden aan de KU Leuven. 'Het enige dat Europa aan de lidstaten verplicht, is de oprichting van een gelijkheidsorgaan, en dan nog enkel voor discriminatie op het gebied van ras of geslacht. Zo'n orgaan moet slachtoffers bijstaan. Dat betekent niet noodzakelijk dat het rechtzaken moet aanspannen, zoals Unia vandaag wel doet', weet Vrielink, die zijn doctoraat over Unia schreef, 'al vind ik het zelf wel wenselijk dat het dat kan.' Op welk niveau dat orgaan moet werken, geeft Europa niet aan. 'Ook in het Verenigd Koninkrijk hebben de deelstaten aparte gelijkheidsorganen', weet Sottiaux. 'Dat wij dat wel hebben, is een voordeel, omdat je één aanspreekpunt hebt voor slachtoffers. Het houdt natuurlijk wel minder autonomie voor de gewesten in.''Mocht een Vlaams of Waals Unia een rechtzaak starten, kan het enkel Vlaamse of Waalse wetgeving in roepen', aldus Vrielink. 'Dat is niet efficiënt. Slachtoffers moeten dan bijna experts worden in de bevoegdheidsverdeling tussen gemeenschappen, gewesten en het federale niveau om te weten waar ze moeten aankloppen. Je kunt dan wel doorverwijzen, maar dat is allemaal erg omslachtig.'