...

Ik zal u iets bekennen. Er is nu wel genoeg tijd over gegaan om de schaamte aan te kunnen. Vele jaren geleden, toen ik nog voor een krant werkte, vroeg de nieuwschef me om een stukje te maken over de verjaardag van prins Laurent. Dus dook ik het knipselarchief in om een keurig portretje van de prins te bricoleren. Alle informatie checkte ik minstens twee keer. Behalve zijn geboortedatum. De volgende dag stond er op pagina 2 van de krant een puik artikel, inclusief kwinkslag, over de jarige. Alleen was het die dag niet de verjaardag van Laurent maar wel van zijn broer Filip.Dat ik over de verkeerde prins schreef, was niet om een statement te maken over het koningshuis, en ook niet uit tegendraadsheid, om mijn baas te jennen of omdat ik mijn vak niet ernstig nam. Ik maakte gewoon een fout. Een vreselijk gênante fout. Omdat ik weer eens te snel wou werken wellicht, omdat ik heel erg moe was of te veel besognes had. Ik kreeg een nijdige vingertik van de baas en de waarschuwing dat zo'n fout niet voor herhaling vatbaar was.Vandaag zou ik op zoveel mededogen niet meer kunnen rekenen. Wie iets verkeerds schrijft, beweert of post, is ofwel van kwade wil ofwel compleet zwakzinnig. Een plaatsnaam verkeerd vertaald? Onnozelaar! Symptomatisch voor de nonchalance van de jeugd! Een nul te weinig? Ongeschikt voor de job! Ontslaan dat kind! Een schrijffout in een voornaam? Dat is om die mens te treiteren! Zijn het dan ook nog eens mensen met wie we het inhoudelijk of ideologisch niet eens zijn, of die werken voor media, partijen of instellingen die we verafschuwen, dan krijgen ze al helemaal geen krediet. Dan gebruiken we dat nulletje te veel, die spelfout of verkeerde voornaam om alles waar ze voor staan onderuit te halen. Dat de auteur in kwestie misschien zo overtuigd was van de schrijfwijze dat hij het niet meer heeft opgezocht, komt dan niet bij al die criticasters op. Dat die ene fout in wezen niets zegt over zijn talent, inzet en vaardigheid al helemaal niet. Nee, Barbertje moet hangen. Liefst op sociale media, waar iedereen van zijn vernedering kan meegenieten. Waar een mens tegenwoordig echt geen absolutie meer voor krijgt - de discussie van de voorbije dagen ten spijt - zijn dt-fouten. Nochtans maakt iederéén die veel schrijft, van auteurs en journalisten tot academici en bloggers, er weleens. Maar dat doe je niet ongestraft. Eén dt-fout en niemand gelooft nog dat de politieke analyse klopt, het academische onderzoek enige waarde heeft of de mening telt. Terwijl ik geen schrijvende mensen ken die niet heel precies weten hoe de dt-regel werkt. Alleen zitten ze vaak zo lang aan zinnen te schaven en passieve voor actieve vormen te verruilen dat er wel eens een t te veel of te weinig blijft staan. Natuurlijk is dat doodjammer, natuurlijk zou dat niet mogen en moeten we er alles aan doen om dat te vermijden. Maar zo'n fout getuigt niet van een gebrek aan respect voor de lezers, en het is al helemaal geen bewijs van het feit dat de schrijver niet weet waar hij het over heeft. Had ik destijds op zo weinig genade kunnen rekenen, dan zat u hier nu mijn column niet te lezen. Wellicht ziet u daar geen graten in - wie zit er uiteindelijk te wachten op de woorden van een journaliste die de leden van de koninklijke familie niet eens uit elkaar kan houden. Veel belangrijker is dat we ontzettend veel moois en interessants missen als we iedereen die al eens verstrooid is meteen afschrijven. Niet alleen opiniestukken en reportages, maar ook romans, wetenschappelijke beschouwingen, filosofie. In plaats van de volgende keer dat u zo'n fout leest meteen een laatdunkende e-mail te sturen of een honende post te lanceren, zou u ook gewoon verder kunnen lezen. Wie weet wat u dan allemaal ontdekt.