De PFOS-zaak zal Vlaanderen nog enige tijd beroeren, en terecht. Maar geef toe: tot voor kort kende ook u het schadelijke 'perfluoroctaansulfonaat' niet. De laatste mediaberichten die tot vóór de lente van 2021 in de media verschenen, dateren al van twintig jaar geleden.
...

De PFOS-zaak zal Vlaanderen nog enige tijd beroeren, en terecht. Maar geef toe: tot voor kort kende ook u het schadelijke 'perfluoroctaansulfonaat' niet. De laatste mediaberichten die tot vóór de lente van 2021 in de media verschenen, dateren al van twintig jaar geleden. In juni 2000 nam Het Belang van Limburg een bericht over uit de Britse zondagskrant The Observer. Daarin werd voor het eerst melding gemaakt van een totaalverbod dat het United States Environmental Protection Agency (EPA) had opgelegd op het gebruik van PFOS. Dat was het gevolg van de resultaten van een onderzoek in de vestiging van het Amerikaanse chemische bedrijf 3M in... jawel: Zwijndrecht. Er verschenen in de Vlaamse pers nog een paar krantenberichten over verdachte PFOS-waarden bij dieren" Antwerpse bosmuizen zijn chemische bommetjes" en de Financieel Economische Tijd maakte een kritische doorlichting van 3M "De nieuwe vervuiler van de Westerschelde". De directie gaf toe dat er een probleem was met PFOS omdat het niet afgebroken kan worden in de natuur, maar ontkende elk gevaar voor de mens. Berichten over kankervorming 'berustten op een misverstand'. Toch had 3M intussen al beslist om de PFOS-productie te staken. Prangend was het verslag van de gemeenteraad van 6 mei 2004 in Zwijndrecht in de regionale editie Waasland van Het Laatste Nieuws. Het gemeentebestuur moest toegeven dat men 'destijds wel op de hoogte werd gebracht'. Het bedrijf moest onder toezicht van OVAM maatregelen nemen en daar hoorde ook het saneren van de stortplaats bij. Zwijndrecht werd bestuurd door een paarse coalitie onder leiding van de groene burgemeester Willy Minnebo, maar voor duur onderzoek was er blijkbaar weinig animo. De groene (!) schepen van Leefmilieu Loe Van der Donckt maakte zich er vanaf met de melding dat 'het grondwater in de richting van Blokkersdijk en de Schelde stroomt en niet naar de woonzones'. De oppositie bleef zitten met twijfels. Vlaams Belanger Guy Nielandt was zelf een ex-werknemer van 3M. 'Jaren geleden werden bij hem bloedstalen genomen, die in Amerika werden onderzocht. Er werd toen gezegd dat de huisdokter het resultaat zou krijgen maar hij heeft nog altijd niets gehoord van een resultaat', luidde het. Tot daar de persaandacht. De Standaard en De Morgen besteedden destijds niet één letter aan wat als lokaal nieuws moet zijn beschouwd. Ook daarom dat er in de pers geen spoor terug te vinden is van de vraag om uitleg die Johan Malcorps (Groen) in maart 2004 in de Commissie Leefmilieu had gesteld aan zijn ministers Jef Tavernier (Leefmilieu) en Adelheid Byttebier (Volksgezondheid) over de PFOS-vervuiling in Zwijndrecht. Malcorps vuurde de ene vraag na de andere af. 'Zijn er controlemetingen gepland in het milieu en bij dieren? Wordt er gezocht naar de wijze waarop deze hoge concentraties in onze fauna terechtkwamen? Worden PFOS of andere perfluorchemicaliën nog gebruikt in de Vlaamse chemische industrie? Worden ze nog geloosd in lucht of water? Hebt u meer bepaald gegevens over de lozingen van PFOS in de voorbije jaren door 3M te Zwijn- drecht, in water en in lucht? Welke acties zijn ondernomen om meer zicht te krijgen op mogelijke gezondheidseffecten bij de mens?' Enzovoort. Het letterlijke antwoord van zijn minister en partijgenoot Tavernier staat te lezen in de 'Handelingen' van 18 maart 2004 van het Vlaams Parlement: 'Als die stoffen gevonden worden bij bosmuizen, ijsberen en politici, dan is er wat aan de hand. (Gelach).' De toon was gezet: de minister ontkende het probleem niet, maar dacht er niet aan echt in actie te schieten. Nieuwe metingen? 'Het lijkt me zinvoller de nadruk te leggen op de afbouw van het gebruik van deze stoffen dan zeer veel tijd en geld te steken in onderzoeken die bewijzen wat we sterk vermoeden.' Tavernier legde verder uit dat 3M over alle vergunningen beschikte. Ook al vreesden wetenschappers mogelijke schade bij mens en dier, Tavernier koos voor een soort uitdovingsstrategie: 3M was gestopt met de productie van PFOS, en verder werd 'de bestaande voorraad aan PFOS gestockeerd op de 3M-terreinen'. Deze voorraad werd stelselmatig verkocht aan bedrijven in Frankrijk voor toepassingen in kleine blusapparaten. 'Op 31 december 2005 zal alles afgevoerd zijn', stelde Tavernier. De verspreiding van mogelijk kankerverwekkende stoffen ging dus door tot de laatste dosis verkocht was. Johan Malcorps reageerde ontgoocheld: 'Dit voorbeeld illustreert dat de overheid onmachtig is om dit soort milieu- en gezondheidsproblemen voldoende te volgen.' Dat zou op termijn dramatische gevolgen hebben, voorspelde Malcorps: 'Asbest is nu ook verboden, maar de gevolgen uit het verleden blijven ons achtervolgen en zullen ons miljoenen kosten, los van de morele en menselijke schade. In dit geval zou zich hetzelfde kunnen voordoen. We weten dat niet helemaal zeker, maar die perfluorchemicaliën zitten wijdverbreid in de natuur en waarschijnlijk ook in de mens. Degenen die dit al bijna twintig jaar wisten, zullen in de toekomst op de ene of andere wijze aansprakelijk moeten worden gesteld. Dit zal de komende jaren dus een vervolg krijgen.' Dat waren profetische woorden, al zou dat vervolg lang op zich laten wachten. Maar ditmaal was het bingo. Vijftien jaar na Malcorps' interventie, op 26 maart 2021, pakten haast alle Vlaamse kranten tegelijk uit met berichten over de vervuiling in Zwijndrecht. Organisaties als Greenpeace en de Bond Beter Leefmilieu hadden aan de alarmbel getrokken: recent onderzoek noopte tot ongerustheid - hoogst herkenbare ongerustheid zelfs voor wie zich het onderzoek uit 2004 herinnerde. Bij nieuwe metingen van Antwerpse onderzoekers nabij de Zwijndrechtse vestiging van 3M naar de bodem en bij pissebedden, wormen en mezen werden opnieuw hoge PFOS-concentraties vastgesteld. Ditmaal 'behoorden die tot de hoogste ooit gerapporteerd in de wetenschappelijke literatuur'. Ook de PFOS-concentraties in eieren van kippen van buurtbewoners nabij de 3M-bedrijfsvestiging 'overschrijden ruim de Europese consumptienorm'. Enter Zuhal Demir, N-VA-politica en Vlaams minister van Justitie, Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme - gemeenzaam afgekort tot de 'Vlaamse milieuminister'. Zij werd ineens geconfronteerd met een dossier dat al aansleepte van in de tijd van de Vlaamse regeringen van Patrick Dewael (1999-2003) en Bart Somers (2003-2004). Maar terwijl PFOS in het buitenland steeds nadrukkelijker voorwerp was geworden van maatschappelijk debat, was het in Vlaanderen van de radar verdwenen. Vooral de openbare Vlaamse afvalorganisatie OVAM volgde het dossier op. Twee decennia lang was PFOS geen issue dat belangrijk genoeg was om op de regeringstafel te worden gebracht. Er was zelfs geen ambtenaar of wetenschapper die PFOS gevaarlijk genoeg vond om de kwestie aan te kaarten bij de politieke oppositie of er een of andere geïnteresseerde journalist mee te voeden. De stilte was kamerbreed. Dus toen de problematiek einde maart 2021 voor het eerst opnieuw ter sprake kwam in het Vlaams Parlement, vermoedde niemand dat het ging om politiek dynamiet. Demir had het nog over een 'zeer ingewikkelde, maar ook zeer boeiende' kwestie. Vervolgens ging het razendsnel. Zelfs een beperkte selectie van de krantenkoppen van de laatste anderhalve maand leest als een feuilleton: 'Oosterweel zal vervuilde grond niet reinigen', 'Dit is het nieuwe asbest ' (beide 8 mei), 'Vuile grond gewoon hergebruikt' (10 mei); 'Antwerps parket opent onderzoek naar PFOS-vervuiling' (18 mei), 'Zwijndrecht verontrust over historische vervuiling' (28 mei), 'Burgemeester Zwijndrecht: Resultaten bodemonderzoek zijn zeer verontrustend' (1 juni) ' Ook Beveren gaat PFOS-vervuiling op zijn grondgebied onderzoeken', 'Ook Melsele laat bodem onderzoeken', 'Ik wil weten of we onze kinderen ziek maken' (allemaal 3 juni), 'Nu ook op chiroterreinen onderzoek naar vervuiling' (4 juni), 'Minister wil bloedstaal omwonenden laten onderzoeken' (5 juni), 'Wat in het water zit, raakt in de voedselketen' (8 juni). Intussen hadden de meeste kranten er zelfs flink stennis over gemaakt dat het Vlaams Parlement al in 2004 'wist' van de 3M-vervuiling. Er wordt alleen niet bij vermeld dat geen enkele Vlaamse krant of journalist daarover toen ook maar één bericht(je) schreef. Intussen was de Vlaamse regering in actie geschoten: men stelde Karl Vrancken van het onderzoeksinstituut VITO aan als intendant voor het PFOS-dossier en men besliste dat in het parlement hoorzittingen zouden plaatsvinden. Op woensdag 9 juni wierp Zuhal Demir haar hoogst persoonlijke bowlingbal door te pleiten voor een echte 'onderzoekscommissie' - zo knalde ze met één worp de kegels uiteen die de meerderheid zo netjes had uitgezet. Ze deed dat bewust. Natuurlijk. De kegels in het Vlaams Parlement staan namelijk volgens een bepaalde logica opgesteld. De blik is naar binnen gericht, naar de Wetstraat zelf. Het gaat bijna altijd om het ringeloren van de oppositie, of het 'politiek' beheersen van het probleem. In dit geval is het echte probleem niet de vervuiling in Zwijndrecht maar de mogelijke politieke schade voor de regeringspartijen, en hun imagoverlies. Zoals zo vaak zag de Vlaamse regering er ook ditmaal op toe dat de verantwoordelijkheid voor die historische vervuiling (minstens tijdelijk) kon worden uitbesteed. Men probeerde opnieuw wat al gelukt was bij Oosterweel: toen was er alleen lof geweest voor het idee om dat onbeheersbaar geworden megadossier toe te vertrouwen aan een 'intendant'. Zo'n intendant is een externe specialist die probeert alle betrokken partijen rond de tafel te krijgen en vervolgens in hetzelfde bad te trekken. Nu werd opnieuw gekozen voor die wonderformule. Tegelijk mag het Vlaams Parlement relatief ongevaarlijke hoorzittingen organiseren. Beter dan vervelende onderzoekscommissies, waar de Kamer weleens gebruik van durft maken. De laatste keer dat het Vlaams Parlement een onderzoekscommissie aanstelde, dateert al uit het voorjaar van 2000. Na minder dan twee maanden had deze 'onderzoekscommissie naar de scheepskredieten' haar werkzaamheden trouwens op een drafje afgerond, en sindsdien 'doet het Vlaams Parlement niet meer aan onderzoekscommissies'. De huidige meerderheidspartijen - de CD&V, de Open VLD en ook haar eigen N-VA - hadden Demirs plotse voorstel voor een échte onderzoekscommissie onmogelijk kunnen verwachten. Zelfs de oppositie had er geen rekening mee gehouden, maar steunde natuurlijk die onverwachte kans. Het maakte de CD&V- en Open VLD-kopstukken woedend. En dus deed de minister-president wat volgens de gangbare Wetstraat-scenario's van een regeringsleider wordt verwacht: Jan Jambon bemiddelde bij christendemocraten en liberalen, en gaf Demir een lichte berisping - ze was 'in dezen voortvarend geweest'. Dat wás ze natuurlijk geweest. Volgens de vaste Wetstraat-cadans stonden de ochtend nadien de verzamelde camera's en microfoons klaar om Demir bij haar aankomst op de ministerraad om een reactie te vragen. Dat is altijd vervelend voor een minister die op de vingers is getikt, en het geeft (sommige) journalisten ook een zeker machtsgevoel: deemoedig het hoofd buigen is het minste wat de belaagde politicus dan behoort te doen. Demir wist wat er zou komen. Maar zij koos voor de aanval. Voor de dodelijke oneliner: 'Voortvarend? Na twintig jaar?' Zonder omzien stapte ze naar binnen. Wat achter de gesloten deuren van Hotel Errera nog zou worden gezegd, hoeveel kritiek nog zou volgen in de schoot van de regering: het deed er al niet meer toe. Zelden heeft een politica die bewust elementaire regels overtrad zo veel sympathie opgewekt. In het geval van Zuhal Demir was het zelfs niet de klassieke N-VA-achterban die als op commando aan het applaudisseren ging op sociale media. Het waren eerder bekende opiniemakers zonder Vlaams-nationalistische pedigree die spontaan hun appreciatie uitten voor een minister die de directe, harde aanpak van een al twintig jaar etterend dossier verkoos boven het respect voor de klassieke overlegmechanismen. VUB-professor en Knack-columnist Jonathan Holslag: 'Liever voortschrijdend inzicht dan niet tot inzicht willen komen. Moeilijke erfenis, niet opgeven Zuhal Demir.' Arts en longspecialist Wouter Arrazola de Oñate koos ook partij: ' Health in All Policies staat in uw regeerakkoord, Jan Jambon, en in de beleidsverklaring van Wouter Beke. Op welke vreemde manier zou de PFOS-houding van Zuhal Demir dan "te voortvarend" zijn?' Cartoonist Lectrr: 'Het is verfrissend eindelijk eens iemand haar gat te zien vegen aan de particratie en keihard te zien gaan voor het dossier en de belangen van de bevolking'. Hoofdredacteur Indra Dewitte in Het Belang van Limburg: 'Hoe triest is het dat meerderheidspartijen zich uitsloven om Zuhal Demir nu in de hoek te zetten wegens niet loyaal en te voortvarend. Het zegt meer over die partijen dan over de minister.' Tot grote verbijstering van de verzamelde Vlaamse rechterzijde kwam er steun van... Marc Van Ranst. 'Eindelijk een minister die de vervuiling aanpakt. En nu fluit men haar terug?' tweette de viroloog. Toen Van Ranst daarover werd aangesproken - er zijn nog altijd progressieve Vlamingen die een schouderklopje voor een N-VA'er nooit vanzelfsprekend vinden - drukte hij zijn waardering uit voor 'politici die zich, desnoods tegen tegenwind in, inzetten voor het leefmilieu en de gezondheid van onze bevolking. Dan speelt het geen rol tot welke partij ze behoren.' Zo kwam de kritiek van de partijen en politici die Zuhal Demir aanvielen als een boemerang terug. Lectrr, Dewitte of Van Ranst brachten ongeveer dezelfde boodschap: ja, de minister overtrad de regels - maar ze deed dat terecht. In die zin kan de N-VA met haar eindelijk weer eens een geloofwaardige antisysteempolitica naar voren schuiven. En in die zin versterkte Demir met haar optreden het kern-DNA van de N-VA, zelfs al was dat door zich tegen partijgenoot Jan Jambon af te zetten. Zuhal Demir is geen Heilige Maagd. Dwarse koppigheid en politieke feeling gaan al haar hele loopbaan hand in hand met amper te onderdrukken eerzucht en het behagen van de juiste media. Tegelijk toont ze keer op keer dat ze één voordeel heeft op veel andere politici: ze doet aan politiek vanuit een ander perspectief. Haar kader is niet de Wetstraat of het politieke bedrijf maar 'wat de modale Vlaming denkt'. Ook al bestaat die modale Vlaming niet echt, dat concept werkt wel. Zelden vertrekt ze vanuit de Wetstraat-logica, de geplogenheden, dat geheel van nochtans vaak zinvolle regels. Bijvoorbeeld dat coalitiepartners elkaar vooraf kennen bij belangrijke beslissingen en rekening houden met gevoeligheden. Als dat niet gebeurt, zit je al snel in wat dan een 'kibbelkabinet' heet. Sinds de regering-Michel wil niemand daarnaar terug. Maar dat gezonde interne overleg kan de politiek ook versmachten. Discussies worden niet echt gevoerd, maatregelen worden op de lange baan geschoven, interessante thema's worden doorverwezen naar zogenoemde interkabinettenwerkgroepen of ander meerderheidsoverleg. Zuhal Demir bekijkt de Wetstraat het liefst met de ogen van een buitenstaander en gaat vanuit dat perspectief tot actie over. En ze durft. Als politiek oorlog is, is zij de peshmerga van de N-VA. Ze heeft de looks en het gabarit van de peshmerga uit Koerdistan, de vrouwelijke soldaten met hun automatisch geweer. Ook zij vecht haar politieke strijd uit op haar eigen manier. Ze beheerst de kunst van 'een heel klein beetje oorlog'. Als Vlaams milieuminister wedt Demir op groene thema's. Zo plaatst ze zich in een oude traditie waarmee de Limburgse Volksunie in de jaren 1970 en 1980 de CVP-dominantie kon aantasten. Toen was dat door het verzet te leiden tegen de aanleg van de A24, een snelweg van Noord- naar Zuid-Limburg die hoog op de verlanglijst stond van de Limburgse ondernemers. Demir deed dat door als kersvers milieuminister de Groene Delle te beschermen, een waardevol vochtig natuurgebied in Hasselt en Lummen. Het moest deels een industriezone worden, maar dat ging niet door. De werkgevers reageerden 'bijzonder ontgoocheld' op die beslissing: 'Blijkbaar is werkgelegenheid in tijden van crisis van ondergeschikt belang.' Demir koos ook voor de bescherming van 'de wolf' en versterkte de natuurinspectie. Ze is opvallend terughoudend in het verstrekken van vergunningen voor megastallen. Ze ging in beroep tegen de bouwvergunning voor een jachtclub in beschermd duinengebied. Demir kan natuurlijk alleen 'anders' zijn omdat ze in essentiële sociaal-economische of identitaire kwesties zo goed als altijd de klassieke N-VA-lijn volgt en zelfs eigenhandig mee vormgeeft. Als milieuminister belijdt ze ook niet het stedelijke ecologisme van de groene partijen en legt ze opvallend weinig ijver aan de dag voor het klimaat. Maar ze voert dus wel een beleid dat menig natuurliefhebber kan smaken. En in de zaak-Zwijndrecht vroeg ze om grondig te onderzoeken waarom twintig jaar lang zo weinig is gebeurd rond een bekende vervuiling. Veel Vlamingen vragen zich hetzelfde af. Demir toonde zich ook bekommerd om mensen die al vele jaren mogelijk vergiftigde eieren van hun eigen kippen hebben gegeten. Zo heeft Zuhal Demir zich op een eerder onconventionele maar vaak geloofwaardige manier opgewerkt tot een van de politieke vedettes van haar partij. Zij zorgt in haar eentje voor een verbreding waarnaar voorzitter Bart De Wever sinds 2014 op zoek is. Toen behaalde de N-VA 32,5 procent van de Nederlandstalige stemmen, zeven jaar later is de partij teruggezakt tot een kwart van de kiezers. Wil ze opnieuw verbreden, dan lijkt het heilloos de rechterzijde na te jagen: Vlaams Belang staat daar sterker dan ooit. Veilig voedsel voor je gezin: dat heeft in onze moderne Vlaamse samenleving allang niets meer te maken met links of rechts. En waarom zou de strijd tegen vervuiling nog exclusief links zijn? Waarom zou Zuhal Demir geen N-VA'ster kunnen zijn die van tijd tot tijd een strijd voert en standpunten inneemt waarin ook veel progressieve Vlamingen zich herkennen? Maakt dat van haar een gevaarlijk ambitieuze femme fatale in het parlement, of juist een vrijgevochten Vlaams-Koerdische stem in het politieke debat?