'Prostituee', 'tienerprostituee' of zelfs 'tienerhoertje'. Sommige berichtgeving afgelopen maandag over het proces tegen acht klanten van een tienerpooiernetwerk in Antwerpen was op zijn minst argeloos te noemen. Bovendien waren niet alleen de woordkeuzes voor het minderjarige slachtoffer ongepast. De resultaten van een online poll, waarin aan de lezer gevraagd werd of het terecht of onterecht was dat 'het Antwerpse parket ook de klanten van een tienerhoertje (15) vervolgt', toonden ook aan hoe deze bewoordingen de publieke opinie beïnvloeden.

Zo was in dit geval de helft van de stemmers van mening dat de vervolging van de klanten onterecht was. Nochtans zou de uitkomst anders geweest zijn indien de vraag anders geformuleerd werd. Een vraagstelling die dichter bij de realiteit leunt, zoals "moeten aanranders van een minderjarig slachtoffer van mensenhandel vervolgd worden?".

Een denigrerende en onjuiste benaming als 'tienerhoertje' is niet onschuldig.

Nu kan dit vrij onschuldig lijken, de gevolgen voor het slachtoffer, het kind zijn dat het allerminst: twee jaar lang misbruik, uitbuiting, geweld en eenzaamheid moeten ondergaan. Haar eigenwaarde en identiteit in elkaar getimmerd. En na lang vechten de moed vinden om een nieuwe weg in te slaan en zich los te maken van het web waarin ze verstrikt was geraakt. Bouwen aan een toekomst en zelfvertrouwen.

Maar dan vallen er woorden zoals 'tienerhoertje'. Dat zijn denigrerende en onjuiste benamingen. Woorden die een fout beeld geven van de persoon in kwestie. Want neen, ze koos er niet vrijwillig voor en ja, ze is een kind. Een minderjarig slachtoffer van mensenhandel om precies te zijn.

De manier waarop we dingen benoemen is essentieel. Het kleurt immers eenieders bril. Het bepaalt of we iets als negatief of positief ervaren of beoordelen. Woorden beïnvloeden het debat.

Zo moeten we trouwens niet lang zoeken naar andere voorbeelden van negatieve beeldvorming over minderjarigen. Het verhaal van kinderen op de vlucht is bijvoorbeeld zeer gelijkaardig. Onder de noemer '(minderjarige) transmigranten of transitmigranten' wordt er gretig op los geschreven en getwitterd. De migratiestatus als benaming. De persoon erachter volledig weggevaagd. Nochtans gaat het over iemands zonen en dochters. Vaak niet-begeleid en overlevend in de meest erbarmelijke omstandigheden. Slachtoffers van misbruik, geweld en onverschilligheid. Aan hun lot overgelaten.

Ook in de discussie rond de terugkeer van kinderen uit IS gebied was er eenzelfde trend zichtbaar. Zij kregen het etiket 'tikkende tijdbom' of 'terroris't opgeplakt. Als een gevaar voor de maatschappij. Maar in realiteit betreft het onschuldige kinderen die nood hebben aan bescherming en ondersteuning. Baby's en peuters die opgroeien in oorlogsgebied. Zij zijn kwetsbaar.

En zo lijken de dagelijkse debatten overheerst te worden door stereotypen en harde woorden, zonder plaats voor menselijkheid. Discussies waarin de aandacht voor het kind compleet zoek is. Want waar is het kind in deze verhalen? Hoe wordt er aandacht besteed aan hun noden en belangen? Wanneer stond men nog eens stil bij hun toekomst en dromen? Waar zijn hun rechten?

Woorden zijn dan wel niet dodelijk, ze zijn wel vlijmscherp en kunnen stevig op iemand inhakken. Het is een taalgebruik dat ontmenselijkt, maakt kinderen onzichtbaar en verdringt hen naar de achtergrond. Bovendien ontneemt het hen hun identiteit en eigenwaarde. Alsof ze niets meer voorstellen dan dat.

En zo wordt dit harde relaas verder aangehouden en genormaliseerd. Elke keer opnieuw. Een vicieuze cirkel die de publieke opinie op een negatieve wijze voedt.

Het is dus hoog tijd voor een nieuwe wind, een ommezwaai. Berichtgeving en woordgebruik moeten respectvol zijn, het kind zien en erkennen voor wie hij of zij is. Daarom moeten we woorden eerst wikken en wegen, voordat we ze de wereld insturen. Geef kinderen hun gezicht, hun eigenwaarde terug. Dat is goud waard.

'Prostituee', 'tienerprostituee' of zelfs 'tienerhoertje'. Sommige berichtgeving afgelopen maandag over het proces tegen acht klanten van een tienerpooiernetwerk in Antwerpen was op zijn minst argeloos te noemen. Bovendien waren niet alleen de woordkeuzes voor het minderjarige slachtoffer ongepast. De resultaten van een online poll, waarin aan de lezer gevraagd werd of het terecht of onterecht was dat 'het Antwerpse parket ook de klanten van een tienerhoertje (15) vervolgt', toonden ook aan hoe deze bewoordingen de publieke opinie beïnvloeden. Zo was in dit geval de helft van de stemmers van mening dat de vervolging van de klanten onterecht was. Nochtans zou de uitkomst anders geweest zijn indien de vraag anders geformuleerd werd. Een vraagstelling die dichter bij de realiteit leunt, zoals "moeten aanranders van een minderjarig slachtoffer van mensenhandel vervolgd worden?". Nu kan dit vrij onschuldig lijken, de gevolgen voor het slachtoffer, het kind zijn dat het allerminst: twee jaar lang misbruik, uitbuiting, geweld en eenzaamheid moeten ondergaan. Haar eigenwaarde en identiteit in elkaar getimmerd. En na lang vechten de moed vinden om een nieuwe weg in te slaan en zich los te maken van het web waarin ze verstrikt was geraakt. Bouwen aan een toekomst en zelfvertrouwen. Maar dan vallen er woorden zoals 'tienerhoertje'. Dat zijn denigrerende en onjuiste benamingen. Woorden die een fout beeld geven van de persoon in kwestie. Want neen, ze koos er niet vrijwillig voor en ja, ze is een kind. Een minderjarig slachtoffer van mensenhandel om precies te zijn.De manier waarop we dingen benoemen is essentieel. Het kleurt immers eenieders bril. Het bepaalt of we iets als negatief of positief ervaren of beoordelen. Woorden beïnvloeden het debat.Zo moeten we trouwens niet lang zoeken naar andere voorbeelden van negatieve beeldvorming over minderjarigen. Het verhaal van kinderen op de vlucht is bijvoorbeeld zeer gelijkaardig. Onder de noemer '(minderjarige) transmigranten of transitmigranten' wordt er gretig op los geschreven en getwitterd. De migratiestatus als benaming. De persoon erachter volledig weggevaagd. Nochtans gaat het over iemands zonen en dochters. Vaak niet-begeleid en overlevend in de meest erbarmelijke omstandigheden. Slachtoffers van misbruik, geweld en onverschilligheid. Aan hun lot overgelaten. Ook in de discussie rond de terugkeer van kinderen uit IS gebied was er eenzelfde trend zichtbaar. Zij kregen het etiket 'tikkende tijdbom' of 'terroris't opgeplakt. Als een gevaar voor de maatschappij. Maar in realiteit betreft het onschuldige kinderen die nood hebben aan bescherming en ondersteuning. Baby's en peuters die opgroeien in oorlogsgebied. Zij zijn kwetsbaar.En zo lijken de dagelijkse debatten overheerst te worden door stereotypen en harde woorden, zonder plaats voor menselijkheid. Discussies waarin de aandacht voor het kind compleet zoek is. Want waar is het kind in deze verhalen? Hoe wordt er aandacht besteed aan hun noden en belangen? Wanneer stond men nog eens stil bij hun toekomst en dromen? Waar zijn hun rechten?Woorden zijn dan wel niet dodelijk, ze zijn wel vlijmscherp en kunnen stevig op iemand inhakken. Het is een taalgebruik dat ontmenselijkt, maakt kinderen onzichtbaar en verdringt hen naar de achtergrond. Bovendien ontneemt het hen hun identiteit en eigenwaarde. Alsof ze niets meer voorstellen dan dat. En zo wordt dit harde relaas verder aangehouden en genormaliseerd. Elke keer opnieuw. Een vicieuze cirkel die de publieke opinie op een negatieve wijze voedt. Het is dus hoog tijd voor een nieuwe wind, een ommezwaai. Berichtgeving en woordgebruik moeten respectvol zijn, het kind zien en erkennen voor wie hij of zij is. Daarom moeten we woorden eerst wikken en wegen, voordat we ze de wereld insturen. Geef kinderen hun gezicht, hun eigenwaarde terug. Dat is goud waard.