Op 22 december 2017 beslist de Nationale Veiligheidsraad dat kinderen van Belgische Syriëstrijders jonger dan 10 jaar een automatisch terugkeerrecht hebben. Om precies te zijn: als hun afstamming met een DNA-test wordt vastgesteld, hebben ze het recht om terug te keren naar België. Voorwaarde is wel dat ze met hun ouders op eigen houtje een Belgisch consulaat of ambassade bereiken. In de praktijk blijkt het enthousiasme om dergelijke kinderen terug te halen beperkt. Dat valt af te leiden uit het verhaal van Amina G., een voormalige echtgenote van een overleden Syriëstrijder, die sinds begin januari in een Turkse gevangenis op haar proces wacht.
...

Op 22 december 2017 beslist de Nationale Veiligheidsraad dat kinderen van Belgische Syriëstrijders jonger dan 10 jaar een automatisch terugkeerrecht hebben. Om precies te zijn: als hun afstamming met een DNA-test wordt vastgesteld, hebben ze het recht om terug te keren naar België. Voorwaarde is wel dat ze met hun ouders op eigen houtje een Belgisch consulaat of ambassade bereiken. In de praktijk blijkt het enthousiasme om dergelijke kinderen terug te halen beperkt. Dat valt af te leiden uit het verhaal van Amina G., een voormalige echtgenote van een overleden Syriëstrijder, die sinds begin januari in een Turkse gevangenis op haar proces wacht. Amina G. trekt in 2013 als 24-jarige naar Syrië, op zoek naar haar partner Karim E.. Ze zal er in de volgende jaren moeder worden van twee dochters, vandaag respectievelijk 3 en 1 jaar oud. In conversaties met haar moeder praat ze enthousiast over haar leven in Raqqa. Maar wanneer Abu Bakr al-Baghdadi op 29 juni 2014 het kalifaat uitroept, stokt het enthousiasme. Op 14 maart 2016 wordt haar echtgenoot in onduidelijke omstandigheden gedood. De krijgskansen keren en in oktober 2017 wordt Raqqa gebombardeerd door de internationale coalitie. Amina besluit van de chaos gebruik te maken om te vluchten. In de nacht van 28 op 29 december steekt ze samen met haar nieuwe partner en haar twee kinderen de grens met Turkije over. Aan haar ouders verklaart ze dat ze naar huis wil terugkeren en bereid is zich aan te geven bij de Belgische autoriteiten. Ondertussen heeft Rachma A., de moeder van Amina, contact opgenomen met de Belgische ambassade in Ankara. Als ze daar meldt dat haar dochter van plan is zich aan te geven, is de reactie aanvankelijk positief. Amina zal evenwel nooit op de Belgische ambassade raken. Op 3 januari reist Rachma samen met haar man naar Kayseri, de Zuid-Turkse stad waar Amina ondergedoken is. Na vier jaar en drie maanden sluit ze haar dochter weer in de armen. Het is de eerste keer dat ze haar kleinkinderen in levenden lijve te zien krijgt. Lang zal de hereniging niet duren. Een dag later verschijnen twee agenten van de Turkse inlichtingendienst MIT op het adres waar Amina met haar ouders verblijft. Op 7 januari wordt Amina gearresteerd. Sinds 17 januari zit ze in voorhechtenis, in afwachting van een proces. Het is niet duidelijk waarvan Amina wordt beschuldigd. Het is evenmin duidelijk hoe de MIT haar op het spoor is gekomen. De arrestatie vond pas plaats nadat Rachma A. de Belgische ambassade had ingelicht dat haar dochter in Kayseri verbleef. 'Ik vermoed dat de Belgische ambassade dat heeft doorgegeven aan de Turkse autoriteiten', zegt Rachma A. 'Ik kreeg zelfs te horen dat België haar sowieso aan de Turkse politie zou overleveren, zelfs als ze op eigen kracht de ambassade zou hebben gehaald.' Op politiek vlak grossieren België en Turkije in de meningsverschillen, maar wat het antiterreurbeleid betreft zitten de twee landen op één lijn. Het is een goede relatie die niemand op het spel wenst te zetten. 'De Belgische consulaire diensten spelen dubbel spel', zegt Abderrahim Lahlali, die als advocaat al meerdere Syriëgangers verdedigde. 'Aan de ene kant bieden ze kinderen een vrije doorgang, maar tegelijk leveren ze de moeders uit aan de Turkse overheid.' Dat is ook de ervaring van de Gentse advocaat Mohamed Ozdemir, die meerdere ex-Syriëgangers in zijn klantenbestand heeft. 'Toen een van mijn cliënten gearresteerd was in Turkije, heeft de ambassade weinig of geen moeite gedaan om haar naar België te halen. Na lang aandringen heb ik de Turkse autoriteiten zelf moeten overtuigen om haar op een vliegtuig te zetten.' Omdat Amina's kinderen in Syrië zijn geboren, hebben ze voorlopig de Belgische nationaliteit niet. Een DNA-test moet bewijzen dat de twee kinderen wel degelijk haar dochters zijn. Kinderen van Belgische Syriëstrijders jonger dan tien hebben immers recht op een laissez-passer dat hen toelaat naar België te reizen. Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) verklaarde eind december 2017 dat 87 kinderen daarvoor in aanmerking komen. Alleen blijkt er geen duidelijke procedure te bestaan. Dat zorgt voor een heuse catch 22: om terug te kunnen keren is er een DNA-test nodig, zodat de kinderen de Belgische nationaliteit kunnen krijgen. Maar om een afstammingsprocedure op te starten, is er een verblijfplaats in België nodig. Aangezien zowel de moeder als de kinderen per definitie in het buitenland verblijven, is dat sowieso onmogelijk. Hoe het dan wel moet, lijkt niemand te weten. 'Er is veel onduidelijkheid', zucht de advocate van Rachma A. 'Niemand weet welke procedure er gevolgd moet worden. Ik heb de indruk dat de Belgische overheid geen zin heeft om de kinderen van Syriëstrijders terug te halen.' Bij Amina G. speelt bovendien het probleem dat de kinderen enkel de nationaliteit kunnen verkrijgen via hun overleden vader, omdat hun moeder niet in België is geboren. Maar om een rechtsgeldige DNA-analyse te laten uitvoeren op de familie van vaderskant, moet eerst vaststaan dat Amina G. de moeder is. Alleen blijkt het al twee maanden onmogelijk om die DNA-test uit te voeren. Op 14 maart bezocht een Belgische diplomaat Amina G. in de gevangenis van Kayseri. Ondanks voorafgaande toezegging van de Turkse overheid kreeg die diplomaat uiteindelijk toch geen toestemming om een een DNA-staal af te nemen. Gevraagd naar een reactie bevestigt de FOD Buitenlandse Zaken dat hij bezig is met de zaak, maar dat er 'om privacyredenen' geen commentaar wordt gegeven op individuele dossiers. 'Het is een typische strategie die alle Europese overheden gebruiken' zegt Nadim Houry, contraterreurexpert van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch. 'Niemand heeft zin om zich om dit soort mensen te bekommeren, en dus leggen ze de administratieve lat om terug te keren ontzettend hoog. Voor wie in Syrië heeft gezeten, is het bijna onmogelijk om in de huidige omstandigheden op een ambassade raken. Dat is bijzonder cynisch, vooral omdat die kinderen overduidelijk slachtoffers zijn. Je kunt hen toch moeilijk verwijten dat hun ouders verkeerde levenskeuzes hebben gemaakt?' Rachma A. is teleurgesteld door de gang van zaken. 'Ik heb in 2013 alles gedaan om te verhinderen dat Amina naar Syrië vertrok. Ik heb aan de politie gesignaleerd dat ze radicaliseerde, maar er is nooit iets mee gebeurd. Ook nu ze wil terugkeren, heb ik altijd open kaart gespeeld en de politie van alles op de hoogte gehouden. En toch staan we er helemaal alleen voor.' De kinderen wonen voorlopig in Kayseri, bij familie van Amina's nieuwe partner. 'Ze wonen er in erbarmelijke omstandigheden', zucht hun grootmoeder. 'Die mensen doen hun best, maar het blijft een zeer ongezonde situatie. Ik hoop dat ik ze zo snel mogelijk naar hier kan halen.' Op 3 april volgt een uitspraak in de rechtbank van Kayseri. Ze riskeert er een minimumstraf van vijf jaar cel. Als ze niet wordt veroordeeld, wordt ze naar alle waarschijnlijkheid uitgezet. In dat geval wacht haar ook in België een proces.