De NAVO-bijeenkomst te Wales in 2014 besloot met de belofte om ten laatste in het jaar 2024 de nationale defensiebegrotingen op 2 procent van het BBP te brengen; minstens 20 procent daarvan dient naar investeringen te gaan.

In dat jaar stond Nederland op 1,15 procent van het BBP en in 2020 was dat 1,49 procent (NAVO-jaarverslag 2020). In het jaar 2021 voorziet de rijksbegroting 11,4 miljard euro voor de Nederlandse defensie. Het behalen van de NAVO-norm zou zowat 4 miljard euro kosten aan de huidige prijzen. Daarom is het niet zeker dat Nederland die 2 procent van de BBP-norm haalt, maar de NAVO-mediaan is wel best haalbaar voor onze noorderburen. Wel heeft Nederland al sinds 2019 die 20-procentnorm op vlak van investeringen behaald en daar zit het land al op 26 procent in het jaar 2021. Die ruime investeringen ziet men ook in het brede Nederlandse gamma aan militair materieel.

De Belgische situatie is veel slechter. Ten aanzien van de 2 procent van het bbp, steeg het Belgische percentage van 0,97 procent in 2014 naar 1,07 procent in 2020. De Wales- noch de lagere NAVO-mediaan gaan behaald worden door het zuidelijk deel van de Benelux. Het defensiebudget is in België gestegen van 2,8 miljard euro in 2019 naar 3,7 miljard euro in 2021. Desalniettemin zou het behalen van de 2-procentnorm een verdubbeling van het huidige budget vereisen - politiek niet haalbaar. Ook qua investeringen staat dit land een stuk slechter geklasseerd met 10 procent in 2020. Maar gezien de getekende aankopen van 2017-18 is de 20 procent voor investeringen wel haalbaar tegen 2024.

Een Benelux-leger is de enige oplossing om nog een militaire rol te spelen.

Een probleem bij deze NAVO-normen is wel dat men geen norm heeft afgesproken voor minimale operationele uitgaven of werkingskosten. Ook al wordt er wel nieuw materieel aangekocht, er zijn geen budgettaire middelen om daarmee te werken.

Personeel

Ook ten aanzien van het personeel zijn er belangrijke verschillen tussen beide landen. Inderdaad, het Nederlands militair personeelsbestand is relatief status quo gebleven tussen 2014 (41.200 mensen ) en 2020 (40.000). Bovendien is het aandeel van het personeel in de Nederlands militair budget gezakt tot 48,4 procent. In de Belgische begroting van Landsverdediging is het personeel gezakt van 30.500 (2014) naar 25.200 (2020). Maar het personeelsaandeel in het budget blijft erg hoog in vergelijking met Nederland: 62 procent.

Per capita ziet men ook het verschil in defensie-uitgaven tussen Noord en Zuid. Dat ging in België van 393 dollar per hoofd in 2014 naar 424 in 2020, in Nederland van 513 dollar per hoofd (2014 ) naar 681 dollar (2020).

Conclusie

Het Nederlands leger is veel beter uitgerust dan het Belgische en heeft de beschikking over een ruimer budget. Als het Belgische leger op het budgettair niveau van Nederland wil komen, dan vereist dit onmiddellijk twee miljard euro erbij.

Niettemin is een verdere doorgedreven samenwerking tussen de beide legers de enige oplossing om een militaire rol te spelen. De marinesamenwerking is zeker een voorbeeld en dat kan gebruikt worden voor alle andere militaire onderdelen. Alleen zal de Nederlandse politiek zich ook wel de vraag stellen over de te geringe budgettaire bijdrages van het NAVO - SHAPE thuisland in het zuiden en in België zelf blijven een aantal Franstalige partijen dromen van een Belgische divisie in het leger van de Franse vijfde republiek.

Maar in deze tijden van noodlottige overstroming was het opvallend dat ook Nederland veel meer gebruik heeft gemaakt van zijn leger. De Belgische militaire leiding kan zich alleen troosten dat het defensiebudget toch nog middelen heeft, wat niet het geval is voor de geregionaliseerde rampenfondsen.

'Als Rusland morgen binnenvalt, kunnen we hen niet tegenhouden'

Lees het interview met de twee legerchefs

De NAVO-bijeenkomst te Wales in 2014 besloot met de belofte om ten laatste in het jaar 2024 de nationale defensiebegrotingen op 2 procent van het BBP te brengen; minstens 20 procent daarvan dient naar investeringen te gaan. In dat jaar stond Nederland op 1,15 procent van het BBP en in 2020 was dat 1,49 procent (NAVO-jaarverslag 2020). In het jaar 2021 voorziet de rijksbegroting 11,4 miljard euro voor de Nederlandse defensie. Het behalen van de NAVO-norm zou zowat 4 miljard euro kosten aan de huidige prijzen. Daarom is het niet zeker dat Nederland die 2 procent van de BBP-norm haalt, maar de NAVO-mediaan is wel best haalbaar voor onze noorderburen. Wel heeft Nederland al sinds 2019 die 20-procentnorm op vlak van investeringen behaald en daar zit het land al op 26 procent in het jaar 2021. Die ruime investeringen ziet men ook in het brede Nederlandse gamma aan militair materieel. De Belgische situatie is veel slechter. Ten aanzien van de 2 procent van het bbp, steeg het Belgische percentage van 0,97 procent in 2014 naar 1,07 procent in 2020. De Wales- noch de lagere NAVO-mediaan gaan behaald worden door het zuidelijk deel van de Benelux. Het defensiebudget is in België gestegen van 2,8 miljard euro in 2019 naar 3,7 miljard euro in 2021. Desalniettemin zou het behalen van de 2-procentnorm een verdubbeling van het huidige budget vereisen - politiek niet haalbaar. Ook qua investeringen staat dit land een stuk slechter geklasseerd met 10 procent in 2020. Maar gezien de getekende aankopen van 2017-18 is de 20 procent voor investeringen wel haalbaar tegen 2024.Een probleem bij deze NAVO-normen is wel dat men geen norm heeft afgesproken voor minimale operationele uitgaven of werkingskosten. Ook al wordt er wel nieuw materieel aangekocht, er zijn geen budgettaire middelen om daarmee te werken. Ook ten aanzien van het personeel zijn er belangrijke verschillen tussen beide landen. Inderdaad, het Nederlands militair personeelsbestand is relatief status quo gebleven tussen 2014 (41.200 mensen ) en 2020 (40.000). Bovendien is het aandeel van het personeel in de Nederlands militair budget gezakt tot 48,4 procent. In de Belgische begroting van Landsverdediging is het personeel gezakt van 30.500 (2014) naar 25.200 (2020). Maar het personeelsaandeel in het budget blijft erg hoog in vergelijking met Nederland: 62 procent.Per capita ziet men ook het verschil in defensie-uitgaven tussen Noord en Zuid. Dat ging in België van 393 dollar per hoofd in 2014 naar 424 in 2020, in Nederland van 513 dollar per hoofd (2014 ) naar 681 dollar (2020). Het Nederlands leger is veel beter uitgerust dan het Belgische en heeft de beschikking over een ruimer budget. Als het Belgische leger op het budgettair niveau van Nederland wil komen, dan vereist dit onmiddellijk twee miljard euro erbij. Niettemin is een verdere doorgedreven samenwerking tussen de beide legers de enige oplossing om een militaire rol te spelen. De marinesamenwerking is zeker een voorbeeld en dat kan gebruikt worden voor alle andere militaire onderdelen. Alleen zal de Nederlandse politiek zich ook wel de vraag stellen over de te geringe budgettaire bijdrages van het NAVO - SHAPE thuisland in het zuiden en in België zelf blijven een aantal Franstalige partijen dromen van een Belgische divisie in het leger van de Franse vijfde republiek. Maar in deze tijden van noodlottige overstroming was het opvallend dat ook Nederland veel meer gebruik heeft gemaakt van zijn leger. De Belgische militaire leiding kan zich alleen troosten dat het defensiebudget toch nog middelen heeft, wat niet het geval is voor de geregionaliseerde rampenfondsen.