Wie het hoofdkwartier van het Commando Luchtstrijdkrachten in Breda betreedt, wordt blootgesteld aan een bijzondere ervaring. Waar interviews met Belgische militairen doorgaans plaatsvinden in kazernes en hoofdkwartieren die - zeker van buitenaf - een wat afgeleefde indruk geven, ontvangt de Nederlandse Commandant der Strijdkrachten Onno Eichelsheim ons in een keurige hoogbouw, waar het eindeloze vast tapijt het embleem van de Koninklijke Luchtmacht draagt. Halverwege het gesprek zal Eichelsheim benadrukken dat het gebouw geenszins representatief is voor de rest van het Nederlandse defensiepatrimonium. Ook in Nederland hebben de bezuinigingen van de voorbije decennia er behoorlijk ingehakt.
...

Wie het hoofdkwartier van het Commando Luchtstrijdkrachten in Breda betreedt, wordt blootgesteld aan een bijzondere ervaring. Waar interviews met Belgische militairen doorgaans plaatsvinden in kazernes en hoofdkwartieren die - zeker van buitenaf - een wat afgeleefde indruk geven, ontvangt de Nederlandse Commandant der Strijdkrachten Onno Eichelsheim ons in een keurige hoogbouw, waar het eindeloze vast tapijt het embleem van de Koninklijke Luchtmacht draagt. Halverwege het gesprek zal Eichelsheim benadrukken dat het gebouw geenszins representatief is voor de rest van het Nederlandse defensiepatrimonium. Ook in Nederland hebben de bezuinigingen van de voorbije decennia er behoorlijk ingehakt. De begroeting met Michel Hofman, sinds vorig jaar de Belgische stafchef-Defensie, is hartelijk, zoals het twee militairen betaamt. Generaal Eichelsheim, een voormalig Apache-helikopterpiloot en admiraal Hofman, die voorheen het commando voerde over fregatten, mijnenvegers en mijnenjagers, houden dan ook intens contact. De Belgische en de Nederlandse marine werken al samen sinds 1948, en zijn ondertussen nagenoeg één geheel. Tijdens het conflict in Kosovo deelden Belgen en Nederlanders al een detachement. Belgische en Nederlandse F-16's bewaken tegenwoordig om beurten het Benelux-luchtruim. Er wordt gezamenlijk getraind en opgeleid. Voor Hofman zijn het sowieso bewogen tijden. In mei brandde maar liefst 500 hectare van de Kalmthoutse Heide af na schietoefeningen van het Belgisch leger. Er was natuurlijk de verdwijning van Jürgen Conings, de militair die ondanks zijn extreemrechtse sympathieën wapens uit een depot kon wegnemen, en wiens lichaam pas een maand later werd teruggevonden. En er was de gecontesteerde beslissing van minister van Defensie Ludivine Dedonder (PS) om Philippe Boucké te ontslaan, de directeur van de militaire inlichtingendienst ADIV. In zekere zin zijn die drie fenomenen uitingen van het verhaal dat zich al bijna dertig jaar binnen Defensie voltrekt: de enorme bezuinigingen, die het functioneren van het Belgisch leger stilaan bedreigen. Michel Hofman: We hebben de voorbije jaren niet genoeg middelen gekregen om voldoende te rekruteren, onze infrastructuur op peil te houden en te investeren in de nodige ICT-systemen om onze organisatie gezond te houden. Wij zijn het slachtoffer van onze bedrijfscultuur: blijven doorgaan, oplossingen zoeken, zelfs als je weet dat het niet meer houdbaar is. Onze werknemers zijn zodanig gemotiveerd dat ze alles blijven doen, zelfs als je door een gebrek aan middelen niet meer alle procedures kunt naleven. Dat heeft zich in de zaak-Jürgen Conings op enorm veel vlakken getoond, zowel binnen de ADIV als binnen Defensie. Weet u zeker dat er in het Nederlandse leger geen Jürgen Conings rondloopt, generaal Eichelsheim? Onno Eichelsheim: Dat weet je nooit zeker. Ik kan u wel zeggen dat het hier niet getolereerd wordt. We hebben instrumenten om dat in de gaten te houden, maar die zijn nooit honderd procent waterproof. Onze inlichtingendiensten screenen onze medewerkers geregeld om te kijken of ze 'bijzonder gedrag' vertonen. We scholen onze commandanten in hoe ze de symptomen van extremisme kunnen oppikken. De afgelopen vijf jaar hadden we 21 van dergelijke onderzoeken, waarbij vijf mensen uiteindelijk Defensie hebben verlaten. U luidt in Nederland al langer de alarmklok als het over Defensie gaat. Bij uw aantreden kondigde u aan dat u minstens vier miljard euro nodig hebt. Zijn die extra middelen al in aantocht? Eichelsheim: Zoals u weet, zal de regeringsformatie in Nederland pas na de zomer beginnen. Met die vier miljard extra zouden we aan het Europese gemiddelde komen, en ongeveer 1,8 procent van ons bnp aan Defensie uitgeven. Dit is echt het minimum. Als we het hoofd willen bieden aan alle dreigingen waaraan we worden blootgesteld, hebben we tot 2035 minstens 17 miljard extra nodig. Waaraan wilt u al dat geld besteden? Eichelsheim: Het is niet noodzakelijk de bedoeling om allerlei nieuwe wapensystemen te gaan aankopen. Op dit moment liggen onze schepen aan de kant en blijven onze vliegtuigen vaak aan de grond omdat we geen geld hebben om te oefenen. Op meer dan de helft van de verzoeken die we van de NAVO krijgen om aan een missie deel te nemen, moet ik nee zeggen. De Nederlandse krijgsmacht is gericht op expeditionair optreden: snel ter plaatse gaan om een vijand uit te schakelen. Dat lukt vandaag niet meer, omdat we er gewoon de ondersteunende capaciteiten niet meer voor hebben: logistiek, reserveonderdelen, onderhoudspersoneel, medische ondersteuning. We hebben onvoldoende mortiercapaciteit om troepen te ondersteunen als ze in hevige gevechten terechtkomen. Hoeveel hebben wij in België nodig, admiraal Hofman? Hofman: Ik zal er geen bedragen op kleven. Met ons groeipad zouden we in 2024 komen tot 1,24 procent van het bnp. Daarmee zijn we nog ver van het Europese gemiddelde. De inzet is nochtans duidelijk: we moeten er alles aan doen om onze huidige capaciteiten te behouden. Het heeft geen enkele zin om binnen de NAVO capaciteiten aan te bieden als we die niet kunnen inzetten. Daarvoor heb je munitie, brandstof en wisselstukken nodig, zodat je voldoende kunt trainen. Het kan niet de bedoeling zijn dat onze eenheden na twee weken niet meer kunnen meevechten omdat de munitie op is. Eichelsheim: België en Nederland wanen zich natuurlijk veilig, omdat onze bondgenoten momenteel een groot deel van de klus klaren. Wij zijn vandaag volledig afhankelijk van onze Amerikaanse bondgenoot. Dat is op lange termijn onhoudbaar. Je kunt in een bondgenootschap niet verwachten dat anderen ons komen helpen, en hen in de steek laten wanneer we zelf aan de bak moeten. Wat doet u als u die extra middelen niet krijgt? Eichelsheim: Los van de vraag of het geld komt, zal Defensie sowieso ingrijpend moeten veranderen. De dreigingen zijn gewoon anders. De Russische Federatie kan vandaag veel sneller handelen dan tien jaar geleden. Eind juni zijn we met onze fregatten op de Zwarte Zee gaan varen, in wat volgens het internationaal recht internationale wateren zijn. Bijna onmiddellijk werden onze navigatiesystemen gespooft: hoewel wij gewoon in de haven lagen, stelde de Russische Federatie het voor alsof we in haar territoriale wateren aan het varen waren. Onmiddellijk lanceerde ze via Russische televisiekanalen een mediaoffensief, waarbij ze het lanceerde alsof wij haar provoceerden. Dat is de realiteit van de hedendaagse oorlogsvoering: je zit constant in het defensief. Vinden jullie Russische desinformatie een grotere uitdaging dan Russische tanks? Hofman: Het is niet noodzakelijk een grotere uitdaging, maar het is wel iets waar je dag en nacht mee in de weer bent. Het zorgt ervoor dat je altijd een stap te laat komt. We hebben hetzelfde meegemaakt in Syrië, toen de Russen ons ervan beschuldigden dat we met onze F-16's bombardementen hadden uitgevoerd waarbij we totaal niet betrokken waren. Zodra die informatie verspreid is, is het bijna onmogelijk om er nog iets aan te doen. Het is een klassieke strategie van militaire tegenstanders: twijfel zaaien. Er is altijd een deel van de maatschappij tegen je dat je niet kunt overtuigen. Is een liberale democratie als de onze niet gedoemd om kwetsbaar te zijn voor dergelijke acties? U kunt moeilijk naar de NOS of de VRT bellen om druk te zetten op de Russen. Hofman: En dat is, voor alle duidelijkheid, een goede zaak. Eichelsheim: Dat neemt niet weg dat open samenlevingen als de onze inderdaad kwetsbaar zijn. Wij hebben nu eenmaal tegenstanders die vinden dat de zwakte van de tegenstander hun kracht is. Dat spel is continu gaande. We worden dagelijks aangevallen door de Russische Federatie. Hofman: En niet alleen door de Russen. Eichelsheim: Er zijn elke dag pogingen van onze tegenstanders om onze digitale infrastructuur te saboteren of te infiltreren. Dan proberen hackers binnen te raken in de systemen van de Tweede Kamer, of van kritische infrastructuur zoals ASML (een Nederlands bedrijf dat halfgeleiders produceert, nvdr). Dat gebeurt duizend keer per dag! Het tempo waarin het gebeurt, en het aantal fronten waarop onze tegenstanders actief zijn, is zéér zorgelijk. Hofman: Er wordt voortdurend gezocht naar de kwetsbaarheden, zowel door overheden als door criminele organisaties. Enkele weken geleden heeft zo'n cyberaanval een hele regio in Amerika zonder elektriciteit gezet. Iedereen heeft ermee te kampen, en we hebben er momenteel geen afdoend antwoord op. Dergelijke uitdagingen vragen middelen, mensen, technologie, procedures. En die zijn er vandaag niet. Stellen wij daar iets tegenover? Hacken wij terug? Eichelheim: Nederland heeft inderdaad een offensieve cybercapaciteit. Je moet ook bij je tegenstanders naar binnen kunnen kijken, zodat we op eventuele cyberaanvallen kunnen anticiperen. Dat is een klus waarmee we nog lang niet klaar zijn. Hofman: Wij kunnen in het cyberdomein nog veel leren van Nederland. Onze cybercapaciteit is voorlopig in volle ontwikkeling. Is 'in volle ontwikkeling' een eufemisme voor 'bijna onbestaande'? Hofman:(nadrukkelijk) Nee. Als het op het verdedigen van onze defensie-infrastructuur aankomt, staan wij al stevig op onze pootjes. We slagen er tegenwoordig redelijk goed in om onze capaciteiten te beschermen. Maar je wilt inderdaad een beetje verder kunnen gaan. U wilt kunnen terugslaan? Hofman: Dat is helaas nodig, ja. Dat wil niet zeggen dat we morgen het elektriciteitsnet van een hoofdstad van een tegenstander willen platleggen. Cyberaanvallen zijn een deel van de moderne oorlogsvoering geworden. Waar je vroeger de componenten Land, Zee en Lucht had, is daar nu Cyber bijgekomen. Je kunt jezelf enkel beschermen als je ook de nodige wapens ontwikkelt. Eichelsheim: Als het op oorlogsvoering aankomt, schakel ik de radarsystemen van de tegenstander liever uit met een cyberaanval dan met bombardementen. Ik vind het bovendien zeker niet vervelend dat onze opponenten weten dat Nederland en hopelijk binnenkort ook België een offensieve cybercapaciteit hebben. Valt het mee om personeel te vinden voor jullie cyberdiensten? Hofman: Elk bedrijf ter wereld zit achter dergelijke profielen aan. De concurrentie is enorm. Bovendien moet je ze niet alleen kunnen aantrekken, maar ook nog eens houden. Qua salarissen kunnen wij niet met de privésector concurreren. Maar we bieden natuurlijk wel een zeer interessante job. Eichelsheim: En een maatschappelijk relevante rol. Ik was tot 2018 directeur van de militaire inlichtingendienst, en ik heb nooit problemen gehad om cyberspecialisten binnen te halen, omdat ze wisten dat ze tot de top van Nederland en Europa zouden behoren. Je mag hier dingen doen die je nergens anders kunt doen. Het is ook gewoon een enorm gave job. Hofman: Ik zal niet beweren dat het allemaal koek en ei is, maar ook in België hebben we geen problemen om de juiste mensen te vinden. Noch aan de offensieve, noch aan de defensieve kant. Al geef ik toe dat onze capaciteit tot nu toe nog beperkt is. U bent die werknemers ongetwijfeld ook weer snel kwijt. Eichelsheim: En daar is niets mis mee. Als zij na vijf jaar naar een bedrijf overstappen, gebruiken ze hun kennis ook om die bedrijven veilig te houden. Uiteindelijk wordt het systeem in zijn geheel wel veiliger. Zijn jullie tevreden met de nieuwe Amerikaanse president? (beiden grinniken)Eichelsheim: Het is alvast goed dat Biden multilaterale organisaties weer vooropstelt. Hofman: Dat neem niet weg dat hij dezelfde boodschap brengt als zijn voorganger. Hij stelt ons voor onze verantwoordelijkheden. De lijn is duidelijk, het is alleen een beetje beleefder geformuleerd. Los daarvan is het natuurlijk wel goed dat Biden het belang van de trans-Atlantische band benadrukt. Eichelsheim: Het enige wat wel echt anders is, en niet geheel onaangenaam, is dat het allemaal een beetje voorspelbaarder wordt. Hebt u 'm geknepen onder Donald Trump? Hij heeft ei zo na de NAVO afgeschaft. Eichelsheim: Ik weet niet of 'geknepen' het goede woord is. Het is niet verkeerd dat Trump onze ogen heeft geopend. Al geef ik toe dat ik de toon waarop hij het zei persoonlijk niet zo prettig vond. Doet Biden in zekere zin niet hetzelfde als Trump? Hij heeft ook unilateraal besloten uit Afghanistan terug te trekken. Hofman: Is die beslissing echt zo unilateraal? Hij heeft alles uitgebreid met de Afghaanse regering besproken. Toen ik laatst in Washington was, heb ik er met heel wat beleidsmensen over kunnen spreken. Biden heeft goed geluisterd en overlegd voordat hij die beslissing nam. Eichelsheim: En de terugtrekking was sowieso al in gang gezet, door Trump. Hofman: Ondertussen hebben ook wij al onze mensen teruggetrokken, net als Nederland. Voelt dat wrang? Eichelsheim: We zijn vertrokken met de opdracht om Al-Qaida uit te schakelen, en daar zijn we in geslaagd. Daarnaast hebben we het Afghaanse veiligheidsapparaat helpen uitbouwen. Dat is minder geslaagd. We hebben ze natuurlijk heel ver gebracht: toen we aankwamen, was er bijna niets. We zijn vertrokken op een moment waarop de Afghaanse veiligheidsdiensten al verantwoordelijk waren voor het volledige veiligheidsbeleid. Het enige wat wij nog deden was opleiden, en soms voor luchtsteun zorgen. Hofman: Met hun beslissing hebben de Amerikanen tenminste voor duidelijkheid gezorgd. Maar je kunt je afvragen of de Afghaanse veiligheidsdiensten robuust genoeg zijn om de veiligheid te garanderen. De tijd zal het uitwijzen. Al geef ik toe dat het voorlopig niet in de goede richting evolueert. Vindt u dat we in onze opzet geslaagd zijn? Hofman: Wij hebben zeker een bijdrage geleverd. Tegelijk moet je realistisch zijn over wat je als kleine partner vermag. Ik vrees dat er nieuwe migratiestromen vanuit Afghanistan zullen komen. Vroeg of laat zal de drugshandel opleven en wordt de drempel van onveiligheid misschien zodanig groot dat we opnieuw actie moeten ondernemen. Verwacht u dat we binnen enkele jaren terug moeten naar Afghanistan? Hofman: Afghanistan is een probleem dat we van nabij moeten blijven opvolgen. Eichelsheim: Anderzijds hebben de Afghanen toch wel kansen om er iets van te maken. Toen ik in Uruzgan gestationeerd was, was er bijna niets. Dat is echt veranderd. Het is aan de Afghaanse leiders om hun verantwoordelijkheid op te nemen. Zijn jullie ervan overtuigd dat artikel 5, de belofte dat NAVO-bondgenoten elkaar te hulp komen als ze worden aangevallen, nog steeds geldt? Hofman: Absoluut. Bent u daar zeker van? Eichelsheim:(lacht) Het staat nog steeds op papier. Er staat voorlopig nog geen kruis doorheen. Dus als er morgen Russische tanks door Estland denderen, schieten wij de Esten ter hulp? Hofman: Inderdaad. Zijn wij daar klaar voor? Eichelsheim: Als de Russische Federatie morgen écht binnenvalt, zijn wij niet in staat om haar tegen te houden. Dáárom heb ik die vier miljard nodig. Hofman: Het is bij ons niet beter. Daarom moeten we nou net meer investeren: om robuuster te zijn, en bij te dragen tot de afschrikking. Wij willen voorkomen dat Rusland de stap zet om de grens over te steken. Daarom zijn we constant aanwezig in de Baltische staten, en moeten we dat blijven doen. De Russen mogen er zelfs niet aan denken om het te proberen. Eichelsheim: Vergis u niet: zelfs als de Russen aanvallen, zullen we hen op een bepaald moment wel degelijk tegenhouden. Zullen ze bij Nederland en België op de stoep staan? Dat denk ik niet. Maar als we ons steentje niet bijdragen, hebben we echt een probleem. En jullie weten zeker dat de Amerikanen ons nog te hulp zullen schieten? Eichelsheim: De Europese landen zullen in eerste instantie moeten leren om zelfstandig de broek op te houden. Tegen de tijd dat de Amerikanen hier zijn, zijn we al een week verder. In die tussenliggende periode zullen we het wel zelf moeten doen. Hofman: Wat mij sterkt in de overtuiging dat de Amerikanen zullen komen, is de intensiteit en de frequentie waarmee ze oefeningen organiseren om in grote aantallen troepen via Rotterdam, Antwerpen en Zeebrugge te transporteren. Het beste bewijs dat die afschrikking werkt, is de manier waarop Rusland zich op de hybride oorlogsvoering heeft gestort. Ze proberen onze samenlevingen via desinformatie en sociale media te destabiliseren. Dat is ook een teken dat ze een conventionele strijd niet zien zitten, en de NAVO willen laten afbrokkelen. Maar die afschrikking kun je enkel bewaren als je ook iets kunt ontplooien. Onze hoofdopdracht is niet oorlog voeren, maar klaar zijn om oorlog te kunnen voeren.