Al voor het uitbreken van deze pandemie was er een epidemie in woonzorgcentra. Onzichtbaar, sluipend, uitputtend én vooral ogenschijnlijk onvermijdelijk. Het besparingsvirus sloop de zorgjobs binnen.

De overheid rekende op de passie van zorgmedewerkers om de vergrijzing van de samenleving op te vangen. Ook nu wordt weer beroep gedaan op hun passie en toewijding. Vaak gaan onbetaalde (en vrijwillige) overuren samen met het werken onder continue tijdsdruk. Iedere zorgmedewerker wil humane zorg aanbieden, zelfs onder penibele arbeidsomstandigheden. Na de coronamaatregelen zijn dringend investeringen nodig om zorgpersoneel meer werkbaar werk te geven. De huidige beleidsvoorstellen zijn onvoldoende, aangezien de focus voornamelijk ligt op maatregelen om efficiënter te werken. We juichen dit toe, maar hier mag het niet bij blijven.

Besparingen

De overheid zette de voorbije jaren sterk in op thuiszorg. Gestimuleerd door de overheid wonen almaar meer ouderen met lichte zorgnoden thuis. Hierdoor steeg het aantal senioren met een zware zorgvraag in woonzorgcentra spectaculair. Het aantal beschikbare personeelsuren per bewoner groeide, maar niet evenredig met de zorgvraag. Zwaardere zorgprofielen vergen ook veel meer zorg en ondersteuning. Cijfers van de RIZIV en het Agentschap Zorg en Gezondheid tonen bijvoorbeeld dat tussen 1995 en 2016 het aantal bewoners met een licht zorgprofiel daalde van 45 naar 21 procent.

Echt applaus komt na de feiten.

Besparingen in de zorg houden ook in dat het personeelsbudget niet evenredig groeit met de zorgnood. Kortom, niet of nauwelijks investeren in meer personeel is ook besparen. Personeel is immers de grootste financieringspost in de sector. Deze verdoken besparingsoperatie zorgde voor meer werkdruk, evenals emotionele belasting voor zorgpersoneel. Applaudisseren voor helden waarop wordt bespaard, smaakt wrang. Het zijn immers deze helden die onze ouders en grootouders (blijven) verzorgen, ook tijdens een pandemie.

We vinden het lovenswaardig dat zowel het huidige als het vorige kabinet met de bevoegdheden Welzijn en Gezondheid inzetten op efficiënter werken in de zorg. Onnodige regels schrappen en meer autonomie geven aan medewerkers in zorg- en ondersteunende functies is noodzakelijk. Innovatief werken is echter geen wondermiddel tegen het besparingsvirus. Anders en efficiënter werken kost daarenboven ook energie en personeel, zeker in de beginperiode. Efficiënt werken met te weinig personeel blijft slopend werk.

Wendbaar is niet werkbaar

De voorbije vijf jaar voerden we 100 interviews uit met zorgmedewerkers in de woonzorgsector. We liepen mee in ochtend- dag- en avondshiften, organiseerden groepsgesprekken met medewerkers, verdeelden vragenlijsten, overlegden met vakbondsafgevaardigden en legden ons oor te luisteren bij managers van woonzorgcentra.

Het mantra leeft in overheids- en beleidskringen dat wendbaar en dus efficiënt werk ook werkbaar werk is. Onze bevindingen tonen dat dit niet opgaat. Veel medewerkers en leidinggevenden blijven (onbetaald) één of enkele uurtjes langer werken na elke shift. Of, bereiden zorg- en leefactiviteiten voor tijdens (lange) avonden en weekends. Werkbaar werk betekent niet dat medewerkers langer onbetaald moeten werken. Ook gepassioneerde werknemers raken opgebrand, zeker als ze de zorg in het eigen huishouden ook nog dienen op te nemen.

Eén van de zorgmedewerkers die we interviewden zei: 'Het is hier soms zó druk dat je niet weet waar je moet springen, dat je niet weet wat je eerst moet doen'. Dit werd bevestigd door het merendeel van onze respondenten, zorgmedewerkers en managers uit de zorg.

Maatregelen

Het vinden van voldoende zorgpersoneel in een krappe arbeidsmarkt is een uitdaging. Wij zien een aantal mogelijkheden die simultaan dienen uitgevoerd te worden.

  • Testen, testen, testen. Dat geldt ook voor een vaccin tegen slopend werk. Proeftuinen dienen te worden gecreëerd om werkbare jobs te maken. Daarnaast bevelen we het creëren van werkbaarheidsrapporten aan per woonzorgcentra. Deze dienen openbaar te worden gemaakt, zoals ook gebeurt bij data over zorg- en leefkwaliteit. Zorgmedewerkers kunnen dan bewust kiezen waar ze werken. Dit vermijdt een race to the bottom.
  • De personeelsnormen (het wettelijk minimum aantal personeelsleden per bewoner) in woonzorgcentra dienen te worden verhoogd en minder functiespecifiek te worden gemaakt. Meer financiering is nodig, zodat dit niet wordt vertaald in een hogere dagprijs.
  • Geef een hoger loon aan laaggeschoolde zorgmedewerkers. In 2012 zei de gerenommeerde econoom Cappelli reeds in zijn boek 'Why good people, can't get jobs' dat arbeidstekorten bestaan omdat personeel niet voldoende wordt verloond. Deze pandemie toont nogmaals aan dat laaggeschoolde jobs ook cruciaal zijn en zeker beter gewaardeerd moeten worden.
  • Moedig nieuwe en efficiënte vormen van arbeidsorganisatie aan. Zeker initiatieven waarbij bureaucratische rompslomp wordt weggeknipt. Tot nu toe wordt voornamelijk gefocust op individuele woonzorgcentra. Deze blik dient te worden verbreed. Experimenten dienen opgezet te worden waarbij het hele ecosysteem van zorg wordt meegenomen. We verwijzen daarbij specifiek naar de mobiliteit van personeel en senioren tussen thuisverpleging, ziekenhuizen en woonzorgcentra.
  • Het leveren van zorg is een publiek goed, net zoals onderwijs en publiek transport. De maatschappij heeft een collectieve verantwoordelijkheid om kwaliteitsvolle zorg en leven aan te bieden aan patiënten en bewoners. De overheid moet optreden tegen de uberization van zorg in België, waarbij zorg wordt aangeboden op digitale platformen door (schijn)zelfstandigen zonder rechtsbescherming noch sociale bescherming. Collectieve arbeidsovereenkomsten afgesloten tussen werkgeversvertegenwoordigers en vakbonden zijn cruciaal om zorgpersoneel gepassioneerd in werkbare jobs te krijgen.

In deze crisistijd bedanken we passievolle zorgmedewerkers. Maar hun vraag voor verandering klinkt zeer duidelijk en helder. Het besparingsvirus dient te stoppen. Meer personeel in de zorg is noodzakelijk. Laten we dit moment ook aangrijpen om te kijken hoe het na de pandemie verder moet. Als overheid is investeren in zorgpersoneel een keuze. Laten we eindelijk luisteren naar deze verzuchting.

De auteurs hebben uitvoerig onderzoek verricht over kwaliteit van arbeid in de woonzorgsector. Lander Vermeerbergen is postdoctoraal onderzoeker en plaatsvervangend docent aan de KU Leuven (Centrum voor Sociologisch Onderzoek; Departement Work & Organisation Studies). Valeria Pulignano is gewoon hoogleraar aan de KU Leuven (Centrum voor Sociologisch Onderzoek). Ze is promotor van het ResPectMe onderzoeksproject over precair werk dat wordt gefinancierd door de Europese Commissie. Geert Van Hootegem is gewoon hoogleraar aan de KU Leuven (Centrum voor Sociologisch Onderzoek) evenals algemeen directeur van het HIVA.

Al voor het uitbreken van deze pandemie was er een epidemie in woonzorgcentra. Onzichtbaar, sluipend, uitputtend én vooral ogenschijnlijk onvermijdelijk. Het besparingsvirus sloop de zorgjobs binnen. De overheid rekende op de passie van zorgmedewerkers om de vergrijzing van de samenleving op te vangen. Ook nu wordt weer beroep gedaan op hun passie en toewijding. Vaak gaan onbetaalde (en vrijwillige) overuren samen met het werken onder continue tijdsdruk. Iedere zorgmedewerker wil humane zorg aanbieden, zelfs onder penibele arbeidsomstandigheden. Na de coronamaatregelen zijn dringend investeringen nodig om zorgpersoneel meer werkbaar werk te geven. De huidige beleidsvoorstellen zijn onvoldoende, aangezien de focus voornamelijk ligt op maatregelen om efficiënter te werken. We juichen dit toe, maar hier mag het niet bij blijven.Besparingen De overheid zette de voorbije jaren sterk in op thuiszorg. Gestimuleerd door de overheid wonen almaar meer ouderen met lichte zorgnoden thuis. Hierdoor steeg het aantal senioren met een zware zorgvraag in woonzorgcentra spectaculair. Het aantal beschikbare personeelsuren per bewoner groeide, maar niet evenredig met de zorgvraag. Zwaardere zorgprofielen vergen ook veel meer zorg en ondersteuning. Cijfers van de RIZIV en het Agentschap Zorg en Gezondheid tonen bijvoorbeeld dat tussen 1995 en 2016 het aantal bewoners met een licht zorgprofiel daalde van 45 naar 21 procent.Besparingen in de zorg houden ook in dat het personeelsbudget niet evenredig groeit met de zorgnood. Kortom, niet of nauwelijks investeren in meer personeel is ook besparen. Personeel is immers de grootste financieringspost in de sector. Deze verdoken besparingsoperatie zorgde voor meer werkdruk, evenals emotionele belasting voor zorgpersoneel. Applaudisseren voor helden waarop wordt bespaard, smaakt wrang. Het zijn immers deze helden die onze ouders en grootouders (blijven) verzorgen, ook tijdens een pandemie. We vinden het lovenswaardig dat zowel het huidige als het vorige kabinet met de bevoegdheden Welzijn en Gezondheid inzetten op efficiënter werken in de zorg. Onnodige regels schrappen en meer autonomie geven aan medewerkers in zorg- en ondersteunende functies is noodzakelijk. Innovatief werken is echter geen wondermiddel tegen het besparingsvirus. Anders en efficiënter werken kost daarenboven ook energie en personeel, zeker in de beginperiode. Efficiënt werken met te weinig personeel blijft slopend werk. De voorbije vijf jaar voerden we 100 interviews uit met zorgmedewerkers in de woonzorgsector. We liepen mee in ochtend- dag- en avondshiften, organiseerden groepsgesprekken met medewerkers, verdeelden vragenlijsten, overlegden met vakbondsafgevaardigden en legden ons oor te luisteren bij managers van woonzorgcentra. Het mantra leeft in overheids- en beleidskringen dat wendbaar en dus efficiënt werk ook werkbaar werk is. Onze bevindingen tonen dat dit niet opgaat. Veel medewerkers en leidinggevenden blijven (onbetaald) één of enkele uurtjes langer werken na elke shift. Of, bereiden zorg- en leefactiviteiten voor tijdens (lange) avonden en weekends. Werkbaar werk betekent niet dat medewerkers langer onbetaald moeten werken. Ook gepassioneerde werknemers raken opgebrand, zeker als ze de zorg in het eigen huishouden ook nog dienen op te nemen. Eén van de zorgmedewerkers die we interviewden zei: 'Het is hier soms zó druk dat je niet weet waar je moet springen, dat je niet weet wat je eerst moet doen'. Dit werd bevestigd door het merendeel van onze respondenten, zorgmedewerkers en managers uit de zorg. Het vinden van voldoende zorgpersoneel in een krappe arbeidsmarkt is een uitdaging. Wij zien een aantal mogelijkheden die simultaan dienen uitgevoerd te worden. In deze crisistijd bedanken we passievolle zorgmedewerkers. Maar hun vraag voor verandering klinkt zeer duidelijk en helder. Het besparingsvirus dient te stoppen. Meer personeel in de zorg is noodzakelijk. Laten we dit moment ook aangrijpen om te kijken hoe het na de pandemie verder moet. Als overheid is investeren in zorgpersoneel een keuze. Laten we eindelijk luisteren naar deze verzuchting.De auteurs hebben uitvoerig onderzoek verricht over kwaliteit van arbeid in de woonzorgsector. Lander Vermeerbergen is postdoctoraal onderzoeker en plaatsvervangend docent aan de KU Leuven (Centrum voor Sociologisch Onderzoek; Departement Work & Organisation Studies). Valeria Pulignano is gewoon hoogleraar aan de KU Leuven (Centrum voor Sociologisch Onderzoek). Ze is promotor van het ResPectMe onderzoeksproject over precair werk dat wordt gefinancierd door de Europese Commissie. Geert Van Hootegem is gewoon hoogleraar aan de KU Leuven (Centrum voor Sociologisch Onderzoek) evenals algemeen directeur van het HIVA.