Jean-François is 27 jaar. Hij heeft CTX, een zeldzame hersenziekte. Zonder behandeling leidt de ziekte tot dementie en verlamming, en uiteindelijk de dood. Het Italiaans farmabedrijf Leadiant haalde het monopolie voor de behandeling binnen en verhoogde de prijs van 38 euro naar 12.500 euro per maand. Maal driehonderd. Op kap van mensen met een ziekte. Op kap van de sociale zekerheid. Met deze getuigenis bracht Knack aan het licht hoe de overheid zich moedwillig laat pluimen door de farma-industrie, wiens lobby is doorgedrongen tot in de kern van de overheid.

Hepatitis C en de prijs van een airbag

Het verhaal van Jean-François is in de wereld van Big Farma geen uitzondering, maar de regel. Zij rekent de hoogst mogelijke prijs aan. Zolang patiënten en ziekteverzekering maar betalen. De prijs heeft geen enkele link met de kost van ontwikkeling of productie, laat staan met de noden van de bevolking.

Dr. Sofie Merckx, arts bij Geneeskunde voor het Volk in Marcinelle, getuigde onlangs over een patient die lijdt aan een chronische hepatitis C besmetting. Laat ons haar Marie noemen. Hepatitis C is een ziekte die vaak levercirrose of zelfs leverkanker veroorzaakt. Een gevaarlijke ziekte dus, die je best zo vroeg mogelijk behandelt. Gelukkig is de ziekte perfect te genezen. Het geneesmiddel Sovaldi kan het virus op 12 tot 24 weken uitroeien in het lichaam. Toch werd dat medicament tot voor kort enkel terugbetaald wanneer je al een ernstige vorm van levercirrose had. Daardoor kwamen maar 1 op de 7 Belgen met hepatitis C in aanmerking voor de terugbetaling. En dan is het al grotendeels te laat. De reden? De behandeling met Sovaldi kost 45.000 tot 90.000 euro.

Draaideuren tussen politiek en grote bedrijven leiden onvermijdelijk tot belangenvermenging.

Dat hoeft nochtans niet zo te zijn. Sovaldi werd ontwikkeld door wetenschappers van over de hele wereld, met publieke middelen. Het Amerikaanse farmabedrijf Gilead slaagde erin om een patent te verwerven. Onterecht, vinden Dokters van de Wereld en Testaankoop. Zowel in de VS als in Europa lopen er processen rond de licentie voor Sovaldi. Maar door het monopolie kan Gilead voor één pil 530 euro vragen. Gigantisch veel geld, dus. Zeker als je weet dat een onderzoek van de universiteit van Liverpool aantoont dat het produceren van een pil amper 1,20 euro kost.

In India maken producenten van generische geneesmiddelen Sovaldi onder licentie voor een prijs van 300 euro per behandeling, zo'n 3,6 euro per pil. Gelukkig bleef Marie niet bij de pakken zitten. Ze liet het medicijn uit India overkomen. Zij is ondertussen volledig genezen.

Een prijs die 450 keer hoger ligt dan de productiekost. Je vraagt je dan al snel af: van waar haalt Gilead die prijzen eigenlijk? Het antwoord is ontluisterend. De farmareus berekende de prijs voor Sovaldi op basis van de kost van een levertransplantatie. Hun redenering: als wij het enige alternatief kunnen bieden voor een chirurgische ingreep, hoeveel heeft men dan over voor ons medicijn? Stel je eens voor dat alle prijzen op die basis worden berekend. Hoeveel zou een airbag in je auto dan niet kosten? Zijn wij echt bereid om dit spel van vraag en aanbod te laten spelen wanneer mensenlevens in gevaar zijn?

'Laat het onderzoek aan de sukkelaars, wij zullen wel winst maken'

Het staat vast dat de kostprijs van geneesmiddelen niets te maken heeft met de productiekost ervan. 'Ontwikkeling kost zoveel meer. Wij hebben dat geld nodig om te investeren in nieuw onderzoek', hoor je de farmalobby al roepen. Maar klopt dat argument wel?

In 2009 onderzocht toenmalig eurocommissaris Neelie Kroes de prijzen van geneesmiddelen. 23 procent van de kostprijs is te wijten aan reclame. Onderzoek en ontwikkeling van farmabedrijven maakt slechts 17 procent uit, echt innovatief onderzoek zelfs maar 1,5 procent. Het gros van hun onderzoek gaat naar het ontwikkelen van nieuwe varianten van bestaande, winstgevende geneesmiddelen. Om daar dan weer woekerwinsten mee te maken.

Het is de samenleving die de echte kost draagt van baanbrekend onderzoek. Duur en risicovol onderzoek gebeurt door gepassioneerde wetenschappers aan onze universiteiten, gefinancierd door de overheid.

Vorig jaar ging de Nobelprijs voor geneeskunde naar de Amerikaan James Allison en de Japanner Tasuku Honjo. Zij legden de basis voor immuuntherapie tegen kanker. Zij deden meer dan twintig jaar onderzoek, met publieke middelen, aan de universiteiten van Berkeley, Texas, Tokyo en Kyoto. Vandaag levert hun onderzoek de grote geneesmiddelenproducten buitensporige winsten op. Maar de farmabedrijven ontdekten de therapie niet, maar patenteerden en commercialiseerden die.

Test-Aankoop presenteerde onlangs een studie in het parlement over Tenofovir, een middel tegen HIV besmetting ontwikkeld door de KU-Leuven. Gilead nam er een licentie op en commercialiseerde het geneesmiddel. Tussen 2008 en 2017 betaalde de ziekteverzekering in België bijna een half miljard terug voor het middel. Via octrooirechten verdiende de KU-Leuven in dezelfde periode iets meer dan dat half miljard. Veel geld, maar een peulenschil tegenover de 72,1 miljard die Gilead wereldwijd opstreek voor Tenofovir. Een geneesmiddel dat dus aan een Belgische universiteit met overheidsgeld werd uitgevonden.

De lasten voor de gemeenschap, de lusten voor de farmaceutische bedrijven. Zo betalen wij allemaal dubbel voor innovatieve geneesmiddelen. De eerste keer via belastinggeld voor publiek onderzoek, de tweede keer door de woekerprijzen. De farmaceutische industrie is één van de meest winstgevende sectoren ter wereld met een gemiddeld rendement van meer dan 20% per jaar. Die winsten zijn niet het gevolg van zware investeringen in innovatie, maar van patentmisbruik. Het is een hallucinant systeem van graaikapitalisme op de kap van zieke mensen. Als maatschappij moeten we ons de vraag stellen of we dit wel blijven tolereren.

Geheime prijsafspraken en het beroven van de sociale zekerheid

Minister van Volksgezondheid Maggie De Block beweert dat ze weinig kan doen aan deze situatie. Maar het is zij zelf die de torenhoge prijzen in de hand werkt. Ze doet dat door gebruik te maken van zogenaamde artikel 81-contracten. Dat systeem laat haar toe prijsafspraken te maken met farmabedrijven. In ruil voor kortingen door de industrie houdt de overheid de inhoud van de afspraken geheim. Daardoor kunnen bedrijven hun prijzen in andere landen hoger houden. Die koehandel doet alle transparantie verloren gaan en is fundamenteel antidemocratisch.

Artikel 81 is enkel bedoeld voor nieuwe, levensreddende geneesmiddelen. Maar minister De Block maakte van de uitzonderingen de regel. Bijna een kwart van het totale budget voor geneesmiddelen, zo'n 1 miljard euro, gaat naar contracten onder artikel 81. Een verzesvoudiging op drie jaar tijd. De betrokken bedrijven sluizen zo jaar na jaar meer geld weg uit onze sociale zekerheid. Ondertussen wordt er lustig bespaard op verpleegkundigen, wijkgezondheidscentra en noodzakelijke medicatie zoals antibiotica.

Dwanglicenties kunnen deze praktijken aan banden leggen

Op langere termijn moeten we de farma-industrie radicaal veranderen. Dat vindt ook het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg. In 2016 tekenden zij vier alternatieve scenario's uit. Die gaan van het Kiwi-model, openbare aanbestedingen voor de beste en goedkoopste medicijnen, tot het volledig vermaatschappelijken van de industrie. Als we echt een toekomst willen voor onze sociale zekerheid, moeten die pistes serieus onderzocht worden.

Maar ook op korte termijn, binnen het huidige systeem, zijn er instrumenten om de woekerprijzen aan banden te leggen: dwanglicenties. Daarmee kan de overheid een monopolie breken om zo een geneesmiddel goedkoper te laten produceren, in ruil voor een vergoeding voor de patenthouder.

Het is Nelson Mandela die het systeem van dwanglicenties eind jaren '90 afdwong in Zuid-Afrika. Gesteund door talrijke NGO's bond hij de strijd aan tegen Big Farma, omdat zij verhinderden dat goedkope HIV-medicatie vanuit Indië werd ingevoerd. Vandaag worden in Afrika jaarlijks 20 miljoen mensenlevens gered dankzij dwanglicenties. Maleisië paste onlangs nog dwanglicenties toe voor Sovaldi, het medicijn tegen hepatitis C. De prijs zakte prompt naar 75 dollar voor een volledige behandeling.

Professor Geertrui Van Overwalle, patentspecialiste van de KU-Leuven, vroeg op 8 november in het parlement waarom de overheid dit systeem van dwanglicenties nog altijd niet gebruikt. Ze gaf als voorbeeld het geval van de kleine Victor. Het jongetje lijdt aan een zeldzame nierziekte. Het extreem dure medicijn Soliris kan zijn leven redden. Het omstreden farmabedrijf Alexion vroeg 216.000 euro per jaar behandeling. Alleen al door te dreigen met dwanglicenties zou de overheid forse prijsdalingen kunnen bedingen, aldus de professor.

PVDA-volksvertegenwoordigers Raoul Hedebouw en Marco Van Hees dienden op 7 januari 2019 een wetsvoorstel in. Dat geeft de minister de mogelijkheid om nog gemakkelijker dwanglicenties toe te passen. Maar minister De Block weigert. Er is geen politieke wil.

Hoog tijd voor een draaideurstop en een ontluizingsperiode

Dat de minister niet staat te springen om de farmasector te reguleren, is geen toeval. De industrie bouwde een vernuftige lobbymachine uit, met tentakels die tot diep in het kabinet van de minister van Volksgezondheid reiken. Eerder onthulden wij al dat dhr. Bart Vermeulen, die jarenlang een spilfiguur was bij de lobby-organisatie Pharma.be, in november 2016 verantwoordelijk werd voor het geneesmiddelenbeleid op het kabinet.

Politici, maar ook medewerkers van ministeriële kabinetten, worden geacht de samenleving te dienen, niet de winstmarges van de farma-industrie.

Het Laatste Nieuws onthulde recent het verhaal van mevrouw Ellen Vanhaeren. Zij voerde voor minister De Block de geheime prijsonderhandelingen. Drie jaar geleden maakte ze een afspraak met het Amerikaans farmabedrijf Celgene over de terugbetaling van het peperdure medicijn Revlimid. Prijsafspraak: 150.000 euro per jaar behandeling. In de VS was het Amerikaans Congres er achter gekomen dat de prijs kunstmatig werd opgepompt. Er liep daarvoor een proces tegen Celgene, maar dat werd afgekocht voor 280 miljoen dollar in 2017. Toch kon het bedrijf in diezelfde periode een geheime prijsafspraak maken met ons land. Celgene bedankte mevrouw Vanhaeren voor bewezen diensten, en benoemde haar in een directeursfunctie binnen het bedrijf.

Toen de minister op 23 januari in De Ochtend met die feiten werd geconfronteerd, was haar antwoord opmerkelijk. 'Je kan overal spoken zoeken.' Alsof dit soort draaideuren niet al decennia wordt gebruikt door grote multinationals om invloed te kopen bij de overheid. Maar de minister ging onverstoord verder: 'Mevrouw Vanhaeren verdient bloemen. Ze is er in geslaagd om de prijs van het geneesmiddel tegen hepatitis C zodanig te verlagen dat we het nu kunnen terugbetalen voor alle hepatitis C patiënten waardoor nu duizenden mensenlevens worden gered.'

Dat brengt ons terug naar het verhaal van Marie en Sovaldi. In geheime prijsonderhandelingen met het kabinet-De Block liet de firma Gilead inderdaad de prijs zakken tot 285 euro per pil. Een pil die nog altijd te verkrijgen is voor zo'n 3,6 euro in India. In ruil wordt het medicijn nu wel terugbetaald voor 40.000 Belgen, in plaats van 1.100. Daarmee kan Gilead, dankzij mevrouw Vanhaeren, de ziekenkas plunderen voor 800 miljoen euro in plaats van 50 miljoen. Van wie zal mevrouw Vanhaeren dan bloemen krijgen: de Belgische belastingbetaler of de farma-industrie?

Geneesmiddelenproductie is een miljardenindustrie. Met torenhoge winstmarges. Die teert op publiek geld. Het is een sector die zeer intiem verbonden is met de politiek. Wij vragen de toepassing van het systeem van dwangslicenties en lanceerden een petitie om de medicijnprijzen te kraken. We pleiten ook voor het creëren van waterdichte schotten tussen politiek en het grootbedrijf. Draaideuren leiden onvermijdelijk tot grove belangenvermenging. Politici, maar ook medewerkers van ministeriële kabinetten, worden geacht de samenleving te dienen, niet de winstmarges van de farma-industrie. Er moet dringend een draaideurstop komen en een ontluizingsperiode, ook voor kabinetsmedewerkers. Want in plaats van de kant te kiezen van de multinationals, zou de politiek beter eens denken aan de noden van de bevolking.