Kunnen we het ons honderd jaar later voorstellen? Voorzitters en vertegenwoordigers van alle Vlaamse partijen staan schouder aan schouder rond het grafmonument van Herman Van den Reeck, de negentienjarige ULB-student die tijdens een verboden Guldensporenviering in Antwerpen door een politieagent neergeschoten werd. Zijn dood werd door iedere partij en iedere fractie geclaimd, omdat hij inderdaad in geen enkel politiek of levensbeschouwelijk hokje paste. Hij was lid van de Clarté-groep en dus één van de eerste Vlaamse communisten, maar hij vocht ook voor een onafhankelijk socialistisch Vlaanderen in een nieuwe, pacifistische en radicaal egalitaire wereld, waar plaats zou zijn voor alle levensovertuigingen, kerken, loges en kapellen, zolang ze met elkaar wilden en konden samenleven.

De Groote Oorlog had net miljoenen van zijn leeftijdgenoten en nog eens zoveel burgers doen verdwijnen, allemaal mensen die, net als Herman, de kans niet gekregen hebben om aan die noodzakelijke nieuwe wereld te werken. En omdat het om een wereldoorlog ging was het ook normaal dat de grote culturele en literaire stromingen brandhout maakten van de ideologische en politieke grenzen. Het expressionisme had na de gruwelijke slachting van al die soldaten en burgers het recht van een andere Vlaamse, Europese en universele samenleving te dromen die er inderdaad voor zou zorgen dat er "Nooit Meer Oorlog" zou komen en dat niemand nog zou moeten opdraaien voor de grootheidswaanzin van de intussen al voorbijgestreefde keizers, koningen en monarchen en hun industriële sponsors en klassegenoten.

Samen met vrienden als Michel Seuphor, die in een van zijn romans naar de dood van Herman Van den Reeck verwees, Paul Van Ostaijen, Max Wildiers en Camille Huysmans had Herman gehoopt dat de tijd voor die andere wereld gekomen was. Wat de anarchisten, communisten, socialisten, christendemocraten, liberalen en Vlaams-nationalisten in die naoorlogse periode verbond was de resolute afwijzing van de oude vormen en gedachten die de waanzinnige wereldoorlog mogelijk gemaakt hadden en de zekerheid dat het echt tijd werd om het tij te keren.

De grote Europese steden, van Praag en Berlijn tot en met Dresden en Antwerpen waren gonzende laboratoria geworden, waar hyperactieve geesten met alles experimenteerden wat een verandering leek te beloven, en Herman Van den Reeck paste daar perfect in. Vandaar dat bijna niemand zich verwonderde over de toch wel erg bonte verzameling mannen en vrouwen die op die feestdag met zo'n 30.000 deelnemers naar Borgerhout getrokken waren, omdat de Antwerpse burgemeester Jan De Vos een viering in Antwerpen zelf verboden had.

De algemene ontzetting over de vermijdbare dood van Herman - waarom moest de politie voor uitgerekend die gelegenheid gewapend zijn? - versterkte dat gevoel van verbondenheid nog even: in zijn naam ontstonden er pluralistische volkshogescholen en gemengde politieke kringen die ook vandaag nog tot voorbeeld kunnen strekken. Maar de economische wetten en de praktische bezwaren van de burgerlijke en kleinburgerlijke politiek zorgden ervoor dat die eenheid al tien jaar na zijn dood opnieuw verbrokkelde, zodanig zelfs dat de vroegere "vrienden van Herman Van den Reeck" nog onmogelijk samen op één podium konden of wilden gezien worden en meer tijd besteedden aan het ontkennen van het recht van de ander om Hermans erfenis te claimen dan aan de gedachtenis van zijn open pluralisme zelf. Hetzelfde gebeurde overigens ook in andere Europese landen. Zodanig zelfs dat Kurt Tucholsky kon schrijven:

"Waarover is men trots in Europa?

In Europa is men trots Fransman te zijn, Engelsman of Duitser.

Maar men is nog véél trotser géén Fransman, géén Engelsman of Duitser te zijn."

En, hop, we waren weer op weg naar een Tweede Wereldoorlog die ongeveer driemaal zoveel vermijdbare en dus moreel onverantwoorde slachtoffers gemaakt heeft.

Is Herman Van den Reeck dus vergeefs gestorven?

Ja, indien we nu nog altijd niet onze les geleerd hebben dat ideologische en culturele verscheidenheid het tegendeel is van verdeeldheid. Indien dat klopt is er nog weinig hoop voor Vlaanderen en de wereld.

Nee, indien we ervan overtuigd raken dat die broze, kwetsbare eenheid van zijn persoon en tijd geen utopische afwijking geweest is, maar een voorzichtig maar duidelijk sienjaal dat het met heel veel inspanning en zelfkritiek ook anders kan. En wat anders kan, zou Theodor Adorno zeggen, moet ook anders.

Ludo Abicht is kernlid van Vlinks.

Herman Van den Reeck wordt op 12 juli om 10u45 herdacht aan zijn begraafplaats op het Schoonselhof in Antwerpen.

Kunnen we het ons honderd jaar later voorstellen? Voorzitters en vertegenwoordigers van alle Vlaamse partijen staan schouder aan schouder rond het grafmonument van Herman Van den Reeck, de negentienjarige ULB-student die tijdens een verboden Guldensporenviering in Antwerpen door een politieagent neergeschoten werd. Zijn dood werd door iedere partij en iedere fractie geclaimd, omdat hij inderdaad in geen enkel politiek of levensbeschouwelijk hokje paste. Hij was lid van de Clarté-groep en dus één van de eerste Vlaamse communisten, maar hij vocht ook voor een onafhankelijk socialistisch Vlaanderen in een nieuwe, pacifistische en radicaal egalitaire wereld, waar plaats zou zijn voor alle levensovertuigingen, kerken, loges en kapellen, zolang ze met elkaar wilden en konden samenleven.De Groote Oorlog had net miljoenen van zijn leeftijdgenoten en nog eens zoveel burgers doen verdwijnen, allemaal mensen die, net als Herman, de kans niet gekregen hebben om aan die noodzakelijke nieuwe wereld te werken. En omdat het om een wereldoorlog ging was het ook normaal dat de grote culturele en literaire stromingen brandhout maakten van de ideologische en politieke grenzen. Het expressionisme had na de gruwelijke slachting van al die soldaten en burgers het recht van een andere Vlaamse, Europese en universele samenleving te dromen die er inderdaad voor zou zorgen dat er "Nooit Meer Oorlog" zou komen en dat niemand nog zou moeten opdraaien voor de grootheidswaanzin van de intussen al voorbijgestreefde keizers, koningen en monarchen en hun industriële sponsors en klassegenoten. Samen met vrienden als Michel Seuphor, die in een van zijn romans naar de dood van Herman Van den Reeck verwees, Paul Van Ostaijen, Max Wildiers en Camille Huysmans had Herman gehoopt dat de tijd voor die andere wereld gekomen was. Wat de anarchisten, communisten, socialisten, christendemocraten, liberalen en Vlaams-nationalisten in die naoorlogse periode verbond was de resolute afwijzing van de oude vormen en gedachten die de waanzinnige wereldoorlog mogelijk gemaakt hadden en de zekerheid dat het echt tijd werd om het tij te keren. De grote Europese steden, van Praag en Berlijn tot en met Dresden en Antwerpen waren gonzende laboratoria geworden, waar hyperactieve geesten met alles experimenteerden wat een verandering leek te beloven, en Herman Van den Reeck paste daar perfect in. Vandaar dat bijna niemand zich verwonderde over de toch wel erg bonte verzameling mannen en vrouwen die op die feestdag met zo'n 30.000 deelnemers naar Borgerhout getrokken waren, omdat de Antwerpse burgemeester Jan De Vos een viering in Antwerpen zelf verboden had.De algemene ontzetting over de vermijdbare dood van Herman - waarom moest de politie voor uitgerekend die gelegenheid gewapend zijn? - versterkte dat gevoel van verbondenheid nog even: in zijn naam ontstonden er pluralistische volkshogescholen en gemengde politieke kringen die ook vandaag nog tot voorbeeld kunnen strekken. Maar de economische wetten en de praktische bezwaren van de burgerlijke en kleinburgerlijke politiek zorgden ervoor dat die eenheid al tien jaar na zijn dood opnieuw verbrokkelde, zodanig zelfs dat de vroegere "vrienden van Herman Van den Reeck" nog onmogelijk samen op één podium konden of wilden gezien worden en meer tijd besteedden aan het ontkennen van het recht van de ander om Hermans erfenis te claimen dan aan de gedachtenis van zijn open pluralisme zelf. Hetzelfde gebeurde overigens ook in andere Europese landen. Zodanig zelfs dat Kurt Tucholsky kon schrijven: En, hop, we waren weer op weg naar een Tweede Wereldoorlog die ongeveer driemaal zoveel vermijdbare en dus moreel onverantwoorde slachtoffers gemaakt heeft.Is Herman Van den Reeck dus vergeefs gestorven?Ja, indien we nu nog altijd niet onze les geleerd hebben dat ideologische en culturele verscheidenheid het tegendeel is van verdeeldheid. Indien dat klopt is er nog weinig hoop voor Vlaanderen en de wereld.Nee, indien we ervan overtuigd raken dat die broze, kwetsbare eenheid van zijn persoon en tijd geen utopische afwijking geweest is, maar een voorzichtig maar duidelijk sienjaal dat het met heel veel inspanning en zelfkritiek ook anders kan. En wat anders kan, zou Theodor Adorno zeggen, moet ook anders.Ludo Abicht is kernlid van Vlinks.