In haar reactie suggereert minister Demir dat de nieuwe regeling op goedkeuring kan rekenen van de Raad van State, omdat er 'van een beperking van de toegang tot de rechter geen sprake zou zijn. Laat staat van inbreuken op grondwettelijke rechten.'

Dat blijkt een erg selectieve lezing: de Raad maakt wel degelijk uitdrukkelijk voorbehoud. Ook de suggesties van de Raad over inspraak vooraf, waarvan de minister aangeeft ze meegenomen te hebben, blijken intussen als onvoldoende bestempeld om de toegang tot de rechter in milieuzaken te waarborgen, zo blijkt uit het Europees Varkens in nood-arrest. Die toegang tot de rechter in milieuzaken is trouwens vastgelegd in het internationaal - en door België ondertekend - verdrag van Aarhus.

Bovendien valt op dat noch de SARO (Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed), noch de MINA (Milieu- en Natuurraad) om advies gevraagd werd. Nochtans is dat verplicht wanneer het milieubeleid in het vizier komt. Dat getuigt van weinig vertrouwen in het eigen juridische huiswerk.

Eigenbelang primeert nog meer

Minister Demir schrijft verderop dat er voor burgers al bij al niet zoveel zal veranderen: wanneer ze persoonlijk gevolgen ondervinden van bepaalde projecten, kunnen ze nog steeds in beroep gaan. Dat klopt. Ook vandaag moet al een belang worden aangetoond. Waarom moeten die regels dan verder worden aangescherpt met dit nieuwe decreet?

De hamvraag is: kunnen mensen die van mening zijn dat de natuur of het leefmilieu gevolgen ondervindt, nog altijd in beroep gaan? Volgens het nieuwe decreet kan een onwettige vergunning enkel vernietigd worden indien die vergunning de verzoeker benadeelt. Tenzij het om een onwettigheid van 'openbare orde' gaat. Dat zal sterk afhangen van hoe de Raad voor Vergunningsbetwistingen 'openbare orde' interpreteert. Helaas bestaat daar geen overzicht van. Ook het decreetvoorstel zelf laat er het raden naar.

Nochtans zou dat een eenvoudige oplossing kunnen zijn voor de discussie: maak in het decreet duidelijk dat natuur en milieu 'van openbare orde' zijn. Aangezien het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu een grondrecht is, is dat de logica zelve.

Meer discussie voor advocaten, minder publiek debat

Met deze decreetwijziging zou ook een "attentieplicht" worden vereist. Dat wil zeggen dat het argument dat wordt ingeroepen bij de rechtbank, ook moet zijn aangehaald tijdens een eerdere inspraakmogelijkheid. Dat gaat voorbij aan het cruciale verschil tussen de inspraakmogelijkheden vooraf en de juridische controle achteraf. De 'attentieplicht' legt de verantwoordelijkheid om juridische mankementen te signaleren bij de burger.

Met de huidige complexe regelgeving, zal dat betekenen dat een advocaat onder de arm nemen een absolute noodzaak wordt. Hiermee schrik je de facto een betrokken burger af. En zo dreigt een openbaar onderzoek een discussie tussen advocaten te worden, in plaats van een publiek debat.

Een gunstig investeringsklimaat

Op de website van het Vlaams Parlement staat over de zitting van vanmiddag: 'in het Vlaams regeerakkoord was afgesproken dat de procedures van de Raad voor Vergunningsbetwistingen zouden worden aangepast zodat ze sneller kunnen worden afgerond en om zo de bestuursrechtspraak af te stemmen op de noden van een gunstig investeringsklimaat.'

Nogal cynisch: een juridisch controle-orgaan moet aangepast worden zodat het beter bijdraagt aan een gunstig investeringsklimaat. Vandaag komt 1% van de vergunningsbeslissingen tot bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Van die beslissingen wordt 60 à 70% vernietigd. Het oordeel van de Vlaamse ombudsdienst daarover is duidelijk: hier is sprake van een kwaliteitsprobleem. Willen we betere projecten, met meer van het maatschappelijk draagvlak waar onze politici de mond vol van hebben? Dan is er in de eerste plaats méér kwaliteit nodig bij de vergunningverlening, niet minder controle op die kwaliteit. Dat is een kwestie van gezond verstand.

De grond van de zaak

Leidt deze aanpassing, zoals minister Demir beweert, tot betere projecten van bij de start? Dat valt te betwijfelen. Het zal vooral zorgen voor extra schrijfwerk voor de advocaten. Telkens zullen ze uitvoerig moeten aantonen dat de indiener van het beroep een eigen belang heeft én dat hij geen kans verzuimd heeft om eerder van zich te laten horen. Méér procedures over de ontvankelijkheid van een dossier dus, en minder over de grond van de zaak.

Is de burger hiermee gebaat? Nee. Wordt het juridisch apparaat ontlast en hun werking geoptimaliseerd, zoals aanvankelijk bedoeld was? Wel integendeel. Alleen voor ontwikkelaars van projecten die op weinig maatschappelijk draagvlak kunnen rekenen, stijgt de kans dat ze door de mazen van het net glippen en Vlaanderen verder vervuilen, verrommelen en versnipperen.

In haar reactie suggereert minister Demir dat de nieuwe regeling op goedkeuring kan rekenen van de Raad van State, omdat er 'van een beperking van de toegang tot de rechter geen sprake zou zijn. Laat staat van inbreuken op grondwettelijke rechten.' Dat blijkt een erg selectieve lezing: de Raad maakt wel degelijk uitdrukkelijk voorbehoud. Ook de suggesties van de Raad over inspraak vooraf, waarvan de minister aangeeft ze meegenomen te hebben, blijken intussen als onvoldoende bestempeld om de toegang tot de rechter in milieuzaken te waarborgen, zo blijkt uit het Europees Varkens in nood-arrest. Die toegang tot de rechter in milieuzaken is trouwens vastgelegd in het internationaal - en door België ondertekend - verdrag van Aarhus.Bovendien valt op dat noch de SARO (Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed), noch de MINA (Milieu- en Natuurraad) om advies gevraagd werd. Nochtans is dat verplicht wanneer het milieubeleid in het vizier komt. Dat getuigt van weinig vertrouwen in het eigen juridische huiswerk.Minister Demir schrijft verderop dat er voor burgers al bij al niet zoveel zal veranderen: wanneer ze persoonlijk gevolgen ondervinden van bepaalde projecten, kunnen ze nog steeds in beroep gaan. Dat klopt. Ook vandaag moet al een belang worden aangetoond. Waarom moeten die regels dan verder worden aangescherpt met dit nieuwe decreet? De hamvraag is: kunnen mensen die van mening zijn dat de natuur of het leefmilieu gevolgen ondervindt, nog altijd in beroep gaan? Volgens het nieuwe decreet kan een onwettige vergunning enkel vernietigd worden indien die vergunning de verzoeker benadeelt. Tenzij het om een onwettigheid van 'openbare orde' gaat. Dat zal sterk afhangen van hoe de Raad voor Vergunningsbetwistingen 'openbare orde' interpreteert. Helaas bestaat daar geen overzicht van. Ook het decreetvoorstel zelf laat er het raden naar. Nochtans zou dat een eenvoudige oplossing kunnen zijn voor de discussie: maak in het decreet duidelijk dat natuur en milieu 'van openbare orde' zijn. Aangezien het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu een grondrecht is, is dat de logica zelve. Met deze decreetwijziging zou ook een "attentieplicht" worden vereist. Dat wil zeggen dat het argument dat wordt ingeroepen bij de rechtbank, ook moet zijn aangehaald tijdens een eerdere inspraakmogelijkheid. Dat gaat voorbij aan het cruciale verschil tussen de inspraakmogelijkheden vooraf en de juridische controle achteraf. De 'attentieplicht' legt de verantwoordelijkheid om juridische mankementen te signaleren bij de burger. Met de huidige complexe regelgeving, zal dat betekenen dat een advocaat onder de arm nemen een absolute noodzaak wordt. Hiermee schrik je de facto een betrokken burger af. En zo dreigt een openbaar onderzoek een discussie tussen advocaten te worden, in plaats van een publiek debat. Op de website van het Vlaams Parlement staat over de zitting van vanmiddag: 'in het Vlaams regeerakkoord was afgesproken dat de procedures van de Raad voor Vergunningsbetwistingen zouden worden aangepast zodat ze sneller kunnen worden afgerond en om zo de bestuursrechtspraak af te stemmen op de noden van een gunstig investeringsklimaat.' Nogal cynisch: een juridisch controle-orgaan moet aangepast worden zodat het beter bijdraagt aan een gunstig investeringsklimaat. Vandaag komt 1% van de vergunningsbeslissingen tot bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Van die beslissingen wordt 60 à 70% vernietigd. Het oordeel van de Vlaamse ombudsdienst daarover is duidelijk: hier is sprake van een kwaliteitsprobleem. Willen we betere projecten, met meer van het maatschappelijk draagvlak waar onze politici de mond vol van hebben? Dan is er in de eerste plaats méér kwaliteit nodig bij de vergunningverlening, niet minder controle op die kwaliteit. Dat is een kwestie van gezond verstand.Leidt deze aanpassing, zoals minister Demir beweert, tot betere projecten van bij de start? Dat valt te betwijfelen. Het zal vooral zorgen voor extra schrijfwerk voor de advocaten. Telkens zullen ze uitvoerig moeten aantonen dat de indiener van het beroep een eigen belang heeft én dat hij geen kans verzuimd heeft om eerder van zich te laten horen. Méér procedures over de ontvankelijkheid van een dossier dus, en minder over de grond van de zaak. Is de burger hiermee gebaat? Nee. Wordt het juridisch apparaat ontlast en hun werking geoptimaliseerd, zoals aanvankelijk bedoeld was? Wel integendeel. Alleen voor ontwikkelaars van projecten die op weinig maatschappelijk draagvlak kunnen rekenen, stijgt de kans dat ze door de mazen van het net glippen en Vlaanderen verder vervuilen, verrommelen en versnipperen.