Maar liefst 60% van de Afro-descendenten in ons land heeft een hogere opleiding genoten. Ter vergelijking: in 2016 waren 37,5% van alle 25-64-jarigen in ons land hoogopgeleid. Toch zorgt dat hoog opleidingsniveau lang niet altijd voor een succesvolle loopbaan. Bijna een op de drie is werkloos. Voor de eerste generatie Afro-Belgen is het maar liefst vier keer zo moeilijk om aan werk te geraken.
...

Maar liefst 60% van de Afro-descendenten in ons land heeft een hogere opleiding genoten. Ter vergelijking: in 2016 waren 37,5% van alle 25-64-jarigen in ons land hoogopgeleid. Toch zorgt dat hoog opleidingsniveau lang niet altijd voor een succesvolle loopbaan. Bijna een op de drie is werkloos. Voor de eerste generatie Afro-Belgen is het maar liefst vier keer zo moeilijk om aan werk te geraken.Indien ze er toch in slagen een job te bemachtigen, ligt het werk vaak onder hun opleidingsniveau. Zo is 56% van de Afro-descendenten eigenlijk overgekwalificeerd voor de job die ze uitoefenen. Mannelijke Afro-descendenten hebben in tegenstelling tot vrouwen meer keuze in welke sector ze onder hun niveau gaan werken. Het vaakst worden ze magazijnier, verkoper of arbeider. Vrouwen kunnen vaak enkel aan de slag in een beperkt aantal sectoren die aansluit bij hun etnisch profiel. Zo komen ze vaak terecht in de schoonmaaksector, als hulpverzorgende of als verpleegster.Er zijn verscheidene redenen waarom Afro-descendenten vaker werkloos zijn en onder het niveau van hun hoogst behaalde diploma werken. Slechts de helft van de Afro-descendenten behaalden hun diploma in België. In 35% van de gevallen werd het hoogste diploma in het buitenland behaald, en wordt dat certificaat niet of slechts gedeeltelijk erkend. Deze laatste groep loopt bijna tweemaal meer kans op werkloosheid in vergelijking met diegenen die hun certificaat in België hebben behaald.Anderzijds speelt ook discriminatie een grote rol. Meer dan drie op de vier Afro-descendenten geven aan dat ze niet dezelfde kansen krijgen tijdens de zoektocht naar hun gewenste job. Bijna tachtig procent verklaart overigens dat ze het slachtoffer waren van discriminatie, ongelijke behandeling en beledigingen omdat ze een andere huidskleur hebben of een andere origine hebben.Deze discriminatie ervaren de Afro-descendenten voornamelijk wanneer ze op zoek gaan naar werk of een huis, maar ook op de werkplek of op school. Maar liefst de helft van de respondenten voelt zich in het onderwijs gediscrimineerd. Zes op de tien voelen zich wel degelijk Belg, maar bijna negen op de tien Afro-descendenten vinden dat ze als vreemdeling worden gepercipieerd. 'De resultaten verassen ons niet. Vele personen met Subsaharaanse origine die hoogopgeleid naar hier zijn gekomen, of hier hun hogere studies hebben afgerond, lopen vaak tegen een muur van ongelijke behandeling. Terwijl ze wel hun kansen grijpen', verklaart Landry Mawungu, directeur van het Minderhedenforum.'Discriminatie en racisme heeft een grote impact op de persoonlijke ontplooiing van deze mensen, hun talenten, competenties en ervaringen worden ondergewaardeerd en onbenut', voegt Mawungu toe. Het Minderhedenforum vraagt dan ook voor een proactieve aanpak van discriminatie. 'Nogmaals toont een onderzoek de nood aan om discriminatie hardnekkig aan te pakken en proactief in te zetten op praktijktesten.'Van de mensen met Afrikaanse roots die vast in België verblijven, heeft 56% een Belgisch paspoort. Slechts 9% van hen werd echter hier geboren en heeft zo de Belgische nationaliteit. De overige 47% heeft intussen de Belgische nationaliteit verworven.Toch is het aandeel Afro-descendenten met een Belgisch paspoort eerder aan de lage kant. Van de mensen met een Marokkaanse en Turkse achtergrond die in België wonen, heeft respectievelijk 91% en 93% de Belgische nationaliteit.Verklaring daarvoor is dat België als een van de weinige landen broodnodige arbeiders na de Tweede Wereldoorlog niet ging halen in hun toenmalige kolonies, maar eerder in Marokko, Turkije en Italië. De migratie van de zogenaamde Afro-descendenten kwam pas op gang in de jaren tachtig en had meer persoonlijke motieven. Zo'n 34% van de Afro-descendenten kwamen naar ons land omdat ze hier wilden studeren, gevolgd door de 28% die omwille van familiale reden in ons land terecht kwamen. Dat heeft tot gevolg dat in 78% van de gevallen de hele familie van de ondervraagde personen in ons land wonen. Een vierde van de respondenten gaf ten slotte aan dat ze zijn gevlucht uit een conflictgebied, het gaat hier vooral om Rwandezen.Dat Afro-Belgen moeilijker aan werk geraken, dat ze vaker onder hun niveau aan de slag gaan en het feit dat ze nog niet erg lang op Belgische bodem verblijven, maakt dat de bevolkingsgroep voorlopig maar moeizaam tot in de politieke, culturele en economische elite is kunnen doordringen. 'Dat uit zich ook in het Zwartepietendebat', zegt Ilke Adam, die als onderzoekster van de Vrije Universiteit Brussel meewerkte aan het onderzoek. 'In Nederland kan de elite zich via de media wel kenbaar maken over het koloniale verleden, in tegenstelling tot in België. Ik verwacht dat dat hier in de toekomt ook nog zal gebeuren eens ze wel structureel tot de elite zijn doorgedrongen. Zeker omdat de Afro-Belgen menen dat het koloniale verleden te weinig aan bod komt.'Dat laatste blijkt ook uit de resultaten. Maar liefst 91% van de ondervraagden vindt dat de koloniale geschiedenis op school moet worden onderwezen. En driekwart van de Afro-descendenten vindt dat deze kwestie meer aan bod moet komen tijdens het politieke debat. In het licht van de discussie of straatnamen en standbeelden is er bij mensen met Congolese, Rwandese en Burundese origine niet enorm veel animo. Al is het gros de Afro-descendenten uit de voormalige Belgische kolonies het over een ding wel eens. 58% van hen vindt een naamsverandering van het Lumumbaplein in Brussel een legitieme eis.De onderzoekers besluiten dan ook dat 'we in de toekomst niet zonder publiek collectief debat kunnen over het gedeelde koloniaal verleden. We mogen de kans niet mislopen om een gemeenschappelijke geschiedenis en een nationaal verhaal te vertellen.' Bovendien roepen ze de overheid op om iets aan de structurele discriminatie te doen: 'Zowel de structurele marginalisering van deze burgers als de gebrekkige kennis van deze groepen bij de overheid, doet denken aan de situatie van Marokkaanse migranten in de jaren tachtig. De lange tijd verwaarloosde malaise ontaarde toen in geweld. Ook de recentelijke rellen in Brussel kwamen niet uit de lucht vallen. Er moet dus dringend rekening gehouden worden met het menselijke en het sociaaleconomische potentieel, en er moet geluisterd worden naar hun vraag om erkenning', klinkt het.