Woensdag presenteerde de Koning Boudewijnstichting verontrustende studieresultaten over mensen met Afrikaanse roots die in ons land wonen, de zogenaamde Afro-descendenten,. Hoewel zes op de tien hoogopgeleid zijn, ligt de werkloosheid bij de eerste generatie maar liefst vier keer hoger dan bij de gemiddelde bevolking. Bovendien werkte 56% van diegenen die toch een job vonden onder hun niveau.
...

Woensdag presenteerde de Koning Boudewijnstichting verontrustende studieresultaten over mensen met Afrikaanse roots die in ons land wonen, de zogenaamde Afro-descendenten,. Hoewel zes op de tien hoogopgeleid zijn, ligt de werkloosheid bij de eerste generatie maar liefst vier keer hoger dan bij de gemiddelde bevolking. Bovendien werkte 56% van diegenen die toch een job vonden onder hun niveau.Niet alleen de gebrekkige erkenning van buitenlandse diploma's, maar ook structurele discriminatie blijkt vaak de schuldige. Vier op de vijf Afro-descendenten gaven aan dat ze worden gediscrimineerd tijdens hun zoektocht naar werk of een woning. De helft van hen ondervond tevens discriminatie in het onderwijs. Meer dan negen op de tien vinden dat ze nog steeds als vreemdeling worden gepercipieerd.Vier op de tien Afro-descendenten wonen in het Brussel Hoofdstedelijk Gewest, waarvan een derde werkloos is. Knack vroeg aan staatssecretaris voor Gelijke Kansen Bianca Debaets (CD&V) wat deze alarmerende conclusies ons vertellen en wat er moet gebeuren.BIANCA DEBAETS: De resultaten zijn natuurlijk erg verontrustend. De omvang en de grootte van de discriminatie had ik niet zozeer verwacht, maar in het geheel komt dit niet als een verrassing. We horen vaak getuigenissen van mensen die op muren botsen bij het zoeken naar huisvesting of werk.DEBAETS: We zijn inderdaad de eerste overheid in ons land die dat heeft goedgekeurd. In onze regering was daar vrij snel consensus rond omdat we uit eerder onderzoek wel al wisten dat er wel degelijk structurele problemen zijn. Bovendien heeft de regering op mijn initiatief de discriminatiewetgeving aangepast en verstrengd. Ze is nu uitgebreid naar goederen en diensten.DEBAETS: Een voorbeeld: af en toe hoor je verhalen over zwarte jongeren die de toegang tot discotheken wordt ontzegd omwille van hun huidskleur. Vroeger was het aan diegene die werd geweigerd om te bewijzen dat hij effectief werd gediscrimineerd. We hebben die bewijslast nu verspreid. Dat betekent dat ook de discotheekeigenaar moet bewijzen dat hij niet heeft gediscrimineerd. Dat maakt het voor slachtoffers een stuk eenvoudiger om indien nodig klacht in te dienen.DEBAETS: Misschien is een lichtpunt wel dat de jongeren van de tweede generatie minder aangeven dat ze het gevoel hebben bekeken te worden als vreemdeling. Bovendien voelen ze zich meer thuis in België dan hun ouders. Ik merk zelf ook dat jongeren daar veel minder bevangen mee omgaan. Ik ben zelf pleegmama van een jongen met Rwandese roots. Als hij met zijn vrienden in Brussel op stap gaat, ziet hij de verschillen niet meer zo uitgesproken. Voor hen is de superdiversiteit in Brussel een evidentie geworden.DEBAETS: Dat is natuurlijk een fenomeen dat heel moeilijk aan te pakken is. Praktijktesten kunnen wel zoden aan de dijk stellen, maar we proberen vandaag vooral met praktijkgerichte campagnes iedereen te bereiken. Afgelopen maandag zijn we nog met een campagne gestart op de sociale media en affiches in het straatbeeld om mensen wakker te schudden en te wijzen op het feit dat racistische veralgemeningen geen plaats hebben in onze maatschappij.Daarnaast hebben we subsidies gegeven aan een tiental organisaties die daarmee heel concreet aan de slag gaan om discriminatie tegen te gaan. Een van de voorbeelden is het project Racism: Game Over, waarbij de drie grote vakbonden en tal van grote bedrijven acties opzetten om mensen te sensibiliseren. Zij zijn namelijk heel goed geplaatst om actie te ondernemen, op de werkvloer moet het gebeuren. Daarom geven we hen al drie jaar op rij financiële ruggensteun.DEBAETS: Eerst en vooral wil ik benadrukken dat de bevragingen grotendeels hebben plaatsgevonden voor deze nieuwe regering op post zat. Maar daar wil ik me eigenlijk niet achter verschuilen. We zijn er wel in geslaagd - onder licht voorbehoud - om het budget voor Gelijke Kansen met veertig procent te verhogen, althans als dit maandag in het parlement wordt goedgekeurd.Die verhoging komt er omdat we er ons natuurlijk van bewust zijn dat er ons nog tal van uitdagingen staan te wachten op vlak van Gelijke Kansen en Discriminatie. Maar de maatregelen die we voorlopig hebben genomen, en het feit dat we de grassroots-werking en de campagnes hebben opgevoerd, toont aan dat we dit met de regering echt wel ernstig nemen. DEBAETS: Ik begrijp hun bekommernis. In die zin is het belangrijk dat we voldoende kansen scheppen. We moeten een klimaat creëren waarbij de obstakels zoveel mogelijk worden weggewerkt. Maar de liefde moet natuurlijk van twee kanten komen. Er worden veel kansen geboden, denk maar aan het ruime aanbod opleidingen, projecten en zoveel meer. We mogen ook verwachten dat er met die kansen effectief iets wordt gedaan. Het is altijd een wisselwerking.DEBAETS: Absoluut. Vooral het preventieve werk is belangrijk. Het Time-out-project in Brussel probeert jongeren die structureel spijbelen en problematisch gedrag vertonen - ze hebben vaak een migratieachtergrond - terug een structuur te bieden. De resultaten zijn alvast bemoedigend, aangezien meer dan tachtig procent naar de schoolbanken terugkeert. Zulke hulpverlening op maat is bijzonder belangrijk.