Dieter Lesage over antipolitiek bij links: ‘Het coronaprotest van sommige artistieke organisaties was niet onschuldig’

© National
Tex Van berlaer
Tex Van berlaer Journalist Knack.be

In sommige kringen is het mode om het parlement te hekelen. Filosoof Dieter Lesage probeert dat veelal linkse antiparlementarisme te ‘ontmaskeren’.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

‘Het verkiezingssucces van rechtse politici kan alleen door links gecounterd worden als dat in verkiezingen blijft geloven’, schrijft Dieter Lesage in zijn nieuwe boek Het parlement en de velen. De filosoof woont al jaren in Berlijn, maar houdt via zijn werk aan het Brusselse RITCS de vinger aan de pols in Vlaanderen. Ook bij ons merkt Lesage dat het in bepaalde kringen mode is om het parlement als de meest abominabele plek op aarde voor te stellen. ‘Maar wanneer we verkiezingen afschaffen, helpen we de democratie om zeep.’

Verkiezingen afschaffen? Dan denken we spontaan aan Tegen verkiezingen (2013), het ‘pamflet’ waarin David Van Reybrouck gelote burgers naar voren schuift als vervanging of aanvulling van de parlementaire vertegenwoordiging.

Dieter Lesage: Ik waardeer David Van Reybrouck, maar zijn stellingen zijn problematisch. Het parlement vertegenwoordigt iets wat de moeite waard is om verdedigd te worden. Voor mij zijn er drie belangrijke elementen in een democratie: verkiezingen, vertegenwoordiging en parlementaire meerderheden. Elk van die drie elementen kunnen we verbeteren, maar we moeten het kind niet met het badwater weggooien. Hier en daar beginnen parlementen wel te werken met gelote burgers, maar het zijn de verkózen parlementariërs die dat beslissen. Het verwondert mij dat Van Reybrouck dat er nooit bij zegt.

Critici van de parlementaire werking nemen vaak de particratie op de korrel. Volksvertegenwoordigers volgen niet hun eigen inzichten, maar behartigen partijbelangen. Dat kunt u toch niet ontkennen?

Lesage: In mijn lessen vraag ik mijn studenten geregeld wat zij het belangrijkste orgaan vinden: het parlement of de regering. Natuurlijk antwoorden zij het tweede. En dat terwijl de regering maar kan regeren bij gratie van het parlement: wij verkiezen geen ministers. Voor mij is het parlement het belangrijkste orgaan in een democratie. Dat betekent niet dat het niet beter kan. Zijn de parlementen bijvoorbeeld wel representatief genoeg? Een volstrekt wit parlement kan in het Westen niet representatief zijn, maar ik vind niet dat een parlement een statistische afspiegeling moet zijn van de bevolking.

De opkomstplicht is een besparingsmaatregel.

In uw boek herhaalt u telkens weer de zin ‘wij zijn de velen’. Waarom hecht u zo veel belang aan die slogan?

Lesage: Het concept ‘de velen’ komt al voor in teksten uit de Griekse oudheid. Het werd opgepikt door de protestbeweging Occupy Wall Street, die vanaf 2011 sprak over ‘we are the 99%’. Toen er discussie ontstond over of we nu de 99 dan wel de 99,9 procent zijn, werd de slogan veranderd naar ‘we are the many’, wij zijn de velen. Ik probeer die abstracte ‘velen’ vorm te geven. Voor mij hebben ‘de velen’ het hoogste gezag in een staat. Door het parlementarisme onderuit te halen, bestaat het gevaar dat men de kracht van ‘de velen’ onderuithaalt.

Maakt u de beweging van het anti-parlementarisme niet groter dan ze is? Behalve Van Reybrouck citeert u links-radicale filosofen als Alain Badiou en Jacques Rancière, die niet echt bekend zijn bij het grote publiek. Waarom zouden we ons zorgen maken?

Lesage: We moeten ons bijtijds zorgen maken. Het grote publiek kent hen misschien niet, maar ze zijn de meest gerespecteerde filosofen van het moment. Iemand als de Sloveense filosoof Slavoj Zizek kan een zaal als Bozar uitverkopen, hij is een popster. Wat betekent het wanneer zulke retorisch begaafde filosofen keer op keer de afschaffing van de parlementaire democratie bepleiten? Bij het schrijven van mijn boek had ik een bepaald publiek in gedachten: cultuurproducenten, kunstenaars, artistieke instellingen. Als kunstminnend persoon maak ik me zorgen.

U legt ook de link tussen antiparlementarisme en anti-etatisme.

Lesage: In sommige artistieke kringen is het niet alleen bon ton om tegen de representatieve democratie in te gaan, maar ook tegen de staat zelf. Dat merkten we bij het protest van een aantal artistieke organisaties tegen de coronamaatregelen. En dat is niet onschuldig. Volgens mij is de staat er niet enkel om te bewaken en te bestraffen, maar ook om te zorgen. De staat is een zorgverstrekker, dat zagen we tijdens de pandemie.

U richt uw pijlen grotendeels op links. Maar ligt het grotere gevaar niet bij de opkomst van zogenaamde illiberale democratieën, zoals die van de reactionaire Hongaarse leider Viktor Orban?

Lesage: Ik deel die strijd. Maar als links het belang van verkiezingen wegwuift, dan is de winst van rechts voorgeprogrammeerd.

U doet een opmerkelijk voorstel: laat vakbonden en andere verenigingen kandidatenlijsten indienen bij verkiezingen. Zo dreigen er nog meer partijen in het parlement te komen.

Lesage: Het klopt dat het nu al zeer complex is om een regering te vormen, en straks moet dat misschien met pakweg twaalf instanties. Maar dat is juist waar het in de politiek om draait. De retoriek die het aantal partijen problematiseert, is zelf problematisch. Ook een systeem met maar twee partijen kan blokkeren, kijk maar naar de Verenigde Staten.

Ergens in uw boek stelt u de creatie van een wereldparlement voor. Sta ons toe om kritisch te zijn.

Lesage: Ik vind het een logisch idee. Het is interessant dat uitgerekend liberalen het altijd wegwuiven. Nochtans is het de logische uitkomst van liberaal denken: elke wereldburger krijgt één stem. Dat het wereldparlement nog niet bestaat, is geen kwestie van organisatie, maar van macht. Bij een alliantie tussen Chinese, Indiase en Afrikaanse vertegenwoordigers, wordt het Westen weggestemd. Daarom is het Westen er niet happig op.

Iets dichter bij huis: wat denkt u van de beslissing van de Vlaamse regering om de opkomstplicht bij de gemeenteraadsverkiezingen op te heffen?

Lesage: Het is onbegrijpelijk dat een liberale partij (Open VLD levert met Bart Somers de verantwoordelijke minister, nvdr) hier een punt van maakt. Het is onverzoenbaar om de democratische burgerzin te promoten en tegelijkertijd te zeggen dat wie daar geen zin in heeft vooral niet hoeft te gaan stemmen. In landen zonder opkomstplicht voeren ze dure campagnes om kiezers te lokken. Een beetje cynisch zou je kunnen zeggen dat de opkomstplicht een besparingsmaatregel is.

‘Wie de verdediging van het parlementarisme op zich neemt,’ schrijft u, ‘loopt het risico afgeschilderd te worden als verdediger van een kapitalistisch status quo’. Kreeg u dat verwijt al?

Lesage: Ik ken nogal wat kunstenaars die het anarchisme genegen zijn. Sommigen van hen zijn mijn beste vrienden. Ik voel mij geroepen om hén te provoceren. (glimlacht) Het hoeven niet altijd de anarchisten te zijn die de goegemeente op stang jagen. Het kan ook andersom.

Dieter Lesage

– 1966 geboren in Roeselare

– 1984-1990 studie filosofie (KU Leuven, Parijs)

– 1993 doctor in de wijsbegeerte (KU Leuven)

– 2010-2014 onderzoeker aan de VUB

– 2013-2015 directeur van de School of Arts RITCS

– 2015-vandaag docent en onderzoeker van RITCS

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content