Slaakte u de voorbije weken ook een zucht van verlichting wanneer u overvallen werd door een forse plensbui? Volgens experts hebt u daar alle reden toe. De zomer van 2018 was immers op ongeveer elk gebied uitzonderlijk. Vooral in mei en juni viel er amper regen. In combinatie met de hoge temperaturen in juli leidde dat op verschillende plekken in Vlaanderen tot grondwaterschaarste. Er kwam onder andere een sproeiverbod.
...

Slaakte u de voorbije weken ook een zucht van verlichting wanneer u overvallen werd door een forse plensbui? Volgens experts hebt u daar alle reden toe. De zomer van 2018 was immers op ongeveer elk gebied uitzonderlijk. Vooral in mei en juni viel er amper regen. In combinatie met de hoge temperaturen in juli leidde dat op verschillende plekken in Vlaanderen tot grondwaterschaarste. Er kwam onder andere een sproeiverbod. Na die uitzonderlijk droge zomer bracht de afgelopen winter geen overmatige hoeveelheden regen. 'Daardoor is het tekort dat we de voorbije zomer hebben opgebouwd niet helemaal bijgevuld' zegt Patrick Willems, hoogleraar rivierkunde aan de KU Leuven. Het goede nieuws is dat we desondanks min of meer op de goede weg lijken. Willems schat dat er van vandaag tot de zomer nog ongeveer 200 millimeter neerslag moet vallen om een nieuwe droge periode door te kunnen komen. Ter vergelijking: in Ukkel bedraagt de gemiddelde neerslag in juni 71,8 mm. 'Als het de komende maand blijft regenen en de zomer geen abnormale periodes van droogte kent, is er geen probleem. Als het wél uitzonderlijk droog blijft, zullen de problemen nog groter zijn dan vorig jaar.' Volgens cijfers van de OESO beschikt de gemiddelde Vlaming over 1657 kubieke meter water per jaar. In Europa beschikken enkel Italianen en Tsjechen over minder water. Nederland heeft volgens diezelfde cijfers maar liefst 5491 kubieke meter water per inwoner. 'Vlaanderen is bijzonder kwetsbaar voor droogte', benadrukt Willems. 'Dat komt door onze grote bevolkingsdichtheid. We moeten te weinig water over te veel mensen verdelen. Zolang het klimaat stabiel was, kwamen we nooit in de problemen. Een zomer als die van 2018 kwam tot nu toe gemiddeld één keer om de veertig jaar voor, maar door de klimaatverandering zal dat frequenter gebeuren.' Ook wat betreft kwaliteit laat de Vlaamse waterhuishouding te wensen over. Zo moeten de Vlaamse waterlopen tegen 2027 voldoen aan de Europese kaderrichtlijn Water. Die richtlijn moet ervoor zorgen dat EU-lidstaten de gevolgen van overstromingen en periodes van droogte kunnen beperken. Daarbij worden de waterlopen zowel op chemische als op biologische samenstelling gequoteerd. Volgens cijfers van de Vlaamse Milieumaatschappij verkeert 80 procent van de waterlopen in slechte ecologische toestand. 'Het is eenvoudig: die norm halen we nooit', zegt Peter Goethals, professor waterecologie aan de Universiteit Gent. 'Zelfs als je vandaag alle aanvragen zou indienen, duurt het nog zes à tien jaar voor dat allemaal geïmplementeerd wordt. Bovendien duurt het daarna nog meerdere jaren voor je een effect ziet op de chemische en biologische samenstelling van het water.' Dat Vlaanderen zo slecht scoort, ligt vooral aan een historisch opgebouwde achterstand, die de voorbije jaren maar moeizaam werd aangepakt. Veel heeft te maken met de gebrekkige ruimtelijke ordening, waardoor Vlamingen bijzonder verspreid wonen. Dat drijft de kosten voor nutsvoorzieningen, zoals riolering en waterzuivering, gevoelig op. Een gevolg van die versnippering is dat ongeveer 16 procent van het huishoudelijke afvalwater nog steeds niet gezuiverd wordt. Vooral in de meer landelijke delen van Vlaanderen wordt veel afvalwater nog steeds ongezuiverd in de plaatselijke waterlopen geloosd. 'We hebben bij het uitbouwen van het rioleringsnetwerk vooral geïnvesteerd in de grote afvalwaterstromen, zoals die in steden', zegt Goethals. 'Dat is op zich een logisch idee, maar het zorgt tegelijk ook voor grote inefficiënties. Zolang je 16 procent van je afvalwater ongezuiverd blijft lozen, is het moeilijk om de toestand te verbeteren.' Mirakeloplossingen bestaan in dezen niet, waarschuwen experts. Voor extra waterbekkens, die in natte periodes een buffer kunnen vormen voor de droogte, is maar weinig plaats. Willems pleit voor meer hergebruik van water. 'Voor irrigatie van landbouwgrond kun je perfect licht vervuild water gebruiken. Ook in de industrie heb je niet voor alle productieprocessen zuiver water nodig.' Een andere uitdaging ziet Willems bij het particuliere gebruik. 'Er wordt nog steeds ontzettend veel water verspild. Mensen moeten echt gaan beseffen dat het waanzin is om met drinkwater het gazon te sproeien. Daar moeten we echt vanaf.' Tegelijk beseft Willems dat hij geen populaire boodschap brengt. In de landelijke gemeentes is de interesse voor rioleringswerken doorgaans beperkt. 'Vaak ben je erg afhankelijk van de technische dienst. Als je in zo'n gemeente een ingenieur vindt die er de schouders onder wil zetten, gaat het bestuur vaak mee in het verhaal. Als je die niet hebt, wordt het een moeilijke zaak. De Vlaamse overheid is daarbij sowieso veel te afwachtend. We laten het lopen, en we reageren pas als het te laat is.' Zo gaat het ook met het droogtebeleid. Na de waarschuwing van de voorbije zomer ziet Willems op politiek vlak eindelijk iets bewegen (zie kadertjes). 'Niets te vroeg, vindt hij. 'Wij waarschuwden al tien jaar dat we in de problemen zouden komen met onze watervoorraad, maar dat werd eigenlijk nooit ernstig genomen. Pas nadat we vorige zomer met de neus op de feiten werden gedrukt, is de politieke wereld wakker geschud. Op den duur zou je bij wijze van spreken hopen dat we weer zo'n droge periode tegemoet gaan, om onze politici bij de les te houden.'