Op 31 januari doet de Antwerpse correctionele rechtbank uitspraak in de zaak-Isopropanol. De douane vervolgt drie Vlaamse bedrijven die tussen 2014 en 2016 honderden tonnen chemische producten naar Syrië exporteerden zonder de nodige exportvergunning. Daaronder isopropanol, een grondstof voor saringas. De douane vraagt de rechter om A.A.E. Chemie Trading en twee dienstenbedrijven monsterboetes op te leggen. Het Openbaar Ministerie vraagt gevangenisstraffen voor de betrokken zaakvoerders, de verdediging pleit voor vrijspraak.
...

Op 31 januari doet de Antwerpse correctionele rechtbank uitspraak in de zaak-Isopropanol. De douane vervolgt drie Vlaamse bedrijven die tussen 2014 en 2016 honderden tonnen chemische producten naar Syrië exporteerden zonder de nodige exportvergunning. Daaronder isopropanol, een grondstof voor saringas. De douane vraagt de rechter om A.A.E. Chemie Trading en twee dienstenbedrijven monsterboetes op te leggen. Het Openbaar Ministerie vraagt gevangenisstraffen voor de betrokken zaakvoerders, de verdediging pleit voor vrijspraak. Waarom heeft de douane de 24 vergunningsplichtige exporten naar Syrië zomaar laten passeren? Dat is de hamvraag. Het antwoord staat in de 'Audit Controle Gevoelige Goederen in het kader van de zaak Isopropanol'. Knack kreeg het rapport vorige week in handen na een procedureslag op basis van de Wet openbaarheid van bestuur. De inspectiedienst van de douane kreeg op 23 februari 2018 de vraag de audit te beginnen, kort nadat Knack contact met de douane had opgenomen met verontrustende aanwijzingen over de export van isopropanol naar Syrië. 'De meeste controlezwakheden bevinden zich in de eerste lijn', besluit de audit. Op basis van een steekproef over isopropanol-export stelde de inspectiedienst vast dat 'veel fysieke controles werden gevraagd maar zo goed als geen uitgevoerd'. De douane controleerde doorgaans alleen de documenten, niet de chemicaliën. Ondervraagde douaniers gaven aan dat ze onder tijdsdruk stonden, dat het moeilijk was om de Europese wetgeving te consulteren in het interne douanesysteem, en dat de selectieprofielfiche om fraude te detecteren onvoldoende informatief was. Erger nog: de internetcapaciteit op de grensinspectiepost was tot begin 2018 onvoldoende om extra opzoekingen te doen. Bovendien waren de douaniers onvoldoende opgeleid. Tot slot argumenteert de douane dat de aangiftes van de chemicaliën foutief waren ingevuld. De inspectiedienst onderzocht ook of het controleproces voor uitvoer van goederen waarop restricties van toepassing zijn voldoet aan de principes van interne controle. Daarbij werden 'heel wat controlezwakheden geïdentificeerd', verbonden aan te beperkte middelen. Het gevolg: 'De inspectiedienst kan geen redelijke zekerheid geven dat risico's worden beheerst.' Er bleken onduidelijkheden rond rollen en verantwoordelijkheden, sommige instructies waren niet meer actueel, en ook opleiding en bewustzijn bleken verbeterpunten. Zowel met de interne als externe communicatie werden problemen vastgesteld. Er was zelfs geen eenduidige verificatiemethode om 'zuiverheidsgehalte of samenstelling van gevoelige strategische goederen' vast te stellen. Het ontbrak aan een centrale databank met informatie over eerdere overtredingen. En de kwaliteit van de uitgevoerde controles werd niet daadwerkelijk gemonitord. Ten slotte was het niet duidelijk welke procedure de douane moest volgen nadat ze een inbreuk tegen de exportbeperkingen had vastgesteld. Het auditverslag somt 17 concrete aanbevelingen en verbeteracties op, zoals praktijkgerichte opleidingen voor douaniers en duidelijke communicatierichtlijnen. Kristian Vanderwaeren, administrateur-generaal van de douane, zegt dat er intussen verschillende acties zijn ondernomen om de controlesysteem te verbeteren. 'Om de uitvoerrisico's beter in te schatten, is bijvoorbeeld een structureel beter overleg ontwikkeld met de diensten die vergunningen afleveren in Vlaanderen, Wallonië en Brussel.'