Het was ontluisterend dat minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA) er zelf op moest aandringen. Na urenlang heftig debat over het dossier van de PFOS-vervuiling in en rond Zwijndrecht verklaarde de minister dat het Vlaams Parlement zelf beslist over zijn werkzaamheden, maar dat een onderzoekscommissie volgens haar 'het meest transparante instrument' is om het dossier te onderzoeken, want 'gezien de complexiteit en de historiek van het dossier is het van belang om het onderste uit de kan te halen'. Het illustreert de ondraaglijke lichtheid van het Vlaams Parlement.
...

Het was ontluisterend dat minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA) er zelf op moest aandringen. Na urenlang heftig debat over het dossier van de PFOS-vervuiling in en rond Zwijndrecht verklaarde de minister dat het Vlaams Parlement zelf beslist over zijn werkzaamheden, maar dat een onderzoekscommissie volgens haar 'het meest transparante instrument' is om het dossier te onderzoeken, want 'gezien de complexiteit en de historiek van het dossier is het van belang om het onderste uit de kan te halen'. Het illustreert de ondraaglijke lichtheid van het Vlaams Parlement. Normaal mag je verwachten dat de oppositie aandringt op de oprichting van een onderzoekscommissie, maar geen van de 23 parlementsleden van het Vlaams Belang, 14 van Groen, 13 van Vooruit of van de PVDA vond dit dossier blijkbaar de moeite waard om zo'n onderzoekscommissie te eisen. Die kritische opstelling had natuurlijk ook kunnen komen van een van de 35 N-VA'ers, 19 CD&V'ers of 15 Open VLD'ers, ook al vormen die partijen de regering-Jambon (Sihame El Kaouakibi heeft sinds kort zitting als onafhankelijke maar is wegens ziekte al enige tijd afwezig). Want het Vlaams Parlement is een legislatuurparlement: het kan niet worden ontbonden voor de zittingsperiode van vijf jaar voorbij is, en er kunnen dus geen vervroegde verkiezingen worden gehouden. Dat is te vergelijken met een gemeenteraad die voor een periode van zes jaar is verkozen en evenmin kan worden ontbonden. Toen het legislatuurparlement in Vlaanderen werd ingevoerd, reageerden commentatoren enthousiast. 'Het is fundamenteel voor een herwaardering van het parlement', zo luidde het. 'Het betekent immers dat een meerderheid in het parlement de regering zal kunnen vragen om haar huiswerk over te doen, zonder dat meteen het voortbestaan van de regering op de helling wordt gezet', schreef bijvoorbeeld Stefaan Huysentruyt dertig jaar geleden in De Tijd. 'Nu maken voorstellen van parlementsleden meestal geen schijn van kans. Ofwel omdat ze er als lid van de meerderheid geen mogelijke regeringscrisis voor overhebben, en dus hun voorstellen inslikken. Ofwel omdat ze er als lid van de oppositie van verdacht worden sowieso de regering te willen doen vallen, en dus hun voorstellen steevast weggestemd zien door de meerderheid. De verdwijning van het spook van vervroegde verkiezingen zal in ieder geval een serieuze aanzet vormen tot het doorbreken van de huidige stereotiepe en steriele verhouding tussen meerderheid en oppositie.' Het legislatuurparlement heeft de stereotiepe en steriele verhoudingen tussen meerderheid en oppositie niet doorbroken. Ook van een slagvaardig parlement is geen sprake. Dat komt onder meer doordat de parlementsleden niet slagvaardig mogen zijn van hun partijvoorzitter: bij ons is een fractieleider ondergeschikt aan een partijvoorzitter. In Nederland en Angelsaksische landen is dat omgekeerd, daar zet de fractieleider de politieke lijnen uit en is de partijvoorzitter de manager. Wie kent trouwens de fractieleiders van het Vlaams Parlement? Laten we eerlijk zijn: bij ons wordt je fractieleider als je geen partijvoorzitter, minister of staatssecretaris bent geworden. Het is een troostprijs. Bovendien combineert drie vierde van de parlementsleden zijn functie met een mandaat op lokaal niveau, wat ook niet bijdraagt tot een daadkrachtig Vlaams Parlement. Ooit omschreef Louis Tobback - het klinkt nog steeds onwennig om hem oud-Vooruit-topman te noemen - de Vlaamse regering als 'een veredeld schepencollege met een burgemeester die zichzelf minister-president noemt'. Het Vlaams Parlement zou je met nog meer redenen als een veredelde gemeenteraad kunnen bestempelen. Herman Matthijs (VUB en UGent) presenteerde een dik jaar geleden op Knack.be tien voorstellen om onze democratie te redden. Het moet niet verbazen dat een daarvan luidde om de helft van de Vlaamse verkozenen te laten verkiezen in één grote Vlaamse kieskring, zodat er in het Vlaams Parlement eindelijk mensen zouden zitten die oog hebben voor Vlaamse in plaats van lokale besognes. De Vlaamse regering-Jambon is zwak, het Vlaams Parlement is ontstellend zwak. We zitten er nog drie jaar mee. En van die parlementaire onderzoekscommissie moeten we ook niet veel verwachten.