Hoe kun je de stem van de kiezer opnieuw belangrijk maken? Hierbij tien voorstellen om de kiezers weer in de politiek te laten geloven.

1. Op lokaal vlak zou een rechtstreekse verkiezing van de burgemeester door de kiezers een belangrijke hervorming zijn. De burgemeester zou dan op zijn beurt de schepenen moeten aanduiden, los van de gemeenteraad. De gemeenteraad blijft rechtstreeks verkozen en kiest onder de gekozenen een voorzitter. Op die manier komt er ook een scheiding tussen de uitvoerende en wetgevende macht in een gemeente. Degene die 50 procent plus één stem behaalt, in de eerste of in een tweede ronde, mag de sjerp voor de volgende jaren dragen. Daardoor wordt de stem van de kiezer doorslaggevend voor het belangrijkste politieke mandaat in een lokaal bestuur. Bovendien zou die rechtstreekse verkiezing van een burgemeester ook de versnippering van de lokale politiek tegengaan.

Tien voorstellen om de democratie te redden

2. De politiezones missen een directe democratische basis. Over de rol van politiecolleges en politieraden is al veel geschreven. Laat ons die raden afschaffen en het lokale toezicht op die zones enkel in handen geven van de betrokken burgemeesters, maar het voorzitterschap van die zone moet dan wel in de handen komen van een persoon die rechtstreeks wordt verkozen door de kiezers uit die zone. Hij of zij mag geen burgemeester of gemeenteraadslid zijn. Er is het voorstel om de korpschef rechtstreeks te laten verkiezen, net zoals in England, Wales en de Verenigde Staten. De inzet voor de burgers en de efficiëntie van de politie kunnen alleen maar toenemen.

3. Ook het provinciale bestuursniveau bestaat nog. Door de vorige Vlaamse regering is het aantal bestendig afgevaardigden en raadsleden al verminderd. Maar hier blijft nog de aanduiding van de gouverneur bestaan volgens een methode uit het ancien régime. Als die functie blijft bestaan, dan kan de politieke waarde alleen maar worden verhoogd door een rechtstreekse verkiezing van dit ambt.

4. Op Vlaams niveau is de verkiezing van het Vlaamse Parlement gebaseerd op vijf provinciale kieskringen met telkens een kiesdrempel van vijf procent, maar er zijn nog nooit zoveel partijen werkzaam geweest in het Vlaamse parlementair halfrond. Veel kiezers hebben geen directe band met de verkozenen in hun provincie. Het voorstel bestaat erin om de helft van de Vlaamse zetels (59) te laten verkiezen in kleinere kieskringen, met als discussiepunt of dat nu moet gebeuren volgens het principe van 'First Past The Post' in eventueel twee ronden of in een enkele ronde volgens het beginsel van de 'The winner takes it all'. Zo zouden er veel kleinere kieskringen ontstaan die herkenbaarder zijn voor de kiezers, namelijk Antwerpen (17), Limburg (8), Oost-Vlaanderen (14), Vlaams-Brabant (10) en West-Vlaanderen (10). De andere 59 worden dan verkozen in één grote Vlaamse kieskring met een kiesdrempel van 5 procent. Zo hebben de kiezers twee stemmen: één voor de lokale kieskring en één voor de grote Vlaamse kieskring.

5. Een rechtstreekse verkiezing van de Vlaamse minister-president? Op zijn minst zou dat de kartelvorming tussen de partijen bevorderen. Bovendien zou dat concept het ambt veel meer prestige en macht geven, maar dan moet er wel een duidelijke scheiding gemaajkt worden tussen de wetgevende en uitvoerende Vlaamse macht. Dat zou dan ook moeten betkenen dat de Vlaamse regering een legislatuur-karakter behoudt en los staat van een meerderheid in het parlement.

Laat ons de federale en deelstaatverkiezingen definitief loskoppelen en de lokale verkiezingen verbinden aan de Vlaamse verkiezingen.

6. Ook zou het kiesstelsel overal hetzelfde moeten zijn. Het bestaande imperiali-kiesstelsel bij de gemeenten moet worden vervangen door het systeem D'Hondt.

7. Een ander voorstel is dat een verkozen mandaat verplicht moet worden opgenomen. Bij de verkiezing voor een nieuw mandaat vervalt dan het bestaande mandaat. Ook het systeem van opvolgers bij de federale, Vlaamse en Europese verkiezing verhuist beter naar het historisch archief. Het is bovendien raadzaam om alle verkozen politieke mandaten in de tijd te beperken.

8. De federale verkiezingen worden nu georganiseerd in de provinciale kieskringen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Geregeld werd al het idee naar voren gebracht van een federale kieskring. Als je alle 150 Kamerzetels in één federale kieskring plaatst, dan gaan op basis van de uitslag van 26 mei 2019 alle Vlaamse partijen zetels bijwinnen. Dat gaat de Franstaligen niet doen kiezen voor een federale kieskring pur sang. Bovendien moeten de zetels dan niet vooraf worden verdeeld per taalrol. Een ander probleem is het feit dat de Vlaamse partijen meer stemmen nodig hebben voor één zetel, en dat de Duitstalige Gemeenschap geen gegarandeerde zetels heeft in de Kamer. Dat is een moeilijker dossier, omdat er 'maar' 150 zetels kunnen verdeeld worden over nieuwe kleine kieskringen, grotere kieskringen (deelstaat en/of federaal ). Dat is een dossier waarover zeker eens goed moet worden nagedacht.

9. Het samenvallen van de federale en de deelstaatverkiezingen is geen groot succes. Laat ons de federale en deelstaatverkiezingen definitief loskoppelen en de lokale verkiezingen verbinden aan de Vlaamse verkiezingen. Dan moet de lokale legislatuur wel van zes naar vijf jaar worden teruggebracht. De federale verkiezing blijft dan gerelateerd met de Europese stembusslag.

10. De organisatie van de verkiezingen en de controle op de partijfinanciering/verkiezingsuitgaven worden beter weggehaald bij de parlementen en de rechterlijke macht. Een federale kiesraad, los van de Kamer en de politiek, zou moeten instaan voor de organisatie, betwistingen en de controle inzake de federale en de Europese verkiezingen. Op Vlaams niveau is er al een Raad voor Verkiezingsbetwistingen betreffende de lokale verkiezingen. Die kan dan die nieuwe taken overnemen met inbegrip van het voorgaande ten aanzien van de Vlaamse verkiezingen. Daardoor zouden de politiek en het gerecht niet meer betrokken worden bij de verkiezingen.

Conclusie: de politieke wereld heeft nog werk op de plank liggen over het statuut en de toekomst van de instellingen en zijn verkozen mandaten. Een grondige hervorming van die systemen dringt zich op om het niet werkbare systeem opnieuw in beweging te krijgen en om het vertrouwen van de bevolking te herstellen of te verhogen. Maar eerst moeten de eerste burger en burgeres van het land de federale formatie naar de maand maart brengen. Dan komt er een opiniepeiling die wel eens beweging kan brengen in het gestolde, uitgeleefde politieke landschap.

Hoe kun je de stem van de kiezer opnieuw belangrijk maken? Hierbij tien voorstellen om de kiezers weer in de politiek te laten geloven. 1. Op lokaal vlak zou een rechtstreekse verkiezing van de burgemeester door de kiezers een belangrijke hervorming zijn. De burgemeester zou dan op zijn beurt de schepenen moeten aanduiden, los van de gemeenteraad. De gemeenteraad blijft rechtstreeks verkozen en kiest onder de gekozenen een voorzitter. Op die manier komt er ook een scheiding tussen de uitvoerende en wetgevende macht in een gemeente. Degene die 50 procent plus één stem behaalt, in de eerste of in een tweede ronde, mag de sjerp voor de volgende jaren dragen. Daardoor wordt de stem van de kiezer doorslaggevend voor het belangrijkste politieke mandaat in een lokaal bestuur. Bovendien zou die rechtstreekse verkiezing van een burgemeester ook de versnippering van de lokale politiek tegengaan. 2. De politiezones missen een directe democratische basis. Over de rol van politiecolleges en politieraden is al veel geschreven. Laat ons die raden afschaffen en het lokale toezicht op die zones enkel in handen geven van de betrokken burgemeesters, maar het voorzitterschap van die zone moet dan wel in de handen komen van een persoon die rechtstreeks wordt verkozen door de kiezers uit die zone. Hij of zij mag geen burgemeester of gemeenteraadslid zijn. Er is het voorstel om de korpschef rechtstreeks te laten verkiezen, net zoals in England, Wales en de Verenigde Staten. De inzet voor de burgers en de efficiëntie van de politie kunnen alleen maar toenemen. 3. Ook het provinciale bestuursniveau bestaat nog. Door de vorige Vlaamse regering is het aantal bestendig afgevaardigden en raadsleden al verminderd. Maar hier blijft nog de aanduiding van de gouverneur bestaan volgens een methode uit het ancien régime. Als die functie blijft bestaan, dan kan de politieke waarde alleen maar worden verhoogd door een rechtstreekse verkiezing van dit ambt. 4. Op Vlaams niveau is de verkiezing van het Vlaamse Parlement gebaseerd op vijf provinciale kieskringen met telkens een kiesdrempel van vijf procent, maar er zijn nog nooit zoveel partijen werkzaam geweest in het Vlaamse parlementair halfrond. Veel kiezers hebben geen directe band met de verkozenen in hun provincie. Het voorstel bestaat erin om de helft van de Vlaamse zetels (59) te laten verkiezen in kleinere kieskringen, met als discussiepunt of dat nu moet gebeuren volgens het principe van 'First Past The Post' in eventueel twee ronden of in een enkele ronde volgens het beginsel van de 'The winner takes it all'. Zo zouden er veel kleinere kieskringen ontstaan die herkenbaarder zijn voor de kiezers, namelijk Antwerpen (17), Limburg (8), Oost-Vlaanderen (14), Vlaams-Brabant (10) en West-Vlaanderen (10). De andere 59 worden dan verkozen in één grote Vlaamse kieskring met een kiesdrempel van 5 procent. Zo hebben de kiezers twee stemmen: één voor de lokale kieskring en één voor de grote Vlaamse kieskring. 5. Een rechtstreekse verkiezing van de Vlaamse minister-president? Op zijn minst zou dat de kartelvorming tussen de partijen bevorderen. Bovendien zou dat concept het ambt veel meer prestige en macht geven, maar dan moet er wel een duidelijke scheiding gemaajkt worden tussen de wetgevende en uitvoerende Vlaamse macht. Dat zou dan ook moeten betkenen dat de Vlaamse regering een legislatuur-karakter behoudt en los staat van een meerderheid in het parlement. 6. Ook zou het kiesstelsel overal hetzelfde moeten zijn. Het bestaande imperiali-kiesstelsel bij de gemeenten moet worden vervangen door het systeem D'Hondt. 7. Een ander voorstel is dat een verkozen mandaat verplicht moet worden opgenomen. Bij de verkiezing voor een nieuw mandaat vervalt dan het bestaande mandaat. Ook het systeem van opvolgers bij de federale, Vlaamse en Europese verkiezing verhuist beter naar het historisch archief. Het is bovendien raadzaam om alle verkozen politieke mandaten in de tijd te beperken. 8. De federale verkiezingen worden nu georganiseerd in de provinciale kieskringen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Geregeld werd al het idee naar voren gebracht van een federale kieskring. Als je alle 150 Kamerzetels in één federale kieskring plaatst, dan gaan op basis van de uitslag van 26 mei 2019 alle Vlaamse partijen zetels bijwinnen. Dat gaat de Franstaligen niet doen kiezen voor een federale kieskring pur sang. Bovendien moeten de zetels dan niet vooraf worden verdeeld per taalrol. Een ander probleem is het feit dat de Vlaamse partijen meer stemmen nodig hebben voor één zetel, en dat de Duitstalige Gemeenschap geen gegarandeerde zetels heeft in de Kamer. Dat is een moeilijker dossier, omdat er 'maar' 150 zetels kunnen verdeeld worden over nieuwe kleine kieskringen, grotere kieskringen (deelstaat en/of federaal ). Dat is een dossier waarover zeker eens goed moet worden nagedacht. 9. Het samenvallen van de federale en de deelstaatverkiezingen is geen groot succes. Laat ons de federale en deelstaatverkiezingen definitief loskoppelen en de lokale verkiezingen verbinden aan de Vlaamse verkiezingen. Dan moet de lokale legislatuur wel van zes naar vijf jaar worden teruggebracht. De federale verkiezing blijft dan gerelateerd met de Europese stembusslag. 10. De organisatie van de verkiezingen en de controle op de partijfinanciering/verkiezingsuitgaven worden beter weggehaald bij de parlementen en de rechterlijke macht. Een federale kiesraad, los van de Kamer en de politiek, zou moeten instaan voor de organisatie, betwistingen en de controle inzake de federale en de Europese verkiezingen. Op Vlaams niveau is er al een Raad voor Verkiezingsbetwistingen betreffende de lokale verkiezingen. Die kan dan die nieuwe taken overnemen met inbegrip van het voorgaande ten aanzien van de Vlaamse verkiezingen. Daardoor zouden de politiek en het gerecht niet meer betrokken worden bij de verkiezingen. Conclusie: de politieke wereld heeft nog werk op de plank liggen over het statuut en de toekomst van de instellingen en zijn verkozen mandaten. Een grondige hervorming van die systemen dringt zich op om het niet werkbare systeem opnieuw in beweging te krijgen en om het vertrouwen van de bevolking te herstellen of te verhogen. Maar eerst moeten de eerste burger en burgeres van het land de federale formatie naar de maand maart brengen. Dan komt er een opiniepeiling die wel eens beweging kan brengen in het gestolde, uitgeleefde politieke landschap.