Waar tijdens de eerste lockdown veel begrip was voor de maatregelen, glijdt dat bij de tweede golf stilaan weg. De laatste dagen verschenen verschillende scherpe opinies die de nieuwe maatregelen aanklaagden, zeker in de provincie Antwerpen: onwettig, disproportioneel, ondoordacht. Professoren van de KUL spraken over lichtzinnigheid waarmee zware en onvoorspelbare maatregelen worden genomen met gebrek aan respect voor de rechtstaat. Nog lazen we dat de avondklok en de verplichte quarantaine juridisch-politieke uitwassen zijn. In een weekendinterview pareerde de provinciegouverneur die kritiek door erop te wijzen dat grondrechten relatief zijn en dus beperkt kunnen worden om de besmettingscurve te buigen.

De ruimte om grondrechten drastisch in te perken verdwijnt na elke nieuwe golf.

Onze grondrechten kunnen wel degelijk beperkt worden om de volksgezondheid te beschermen, met uitzondering van het recht op leven, verbod op foltering en slavernij. De overheid mag dat alleen als ze bevoegd is om die beslissing te nemen (een wettelijke basis) en de maatregelen de essentie van die rechten niet raken en evenredig zijn met het doel (de pandemie stoppen). Op dat vlak geven rechters de overheid meestal een brede beoordelingsruimte. In de discussie waarom de tuincentra wel open mochten tijdens de lockdown en de bloemisten niet, sprak de Raad Van State over de meest ruimte beoordelingsbevoegdheid voor de overheid vanwege een ongeziene en ernstige internationale gezondheidscrisis. Door dat uitzonderlijke karakter van de pandemie, waarbij ook wetenschappers zelf regelmatig hun visie moeten bijstellen, moet de overheid ruimte krijgen.

Mildheid is geen juridisch argument, maar wel gepast voor de maatregelen bij de eerste golf. Dezelfde ruimte kan er niet meer zijn bij de nieuwe golven. Zeker, deze tweede golf kwam sneller dan verwacht en ja, we hadden allemaal gehoopt dat die later zouden komen. Maar dat die er kwam, was een zekerheid. Net zoals er nog een aantal golven zullen volgen. De ruimte om grondrechten plots, algemeen drastisch te beperken, verliest daardoor steeds meer verantwoording.

De opgedane kennis moet de overheid in staat stellen om een systeem uit te werken dat toekomstgericht is en duidelijkheid geeft aan burgers, bedrijven en instellingen. De overheid moet betrouwbaar zijn. Fitnesszalen, organisatoren van evenementen en culturele instellingen hebben aanpassingen gemaakt om corona-proof te werken. Wie zich aan de regels hield waardoor er nagenoeg geen besmettingsgevaar is, moest toch opnieuw sluiten. Of nog, zoals nu blijkt voor de fitnesszalen, een week sluiten, nieuwe plannen uittekenen in wanhoop en dan toch weer opengaan. De betrouwbaarheid van de overheid herstellen en zorgen voor rechtszekerheid is een belangrijke stap voor aanvaarding van de regels. Bovendien slinkt de verantwoording voor de brede beoordelingsruimte voor de overheid golf na golf omdat we nu wel voldoende kennis, vooruitziendheid en onderbouw met cijfers mogen verwachten.

Het kan anders. De oplossing ligt in wat professor Pierre van Damme het 'kliksysteem' noemde. In functie van een aantal indicatoren over nieuwe besmettingen zouden automatisch bepaalde maatregelen in werking treden. Dat brengt een harmonisering van maatregelen. Het laat het parlement ook toe om meer specifieke wettelijke machtigingen te geven aan de regering, in de plaats van de zeer wankele rechtsgrond die het ministerieel besluit nu biedt. Het is een oplossing, die niet enkel kijkt naar de impact van de maatregelen op de verspreiding van het virus, maar ook naar hun gevolgen. Een trapsysteem aan maatregelen verplicht de overheid om na te denken over de volgende maatregelen, maar moet ook duidelijkheid creëren voor iedereen en ruimte geven om grondig de impact op grondrechten te bekijken. Daarbij moet bijzondere aandacht uitgaan naar de impact op de meest kwetsbare groepen in onze samenleving. Uiteindelijk komt de weerslag van de crisis daar het hardste aan.

We kunnen niet blijven improviseren, zeker niet gezien de enorme impact op mensenlevens en hun rechten. Een vooruitziend kader in een onzekere toekomst is wel degelijk mogelijk, maar dan moeten we snel af van de filosofie dat we problemen pas moeten oplossen als ze zich voordoen.

Catherine Van de Heyning, is professor aan de faculteit rechten van de UAntwerpen.

Patricia Popelier is gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Uantwerpen.

Waar tijdens de eerste lockdown veel begrip was voor de maatregelen, glijdt dat bij de tweede golf stilaan weg. De laatste dagen verschenen verschillende scherpe opinies die de nieuwe maatregelen aanklaagden, zeker in de provincie Antwerpen: onwettig, disproportioneel, ondoordacht. Professoren van de KUL spraken over lichtzinnigheid waarmee zware en onvoorspelbare maatregelen worden genomen met gebrek aan respect voor de rechtstaat. Nog lazen we dat de avondklok en de verplichte quarantaine juridisch-politieke uitwassen zijn. In een weekendinterview pareerde de provinciegouverneur die kritiek door erop te wijzen dat grondrechten relatief zijn en dus beperkt kunnen worden om de besmettingscurve te buigen. Onze grondrechten kunnen wel degelijk beperkt worden om de volksgezondheid te beschermen, met uitzondering van het recht op leven, verbod op foltering en slavernij. De overheid mag dat alleen als ze bevoegd is om die beslissing te nemen (een wettelijke basis) en de maatregelen de essentie van die rechten niet raken en evenredig zijn met het doel (de pandemie stoppen). Op dat vlak geven rechters de overheid meestal een brede beoordelingsruimte. In de discussie waarom de tuincentra wel open mochten tijdens de lockdown en de bloemisten niet, sprak de Raad Van State over de meest ruimte beoordelingsbevoegdheid voor de overheid vanwege een ongeziene en ernstige internationale gezondheidscrisis. Door dat uitzonderlijke karakter van de pandemie, waarbij ook wetenschappers zelf regelmatig hun visie moeten bijstellen, moet de overheid ruimte krijgen. Mildheid is geen juridisch argument, maar wel gepast voor de maatregelen bij de eerste golf. Dezelfde ruimte kan er niet meer zijn bij de nieuwe golven. Zeker, deze tweede golf kwam sneller dan verwacht en ja, we hadden allemaal gehoopt dat die later zouden komen. Maar dat die er kwam, was een zekerheid. Net zoals er nog een aantal golven zullen volgen. De ruimte om grondrechten plots, algemeen drastisch te beperken, verliest daardoor steeds meer verantwoording. De opgedane kennis moet de overheid in staat stellen om een systeem uit te werken dat toekomstgericht is en duidelijkheid geeft aan burgers, bedrijven en instellingen. De overheid moet betrouwbaar zijn. Fitnesszalen, organisatoren van evenementen en culturele instellingen hebben aanpassingen gemaakt om corona-proof te werken. Wie zich aan de regels hield waardoor er nagenoeg geen besmettingsgevaar is, moest toch opnieuw sluiten. Of nog, zoals nu blijkt voor de fitnesszalen, een week sluiten, nieuwe plannen uittekenen in wanhoop en dan toch weer opengaan. De betrouwbaarheid van de overheid herstellen en zorgen voor rechtszekerheid is een belangrijke stap voor aanvaarding van de regels. Bovendien slinkt de verantwoording voor de brede beoordelingsruimte voor de overheid golf na golf omdat we nu wel voldoende kennis, vooruitziendheid en onderbouw met cijfers mogen verwachten. Het kan anders. De oplossing ligt in wat professor Pierre van Damme het 'kliksysteem' noemde. In functie van een aantal indicatoren over nieuwe besmettingen zouden automatisch bepaalde maatregelen in werking treden. Dat brengt een harmonisering van maatregelen. Het laat het parlement ook toe om meer specifieke wettelijke machtigingen te geven aan de regering, in de plaats van de zeer wankele rechtsgrond die het ministerieel besluit nu biedt. Het is een oplossing, die niet enkel kijkt naar de impact van de maatregelen op de verspreiding van het virus, maar ook naar hun gevolgen. Een trapsysteem aan maatregelen verplicht de overheid om na te denken over de volgende maatregelen, maar moet ook duidelijkheid creëren voor iedereen en ruimte geven om grondig de impact op grondrechten te bekijken. Daarbij moet bijzondere aandacht uitgaan naar de impact op de meest kwetsbare groepen in onze samenleving. Uiteindelijk komt de weerslag van de crisis daar het hardste aan.We kunnen niet blijven improviseren, zeker niet gezien de enorme impact op mensenlevens en hun rechten. Een vooruitziend kader in een onzekere toekomst is wel degelijk mogelijk, maar dan moeten we snel af van de filosofie dat we problemen pas moeten oplossen als ze zich voordoen. Catherine Van de Heyning, is professor aan de faculteit rechten van de UAntwerpen.Patricia Popelier is gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Uantwerpen.