Mocht u Kapitaal in de 21ste eeuw van Thomas Piketty nog ongelezen in de boekenkast hebben staan, dan mag u het daar van de auteur gerust laten. U begint beter meteen in zijn nieuwste boek, Kapitaal en ideologie. Het een en ander heeft er misschien mee te maken dat de twee boeken aardig op elkaar lijken, en dat het voor geïnteresseerde leken wat overdreven is om beide helemaal door te lezen. In Kapitaal en ideologie gaat Piketty, nog altijd dezelfde briljante stereconoom, enkel verder op de ingeslagen weg: méér geschiedenis, méér werelddelen, méér cijfers en vooral - de titel geeft het weg - méér ideologie. Piketty schrijft dat elke ideologie in essentie gaat over het trekken van grenzen en het definiëren van eigendom. De voorbije jaren is zeker in Europa uitputtend gedebatteerd over de grenzen die we al dan niet moeten trekken rond het continent. Met Kapitaal en ideologie wil Piketty de discussie verleggen naar eigendom.
...

Mocht u Kapitaal in de 21ste eeuw van Thomas Piketty nog ongelezen in de boekenkast hebben staan, dan mag u het daar van de auteur gerust laten. U begint beter meteen in zijn nieuwste boek, Kapitaal en ideologie. Het een en ander heeft er misschien mee te maken dat de twee boeken aardig op elkaar lijken, en dat het voor geïnteresseerde leken wat overdreven is om beide helemaal door te lezen. In Kapitaal en ideologie gaat Piketty, nog altijd dezelfde briljante stereconoom, enkel verder op de ingeslagen weg: méér geschiedenis, méér werelddelen, méér cijfers en vooral - de titel geeft het weg - méér ideologie. Piketty schrijft dat elke ideologie in essentie gaat over het trekken van grenzen en het definiëren van eigendom. De voorbije jaren is zeker in Europa uitputtend gedebatteerd over de grenzen die we al dan niet moeten trekken rond het continent. Met Kapitaal en ideologie wil Piketty de discussie verleggen naar eigendom. Ook al is Kapitaal en ideologie van Piketty haast dubbel zo dik als z'n vorige boek - het wordt nu al zijn Oorlog en vrede genoemd - zijn betoog valt vaak nog best goed samen te vatten in een aantal statistieken en grafieken. En die cijfers blijven even adembenemend als in 2013. De meeteenheid om ongelijkheid uit te drukken die Piketty het meest gebruikt, is de verhouding tussen wat de rijkste 10 procent en de armste 50 procent in een samenleving bezitten. In de VS bezat de rijkste 10 procent in 2018 niet minder dan 74 procent van alle rijkdom, tegen 2 procent voor de onderste helft. In Europa gaat het in hetzelfde jaar over 55 procent tegenover 5 procent. Andere delen van de wereld worden vergeleken op basis van de inkomensverdeling, dus niet wat mensen hebben aan vermogen, maar wat ze jaarlijks verdienen. Die kloof is meestal kleiner, en daar komt Europa als beste uit. Terwijl de best verdienende 10 procent Europeanen 34 procent van het totaal krijgt, loopt dat in het Midden-Oosten op tot 64 procent. In 1913 - net voor er met de Eerste Wereldoorlog een einde kwam aan de belle époque - bezat de rijkste 10 procent Europeanen zo maar eventjes 89 procent van de rijkdom, tegenover slechts één luttele procent voor de onderste helft. De twee wereldoorlogen brachten een einde aan die, in de woorden van Piketty, propriëtaristische samenlevingen, waarin eigendommen heilig en onaanraakbaar waren. Aan de telefoon vanuit Parijs geeft Thomas Piketty zelf het meest stuitende voorbeeld. 'Toen in de negentiende eeuw de slavernij werd afgeschaft en de slaven werden bevrijd, zorgde men ervoor dat de slavenhouders daarvoor gecompenseerd werden in plaats van de slaven.' Zeker na de Tweede Wereldoorlog daalde de ongelijkheid spectaculair. Deels lag dat aan de verwoestingen van de oorlog, deels aan de immense herverdelingsmachine die na de oorlog werd opgetuigd. Het was in die decennia dat de hoogste belastingschaal voor inkomens in de Verenigde Staten 81 procent en in het Verenigd Koninkrijk zelfs 89 procent bedroeg. Die landen zijn niet willekeurig gekozen, want in de jaren tachtig kwamen daar met Ronald Reagan en Margaret Thatcher twee politici aan de macht die symbool gingen staan voor de afbraak van de naoorlogse verzorgingsstaat. Het is naar die periode tussen 1950 en 1980 waar Piketty telkens weer verwijst: de belastingen waren hoger, de ongelijkheid kleiner, en de economie groeide sneller dan we ooit daarna nog hebben gezien. Vandaag leven we in een neopropriëtaristische samenleving, waarin de kans bestaat dat we weer afglijden naar de ongelijkheidscijfers van de negentiende eeuw. Dat bedreigt, in de analyse van Piketty, onze democratie, en duwt mensen naar identitaire partijen. Belgische cijfers komen er in Kapitaal en ideologie niet voor. Veel data zijn er voor ons land ook niet voorhanden: de beste studie over de vermogensongelijkheid is van Sarah Kuypers en Ive Marx van het Centrum Sociaal Beleid aan de Universiteit Antwerpen. Ze wachten momenteel op nieuwe gegevens voor een update, maar in 2014 had de rijkste 10 procent Belgen 42,6 procent en de armste 50 procent slechts 11,5 procent van alle rijkdom. De kloof is bij ons dus aanzienlijk minder groot, maar de vraag is of alle rijkdom er wel in opgenomen is. Kuypers en Marx moeten zich noodgedwongen baseren op de HFCS, een Europese enquête die voor België door de Nationale Bank wordt uitgevoerd. 'De meest vermogende in die enquête bezit acht miljoen euro', zegt Kevin Spiritus. Hij doet onderzoek naar ongelijkheid en belastingen en is verbonden aan de KU Leuven. 'Een aantal voetballers hebben zelfs al acht miljoen. En volgens onderzoek van Ludwig Verduyn leven er in België dertig miljardairs. Die zitten dus niet in de cijfers van de Nationale Bank, terwijl zij de verhoudingen wel enigszins zouden veranderen. Nederland is met 37 miljardairs het op een na meest ongelijke land van de OESO, maar misschien komt dat enkel doordat zij een veel beter zicht hebben op het vermogen van hun burgers dan andere landen.' Kapitaal en ideologie leest zeker naar het einde toe als een call to arms, al blijft Piketty zelf zowel in zijn boek als in interviews bescheiden. Als we hem vragen of hij een manifest heeft geschreven waar politici straks verkiezingen mee kunnen winnen, wil hij dat zeker niet bevestigen. 'Ik heb in de eerste plaats een boek geschreven voor wie geïnteresseerd is in politieke en economische geschiedenis', zegt hij daarover. 'Iedereen mag daar zijn eigen conclusies uit trekken, als mensen maar beseffen dat er altijd verschillende oplossingen bestaan om problemen als ongelijkheid op te lossen.' Dat gezegd zijnde doet Piketty een aantal radicale voorstellen om de ongelijkheid hier en nu te verkleinen. Hij ergert zich aan de ideologie die die ongelijkheid probeert te rechtvaardigen en mensen wil doen geloven dat de allerrijksten hun vermogen te danken hebben aan hun eigen talenten en hard werk. Ook aan de telefoon doet hij minnetjes over de 'meritocratische hypocrisie', het idee dat iedereen krijgt wat hem toekomt. 'Hoe zijn de Russische oligarchen aan hun fortuin geraakt? Ze hebben het niet geërfd, dus op de een of andere manier hebben ze het zelf opgebouwd. Maar zijn ze daarom heel slim en getalenteerd? Ik ben niet overtuigd. Ze waren gewoon op de juiste plaats op het juiste moment. Dat kan toch niet betekenen dat zij voor de rest van hun leven, en daarna hun kinderen, superrijk moeten blijven?' Piketty is lang niet de eerste econoom die vragen heeft bij de meritocratie. Afkomst, willekeur en geluk zijn vaak van doorslaggevend belang voor succes. 'Het aandeel van het individu is meestal geringer dan wij graag aannemen', zegt ook emeritus hoogleraar Antoon Vandevelde, die als econoom en ethicus aan de KU Leuven verbonden was. 'De plek waar mensen geboren zijn, genetisch toeval, de opvoeding die ze krijgen, het geluk dat ze hebben of net de pech om ziek te worden of op de sukkel te raken, zijn allemaal factoren van belang waar niemand zelf greep op heeft. Er zijn ook veel mensen die gewoon heel hard werken en lang niet zo veel verdienen als een ceo. Ik zal niet zeggen dat onze eigen inspanningen niets betekenen voor wat we uiteindelijk verdienen, want mensen moeten verantwoordelijk worden gehouden om te proberen iets van hun leven te maken, maar de uiteindelijke impact is vaak bescheiden.' Onderwijs, en de sociale mobiliteit die daarvan kan uitgaan, is van immens belang in een maatschappij die zichzelf als meritocratisch ziet. Laat daarover nu misschien wel de meest stuitende grafiek in Kapitaal en ideologie staan. In één beeld laat Piketty de toegang tot hoger onderwijs zien voor jongeren in de Verenigde Staten, gebaseerd op het inkomen van hun ouders. Van de kinderen van de 10 procent minst verdienende ouders gaat slechts een kwart naar een hogeschool of universiteit. Van de 10 procent rijkste ouders gaat tot meer dan 90 procent van de kinderen naar het hoger onderwijs. 'De situatie in België is op een manier eigenlijk nog navranter', zegt Ive Marx, sinds kort directeur van het Centrum Sociaal Beleid van de UA. 'We doen het niet zo slecht als de VS, maar ook niet echt goed. Er is ook hier een enorme kloof in slaagkansen tussen kinderen met lager- en hogergeschoolde ouders. Het grote verschil is dat er hier wel een goed uitgebouwd onderwijssysteem bestaat dat publiek wordt gefinancierd, en dat we al decennialang ons best doen om het onderwijs te democratiseren. Dat is de reden waarom de inschrijvingsgelden voor universiteiten en hogescholen laag blijven. Maar volgens het weinige onderzoek dat over sociale mobiliteit bestaat, zijn we op zijn best een middenmoter.' De redenering van Thomas Piketty is vervolgens eenvoudig: als de ongelijke verdeling van vandaag op een oneerlijke, willekeurige manier is ontstaan, kunnen we, of toch de staat, het geld beter eerlijker herverdelen. Hij doet daarvoor een aantal radicale voorstellen, waarvan een vermogensbelasting allicht de meeste wenkbrauwen zal doen fronsen, een jaarlijkse taks die wordt geïnd op het totale vermogen van mensen. Piketty gaat uit van een gemiddeld vermogen van 200.000 euro. Wie twee keer dat vermogen heeft, betaalt daar 1 procent of zo'n achtduizend euro belasting op. Iemand met tien keer het gemiddelde moet al 5 procent afgeven, en zo klimt het op tot 90 procent voor mensen die tienduizend keer over het gemiddelde vermogen beschikken. De opbrengst moet dienen om iedereen die 25 jaar wordt 60 procent van dat gemiddelde vermogen uit te keren - dus zo'n 120.000 euro - als een starterssommetje. De belasting van Piketty staat zover af van de mainstream opvattingen dat het moeilijk voor te stellen is hoe ze zou moeten worden ingevoerd. Ter vergelijking: de miljonairstaks van de PVDA gaat slechts tot 3 procent voor vermogens groter dan drie miljoen euro. Sterker nog: in Kapitaal in de 21ste eeuw rekent Piketty zijn lezers zelf een Europese vermogensbelasting voor waarvan het hoogste tarief slechts 2 procent bedraagt. Sinds 2013 is hij dus danig geradicaliseerd. Zouden miljardairs als Mark Zuckerberg en Jeff Bezos dan echt hun bedrijven moeten verkopen om de fiscus te kunnen uitbetalen? Thomas Piketty blijft er nogal relaxed onder als we hem de vraag voorleggen. 'Waarom zou het erg zijn als ze hun bedrijf deels moeten verkopen? Veel mensen maken de fout te denken dat slechts enkelingen in staat zijn om belangrijke economische beslissingen te nemen, terwijl de bevolking beter opgeleid is dan ooit. Veel meer mensen moeten net mee beslissen. Het is niet omdat Zuckerberg schatrijk kon worden op zijn dertigste, dat hij op zijn vijftigste, zeventigste en misschien negentigste nog altijd de volledige leiding moet hebben over zo'n immens en complex bedrijf als Facebook. Dat is te gek voor woorden.' 'Dit is absurd', reageert Kevin Spiritus, gevraagd naar wat hij van Piketty's voorstel vindt. 'Het is een regelrechte confiscatie door de staat. We weten ook niet wat er zou gebeuren als we daarmee beginnen, want het is nog nooit gebeurd. Misschien komen we daarmee wel in een ideale wereld terecht, zoals Piketty lijkt te denken. Maar misschien blijken die enkele ondernemers die uit het niets een miljardenbedrijf hebben opgebouwd wel moeilijker te missen dan Piketty denkt, en vernietigen we daarmee ontzettend veel welvaart.' 'Pas op', gaat Spiritus verder. 'Hoge belastingen zorgen niet noodzakelijk voor minder groei, als ze goed worden ontworpen tenminste. Kijk naar Scandinavische landen, zij combineren hoge belastingen met hoge groei. Op die manier heeft Piketty gelijk, maar er zijn andere belastingen in te voeren die minder schadelijk zijn. België heft geen belastingen op de meerwaarde bij verkoop van aandelen. Ik zie niet in waarom dat niet zou kunnen.' Samen met de vermogensbelasting pleit Piketty ook voor hogere successierechten, die zelfs nog veel sneller oplopen. Een erfenis die twee keer het gemiddeld vermogen bedraagt, gaat al voor 20 procent naar de staat. Ook hier kan het tarief oplopen tot 90 procent. Het verschil: met dit belastingvoorstel van Piketty zijn de meeste van zijn collega-economen het roerend eens. 'Er zijn zelfs economen die pleiten voor een totale confiscatie', zegt Ive Marx. 'Maar zeker mensen die geloven dat wij in een meritocratie leven, zoals de liberalen, moeten voor hoge erfenisbelastingen zijn. Als we in gelijke kansen geloven, waarom zou iemand dan meer moeten krijgen enkel en alleen omdat hij het geluk heeft een rijke papa of mama te hebben?' Erfenissen - dat bleek al uit Kapitaal in de 21ste eeuw - zijn een belangrijke motor van de toenemende ongelijkheid. Desondanks nemen de successierechten alleen maar af - ook de Vlaamse regering-Jambon nam zich voor ze verder te laten dalen. Antoon Vandevelde, die er in Het geweld van geld zelf al over schreef, ziet een clash van twee ethische intuïties. 'Enerzijds is er de gevoeligheid dat alle kinderen gelijke kansen verdienen en erfenissen dus zelfs afgeschaft kunnen worden', zegt hij. 'Maar anderzijds zijn er mensen die niet enkel hard werken voor zichzelf maar ook om iets te kunnen achterlaten voor hun kinderen of andere erfgenamen die hen dierbaar zijn.' Meer dan ooit worden nationale belastingstelsels beïnvloed door wat er in de omringende landen gebeurt. De enige reden waarom de regering-Michel de vennootschapsbelasting verlaagde, was omdat veel andere landen ons daar al in waren voorgegaan. De voorstellen die Thomas Piketty doet, passen dan ook in een breder verhaal om te komen tot zoiets als een mondiale democratie en dito fiscaliteit. Maar zou Piketty politici die zijn boek vandaag lezen aanraden om alvast in hun eigen land van start te gaan? 'Dan moet je wel het vrije verkeer van kapitaal stopzetten', antwoordt hij. 'Anders lukt het niet. Dat is ook de reden waarom we op zijn minst moeten beginnen met het in handelsakkoorden niet enkel over handel te hebben, maar ook over sociale, fiscale en ecologische rechtvaardigheid. We moeten internationaal komen tot gemeenschappelijke belastingen.' Kapitaalvlucht, of in ieder geval de angst ervoor, is inderdaad de belangrijkste reden waarom fiscale hervormingen als die van Piketty onder politici zelden serieus worden genomen. Maar zal dat altijd zo blijven? 'Er is al veel vooruitgang geboekt in die strijd', vindt Vandevelde. 'Ik had nooit gedacht dat ik in mijn leven de opheffing van het Zwitserse bankgeheim nog zou meemaken, en enkele jaren geleden is het dankzij druk van de Verenigde Staten toch gelukt. Het net begint zich stilaan te sluiten: ouders die hun kinderen met een erfenis van zwart geld achterlaten, zadelen hen vandaag op met een serieus probleem.' Het werk van Thomas Piketty verdient het om breed te worden gelezen door iedereen die zich zorgen maakt over de oplopende spanningen in België, Europa en de wereld. De kans is nochtans groot dat Piketty met Kapitaal en ideologie enkel ter linkerzijde gehoor zal vinden. Nu we hem toch aan de lijn hadden, vroegen we hem ook even of hij een oplossing heeft voor het grootste dilemma op links van dit voorjaar: moeten de Democraten in de VS een gematigde of net een radicale presidentskandidaat kiezen om Donald Trump te verslaan? 'Bernie Sanders en Elizabeth Warren zijn net gemátigde sociaaldemocraten', aldus nog Piketty. 'Joe Biden is de radicale Reaganite, die in de jaren tachtig mee heeft gestemd voor zijn belastingverlagingen.'