Na de aanval op de Saoedische olie-installaties vorig weekend rijst de vraag hoe de overheid, ook in ons land, haar cruciale infrastructuur kan beschermen tegen drones. Het korte antwoord hierop is: momenteel gaat dat niet. Of toch bijna niet. De komende jaren zal men bij het onschadelijk maken van drones bovendien achter de feiten blijven aanlopen. Oplossingen zoals deze van de Antwerpse politie die onbemande vliegtuigjes met een net uit de lucht wil plukken, zijn misschien geschikt tegen een hobbytuigje van een lokale Sinjoor, doch schieten compleet tekort tegenover iemand die écht kwade bedoelingen heeft.

Militairen worden al een tijdje met de drone-dreiging geconfronteerd. Terreurgroep IS rustte in Irak eenvoudige drones uit met granaten die boven de hoofden van de Koerdische strijders gedropt werden. Rebellengroepen hebben eind 2017 met onbemande toestelletjes een grote militaire basis van de Russen in Syrië aangevallen om er gestationeerde gevechtsvliegtuigen te vernielen. Dat je met drones ook gemakkelijk dichter bij huis heel wat onheil zou kunnen aanrichten, bewijzen de incidenten van eind vorig jaar aan de Londense luchthaven van Gatwick: mogelijks hielden enkele rondvliegende drones er dagenlang vele vliegtuigen aan de grond.

De komende jaren zullen we bij het onschadelijk maken van drones achter de feiten blijven aanlopen.

De recente aanval in Saoedi-Arabië, die kennelijk uitgevoerd werd met drones en kruisraketten, toont aan hoe kwetsbaar onze infrastructuur is: de petrochemie en Sevesobedrijven in de haven van Antwerpen, de aardgasterminal van Zeebrugge, de luchtverkeerscontrole van onze luchthavens of onze elektriciteitscentrales, het kunnen allemaal potentiële doelwitten zijn van drones. De mislukte drone-aanslag op de Venezolaanse president Maduro in april 2018 toont aan dat deze tuigen ook tegen personen gebruikt kunnen worden, of tegen groepen mensen bij één of ander massa-evenement.

Het Belgisch leger beschikt over geen enkel afweersysteem tegen drones en is kennelijk ook niet van plan hierin te investeren. Er is ook geen enkele andere overheidsdienst die over middelen beschikt om onbemande tuigen onschadelijk te maken. De Antwerpse politie wil dus nu met het Skyfall-project hoogtechnologische apparatuur aanschaffen die het zou mogelijk maken de controle over de drone over te nemen om hem dan in een net te vangen.

Hierbij duiken drie problemen op. Doordat drones klein zijn, zie je ze laat en heb je weinig tijd om ze te neutraliseren. Je moet dus al een heel gesofisticeerd radarsysteem hebben om die dingen tijdig te detecteren en te identificeren. Vervolgens moet je er de controle van overnemen. Stoorzenders kunnen de gps-navigatie van een drone uitschakelen of je kan de communicatie tussen de operator of afzender van de drone en het toestel zelf overnemen of onderbreken. Maar dan moet het tuigje wel gps gebruiken of moet er een dergelijke communicatie zijn. Wanneer het geprogrammeerd is om via beeldherkenning te navigeren ontbreken die signalen. Hetzelfde geldt wanneer het toestel een pre-geprogrammeerde route volgt naar een doelzone die gemakkelijk bepaald kon worden via Google maps. Verder is er de kwestie van het aanpakken van 'zwermen' van tientallen of honderden drones. Mini-drones kunnen al voor minder dan 100 euro aangekocht worden via internet. Via 3-D technologie kunnen kleine drones vandaag de dag zelfs 'geprint' worden voor bijna geen geld.

In 2014 reeds werd aan de universiteit van Virginia in de VS een drone 'gedrukt' en geassembleerd voor minder dan 800 dollar, motor incluis. Die heeft een autonomie van 40 km en kan een vracht vervoeren van 800 gram. De grootste kost ging nog naar de Android-smartphone die nodig is voor de navigatie. De drone was gebruiksklaar op minder dan een dag. Een klein fabriekje met slechts tien 3D-printers die de nieuwe koolstof 3D-printtechnologie gebruiken zou dus 1.000 van dergelijke toestelletjes kunnen fabriceren. Per dag, welteverstaan. De kostprijs en het verwerven zijn dus geen belemmering meer voor iemand met slechte bedoelingen. Wanneer een 'zwerm' van enkele honderden van deze mini-drones gelanceerd wordt, wordt het radarsysteem 'verzadigd' en slaat het tilt. Tientallen toestelletjes zouden zonder problemen ongemerkt door de mazen van het detectienet vliegen en niet onschadelijk gemaakt kunnen worden.

En dan, zult u zeggen, veel kwaad kunnen ze toch niet aanrichten? Toch wel, zelfs deze goedkope mini-drones kunnen zonder enig probleem voldoende vracht vervoeren om heel wat onheil aan te richten. Tegen de dunne wand van een vliegtuig volstaat een gerichte springstoflading van minder dan 100 gram om het buiten gebruik te stellen. Goedkope optische herkennings-hard- en software om een doelwit te herkennen, zoals bijvoorbeeld een gestationeerd vliegtuig op een luchthaven, zijn bovendien wijdverspreid en gemakkelijk aan te brengen op een drone. Daarnaast zijn satellietbeelden waarmee drones aangestuurd kunnen worden ondertussen commercieel beschikbaar én ook betaalbaar geworden. Een koper zou dus in 'real time' de activiteiten op vliegvelden, in havens, op cruciale wegenknooppunten en bij andere kritische infrastructuur kunnen monitoren.

Daar waar de goedkope drones slechts een beperkte lading kunnen vervoeren, laten de snelle ontwikkelingen op het vlak van nano-explosieven en energie uit nanotechnologie toe hun vernietigende kracht exponentieel te verhogen. Waardoor ze eveneens ingezet kunnen worden tegen robuuste infrastructuur - brandstofopslagplaatsen, chemische installaties, hoogspanningstransformatoren - en zelfs gepantserd legermaterieel. De voorbije jaren werden er bijvoorbeeld in Irak explosively formed penetrators - speciaal gevormde springstofladingen - gebruikt door de opstandelingen. Sommige waren krachtig genoeg waren om Amerikaanse tanks te doorboren. Ze waren bovendien klein genoeg om in de palm van een hand te passen - of om onder aan een drone te hangen.

Wat kunnen we er tegen doen? Het grootste probleem is de kostprijs van de bestaande anti-dronesystemen en zijn complete wanverhouding met deze van een drone. Zo werd er in 2017 een drone die 200 dollar had gekost neergehaald door een Patriot-missile van 3 miljoen dollar... Om maar te zeggen.

Daarnaast is er de kwestie van de detectie. Drones kunnen zeer laag en zeer snel juist boven bossen of in grote agglomeraties vliegen, waardoor de meeste radarsystemen hen niet kunnen oppikken. Zij kunnen bovendien op zeer korte afstand van hun doelwit opduiken waardoor de reactietijd minimaal wordt. Verder moet het uitschakelen met zo min mogelijk schade voor de omgeving gebeuren. Een raket in de buurt van de drone laten exploderen is daarom vaak geen optie. De drone dient dus best gericht te worden uitgeschakeld.

Vandaar dat er nu, naast de stoorzenders om hun vluchtsignalen te onderbreken, geëxperimenteerd wordt met high energy laser-systemen om onbemande tuigen uit de lucht te schieten. Deze energierijke laserbundels zijn echter nog iets voor de toekomst, omdat nog vele technische problemen opgelost moeten worden. Onder meer de kwestie dat regendruppels, rook of stof de laserstralen doen afbuigen. Er wordt ook getest met 'microgolfwapens' die erop gericht zijn de elektronica in de drone te vernietigen. Doch ook hier kan de stroper de boswachter relatief eenvoudig voorblijven door een soort kooi van Faraday aan te brengen rond de elektronische systemen van de drone.

Het grootste knelpunt zal echter nog de enorme proliferatie aan drones zijn. Er wordt verwacht dat alleen al in de VS vanaf 2020 jaarlijks 7 miljoen drones zullen verkocht worden, in Europa zou dit bijna 4 miljoen zijn. Als ze zo alomtegenwoordig zijn, kunnen we ook verwachten dat terroristen en tegenstanders op een slagveld hen heel creatief zullen aanwenden. Het is dus essentieel dat we, ook in ons land, goed gebruik maken van de korte tijd die er nog beschikbaar is om doeltreffende beschermingssystemen in plaats te stellen. Gezien deze dreiging kunnen we ons dan ook afvragen of we wel degelijk de juiste keuzes gemaakt hebben met de legerbestellingen van de voorbije jaren.