Meer dan 100 milieuorganisaties, waaronder Bond Beter Leefmilieu, Greenpeace en WWF, kwamen afgelopen week met 11 oplossingen voor milieu en klimaat. De organisaties willen die oplossingen in het Vlaamse en federale regeerakkoord zien staan. Een daarvan stuit ons tegen de borst: de omvorming van de woonbonus naar een klimaatbonus. Dat is een nieuwe bonus voor eigenaars wiens woning na aankoop, renovatie of sloop en hernieuwbouw voldoende energiezuinig is.

Het pleidooi om de woonbonus aan te pakken, juichen we toe. Want de woonbonus werkt niet. Daar is al lang een wetenschappelijke consensus over. De woonbonus maakt een eigen woning niet betaalbaarder, maar werkt prijsopdrijvend. Kort gesteld: wie dankzij die woonbonus extra geld kan lenen om een woning te kopen, heeft een groter budget en kan dus meer betalen voor die woning. Ook verkopers weten dat en verhogen bijgevolg hun verkoopprijs.

De klimaatbonus dreigt sociaal noch ecologisch te zijn.

Bovendien is de woonbonus allesbehalve een sociale bonus. Enkel wie voldoende middelen heeft om een woning te kopen, krijgt via de belastingbrief geld van de overheid. 72 procent van het totale subsidiebedrag van de woonbonus komt terecht bij de 40 procent hoogste inkomens. De Vlaamse overheid besteedt jaarlijks maar liefst 1,6 miljard euro aan de woonbonus. Alles samen bedragen de eigendomsstimulansen 84 procent van alle woonsubsidies. Amper 14 procent van de subsidies komt op de sociale en private huurmarkt terecht.

Het idee van de milieuorganisaties om de middelen van de woonbonus te heroriënteren is dus goed. Alleen mag een klimaatbonus niet in dezelfde val trappen. Afgezien van de concrete uitvoering, zien we de klimaatbonus dezelfde prijsopdrijvende en asociale weg opgaan. En we vrezen dat zelfs het ecologische aspect vergeten wordt. En wel om twee redenen.

Ten eerste gaat men aan de kans voorbij om het woonbeleid socialer te maken en prioritair diegenen te ondersteunen die niet op eigen kracht betaalbaar, kwaliteitsvol en voldoende zeker kunnen wonen.

Ook met de klimaatbonus gaan de middelen namelijk niet naar zij die dit het meest nodig hebben. Opnieuw gaan de subsidies weer naar zij die een woning kúnnen aankopen én de bijkomende investeringen kínnen doen.

Tegelijk dreigt de huurmarkt (soms letterlijk) in de kou te blijven staan. De subsidies komen niet op de huurmarkt terecht, terwijl het net hier veruit de grootste problemen bestaan wat betreft woningkwaliteit, betaalbaarheid en energiezuinigheid. Op de huurmarkt valt dus de grootste winst te realiseren.

We vrezen ook dat er een kloof zal groeien tussen eigenaars onderling. Een deel van de woningen zal een betere kwaliteit krijgen. Maar kwalitatief slechte woningen zullen door hun lage aankoopprijs 'aantrekkelijk' zijn voor mensen met een beperkt budget. Een gedeeltelijke tussenkomst in verdere investeringen - al dan niet gespreid in de tijd - zal voor die mensen niet volstaan om grondige aanpassingen te kunnen doen. En dus zullen woningen van slechte kwaliteit bewoond blijven.

Ten tweede vergeet de klimaatbonus dé sleutel om via wonen klimaatproblemen aan te pakken: de locatie. Wat zijn we met goed geïsoleerde maar slecht gelegen woningen, enkel bereikbaar met de auto en waarvoor kilometerslange wegen en leidingen moeten worden doorgetrokken? Dat zijn overigens woningen waar men 'vast' zit eens men ouder wordt en niet meer met de auto kan rijden. Wat met het idee om dichterbij kernen, bij de nodige voorzieningen, te gaan wonen? Vlamingen behoren vandaag al tot de Europese top op het vlak van afgelegde afstanden voor woon-werkverkeer, met dagelijks fileleed tot gevolg.

De milieuorganisaties zijn wel van plan mensen aan te moedigen om dichter bij het werk te gaan wonen. Maar hoe zullen ze dat doen? En gaan ze er niet te snel van uit dat iedereen die dicht bij het werk woont, ook op een goede plaats woont? Gaat Liesbeth die op 15 kilometer van het werk woont zich sowieso op een meer ecologische manier verplaatsen dan Koen die op 60 kilometer woont? Of kan Liesbeth dat enkel doen als zij in de buurt woont van openbaar vervoer?

En houdt het niet veel meer steek om woningen te verwarmen die tegen elkaar staan, in plaats van vrijstaande woningen potdicht te maken? Vlaams bouwmeester Leo Van Broeck zei het al: het is ecologischer om in een slecht geïsoleerde, stedelijke rijwoning te wonen, dan in een passiefbouw 'in den bled'. Eén van de ambities van de milieuorganisaties is nochtans om de betonstop waar te maken. Hoe verzoenen we dat met de klimaatbonus als die mensen niet stimuleert om in of dichterbij een dorps- of stadskern te gaan wonen?

Sociale woningen

Een heroriëntatie van de middelen voor de woonbonus krijgt dus onze volle steun. Maar waarom een variant maken op een instrument dat niet werkt? We doen twee andere suggesties.

Eigenaardig genoeg krijgt de huurmarkt vandaag geen enkele aanmoediging om de energie- en woningkwaliteit te verbeteren.

Het eerste is een al gekend recept dat de ambities voor klimaat en betaalbaar/kwaliteitsvol wonen kan verzoenen: investeren in sociale woningen. Sociale huisvesting heeft zich al bewezen als een van de beste systemen om armoede te bestrijden. Het bestaande sociaal huurpatrimonium heeft nood aan renovatie en de sector wil verder inzetten op duurzaamheid. Nieuwe sociale woningen kunnen kwaliteitsvol, energiezuinig en op de juiste plaats worden gebouwd. Daarenboven gebeuren investeringen niet versnipperd maar op grote schaal.

Daarnaast stellen we voor in te zetten op de private huurmarkt. Die scoort op het vlak van energiezuinigheid veel slechter dan de eigendomsmarkt. Zowat een kwart van de private huurwoningen heeft nood aan een grootschalige (energie)renovatie. Eigenaardig genoeg krijgt die huurmarkt vandaag geen enkele aanmoediging om de energie- en woningkwaliteit te verbeteren. Verhuurders kunnen nog steeds geen beroep doen op een renovatiepremie.

Waarom de bestaande renovatiepremie of een nieuwe klimaatbonus niet openstellen voor goed gelegen private huurpanden die in ruil betaalbaar en van goede kwaliteit zijn en voor een langere duur worden verhuurd? Ook een verdere uitbreiding van het aantal woningen die worden verhuurd via sociale verhuurkantoren, met focus op de kernen, moet kunnen bijdragen tot renovatie en een betaalbaar aanbod.

Betaalbaarheid en duurzaamheid, de gele en de groene hesjes, zijn dus geen concurrenten. Maak de middelen die nu naar de 'ondersteuning' van eigenaars gaan ook beschikbaar voor verhuurders en investeer zo in goed gelegen woningen op de sociale en private huurmarkt. Dat is sociaal én ecologisch.

Jana Verstraete, Emma Volckaert, en Pascal De Decker zijn verbonden aan de Onderzoeksgroep P.PUL/Planning for People, Urbanity & Landscape (KU Leuven). Diederik Vermeir is verbonden aan de Onderzoeksgroep Overheid & Recht (Universiteit Antwerpen).