De kinderjaren zijn een kritieke periode in het ontwikkelen van eetgewoonten. Verschillende studies toonden al aan dat de manier waarop kinderen omgaan met eten een belangrijke factor kan zijn in het later al dan niet ontwikkelen van problemen als obesitas. Hoe is het gesteld met de eetgewoonten van de Belgische kinderen?
...

De kinderjaren zijn een kritieke periode in het ontwikkelen van eetgewoonten. Verschillende studies toonden al aan dat de manier waarop kinderen omgaan met eten een belangrijke factor kan zijn in het later al dan niet ontwikkelen van problemen als obesitas. Hoe is het gesteld met de eetgewoonten van de Belgische kinderen? Eten en koken in familieverband is niet alleen gezellig, het is ook nog eens gezond. Wie samen eet, maakt namelijk minder kans op voedingsgerelateerde gezondheidsproblemen zoals overgewicht, eetstoornissen of ongezonde voedingsgewoonten in het algemeen. De overgrote meerderheid van de Belgen deelt dagelijks minstens één maaltijd met anderen, maar vijftien procent zegt dat enkel te doen tijdens het weekend. Vooral vrouwen en hoogopgeleiden zitten zelden alleen aan tafel. Ouders die hun kroost goede eetgewoonten willen meegeven, doen er daarbij goed aan hen te betrekken in alle aspecten van eten klaarmaken. Behalve samen eten, is ook samen koken en inkopen doen een belangrijk deel van de opvoeding. Toch wordt niet elk Belgisch kind even hard meegetrokken in dat bredere verhaal. De helft van de adolescenten tussen 10 en 17 jaar oud moet meehelpen in de keuken, en onder hen nog steeds meer dochters dan zonen. Het is onduidelijk of dat komt doordat meisjes meer gevraagd worden om te helpen, of doordat ze in de voetsporen van hun moeders willen treden, die zelf ook nog ettelijke uren langer in de keuken doorbrengen dan mannelijke partners. Niet elke maaltijd verloopt even sociaal voor Belgische kinderen. Ondanks de wetenschap dat kinderen die voor de televisie eten een grotere kans lopen om obesitas te ontwikkelen, eten heel wat kinderen al kijkend. Vooral 's ochtends staat de beeldbuis op: 47 procent van de kinderen ontbijt voor de televisie. Tijdens het vaak in familieverband gegeten avondmaal is dat nog 41 procent. Vooral hoger opgeleide en Vlaamse ouders grijpen tijdens het eten nooit naar de afstandsbediening. Op vlak van eten voor de allerkleinsten hebben de Belgen nog wat te leren in vergelijking met inwoners van andere Europese landen zoals Zweden en Noorwegen. Slechts de minderheid van de baby's in ons land krijgt namelijk borstvoeding op de manier die de Wereldgezondheidsorganisatie verkieslijk acht. De gemiddelde Belgische baby kreeg in 2014 enkel moedermelk tijdens zijn eerste elf weken, terwijl de WHO aanraadt om dat zes maanden lang (24 weken) te doen. Nochtans is borstvoeding volgens Volksgezondheid één van de belangrijkste preventieve maatregelen om overgewicht bij kinderen te voorkomen. Hoe langer het wordt gegeven, hoe lager de kans dat een kind met zijn gewicht zal worstelen.Slechts negentien procent van de baby's haalt in ons land de WHO-norm, bijna nog eens zoveel kinderen (22 procent) krijgt nooit op een exclusieve manier borstvoeding. Ouders met een (hoog) diploma geven langer op een exclusieve manier borstvoeding, al zijn moeders die terug gaan werken minder geneigd om hun kind langdurig borstvoeding te geven. Kinderen die zelf mogen kiezen hoeveel en wat ze willen eten, leren zo om ook later meer controle te hebben over hun eetgewoonten. Sturing van ouders blijft belangrijk, maar de onderzoekers van de Voedselconsumptiepeiling stellen dat die niet te rigide mag zijn: te vaak verbieden of net te laks zijn, werkt averechts. Belgische (maar vooral Vlaamse) ouders hebben vertrouwen in de voedselkeuzes van hun kinderen: de helft van de kinderen tussen drie en negen jaar oud mogen zelf beslissen wat ze eten en 66 procent van hen ook hoeveel ze eten. 42 procent van de Belgische kinderen wordt verplicht hun bord leeg te eten. Zo kan de overgrote meerderheid (85 procent) van de kinderen tussen drie en negen jaar zichzelf elke dag bedienen van fruit. Voor minder gezonde tussendoortjes gelden er andere regels: slechts 35 procent van de kinderen mag onbeperkt in de koekenkast grabbelen. Hoe hoger opgeleid de ouders zijn, hoe minder hun kinderen dat mogen. Wie zijn of haar kinderen gezond wil doen eten, geeft best zelf ook het goede voorbeeld, aldus de wetenschap. Zien eten doet eten, en dat geldt ook voor (verschillende soorten) groenten en fruit. Ook een aantrekkelijke bereiding en aanlokkelijke presentatie zet kinderen meer aan tot eten dan wanneer ze bijvoorbeeld een bord platgekookte spinazie voorgeschoteld krijgen.