Onlangs zagen we de politieke leiders uit Maleisië en de Filipijnen met de vuist op tafel slaan. Grote containers met plastic afval werden teruggestuurd naar de landen van oorsprong in Europa en Noord-Amerika. Deze taferelen leggen de pijnpunten van de afvalverwerking voor plastic bloot.

De helft van alle plastic afval bestemd voor recyclage wordt door geïndustrialiseerde landen geëxporteerd. Deze export smukt de 'recyclage'-statistieken van Westerse landen op zonder enige opvolging van het lot van dat afval in die importlanden. Het gaat over een 14 miljoen ton plastic afval dat jaarlijks wordt verscheept. De helft ging tot voor kort naar China.

China is nochtans het land waarvan we weten dat het niet uitmunt in afvalbeheer. Het is het land van waaruit het meeste plastic in zee terechtkomt. De bestemming hoeft anderzijds niet dermate te verbazen. Ook voor andere afvalproducten, zoals elektronisch afval, is export door Westerse landen naar ontwikkelings- en groeilanden een gangbare praktijk. Sinds de striktere regulering van afval in de jaren tachtig komt ons afval terecht in landen met lakse milieuwetgeving. Door het verschil in milieustandaarden is de verwerking er goedkoper.

De geglobaliseerde levensloop van plastic loopt al spaak van bij het begin.

Out of sight, out of mind? Heel even dan. Het gerecycleerd materiaal komt terug naar onze oorden, ondermeer door import van Chinees plastic speelgoed. Onderzoek toont aan dat dit speelgoed, ook verkrijgbaar in Belgische winkels, al te vaak verboden chemicaliën bevat. Deze substanties kunnen aanleiding geven tot kankers, geboorteafwijkingen of verstoring van onze hormonenwerking. Dat is volstrekt onaanvaardbaar.

Het prompte verbod van de Chinezen in 2018 om nog verder plastic afval te importeren, heeft een schokgolf veroorzaakt in de internationale handel van plastic afval. De recyclagecapaciteit van Westerse landen is onvoldoende. In plaats van het plastic afval zelf te recycleren, werd het gros van het afval geherlokaliseerd naar landen zoals Thailand, Maleisië, Vietnam, de Filipijnen en Indonesië. Dit zijn allemaal landen die ernstige moeilijkheden ondervinden met het beheer van hun eigen plastic afval, laat staan met moeilijk te recycleren afval afkomstig van andere landen. Dit zijn eveneens de landen die prominente plaatsen waarnemen in de top 10 van landen van grootste plasticvervuilers van de oceanen.

Deze herlokalisatie heeft geleid tot de opmars van illegale afvalverwerkers in Zuidoost-Azië. Grote hoeveelheden plastic afval worden verbrand in ongecontroleerde omstandigheden of gewoonweg gedumpt in het milieu. De gevolgen zijn nefast. Het gaat van lucht- en bodemverontreiniging tot vervuiling van rivieren en de oceanen.

Soms lees ik dat de plasticverontreiniging van de oceanen enkel te wijten is aan gebrekkig afvalbeheer in Azië. Deze afvaltragedie ontkracht die stelling. Het duidt op structurele gebreken in de geglobaliseerde levensloop van plastic. En het loopt al spaak van bij het begin.

Hergebruik en recyclage

Het design van plastic houdt onvoldoende rekening met de noden van hergebruik en recyclage. Zo wordt het recyclageproces bijvoorbeeld bemoeilijkt door de toevoeging van chemische additieven die de functionaliteit of esthetische waarde van plasticproducten verhogen. Slechts een schamele 9 procent van alle plastic dat sinds 1950 werd geproduceerd, is gerecycleerd. 12 procent werd verbrand en de overige 79 procent is op stortplaatsen of in het (mariene) milieu terechtgekomen.

Duurzame productie veronderstelt de creatie van een circulaire economie waarbij het design van plastic hergebruik en recyclage faciliteert, en het afvalbeheer hierop afgestemd is.

Samen met ongebreidelde bevolkingsgroei en consumptie heeft dit geleid tot een zorgwekkende exponentiële toename van de wereldwijde plasticproductie: van 1,5 miljoen ton in 1950 tot een 350 miljoen ton in 2018 op jaarbasis. Bij ongewijzigde consumptie zal dit cijfer tegen 2050 verviervoudigen. Geen enkel ander materiaal heeft een gelijkaardige groei gekend. Naast de creatie van een gigantische afvalberg, mag men niet uit het oog verliezen dat plastic een petroleumproduct is. Indien de trend zich doorzet, zal de plasticproductie tegen 2050 verantwoordelijk zijn voor 20% van de globale olieconsumptie.

Indien we de plasticverontreiniging van de oceanen en de internationale export van plastic afval naar ontwikkelingslanden willen terugdringen, zullen we meer moeten doen dan louter oplossingen te zoeken om het afval te verwerken.

We zullen de groei in plasticproductie moeten intomen en inzetten op afvalminimalisering en duurzamere consumptie- en productiepatronen.

Duurzame productie veronderstelt de creatie van een circulaire economie waarbij het design van plastic hergebruik en recyclage faciliteert, en het afvalbeheer hierop afgestemd is. Daarbij moet het gebruik van schadelijke chemicaliën in plasticproducten worden teruggedrongen. Het is onbegrijpelijk dat bepaalde chemicaliën (zoals de hormoonverstorende stof bisfenol A) zo omstreden zijn, maar toch nog steeds worden toegelaten. Bij twijfel over de impact op de volksgezondheid, pleit ik voor een verbod van dergelijke substanties, tot bewijs van het tegendeel.

Voor een aantal plasticproducten bestaan er reeds milieuvriendelijkere alternatieven, zoals voor bepaalde wegwerpplastic en microplastics in schoonmaak- of cosmeticaproducten. Onderzoek en ontwikkeling moeten het gamma aan substituten uitbreiden. Het is evenwel vereist om ook de milieu-impact van die alternatieven te beoordelen en vergelijken. In tijden van plastic bashing heeft men immers nog weinig oog voor de voordelen van plastic. Auto's en vliegtuigen bevatten steeds meer plastic om het gewicht te reduceren en zo minder brandstof te verbruiken. Plastic draagt bij tot de steriliteit van medische behandelingen. Het gaat dus niet op om plastic tout court te bestempelen als een duivels product. Het is de wijze van productie en consumptie die is ontspoord.

Nog belangrijker dan het zoeken naar alternatieven is afvalpreventie. Hoe minder we consumeren en afval produceren, hoe minder afval in het milieu kan terechtkomen. Het vermijden van onnodige verpakkingen en het invoeren van distributiemodellen die minder verpakkingsmateriaal vergen, bieden in dat opzicht soelaas. Daarvoor is uiteraard ook een gedragsverandering van de consument vereist. Als gewoontedieren in een consumptiemaatschappij is dat niet evident. We nemen het graag op voor het milieu totdat we effectief iets moeten veranderen aan ons gedrag.

Weinig mensen realiseren zich dat de filters microplastics bevatten en niet biologisch afbreekbaar zijn.

Dat geldt ook nog steeds voor de omgang met afval. Belgische huishoudens zijn sterk in het sorteren van hun afval, maar het is frappant hoe vaak sigarettenpeuken in het wilde weg worden gekatapulteerd. Naar schatting wordt 2/3 van alle sigaretten in de wereld weggegooid en een groot deel daarvan is terechtgekomen in het (mariene) milieu. Weinig mensen realiseren zich dat de filters microplastics bevatten en niet biologisch afbreekbaar zijn. Daarenboven bevat de resterende tabak chemicaliën en zware metalen die eenmaal in het water schadelijk zijn voor vissen en andere zeedieren.

Er is geen eenduidige zaligmakende oplossing om de plastic afvalproblemen de wereld uit te helpen. Plastic legt een lange weg af alvorens als afval in Zuidoost-Azië terecht te komen. Om van de primaire productie van plastickorrels tot de consumptie van een product en finaal de verwerking van het overblijvende afval te komen, overschrijdt plastic meerdere landsgrenzen. Bijgevolg is een globale aanpak nodig die oog heeft voor de mankementen in elk stadium van de levensloop van plastic.

Jivan Dasgupta is onderzoeker aan de Ugent, verbonden aan de vakgroep Europees, Publiek- en Internationaal Recht.

Onlangs zagen we de politieke leiders uit Maleisië en de Filipijnen met de vuist op tafel slaan. Grote containers met plastic afval werden teruggestuurd naar de landen van oorsprong in Europa en Noord-Amerika. Deze taferelen leggen de pijnpunten van de afvalverwerking voor plastic bloot.De helft van alle plastic afval bestemd voor recyclage wordt door geïndustrialiseerde landen geëxporteerd. Deze export smukt de 'recyclage'-statistieken van Westerse landen op zonder enige opvolging van het lot van dat afval in die importlanden. Het gaat over een 14 miljoen ton plastic afval dat jaarlijks wordt verscheept. De helft ging tot voor kort naar China. China is nochtans het land waarvan we weten dat het niet uitmunt in afvalbeheer. Het is het land van waaruit het meeste plastic in zee terechtkomt. De bestemming hoeft anderzijds niet dermate te verbazen. Ook voor andere afvalproducten, zoals elektronisch afval, is export door Westerse landen naar ontwikkelings- en groeilanden een gangbare praktijk. Sinds de striktere regulering van afval in de jaren tachtig komt ons afval terecht in landen met lakse milieuwetgeving. Door het verschil in milieustandaarden is de verwerking er goedkoper.Out of sight, out of mind? Heel even dan. Het gerecycleerd materiaal komt terug naar onze oorden, ondermeer door import van Chinees plastic speelgoed. Onderzoek toont aan dat dit speelgoed, ook verkrijgbaar in Belgische winkels, al te vaak verboden chemicaliën bevat. Deze substanties kunnen aanleiding geven tot kankers, geboorteafwijkingen of verstoring van onze hormonenwerking. Dat is volstrekt onaanvaardbaar.Het prompte verbod van de Chinezen in 2018 om nog verder plastic afval te importeren, heeft een schokgolf veroorzaakt in de internationale handel van plastic afval. De recyclagecapaciteit van Westerse landen is onvoldoende. In plaats van het plastic afval zelf te recycleren, werd het gros van het afval geherlokaliseerd naar landen zoals Thailand, Maleisië, Vietnam, de Filipijnen en Indonesië. Dit zijn allemaal landen die ernstige moeilijkheden ondervinden met het beheer van hun eigen plastic afval, laat staan met moeilijk te recycleren afval afkomstig van andere landen. Dit zijn eveneens de landen die prominente plaatsen waarnemen in de top 10 van landen van grootste plasticvervuilers van de oceanen.Deze herlokalisatie heeft geleid tot de opmars van illegale afvalverwerkers in Zuidoost-Azië. Grote hoeveelheden plastic afval worden verbrand in ongecontroleerde omstandigheden of gewoonweg gedumpt in het milieu. De gevolgen zijn nefast. Het gaat van lucht- en bodemverontreiniging tot vervuiling van rivieren en de oceanen. Soms lees ik dat de plasticverontreiniging van de oceanen enkel te wijten is aan gebrekkig afvalbeheer in Azië. Deze afvaltragedie ontkracht die stelling. Het duidt op structurele gebreken in de geglobaliseerde levensloop van plastic. En het loopt al spaak van bij het begin. Het design van plastic houdt onvoldoende rekening met de noden van hergebruik en recyclage. Zo wordt het recyclageproces bijvoorbeeld bemoeilijkt door de toevoeging van chemische additieven die de functionaliteit of esthetische waarde van plasticproducten verhogen. Slechts een schamele 9 procent van alle plastic dat sinds 1950 werd geproduceerd, is gerecycleerd. 12 procent werd verbrand en de overige 79 procent is op stortplaatsen of in het (mariene) milieu terechtgekomen. Samen met ongebreidelde bevolkingsgroei en consumptie heeft dit geleid tot een zorgwekkende exponentiële toename van de wereldwijde plasticproductie: van 1,5 miljoen ton in 1950 tot een 350 miljoen ton in 2018 op jaarbasis. Bij ongewijzigde consumptie zal dit cijfer tegen 2050 verviervoudigen. Geen enkel ander materiaal heeft een gelijkaardige groei gekend. Naast de creatie van een gigantische afvalberg, mag men niet uit het oog verliezen dat plastic een petroleumproduct is. Indien de trend zich doorzet, zal de plasticproductie tegen 2050 verantwoordelijk zijn voor 20% van de globale olieconsumptie.Indien we de plasticverontreiniging van de oceanen en de internationale export van plastic afval naar ontwikkelingslanden willen terugdringen, zullen we meer moeten doen dan louter oplossingen te zoeken om het afval te verwerken. We zullen de groei in plasticproductie moeten intomen en inzetten op afvalminimalisering en duurzamere consumptie- en productiepatronen. Duurzame productie veronderstelt de creatie van een circulaire economie waarbij het design van plastic hergebruik en recyclage faciliteert, en het afvalbeheer hierop afgestemd is. Daarbij moet het gebruik van schadelijke chemicaliën in plasticproducten worden teruggedrongen. Het is onbegrijpelijk dat bepaalde chemicaliën (zoals de hormoonverstorende stof bisfenol A) zo omstreden zijn, maar toch nog steeds worden toegelaten. Bij twijfel over de impact op de volksgezondheid, pleit ik voor een verbod van dergelijke substanties, tot bewijs van het tegendeel. Voor een aantal plasticproducten bestaan er reeds milieuvriendelijkere alternatieven, zoals voor bepaalde wegwerpplastic en microplastics in schoonmaak- of cosmeticaproducten. Onderzoek en ontwikkeling moeten het gamma aan substituten uitbreiden. Het is evenwel vereist om ook de milieu-impact van die alternatieven te beoordelen en vergelijken. In tijden van plastic bashing heeft men immers nog weinig oog voor de voordelen van plastic. Auto's en vliegtuigen bevatten steeds meer plastic om het gewicht te reduceren en zo minder brandstof te verbruiken. Plastic draagt bij tot de steriliteit van medische behandelingen. Het gaat dus niet op om plastic tout court te bestempelen als een duivels product. Het is de wijze van productie en consumptie die is ontspoord.Nog belangrijker dan het zoeken naar alternatieven is afvalpreventie. Hoe minder we consumeren en afval produceren, hoe minder afval in het milieu kan terechtkomen. Het vermijden van onnodige verpakkingen en het invoeren van distributiemodellen die minder verpakkingsmateriaal vergen, bieden in dat opzicht soelaas. Daarvoor is uiteraard ook een gedragsverandering van de consument vereist. Als gewoontedieren in een consumptiemaatschappij is dat niet evident. We nemen het graag op voor het milieu totdat we effectief iets moeten veranderen aan ons gedrag. Dat geldt ook nog steeds voor de omgang met afval. Belgische huishoudens zijn sterk in het sorteren van hun afval, maar het is frappant hoe vaak sigarettenpeuken in het wilde weg worden gekatapulteerd. Naar schatting wordt 2/3 van alle sigaretten in de wereld weggegooid en een groot deel daarvan is terechtgekomen in het (mariene) milieu. Weinig mensen realiseren zich dat de filters microplastics bevatten en niet biologisch afbreekbaar zijn. Daarenboven bevat de resterende tabak chemicaliën en zware metalen die eenmaal in het water schadelijk zijn voor vissen en andere zeedieren. Er is geen eenduidige zaligmakende oplossing om de plastic afvalproblemen de wereld uit te helpen. Plastic legt een lange weg af alvorens als afval in Zuidoost-Azië terecht te komen. Om van de primaire productie van plastickorrels tot de consumptie van een product en finaal de verwerking van het overblijvende afval te komen, overschrijdt plastic meerdere landsgrenzen. Bijgevolg is een globale aanpak nodig die oog heeft voor de mankementen in elk stadium van de levensloop van plastic. Jivan Dasgupta is onderzoeker aan de Ugent, verbonden aan de vakgroep Europees, Publiek- en Internationaal Recht.