Wat is een goed asiel- en migratiebeleid? Wie de politieke debatten over dat thema de afgelopen jaren volgde, kon de indruk krijgen dat de kwaliteit van het beleid is uit te drukken in cijfers. Meer dan eens raakte voormalig staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) verwikkeld in cijferoorlogen. Soms was het Vlaams Belang de opponent, de afgelopen maanden was dat vooral zijn opvolgster Maggie De Block (Open VLD).
...

Wat is een goed asiel- en migratiebeleid? Wie de politieke debatten over dat thema de afgelopen jaren volgde, kon de indruk krijgen dat de kwaliteit van het beleid is uit te drukken in cijfers. Meer dan eens raakte voormalig staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) verwikkeld in cijferoorlogen. Soms was het Vlaams Belang de opponent, de afgelopen maanden was dat vooral zijn opvolgster Maggie De Block (Open VLD). Wat die oorlogen met elkaar gemeen hebben, is dat het schijngevechten zijn. De pieken en dalen in de statistieken worden niet veroorzaakt door het beleid, wel door echte oorlogen, conflicten en economische omstandigheden waar dit kleine land geen of nauwelijks greep op heeft. Bovendien worden beslissingen over toekenning van asiel niet genomen door de staatssecretaris, maar door een onafhankelijk orgaan: het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen. Met die cijfers is het dus uitkijken, om meer dan één reden. Op de rechterzijde - en minstens ook een deel van de linkerzijde - lijkt er al even een consensus te bestaan dat een goed migratie- en asielbeleid een beleid is dat zo veel mogelijk inperkt. Uiteraard is dat een legitieme opvatting. Maar is het wel een goed idee om 'inperking' van migratie als belangrijkste beleidsdoelstelling voorop te stellen? Toen Theo Francken vorig jaar in de gaten kreeg dat het aantal asielaanvragen van Palestijnen aanzienlijk was gestegen, besloot hij een quotum van maximaal 50 aanvragen per dag in te voeren. De zin van die volgens velen weinig humane maatregel werd in twijfel getrokken door zijn eigen diensten, die te kennen gaven dat ze een groter aantal zonder veel problemen konden verwerken. Zijn opvolgster Maggie De Block trok het quotum meteen in. Een juiste beslissing, oordeelde de Raad van State. Asiel aanvragen is een grondrecht, en Francken had het aanvragers 'overdreven moeilijk' gemaakt om dat grondrecht uit te oefenen. Cijferfetisjisme en de bijbehorende druk van vooral uiterst rechts hebben de voorbije regeerperiode meer dan één keer tot discutabele beslissingen geleid. Denk aan de pogingen om transmigratie in te dijken. Vorige week nog schreef gewezen defensieminister Sander Loones (N-VA) de stijging van het aantal transmigranten in Zeebrugge toe aan het 'laksere migratiebeleid' van De Block. Of dat al dan niet laksere beleid aan de basis van die stijging ligt, is maar de vraag. Nog geen jaar geleden verklaarde Francken dat het probleem transmigratie op korte termijn 'onoplosbaar' is. Beleidsmakers die een andere indruk willen wekken, doen dat niet zonder risico. Dat mocht diezelfde Francken ondervinden toen hij in september, geflankeerd door partijgenoot en binnenlandminister Jan Jambon, uitpakte met een actieplan tegen transmigranten. Om de in dat kader opgepakte transmigranten te kunnen opsluiten in gesloten centra, werden tientallen uitgeprocedeerde migranten met een strafblad uit die centra vrijgelaten. Met de repatriëring van die transmigranten wilde het ondertussen niet echt vlotten. In een opiniestuk voor dit blad noteerden de onafhankelijke Kamerleden Hendrik Vuye en Veerle Wouters dat in 2017 125 Sudanezen teruggestuurd werden in het kader van de Dublinakkoorden. Dat betekent dat ze werden overgebracht naar een ander EU-land. In verreweg de meeste gevallen keerden ze vervolgens terug naar België. 'Pseudorepatriëringen', zo noemen de Kamerleden dat. Sinds 2011 zijn er in totaal maar 14 Sudanezen effectief naar hun geboorteland gerepatrieerd. De vraag is dan hoe je wel een correcte beleidsanalyse kunt maken zonder gebruik te maken van harde cijfers. Een mogelijkheid zou kunnen zijn: afwegen in hoeverre de bevoegde staatssecretaris erin is geslaagd de eigen ambities waar te maken. In het geval van Francken moet het dan zeker ook gaan over het al vanaf het begin van de regeerperiode aangekondigde 'migratiewetboek'. In interviews noemde hij dat wetboek - een update van de huidige Vreemdelingenwet, die al dateert van de jaren 1980 - 'het belangrijkste werk dat ik de komende vijf jaar wil realiseren'. Het werk was volgens hem noodzakelijk om procedures te vereenvoudigen en al dan niet vermeend misbruik door advocaten tegen te gaan. Dat het beloofde migratiewetboek onvoltooid bleef, kan Francken aangerekend worden. Al zou het te ver gaan om zijn beleid alleen daarom volledig te desavoueren. Voor het geval u het vergeten bent: Theo Francken werd al vroeg in zijn ambtstermijn geconfronteerd met een van de grootste migratiecrisissen die ons land heeft gekend. Dat die crisis weleens voor chaos zorgde, is ontegensprekelijk waar. Maar even goed is het waar dat die crisis mede door toedoen van de staatssecretaris niet werkelijk is ontspoord. In september 2015 klopten in ons land bijna 7000 asielzoekers aan. Snelle uitbreiding van de noodcapaciteit zorgde ervoor dat haast alle asielzoekers kregen waar ze recht op hadden: bed, bad en brood. Hoewel goed gemanaged, zorgde de asielcrisis voor een cesuur in het beleid en de manier waarop daarover werd gecommuniceerd. Nauwelijks was de crisis onder controle of de staatssecretaris trok alle registers open om de rechtse stem bij zich te houden. Daarbij beperkte hij zich niet alleen tot forsere communicatie. Zo kwam er een wet die het mogelijk maakt om verblijfsvergunningen in te trekken als de situatie in het land van herkomst weer verbetert. Ook werden brieven uitgereikt aan kandidaat-asielzoekers met als doel 'het beeld van België als eldorado effectief te ontkrachten'. De prijs voor een aanvraag tot regularisatie werd opgetrokken tot 350 euro. Op Franckens initiatief kwam er een (nog altijd niet in wet gegoten) nieuwkomersverklaring. Pogingen om de lijst met veilige landen van herkomst te beperken, kenden wisselend succes. Aan ijver om de migratie- en asielkanalen in te perken of toch minstens onaantrekkelijk te maken, heeft het de gewezen staatssecretaris sinds de asielcrisis nooit ontbroken. Het leverde hem een schare bewonderaars op, die hem nog het liefst zouden decoreren met alle eremedailles die in dit land te verdienen zijn. Op sociale media ruzieden die bewonderaars heftig met het andere kamp, dat hem nog het liefst zou overladen met de hele beschikbare voorraad aan pek en veren. De samenwerking die Francken opzette met het Sudanese regime zorgde voor een polarisatiepiek. In september 2017 riep de staatssecretaris de hulp in van ambtenaren van dat dubieuze regime om Sudanese vluchtelingen in Brussel te identificeren. De missie leidde tot grote verontwaardiging bij de oppositie en ngo's. Na berichten over folteringen van de teruggestuurde Sudanezen volgde een onderzoek door het al genoemde Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CVGS). Uit het rapport onthield de staatssecretaris dat het CVGS 'geen bewijzen' van foltering had gevonden. Eerder al had Francken steun gekregen uit veeleer onverwachte hoek. In een gesprek met Knack vertelde Kamerlid Patrick Dewael (Open VLD) dat een terugkeerbeleid niet mogelijk is zonder samenwerking met misdadige regimes. 'Dat is wrang, maar het is nu eenmaal de realiteit dat je niet vaak zult moeten samenwerken met liberale democratieën.' Patrick Dewael, ooit zelf bevoegd voor deze domeinen, gaf in hetzelfde interview een definitie van wat volgens hem 'een goed migratiebeleid' is. Zo'n beleid, zei Dewael, is 'helder, strikt en consequent'. Volgen we die definitie, dan verdient het beleid van Francken minstens ten dele een onvoldoende. Wat het toekennen van humanitaire visa betreft, was dat beleid immers allesbehalve helder en consequent. Onder Francken vertienvoudigde het aantal toegekende humanitaire visa. Dat kon omdat het toekennen van die visa een zogenaamde 'discretionaire bevoegdheid' is: het is een van de zeldzame migratiekanalen waarover de staatssecretaris zelf mag beslissen. Dat hij dit kanaal zo gretig gebruikte, is allicht geen toeval. Met humanitaire visa konden Francken en zijn partij kritiek als zou het beleid onmenselijk zijn pareren. En dus kondigde Francken op paaszondag 2017 aan dat aan honderden Syrische christenen een visum was toegekend. Het gebaar stond in schril contrast met zijn koppige verzet tegen de uitreiking van eenzelfde visum aan een Syrisch gezin uit Aleppo. Toen al werd de willekeur van dat beleid op de korrel genomen door organisaties waar de staatssecretaris consequent doof voor bleef: de ngo's. In Knack noemde Charlotte Vandycke van Vluchtelingenwerk Vlaanderen de toekenning van humanitaire visa de perfecte illustratie van Franckens gunstenbeleid. 'Wanneer hij de procedure aanwendt, wordt het visum verstrekt. Als iemand het zelf in gang steekt, lukt het meestal niet. Stel je voor dat je studiebeurzen zo zou uitkeren. Nu en dan een aantal, zonder duidelijke criteria. Dan zouden we toch ook spreken over willekeur?' Om dezelfde reden vroeg het federaal migratiecentrum Myria om meer transparantie. 'Als men onvermijdelijk keuzes moet maken over wie kan komen en wie niet, en men daarover blijkbaar duidelijke beleidslijnen heeft, vindt Myria dat deze voorwerp moeten uitmaken van een parlementair debat. Vandaag heerst er de grootste onduidelijkheid over de hele kwestie, zelfs voor experts vreemdelingenrecht.' Franckens 'gunstenbeleid' zou hem duur te staan komen. Begin dit jaar lekte uit dat niet minder dan 326 van die humanitaire visa verstrekt werden door gemeenteraadslid Melikan Kucam (N-VA), een tussenpersoon die zich daar vorstelijk voor zou hebben laten betalen. Een bijzonder pijnlijk dossier, niet het minst voor zijn partij. Voor de N-VA was Francken op migratie tot dan vooral een godsgeschenk geweest. In combinatie met het beleidsdomein was hij de geknipte figuur om te voorkomen dat de kiezer naar het Vlaams Belang zou overlopen. Dat de N-VA de regering liet vallen over een niet-juridisch bindend migratiepact is alleen logisch te verklaren door het lawaai dat Vlaams Belang over dat pact maakte. Zo weinig het beleid zich de afgelopen jaren aantrok van 'linkse' ngo's, zo aandachtig werd er geloerd naar extreemrechts. Gespierde communicatie en dito maatregelen konden toch minstens de illusie wekken dat migratie vanuit een klein Europees land te sturen en te controleren is. Het is die strategie die Francken zijn populariteit bezorgde. Maar het is ook die strategie die tot enkele fameuze uitschuivers leidde. Of die uitschuivers afbreuk deden aan zijn populariteit, is voorlopig een open vraag.