Op 24 februari 1921 werd de Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica van kracht. De collectieven #STOP1921 aan Franstalige zijde en SMART on Drugs aan Vlaamse zijde, die tientallen verenigingen, maatschappelijke actoren, en duizenden burgers vertegenwoordigen, bundelen hun krachten om de kloof tussen deze bijna eeuwenoude wet en de hedendaagse samenleving aan de kaak te stellen.

Deze basiswet vormt tot op de dag van vandaag de ruggengraat van het Belgische drugbeleid. De drugswet van 1921 werd af en toe bijgesteld via wetswijzigingen, koninklijke besluiten en richtlijnen, maar de essentie is al die tijd strafrechtelijk en dus ook bestraffend gebleven.

In het licht van de beperkte wetenschappelijke kennis een eeuw geleden is het begrijpelijk dat de architecten van de toenmalige wet geloofden in het concept van de totale uitroeiing van de drugproductie en het druggebruik. Het fata morgana van een drugvrije wereld leek bereikbaar.

De wetenschappelijke, ervarings- en praktijkdeskundige inzichten die sindsdien werden opgebouwd, kunnen echter niet langer genegeerd worden. Beschermt deze wet de volksgezondheid van de burgers? Beperkt ze het gebruik en de beschikbaarheid van illegale drugs? Gaat ze de werking en verrijking van criminele organisaties tegen? De antwoorden zijn op al deze vragen 'neen'.

De Drugswet is 99 jaar oud en niet meer van deze tijd.

Tegenwoordig houden steeds meer landen dan ook rekening met deze inzichten. Verschillende Amerikaanse staten hebben cannabis gelegaliseerd voor medisch en/of recreatief gebruik, en verscheidene steden en staten overwegen intussen om het bezit en gebruik van psychedelische drugs (LSD, psilocybine enzovoort) te decriminaliseren.

In Europa heeft Portugal het gebruik van alle drugs reeds in 2001 gedecriminaliseerd, met bemoedigende resultaten naar de bevordering van volksgezondheid en de inperking van criminaliteit.

Onze Nederlandse buren - die zich lang beperkten tot een tolerantiebeleid ten aanzien van het gebruik en de verkoop van cannabis - experimenteren met de gereguleerde productie van cannabis. Onlangs besliste ook Luxemburg om cannabis te reguleren.

Je zou mogen verwachten dat de Belgische politiek werk maakt van een modern en humaan drugbeleid, maar helaas

Geïnspireerd door deze buitenlandse pioniers en op basis van de wetenschappelijke, ervarings- en praktijkdeskundige inzichten zou je kunnen verwachten dat de Belgische politiek werk maakt van een modern en humaan drugbeleid. Helaas, het is en blijft, ook tijdens deze federale onderhandelingen, opvallend stil rond deze thematiek.

Om electorale of ideologische redenen blijkt het merendeel van de politici zich niet geroepen te voelen om zich openlijk met dit onderwerp bezig te houden. Het debat is nochtans belangrijk en hoognodig omdat het finaal om het welzijn van mensen gaat, en zelfs om mensenlevens.

SMART on Drugs pleit als burgerbeweging voor de hervorming van het Belgische drugbeleid. Zij ijvert voor een deskundige aanpak waarin het welzijn van mensen voorop staat.

#STOP1921 is een campagne van het maatschappelijk middenveld om de wetgevers en de publieke opinie bewust te maken van de noodzaak om het bijna honderd jaar oude prohobitionistisch drugbeleid fundamenteel te hervormen.

Op 24 februari 1921 werd de Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica van kracht. De collectieven #STOP1921 aan Franstalige zijde en SMART on Drugs aan Vlaamse zijde, die tientallen verenigingen, maatschappelijke actoren, en duizenden burgers vertegenwoordigen, bundelen hun krachten om de kloof tussen deze bijna eeuwenoude wet en de hedendaagse samenleving aan de kaak te stellen.Deze basiswet vormt tot op de dag van vandaag de ruggengraat van het Belgische drugbeleid. De drugswet van 1921 werd af en toe bijgesteld via wetswijzigingen, koninklijke besluiten en richtlijnen, maar de essentie is al die tijd strafrechtelijk en dus ook bestraffend gebleven. In het licht van de beperkte wetenschappelijke kennis een eeuw geleden is het begrijpelijk dat de architecten van de toenmalige wet geloofden in het concept van de totale uitroeiing van de drugproductie en het druggebruik. Het fata morgana van een drugvrije wereld leek bereikbaar. De wetenschappelijke, ervarings- en praktijkdeskundige inzichten die sindsdien werden opgebouwd, kunnen echter niet langer genegeerd worden. Beschermt deze wet de volksgezondheid van de burgers? Beperkt ze het gebruik en de beschikbaarheid van illegale drugs? Gaat ze de werking en verrijking van criminele organisaties tegen? De antwoorden zijn op al deze vragen 'neen'. Tegenwoordig houden steeds meer landen dan ook rekening met deze inzichten. Verschillende Amerikaanse staten hebben cannabis gelegaliseerd voor medisch en/of recreatief gebruik, en verscheidene steden en staten overwegen intussen om het bezit en gebruik van psychedelische drugs (LSD, psilocybine enzovoort) te decriminaliseren. In Europa heeft Portugal het gebruik van alle drugs reeds in 2001 gedecriminaliseerd, met bemoedigende resultaten naar de bevordering van volksgezondheid en de inperking van criminaliteit. Onze Nederlandse buren - die zich lang beperkten tot een tolerantiebeleid ten aanzien van het gebruik en de verkoop van cannabis - experimenteren met de gereguleerde productie van cannabis. Onlangs besliste ook Luxemburg om cannabis te reguleren.Geïnspireerd door deze buitenlandse pioniers en op basis van de wetenschappelijke, ervarings- en praktijkdeskundige inzichten zou je kunnen verwachten dat de Belgische politiek werk maakt van een modern en humaan drugbeleid. Helaas, het is en blijft, ook tijdens deze federale onderhandelingen, opvallend stil rond deze thematiek. Om electorale of ideologische redenen blijkt het merendeel van de politici zich niet geroepen te voelen om zich openlijk met dit onderwerp bezig te houden. Het debat is nochtans belangrijk en hoognodig omdat het finaal om het welzijn van mensen gaat, en zelfs om mensenlevens.