De coronacrisis maakt een nieuwe staatshervorming onafwendbaar. Voor de uitbraak van de pandemie was al duidelijk dat de bijzondere financieringswet, die regelt hoeveel geld de regio's krijgen, moest worden gewijzigd. Toen de zesde staatshervorming in 2011 werd goedgekeurd, gaf de federale overheid extra bevoegdheden aan de deelstaten, maar de bijbehorende middelen werden slechts voor 85 procent overgeheveld. Het gevolg was dat alle entiteiten het financieel lastig kregen. De Franstalige Gemeenschap, onder meer bevoegd voor onderwijs, gezondheidszorg en cultuur, zit al jaren in bijzonder slechte papieren. Het Waalse Gewest, bevoegd voor zaken zoals economie, werkgelegenheid, landbouw en lokale besturen, kwam ook in financieel zwaar weer terecht.
...

De coronacrisis maakt een nieuwe staatshervorming onafwendbaar. Voor de uitbraak van de pandemie was al duidelijk dat de bijzondere financieringswet, die regelt hoeveel geld de regio's krijgen, moest worden gewijzigd. Toen de zesde staatshervorming in 2011 werd goedgekeurd, gaf de federale overheid extra bevoegdheden aan de deelstaten, maar de bijbehorende middelen werden slechts voor 85 procent overgeheveld. Het gevolg was dat alle entiteiten het financieel lastig kregen. De Franstalige Gemeenschap, onder meer bevoegd voor onderwijs, gezondheidszorg en cultuur, zit al jaren in bijzonder slechte papieren. Het Waalse Gewest, bevoegd voor zaken zoals economie, werkgelegenheid, landbouw en lokale besturen, kwam ook in financieel zwaar weer terecht. In de aanloop naar de federale verkiezingen van mei 2019 was de staatshervorming geen thema. Toenmalig PS-voorzitter Elio Di Rupo zei wel dat de financieringswet moest worden hervormd omdat de Franstalige deelstaten in financiële ademnood kwamen. In de financieringswet is een overgangsmechanisme voorzien dat de overheveling van minder geld moet compenseren. Dat compensatiemechanisme bedeelt Wallonië goed, maar vanaf 2025 neemt het met 10 procent per jaar af. Alleen al daarom dringt een wijziging van de wet zich op. Door de crisis is de situatie nog verergerd. De financiering van de gewesten is gebaseerd op de opbrengsten van de personenbelasting. Hoe meer die opleveren, hoe meer geld de gewesten krijgen. Nu we de grootste economische terugval sinds de Tweede Wereldoorlog meemaken, duwen de sterk terugvallende personenbelastingen de regio's nog meer in het rood. Bij ongewijzigd beleid zal Vlaanderen in 2024 een schuld hebben van 53 miljard, voor het Waalse Gewest zal dat 30 miljard zijn, voor de Franstalige Gemeenschap 14 miljard en voor Brussel 10 miljard. Daarbij wordt de vraag gesteld of het nooddruftige Franstalige België dan in staat zal zijn om zijn leningen af te betalen. De hervorming van de financieringswet is levensnoodzakelijk geworden. De regering-De Croo besliste eind vorige maand op een ministerraad dat vijf artikelen van de grondwet moeten worden herzien. Zoals Herman Matthijs (UGent en VUB) in een opiniestuk op Knack.be schrijft, is dat opmerkelijk vroeg in de regeerperiode. Het gaat om een voorlopige lijst die nog kan worden aangevuld. Hij zal pas op het einde van de regeerperiode, ten laatste mei 2024, ter stemming worden voorgelegd, want na goedkeuring volgen onmiddellijk de ontbinding van het parlement en nieuwe verkiezingen. Op de lijst van de regering-De Croo staan onder andere artikelen over de ontbinding van de Kamer bij aanslepende regeringsonderhandelingen. Dat zou betekenen dat er nieuwe verkiezingen komen als binnen een bepaalde termijn geen regering kan worden gevormd. Ook artikel 195 staat op de lijst, waarmee de procedure om een grondwetsherziening door te voeren kan worden gewijzigd. De federale regering argumenteert dat de herziening van dat artikel een nieuwe staatsstructuur mogelijk kan maken vanaf 2024, met daarin een meer homogene en efficiënte bevoegdheidsverdeling. Dat moet ertoe leiden, zo heet het in de notulen van de ministerraad, 'dat de deelstaten in hun autonomie en het federale niveau in zijn slagkracht versterkt moeten worden'. Matthijs concludeert daaruit dat de regering de mogelijkheid openlaat om bevoegdheden te herfederaliseren. Een aantal prangende problemen staat niet op de lijst, merkt Matthijs terecht op, zoals de rol van de Senaat, het aantal deelstaten en hun statuut en de positie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, zijn grenzen, taalstatuut en het bestaan van faciliteitengemeenten. Ook van de bijzondere financieringswet is geen sprake. Daarvoor is niet noodzakelijk een grondwetswijziging nodig, het kan ook via bijzondere wetten. Net als voor een grondwetswijziging is voor die bijzondere wetten wel een tweederdemeerderheid in het parlement nodig én een meerderheid in elke taalgroep. De regering-De Croo heeft die niet. Zonder steun van de N-VA en/of Vlaams Belang, zal ze de PVDA-PTB, het CDH of DéFI erbij moeten betrekken. Dat wordt moeilijk. Een grondwetswijziging en/of wijziging via bijzondere wetten dringt zich op. Hoe daarvoor de tweederdemeerderheid plus een meerderheid in elke taalgroep kan worden gevonden, is onduidelijk. Maar zonder wijziging van de bijzondere financieringswet zullen zeker de Franstalige regio's kopje-onder gaan.