De Belgiëroute: hoe de Nederlandse vee-industrie gewonde en zieke dieren in onze slachthuizen dumpt

© Getty
Annick Hus Freelancejournalist

Hoewel Nederland al jaren pogingen onderneemt om niet-transportwaardig vee binnen de landsgrenzen te houden, vinden gewonde en zieke dieren via de zogenaamde Belgiëroute nog altijd hun weg naar onze slachthuizen. Die wanpraktijken blijven vaak ongestraft.

In 2022 verwerkten Belgische slachthuizen maandelijks zo’n 25,83 miljoen dieren, waaronder vee uit Nederland. Hoeveel dieren precies de grens oversteken voor de slacht is niet bekend. Maar dat ze soms in bedenkelijke omstandigheden in onze slachthuizen aankomen, wordt zelfs door overheidsinstanties bevestigd.

Dat blijkt onder andere uit mailverkeer tussen de Vlaamse Dienst Dierenwelzijn en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), de instantie die onder meer verantwoordelijk is voor de exportkeuring van levende dieren. ‘De foto’s spreken al voor zich’, schreef een Vlaamse ambtenaar op 23 november 2022. ‘Een rund was al dood op de vrachtwagen, twee werden bedwelmd en gekeeld op de vrachtwagen.’ De bijgevoegde foto’s tonen twee magere, dode runderen in hun eigen uitwerpselen. ‘Ja, helaas’, antwoordde de Nederlandse ambtenaar. ‘Dat bedoelde ik toen ik zei dat doorgaans de slechtere runderen naar België gaan.”

In veel gevallen gaat het om ‘afgemolken koeien’, dieren die elk jaar een kalf moeten baren om duizenden liters melk te kunnen produceren. Na 5,5 jaar en zo’n 28.000 liter melk worden de dieren op het transport naar het slachthuis gezet. Het melkvee dat na al die jaren van hard labeur in minder optimale conditie verkeert, zou onder meer naar België afgevoerd worden.

Vernietigend rapport

Dat er wat schort met de Nederlandse exportkeuring is geen geheim. In 2019 publiceerde het onderzoeksbureau 2Solve al een vernietigend rapport dat het falende beleid van de Nederlandse autoriteiten aankaartte. Daarin werd ook verwezen naar de zogenaamde ‘Belgiëroute’, de transportroute waarlangs dieren die ongeschikt zijn voor transport naar Belgische slachthuizen gaan.

Onder de categorie niet-transportwaardig vee vallen niet alleen kreupele melkkoeien, maar ook zieke, gewonde en hoogzwangere dieren. Terwijl er in 2016 sprake was van één melding, waren dat er in 2017 11 en in 2018 al 25. Het topje van de ijsberg, stond in het 2Solve-rapport te lezen, aangezien meldingen uit België niet altijd ‘tijdig, consistent en volledig zijn’.

De Belgiëroute: ‘Het kan niet anders dan dat die dieren al ziek waren toen ze op transport werden gezet in Nederland.’ © Getty Images

Het onderzoeksbureau stelde ook vast dat zwakke, zieke en kreupelende runderen verzameld werden, om vervolgens vanuit Nederlandse verzamelcentra naar België te gaan voor de slacht. Verder verwezen de resultaten van het onderzoek naar het toedienen van medicijnen, met name paracetamol, een pijnstiller die wordt gebruikt om kreupelheid en daarmee gepaard gaande pijn bij de dieren te verdoezelen. ‘Deze paracetamol kopen ze (de veehandelaren, nvdr) in België’, luidde het.

Afval

Dat het vervoer van die runderen daadwerkelijk plaatsvond, bevestigen ook de dierenartsen van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV). ‘Het kan niet de bedoeling zijn dat zieke en sterk verzwakte dieren vanuit Nederland als afval worden getransporteerd naar een Belgisch slachthuis’, schreef een dierenarts in een inspectieverslag van december 2018.

Hoewel de NVWA in navolging van het alarmerende rapport uit 2019 tal van maatregelen nam, belanden er nog altijd niet-transportwaardige dieren in de Belgische slachthuizen. En terwijl in de coronajaren 2020 en 2021 respectievelijk drie en zes meldingen van niet-transportwaardige runderen opgetekend werden, steeg dat aantal in 2022 naar acht. In de eerste zeventig dagen van 2023 ontving de NVWA ook al zes meldingen.

Aanhoudende wantoestanden

‘Schendingen van dierenwelzijn moeten vooraan in de transportketen voorkomen worden (bij de boerderij, voordat dieren de vrachtwagen opgaan), en niet pas als een vrachtwagen met dieren aan de grens staat.’ Dat meldde de NVWA in een persmededeling in 2021, nadat de Nederlandse organisatie Ongehoord de wantoestanden met niet-transportwaardige dieren nogmaals had aangekaart. NVWA-dierenartsen zouden voortaan gebruikmaken van de Europese richtsnoeren, richtlijnen met beschrijvingen en foto’s van gezondheidsproblemen bij runderen en varkens, en alle dieren voor vertrek individueel keuren.

Daarnaast kreeg de IOD-NVWA, de informatie- en opsporingsdienst van de NVWA die strafrechtelijk onderzoek kan doen, de opdracht om de Belgiëroute te onderzoeken. Maar dat onderzoek kwam er nooit, zo blijkt. Ook een nieuw sectorprotocol over de transportwaardigheid van dieren dat in oktober 2021 werd geïntroduceerd, werd na overleg met de sector weer afgezwakt.

In veel gevallen gaat het om ‘afgemolken koeien’, dieren die elk jaar een kalf moeten baren om duizenden liters melk te kunnen produceren.

Keuren voor veehouders

‘De NVWA neemt het niet zo nauw met de welzijnsregelgeving’, zegt Paul Bours. In december 2022 stapte de Nederlandse dierenarts vervroegd op als Senior Policy Advisor Animal Welfare, mede door het jarenlange falen van de autoriteiten. ‘Keurders zijn niet zozeer voor de dieren dan wel voor de veehouders bezig. Daarom keuren ze geen vee af, want dan krijgen ze gezeik’, zegt hij.

De druk op de NVWA-dierenartsen om dieren goed te keuren is groot, zo legt ook een voormalig NVWA-dierenarts uit die keurde voor export. ‘Een afgekeurd stuk vee betekent immers inkomstenderving. Het dier moet dan worden geëuthanaseerd, waarna het vlees wordt afgevoerd en niet meer kan worden verkocht. De kosten van het euthanaseren zelf worden verhaald op de veehandelaar. Die druk voel je als dierenarts. Ik ben niet bang of snel geïntimideerd, maar niet iedereen kan daar tegen.’

De NVWA ontkent dat niet-transportwaardige dieren moedwillig goedgekeurd worden. ‘Onze dierenartsen doen er alles aan om het dierenwelzijn te waarborgen. Zij beoordelen dieren zorgvuldig en nemen per dier een afgewogen besluit’, klinkt het. Wel kan het volgens de organisatie voorkomen ‘dat er bij een inspectie af en toe een dier doorheen glipt dat eigenlijk niet goedgekeurd had mogen worden. Dat gebeurt nooit bewust.’ Ook wijst de NVWA op de mogelijkheid dat dieren na de keuring verwisseld worden. Het is moeilijk vast te stellen of ‘welzijnsafwijkingen’ die zijn geconstateerd bij aankomst in België al bestonden toen de dieren op transport gingen. ‘Dieren kunnen onderweg ernstig verzwakt zijn geraakt.’

Kleinere pakkans

Maar ondertussen blijven niet-transportwaardige dieren hun weg vinden naar Belgische slachthuizen. ‘In België, zo gaat de ronde onder keurders van de NVWA en veehandelaren, keuren ze minder streng en is de kans klein dat er een melding terugkomt van een overtreding’, vertelt een NVWA-dierenarts, die ook navraag deed bij zijn collega’s. ‘Als er bij een slachthuis strenger wordt gecontroleerd, gaan de veehandelaren op zoek naar een plek waar ze nog wel vee kwijt kunnen waarvan de kans bestaat dat het wordt afgekeurd. Een van de plekken, zo doet de ronde, is België.’

Eyes on Animals, een Nederlandse organisatie voor dierenwelzijn die slachthuizen en verzamelplaatsen in Nederland en België bezoekt, vangt dan weer signalen op over Vlaamse dierenartsen die niet rapporteren wanneer Nederlandse dieren in onacceptabele toestand arriveren. ‘Omdat het niet collegiaal is tegenover hun Nederlandse collega’s’, zegt Lesley Moffat, die in het voorjaar van 2023 met een collega bij een Belgisch slachthuis was om een training te geven. ‘Er kwam toevallig een vrachtwagen uit Nederland aan’, vertelt ze. De foto’s en filmpjes op haar telefoon spreken boekdelen: sterk vermagerde en kreupele koeien met opgezwollen poten en abcessen zo groot als een voetbal, vol met pus. ‘Het kan niet anders dan dat die dieren al ziek waren toen ze op transport werden gezet in Nederland.’

Doelbewust?

Bert Driessen, expert dierenwelzijn en onderzoeker diergedrag en veehouderij, is op de hoogte van het probleem. ‘Ik denk dat op bepaalde transporten vanuit Nederland niet de beste dieren zitten. Wat moet ik daarvan denken? Is dat dan doelbewust? Waarom worden die dieren niet in het land van herkomst geslacht?’

In december 2021 stelde Driessen een adviesrapport op, gebaseerd op de controleverslagen van de Dierenartsen met Opdracht (DMO’s) die sinds medio 2021 drie uur per dag aanwezig zijn in de Vlaamse slachthuizen om op dierenwelzijn te controleren. ‘Als een dierenarts feiten vaststelt die niet conform de Dierenwelzijnswet zijn, dan stelt hij een informatieformulier op. Dat kan gaan over de transportwaardigheid, het lossen en de omgang met dieren tot het ontbreken van documenten.’

Toch blijkt 70 tot 90 procent van de vaststellingen niet te gaan over slachthuisaspecten, maar over het traject ervoor, met name de transportwaardigheid van dieren en het transport zelf. Daarom benadrukte het adviesrapport uitdrukkelijk dat ‘de transportwaardigheid van dieren vervoerd vanuit het buitenland naar Vlaamse slachthuizen moet verbeteren’.

Ontbrekende gegevens

Ook Michael Gore, sinds 2016 ceo van de Federatie van het Belgische Vlees (FEBEV), beseft dat de transportwaardigheid van dieren een belangrijk aandachtspunt is. ‘Het is iets waar we dagelijks mee bezig zijn. Al hebben we over de dierenwelzijnscontroles op het niveau van de herkomst van buitenlandse dieren geen duidelijk zicht’, zegt hij.
Hoewel de aanvoer van niet-transportwaardig vee via de Belgiëroute een bekend probleem is, houdt de Dienst Dierenwelzijn geen informatie bij over de opvolging van meldingen aan de NVWA. ‘De reacties vanuit Nederland worden niet bijgehouden omdat veel meldingen in een telefonisch overleg besproken werden’, vertelde Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) in het voorjaar van 2023 in de Commissie Dierenwelzijn.

Een exact cijfer voor het aantal Nederlandse dieren dat in Vlaanderen arriveert, is er niet. ‘Vanuit de Vlaamse landbouwregelgeving inzake karkasclassificatie is de afkomst van de geslachte landbouwdieren niet bekend’, voegde Weyts eraan toe. Verder verwees de minister naar het vierogenprincipe dat Nederland sinds 2019 hanteert. ‘Op exportverzamelplaatsen worden de dieren nu steeds door twee dierenartsen beoordeeld vooraleer ze mogen vertrekken.’ De NVWA geeft echter toe dat het niet haalbaar is om consequent twee dierenartsen in te zetten voor de inspectie van alle dieren, wat betekent dat het vierogenprincipe niet altijd wordt toegepast.

Interne processen

‘Ongeacht in welke staat slachtdieren vervoerd worden, zodra ze een poot op de slachthuissite zetten moeten ze geslacht worden’, benadrukt Michael Gore. ‘Wanneer het om niet-transportwaardig vee gaat, zijn dierenartsen niet bevoegd om meteen boetes uit te schrijven of onderzoeksdaden te stellen. Ze doen enkel vaststellingen. Bij de Dienst Dierenwelzijn volgen mogelijk een onderzoek en eventuele sancties ten aanzien van de transporteur, de aanvoerder, de producent, of die nu in België zit of niet. Die evaluatie vindt plaats na de feitelijke vaststellingen.’

‘Stel dat er toch een probleem is met niet-transportwaardige dieren uit Nederland, dan moet er bij de NVWA gekeken worden naar de interne processen’, zegt Gore. ‘In dat geval zouden de dierenartsen zaken goedkeuren voor transport die niet conform de Europese regelgeving zijn. Het heeft weinig zin dat er vaststellingen gebeuren als die niet verder opgevolgd worden.’

Ook volgens ‘Comité voor Onderzoek naar de Bescherming van Dieren tijdens Transport’, een recent rapport van de Europese Unie, is het transport van niet-transportwaardige dieren een hardnekkig probleem. Ondanks de EU-verordening (EG) nr. 1/2005, die voorschrijft dat lidstaten zulke schendingen aan elkaar moeten melden, constateert het comité dat de handhaving bij grensoverschrijdend transport tekortschiet. Het benadrukt bovendien dat de dieren aanzienlijke stress ervaren. Dat is niet alleen schadelijk voor hun gezondheid en welzijn, maar kan ook gevolgen hebben voor de volksgezondheid.

Onvoldoende mankracht

De Nederlandse veesector stelt dat de controles op dierenwelzijn in de Belgische slachthuizen minder streng zijn, maar dat spreekt Chris Landuyt tegen. ‘Momenteel worden de controles uitgevoerd door dierenartsen van het FAVV, die dat naast hun reguliere sanitaire taken doen’, zegt de hygiënist van de beroepsvereniging voor Vlaamse dierenartsen (VeDa). Die manier van werken vloeit voort uit een protocol uit 2015 tussen het FAVV en de gewesten, toen dierenwelzijn een regionale bevoegdheid werd. ‘De Dienst Dierenwelzijn beschikte over onvoldoende mankracht om die controles zelf uit te voeren’, weet Landuyt.

Om het probleem gedeeltelijk op te lossen, richtte minister Weyts een eigen inspectiedienst op. Die zelfstandige dierenartsen moeten specifiek toezien op dierenwelzijn in de slachthuizen, wat ze een drietal uur per dag doen. ‘Van de oorspronkelijk 103 zelfstandige kandidaat-dierenartsen blijven er nog een vijftigtal over’, zegt Landuyt.

Keurders zijn niet zozeer voor de dieren dan wel voor de veehouders bezig. Daarom keuren ze geen vee af, want dan krijgen ze gezeik.’

Goede voornemens

Toch koestert Weyts de ambitie om naast het aantal vaste inspecteurs ook het eigen inspectieteam verder uit te breiden, om ook veebedrijven te controleren. In de zomer van 2023 schreef de minister acht extra vacatures voor inspecteurs uit. De afgelopen jaren introduceerde hij ook tal van initiatieven om de handhaving te bevorderen.

‘In 2017 hebben de sectoren en de gewesten een convenant ondertekend waarin ze zich engageerden om het dierenwelzijn te verbeteren. Een eerste punt was cameratoezicht, wat een verbetering is. Maar het is zeker niet allesreddend. Je vervangt er geen dierenartsen mee’, benadrukt Landuyt. ‘Bovendien zijn die beelden maar veertien dagen beschikbaar.’

Ook de functie van Animal Welfare Officer (AWO), de slachthuismedewerker die moet toezien op het welzijn van de dieren, zou zijn doel missen. ‘Iedereen kan de opleiding volgen en de functie uitoefenen. In veel gevallen heeft de AWO te nauwe banden met de slachthuisuitbater’, zegt Landuyt. Een korte zoektocht op LinkedIn bevestigt dat zelfs de zoon van de slachthuisuitbater AWO kan zijn.

Verder merkt de hygiënist op dat de AWO weinig steun krijgt wanneer hij misstanden wil aankaarten. ‘De AWO krijgt bescherming wanneer hij iets meldt. Maar die bescherming verdwijnt na afhandeling van het incident. Daarna is de AWO opnieuw aangeschoten wild.’

Minder controle

Tot slot waarschuwt Landuyt ervoor dat er binnenkort mogelijk nog minder controle zal zijn op dierenwelzijn. ‘Het KB Keuring wordt momenteel herzien. Mogelijk wordt het toezicht op dierenwelzijn in de slachthuizen daarbij teruggeschroefd. Nu blijft de dierenarts van het FAVV ter plaatse tot het laatste dier geslacht is. Om tijd en vooral geld te besparen stelt het agentschap, daarin gevolgd door de slachthuizensector, voor om weldra alle dieren gegroepeerd te laten aankomen, waarna de dierenarts mag vertrekken. Wie zal er dan nog toezien op hun welzijn? Ik heb al contact gehad met de Dienst Dierenwelzijn, die stelt dat de herziening van de keuring tot een betere efficiëntie zal leiden. Daar ben ik niet van overtuigd. Nu gebeurt de aanvoer verspreid over de dag, waardoor de keurder meer tijd heeft om dieren te inspecteren. De voorgestelde reorganisatie zal dat veel moeilijker maken.’

De bescherming die een AWO krijgt wanneer hij iets meldt, verdwijnt na afhandeling van het incident. Daarna is hij opnieuw aangeschoten wild.

Structureel toezicht

Michaël Devoldere, woordvoerder van minister Weyts, benadrukt dat er de laatste jaren juist stevig geïnvesteerd is in het structurele toezicht op dierenwelzijn in slachthuizen, ‘door de uitrol van ons eigen controlesysteem met dierenartsen met opdracht (DMO’s), die aanvullend werken op de dierenartsen van het FAVV en specifiek toezien op het dierenwelzijn’.

‘Dankzij de introductie van dat systeem hebben wij een veel beter zicht op het soort problemen dat zich stelt’, zegt Devoldere. ‘En ook wij merken dat er veelal problemen zijn op en tijdens transporten. Daarom hebben we in ons ontwerp voor de nieuwe Vlaamse Codex Dierenwelzijn een passage voorzien om strenger en makkelijker te kunnen optreden tegenover alle inbreuken op de Europese Transportverordening.’

Devoldere benadrukt ook dat er onder het nieuwe KB Keuring voldoende nadruk blijft liggen op dierenwelzijn. ‘Hier zijn wij natuurlijk niet aan zet, omdat het een federale materie is. Maar we proberen er via overleg wel op toe te zien dat dit géén achteruitgang voor dierenwelzijn inhoudt, ook al zijn er naast de FAVV-dierenartsen nu dus ook Vlaamse DMO’s die focussen op dierenwelzijn.’

Dit artikel werd gerealiseerd met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content