Uit eerdere studies bleek al dat wie meer tijd uitrekt om te eten gemiddeld minder calorieën inneemt. Een langere consumptietijd werd ook al gelinkt aan een lagere Body Mass Index (BMI). In kaart brengen hoe lang we eten, kan dus een handig instrument zijn om de volksgezondheid te monitoren.
...

Uit eerdere studies bleek al dat wie meer tijd uitrekt om te eten gemiddeld minder calorieën inneemt. Een langere consumptietijd werd ook al gelinkt aan een lagere Body Mass Index (BMI). In kaart brengen hoe lang we eten, kan dus een handig instrument zijn om de volksgezondheid te monitoren. De Voedselconsumptiepeiling leert ons dat de Belg elke week gemiddeld 10 uur en 41 minuten spendeert aan eten en drinken, ofwel ongeveer anderhalf uur per dag. We zijn dus niet zo gehaast als de Amerikanen (iets meer dan een uur per dag), maar - ondanks onze reputatie van bourgondische levensgenieters - ook lang niet de traagste eters. Zo zit de gemiddelde Fransman elke dag maar liefst drie kwartier langer aan tafel. Ook van de Italiaanse en Spaanse keuken wordt doorgaans in alle rust genoten. Zouden de voordelen van de bejubelde mediterrane keuken met meer te maken hebben dan de ingrediënten alleen? Het meeste tijd wordt in België gespendeerd aan de avondmaaltijd: daarvoor rekken we gemiddeld 26 minuten per dag uit. Walen (27 minuten) nemen er meer tijd voor dan Vlamingen (24 minuten), net als hoogopgeleiden (27 minuten) versus laagopgeleiden (25 minuten). Het middagmaal moet al wat gehaaster opgegeten worden (21 minuten), maar vooral 's ochtends moet het snel gaan: ontbijten neemt in België gemiddeld veertien minuten in beslag. Mannen pitsen er zelfs nog een minuut van af. Ook qua bereiding 'wint' het avondmaal. De gemiddelde bereidingstijd daarvan bedraagt in België 33 minuten, tegenover 15 minuten voor het middagmaal. Dat doet de analisten van de Voedselconsumptiepeiling vermoeden dat de Belg zijn warme maaltijd hoofdzakelijk 's avonds eet. Opvallend is wel dat jonge volwassenen merkelijk vaker kiezen voor een prakje dat snel klaar is: tot de leeftijd van 34 jaar staan we gemiddeld een halfuur in de keuken, tussen 34 en 50 jaar doen we daar dagelijks vier minuten bij. Bij het middagmaal zijn het dan weer de oudere volwassenen tussen 50 en 61 jaar die het meeste tijd spenderen aan de bereiding, zelfs tien minuten per dag meer dan de jonge volwassenen. Je zou kunnen vermoeden dat de oudere generaties nog vaker hun hoofdmaaltijd 's middags eten. Het ontbijt behoeft dan weer niet veel tijd, zo leert de Voedselconsumptiepeiling ons. Het vergt de gemiddelde Belg slechts zeven minuten om iets op tafel te toveren. Hoogopgeleiden doen het zelfs nog met een minuut minder. Boterhammetje smeren en wegwezen.Ook de bereidingstijd kan ons heel wat leren over de houding van Belgen tegenover eten en hun gezondheid. Zo wees een onderzoek van de Université Libre de Bruxelles (ULB) uit 2005 al uit dat naarmate de BMI stijgt, ook de tijd stijgt die gespendeerd wordt aan de bereiding van maaltijden. Slankere mensen koken dus vaak sneller, maar doen langer over het opeten van wat ze maakten. Uit alle cijfers spreekt onmiskenbaar een constante: ook in modern België zijn het nog vooral vrouwen die de fornuizen bevolken. Zij spenderen in 2015 nog 4 uur en 32 minuten per week aan koken, tegenover 2 uur en 8 minuten bij mannen. Dat verschil is vooral te wijten aan hoe koken beleefd wordt: voor vrouwen is eten bereiden een routineklus, voor mannen een flexibele activiteit die leuk moet zijn. Zij zullen dan ook meer geneigd zijn te koken op speciale gelegenheden, zoals een familie-etentje of een barbecue. Ook dat attitudeverschil is te zien in de cijfers: 44 procent van de vrouwen kookt vijf dagen per week, bij de mannen is dat slechts 17 procent. Een derde van de mannen kookt nooit. Dit genderstereotiep gedrag in de keuken begint al vroeg: dochters (58 %) worden opvallend vaker betrokken bij het koken dan zonen (42 %). Trendwatchers hebben er de mond van vol: onze eetgewoonten zouden op de helling staan. We zouden vaker maaltijden overslaan (dertig procent neemt niet dagelijks een ontbijt), maaltijden met elkaar vermengen (denk aan een 'brunch' of 'brinner') en steeds vaker onderweg eten (hallo koffiebar in het station). Toch spreekt het tijdsbestedingsonderzoek van de Vrije Universiteit van Brussel (VUB) tegen dat die evoluties de vaste dagindeling van ontbijt-lunch-diner omver kunnen gooien. Vooral het avondeten is een ijzersterk instituut voor heel wat Belgen. Het openbaar leven valt elke avond opnieuw een beetje meer stil rond etenstijd, omdat we dan nog steeds massaal aan tafel zitten. De lunch staat de laatste jaren wel iets meer onder druk: we eten hem sneller en vaker aan het bureau dan vroeger. Toch pauzeren de meeste Belgen hun activiteiten om even te eten. Het ontbijt is de vaakst overgeslagen maaltijd, en vooral mannen en jongeren durven dat te skippen. Ook de regelmaat van onze maaltijden werd al gelinkt aan een gezond eetpatroon. Maaltijden overslaan werd in eerdere onderzoeken namelijk geassocieerd met een verhoogd risico op obesitas. We haalden hierboven al de drie hoofdmaaltijden aan, maar dat zijn niet de enige eetmomenten van de Belg. Ook rond tien uur, vier uur en 's avonds na het avondeten wordt er gesnackt in ons land. Vooral het vieruurtje is populair: 42 procent van de Belgen zegt regelmatig een tussendoortje te nemen 'na schooltijd'. Toch is het een eetmoment dat aan waarde aan het inboeten is. Enkele decennia geleden was de namiddag nog een vast moment om het werk even in te ruilen voor koffie en een koekje of taart, vandaag eten we vaker snel iets weg. Vooral kinderen en vrouwen blijken snackers. De overgrote meerderheid van de kinderen vertrekt naar school met een gevulde boekentas en ongeveer de helft van de vrouwen zegt regelmatig een vieruurtje te nemen. Pas 's avonds, wanneer de kinderen in bed liggen, zeggen mannen even vaak nog iets te eten als vrouwen: ongeveer een derde knabbelt nog iets weg voor de buis. Het zijn tenslotte vooral de Vlamingen die dat doen: 35 procent van hen eet 's avonds nog iets, tegenover 26 procent van de Walen.