Nog nooit kampten er wereldwijd zoveel mensen tegelijk met overgewicht, obesitas of andere voedingsgerelateerde welvaartziekten. Ook in België is die tendens zichtbaar. We spreken van overgewicht bij een Body Mass Index vanaf 25 en over obesitas bij een score van 30. De Belgen tussen 18 en 64 jaar oud scoren gemiddeld 26: te veel dus.
...

Nog nooit kampten er wereldwijd zoveel mensen tegelijk met overgewicht, obesitas of andere voedingsgerelateerde welvaartziekten. Ook in België is die tendens zichtbaar. We spreken van overgewicht bij een Body Mass Index vanaf 25 en over obesitas bij een score van 30. De Belgen tussen 18 en 64 jaar oud scoren gemiddeld 26: te veel dus. Er blijken enkele factoren die de kans op een (te) hoog BMI kunnen vergroten. Zo kampen vooral laagopgeleide Belgen met overgewicht: hun gemiddelde BMI loopt op tot 27,2, tegenover 24,7 bij personen met een diploma hoger onderwijs van het lange type. Bovendien hebben mannen in ons land gemiddeld een hoger BMI (26,7) dan vrouwen (25,9). Ook personen die in Vlaanderen wonen hebben een iets lagere BMI (26,0) dan personen die in Wallonië wonen (26,9).Daarnaast stijgt het gemiddeld BMI ook met de leeftijd. Ligt het aantal jonge volwassenen tussen 18 en 34 jaar met overgewicht of obesitas nog op 23 en 12 procent, dan is dat voor iets oudere volwassenen tussen 51 en 64 al respectievelijk 44 en 25 procent. In een groep vrienden van 35 jaar zullen er meer mannen met overgewicht zijn dan met een normaal gewicht. Eenzelfde fenomeen zien we bij vrouwen pas op de leeftijd van 51 jaar. Ook onze jeugd blijft niet vrij van gevechten met de weegschaal. Bij de drie- tot vijfjarigen vertoont elf procent overgewicht en drie procent obesitas. Bij de pubers tussen veertien en zeventien jaar is dat respectievelijk twaalf en vijf procent. Een belangrijke voetnoot hier is dat onze eetgewoonten slechts één oorzaak is van dat gemiddeld hoge BMI. Gewicht wordt namelijk bepaald door een samenspel van factoren, waarvan wat en hoeveel je eet er maar twee zijn. Ook beweging en erfelijkheid spelen bijvoorbeeld hun rol. In dit dossier concentreren we ons echter enkel op wat de Belg eet. In de beschikbare onderzoeken vallen dan al snel enkele voor ons land typische gewoonten op waarvan werd aangetoond dat ze een hoger risico op overgewicht met zich meedragen. Eten voor de televisie bijvoorbeeld: de helft van de Belgische kinderen doet het regelmatig. Te weinig groenten en fruit eten: het gangbare eetpatroon van het merendeel van de Belgen. Onderweg eten: de Belg doet het steeds meer en meer. Heel wat courante(r wordende) eetgewoonten worden genoemd in onderzoek naar de oorzaken van overgewicht. De Belg weegt gemiddeld genomen dus vaak te veel, maar lang niet iedereen ziet daar een probleem in. 28 procent van de Belgen geeft aan enkele kilo's kwijt te willen. Hoewel de cijfers aantonen dat vooral mannen in ons land kampen met een te hoog gewicht, zijn het vooral vrouwen die zeggen te willen vermageren. Bijna iedereen die dat wil, past zijn voeding aan. Ze eten dan bijvoorbeeld meer groenten en fruit, schrappen producten met toegevoegde suikers of drinken meer water. Een gezond en duurzaam vermageringsproces betekent doorgaans ook meer bewegen. Markant genoeg zegt slechts iets meer dan de helft dat daadwerkelijk te doen. Het blijken vooral mannen die hun vermagering niet passief willen afwachten: zestig procent van hen beweegt meer, tegenover iets minder dan de helft van de vrouwen. Ook wie in het bezit is van (enkele) diploma's beweegt meer, net als inwoners van Vlaanderen. Voor heel wat mannen gaat meer bewegen en op hun voeding letten nog niet hard genoeg vooruit, want 37 procent van hen neemt hun toewending tot ongezonde vermagermethodes als vasten, roken, braken na de maaltijd of het gebruik van laxeermiddelen. Dat cijfer staat tegenover 24 procent bij de vrouwen. Zij zijn dan weer iets meer geneigd hun heil te zoeken in afslankproducten (6 procent) dan mannen (3 procent). Niet elk dieet is gericht op simpelweg gewicht verliezen. Sommige gezondheidsproblemen kunnen namelijk verlicht of opgelost worden door te letten op wat je eet. Zo wordt bij een te hoge bloeddruk aangeraden om de zoutconsumptie drastisch naar omlaag te schroeven, en zouden diabetespatiënten hun bloedsuikerspiegel in evenwicht moeten houden door de goede balans te vinden in voeding uit verschillende groepen. Opvallend is dat heel wat Belgen die een voedingsgerelateerde diagnose kregen, hun eetpatroon echter niet aanpassen. De beste diëters zijn in 2014 de diabetespatiënten, en zelfs onder hen volgt slechts 35 procent een aangepast dieet. Bij de hypertensiepatiënten is dat slechts drie procent, bij mensen met hypercholesterolemie negen procent. Soms loopt het ergens mis met (de houding ten opzichte van) eten. Hoewel er veel gepraat wordt over zaken als anorexia, is het aantal gevallen van eetstoornissen in concrete cijfers niet zo hoog als soms lijkt.Iets minder dan vier procent van de Belgen tussen 10 en 64 jaar oud lijdt naar schatting aan een eetstoornis. Dat aantal is voor de hele bevolking ongeveer hetzelfde voor mannen en vrouwen, maar varieert wel als je de cijfers per leeftijdsgroep bekijkt. Bij de leeftijdsgroep van tien tot dertien jaar domineren jongens de statistieken (7,2 procent tegenover 2,7 procent bij meisjes). Daarna nemen de meisjes het over. Op de leeftijd van 34 jaar is het aantal mensen met eetstoornissen opnieuw gelijk verdeeld over de seksen. Het vatbaarst om aan een eetstoornis te lijden, zijn tieners tussen veertien en zeventien jaar oud. Bij hen lijdt er naar schatting 5,8 procent aan, ofwel ongeveer iemand per klas.