Per jaar geven we volgens het huishoudbudgetonderzoek gemiddeld 2012 euro uit aan voeding en niet-alcoholische dranken, goed voor dertien procent van onze totale uitgaven. Maar waar spenderen we dat geld dan aan? We doken voor u de bestaande onderzoeken in.
...

Per jaar geven we volgens het huishoudbudgetonderzoek gemiddeld 2012 euro uit aan voeding en niet-alcoholische dranken, goed voor dertien procent van onze totale uitgaven. Maar waar spenderen we dat geld dan aan? We doken voor u de bestaande onderzoeken in. Het is een vaak gehoord riedeltje, maar wie het heeft over de Belgen en hun eetgedrag kan er niet onderuit: we eten te weinig groenten en fruit. Amper de helft van de bevolking eet volgens Gezond Leven dagelijks fruit, en dat terwijl de aanbevolen hoeveelheid op twee à drie stuks (van 125 gram) per dag ligt. Zelfs wie wel elke dag fruit eet, haalt vaak die aanbevolen hoeveelheid niet. Ook een kwart van de Belgen geeft aan niet elke dag groenten te eten, en bij zij die het wel elke dag doen, zijn de porties vaak niet groot genoeg. De meeste Belgen komen niet aan de aanbevolen hoeveelheid van 200 gram groente bij de warme maaltijd en een extra portie rauwkost of kom soep. Vooral mannen zijn slechte leerlingen in de groenten-en-fruitklas. Vrouwen eten maar liefst een vijfde meer fruit dan hen. Beide geslachten eten evenveel groenten, maar daar hoort een belangrijke nuance bij. Mannen eten van alle voedselgroepen meer dan vrouwen in absolute hoeveelheden, doordat ze meer spiermassa en daardoor een hogere energiebehoefte hebben. Dat betekent dat ze dus in verhouding tot de rest van hun voeding minder groenten eten dan vrouwen. Niet alleen geslacht, maar ook leeftijd speelt een belangrijke rol in hoeveel fruit we eten. Jonge kinderen eten het vaakst fruit, maar als ze ouder worden boet dat flink in aan populariteit. Adolescenten en jonge volwassenen kiezen liever voor hartige snacks dan voor een ouderwets stuk fruit. Naarmate ze ouder worden, passen heel wat van de van 'het gezonde pad' afgeweken snackers hun voedselgewoonten terug aan. Tenslotte zijn ook regio en opleidingsniveau van belang in het dagelijks eten van groenten en fruit: Vlamingen doen het meer dan Walen en hoogopgeleiden meer dan laagopgeleiden of mensen zonder diploma.Een tweede mantra van Belgische diëtisten is dat we minder vlees zouden moeten eten. Instituten als Gezond Leven raden aan om de consumptie flink terug te schroeven en het regelmatig te vervangen door vis, eieren of vleesvervangers zoals peulvruchten of tofu. Op die manier zou je maximum vier keer per week vlees op het menu mogen zetten (afhankelijk van de leeftijd komt dat neer op 34 à 57 gram per dag), maar dat doet in 2014 slechts tien procent van de Belgen. De overgrote meerderheid overschrijdt de aanbevolen hoeveelheid, onder meer omdat we grote fan zijn van charcuterie op de boterham. De vleesconsumptie neemt toe met de leeftijd en die toename is meer uitgesproken bij mannen dan bij vrouwen. Zo eten vrouwen na de adolescentie gemiddeld nog 85 à 90 gram vlees per dag, tegenover 140 gram bij mannen. Ook mensen die niet in het bezit zijn van een (hoger) diploma eten significant meer vlees dan wie een langere opleiding genoot, net als mensen die lijden aan obesitas in vergelijking met mensen met een normaal gewicht. Toch evolueert ons eetpatroon op dit vlak in de positieve richting. Aten we in 2006 nog 62 kilogram vlees per persoon per jaar, dan is dat in 2016 nog maar 51 kilogram. Dat is nog steeds te veel, maar de dalende trend is onmiskenbaar, en niet alleen in België. Aan die grondslag ligt niet enkel de steeds terugkerende boodschap van diëtisten, maar ook de opkomst van het 'hippe' veganisme. Bovendien zorgen allerlei recente schandalen in slachthuizen of vleesverwerkende bedrijven ervoor dat de vleesconsumptie in België sneller daalt dan in onze buurlanden. Hoewel het aantal vegetariërs in stijgende lijn is (vijftien procent in 2017, tegenover tien procent in 2014), zijn het vooral de occasioneel vegetarisch etende vleeseters die daarvoor zorgen. Dat kan verklaren waarom de verkoop van vleesvervangers niet enorm toeneemt.Gezond Leven raadt aan om een keer per week vis te eten, maar net als bij groenten en fruit staat die aanbeveling ver van de realiteit. Net geen zeventig procent haalt de vooropgestelde 77 tot 203 gram (afhankelijk van de leeftijd) per week niet. Dat geldt voor ongeveer de helft van de jonge kinderen en voor meer dan tachtig procent bij adolescenten. Volwassenen zetten wel weer regelmatiger vis op het menu, al is er vooral voor vrouwen en Walen nog ruimte om dat vaker te doen. Van eieren hebben we jarenlang te horen gekregen dat ze niet goed zouden zijn voor onze cholesterol, en die boodschap lijkt in onze oren geknoopt te zitten. Ook nu blijkt dat het advies om maximum drie eieren per week te eten al lang achterhaald is, eet de overgrote meerderheid netjes binnen die bovengrens. De grote meerderheid van de Belgen eet of drinkt dagelijks een zuivelproduct en dat is volgens Gezond Leven goed noch slecht. Omdat er nog veel wetenschappelijke onduidelijkheid is over de voor- en nadelen van zuivelproducten, wil de organisatie geen concrete richtlijnen meer geven over hoeveel je er dagelijks van nodig hebt. Dat staat in schril contrast met de oude adviezen van het vroegere Vigez, die stelden dat adolescenten 600 ml (of vier glazen) melk per dag moesten drinken: een hoeveelheid die 98 procent van de bevolking niet haalde. Gemiddeld consumeert de Belg 160 gram melk- of sojaproducten per dag.De restgroep van de hedendaagse voedingspiramide bevat heel wat lekkers, maar je lichaam heeft er niets van nodig om goed te functioneren. Zolang je ze met mate (ze zouden maar tien procent van je dagelijkse calorie-inname mogen vertegenwoordigen) eet en drinkt, kan het weinig kwaad om er eens van te genieten. Daar knelt echter voor de meeste Belgen net het schoentje. Per dag eet en drinkt de Belg er in het totaal gemiddeld een halve kilogram van, goed voor 656 calorieën. Die cijfers zijn gebaseerd op onderzoek uit 2014, toen producten als charcuterie nog niet in de restgroep werden geplaatst.Opmerkelijk is dat mannen (670 gram per dag) significant meer zoetigheid, alcohol, frisdrank, sauzen en gefrituurde snacks eten dan vrouwen (383 gram per dag). Ook stijgt de hoeveelheid gegeten en gedronken producten uit deze groep met de leeftijd. Zo komt het dat pubers en jonge volwassenen dagelijks meer dan 700 calorieën uit dit hoogbewerkt voedsel halen. Pas vanaf de leeftijd van veertig jaar let de Belg opnieuw meer op wat hij eet en drinkt. Dertig procent van ons totaal voedingsbudget gaat volgens onderzoeksgroep TOR aan de Vrije Universiteit Brussel naar (ultra)bewerkte voeding.Steeds meer Vlamingen denken niet alleen na over wat ze gaan eten, maar ook over hoe dat geteeld wordt. Ze geven al een tijd elk jaar meer en meer uit aan producten waarbij tijdens productie en verwerking meer rekening is gehouden met milieu, dierenwelzijn en/of sociale aspecten dan wettelijk verplicht. In 2015 was dat in het totaal nog 429 miljoen euro, in 2017 al 585 miljoen. De sterkste groeiers zijn duurzame vis en biologische producten. Die laatste markt blijft erg klein als je kijkt naar alle verhandelde voeding in ons land, maar is op tien jaar tijd wel verdubbeld.Je zou kunnen zeggen dat ons koopgedrag de kanarie in de milieugoudmijn is: er spreekt al langer een groeiend engagement in de manier waarop we over ons voedsel denken. Er is wel een bijzondere discrepantie tussen wat de Vlaming denkt en wat hij doet. Zo steunt de overgrote meerderheid overheidsmaatregelen om de voedselketen duurzamer te maken (zoals meer aandacht besteden aan voeding op school, het verbeteren van het dierenwelzijn en zelfs het extra belasten van voedingsproducten met een hoge milieu-impact). Maar wanneer het erop aankomt de 'juiste' keuze te maken in de winkel, worden de meesten tegengehouden door de hogere prijs. Tenslotte heerst er bij veel consumenten nog veel onduidelijkheid over wat duurzaam is en wat niet. Er zijn talloze labels in omloop en het is soms moeilijk door de bomen het bos te zien. Daarom staat driekwart van de Vlamingen achter het ontwikkelen van een uniform label, dat moet aantonen hoe ecologisch, diervriendelijk of sociaal een product echt is.