Beeld je even in. 22 januari 2030. Het is aangenaam toeven in de autoluwe straten van je stad of dorp. Ze hebben veilige fietspaden voor de vele fietsers of steppers, en brede trottoirs voor voetgangers. Bijna alle bovengrondse parkeerplaatsen hebben plaats geruimd voor groen, bankjes of speelvertier voor kinderen. Trams en elektrische bussen kruisen elkaar aan hubs waar reizigers via een handige app ook kunnen overstappen op een deelfiets, een step, of een elektrische deelauto. De lucht maakt ons niet langer ziek, en het klimaatprobleem is niet langer hopeloos.

De auto van morgen rijdt heus niet op fossiele brandstof.

Voor wie anno 2019 het Autosalon bezoekt, zal dit pure sciencefiction lijken. Exposanten zullen je vertellen dat het met die vermaledijde diesel allemaal wel meevalt, en dat de toekomst de fossiele auto nog steeds toelacht. Business as usual dus? Niet echt. De autobouwers liggen onder vuur. Ze bedrogen de consument op grote schaal en ze krijgen - terecht - de schuld van de ongezonde lucht in onze straten. Hun getreuzel met groene wagens is een belangrijke reden voor ons falend klimaatbeleid.

Een groeiende groep Europese autobouwers begint wel te beseffen dat ze het momentum dreigen te verliezen aan de concurrentie uit China. Daar meent men het wel serieus met de overstap naar elektrische mobiliteit. Zo is er vanaf dit jaar een verbod op nieuwe fabrieken voor fossiele auto's. Ook wordt het aantal uitgereikte staatslicenties voor fossiele auto's beperkt. De Chinese consument die op zoek gaat naar een nieuwe auto wordt met slimme subsidies richting een elektrische auto gestuurd.

China investeerde in het voorbije decennium ook bijna 60 miljard dollar in een industrie voor elektrische wagens en dat begint te lonen. In 2018 werden in China meer elektrische auto's verkocht dan in de rest van de wereld samen. 5 van de 10 autobouwers die vorig jaar het meest elektrische voertuigen verkochten, zijn Chinees.

Europa is natuurlijk China niet, maar er zijn wel lessen te trekken voor Europese autobouwers. Hoe langer ze wanhopig vasthouden aan hun huidige zakenmodel, hoe groter hun achterstand dreigt op te lopen. Door EU-normen voor CO2, fijn stof en stikstofdioxide kunnen ze stilaan ook geen kant meer op met de verbrandingsmotor.

Europese producenten zoals Volvo, Porsche en Renault maakten het afgelopen jaar al bekend af te stappen van diesel. Maar vooral een onverwachte koerswijziging van 's werelds grootste autobouwer Volkswagen bewijst dat de auto-industrie op een kantelpunt staat. De jaren na het dieselgate-schandaal bleef de Duitse autogigant koppig zweren bij diesel en de verbrandingsmotor. Maar eind vorig jaar kwam VW dan plots met het nieuws dat het vanaf 2026 geen nieuwe diesel- en benzinemotoren meer ontwikkelt, en daarna ook de verkoop van fossiele auto's tot een minimum wil gaan beperken. VW werd zo de eerste autobouwer die zich verzoende met het einde van de verbrandingsmotor. Een studie in opdracht van Greenpeace bewees vorig jaar dat na 2028 geen enkele fossiele auto meer kan verkocht worden, willen we het klimaatakkoord van Parijs nakomen. Deze koerswijziging komt dus niks te vroeg, en moet nog worden aangescherpt.

Autobouwers moeten kleur bekennen. De consument lijkt meer dan ooit klaar om afscheid te nemen van diesel- of benzineauto's. Zeker jongeren staan ook steeds meer open om niet langer zelf een auto te bezitten maar kosten te besparen via autodelen. Zal de industrie eindelijk zijn verantwoordelijkheid opnemen in twee grote uitdagingen van deze tijd, de klimaatverandering en luchtvervuiling? Vandaag is nog steeds geen enkele écht betaalbare elektrische gezinswagen op de markt.

Zal de doorbraak van de elektrische auto dan alles oplossen? Natuurlijk niet. Laat ons nog even teruggaan naar die straten in 2030. Daar rijden zeker nog (elektrische) wagens voor bepaalde verplaatsingen, maar het zijn er veel minder dan vandaag. De alternatieven voor de auto zijn namelijk veel aantrekkelijker. Bedrijfswagens zijn niet langer een evidente verloning in een pervers fiscaal systeem, maar terug een middel voor werknemers die ze écht nodig hebben.

Elke fossiele auto vervangen door een elektrische is met andere woorden geen optie. De milieu- en energiekost van een elektrische auto is weliswaar een pak lager dan die van een fossiele auto, maar hij is er nog steeds.

Daarom is ook een sterke overheid nodig. Beslissingen in de komende legislatuur zullen bepalen hoe onze straten er in 2030 uitzien. De volgende federale en regionale regeringen moeten met een ambitieus mobiliteitspact komen. Een pact dat de auto-industrie duidelijk stuurt door snel een vervaldatum op de inschrijving van alle auto's op fossiele brandstoffen te plakken. Landen als Noorwegen (tegen 2025), Denemarken, Frankrijk, Groot-Brittannië en India deden dat al, China zal binnenkort volgen. Een pact dat daarnaast ook zwaar inzet op comfortabel openbaar vervoer, veilige fietsinfrastructuur en nieuwe duurzame manieren om ons te verplaatsen. Een pact dat onze straten in 2030 er helemaal anders zal doen uitzien.

Joeri Thijs, expert Duurzame Mobiliteit en Luchtkwaliteit bij Greenpeace