Damien Ernst is een drukbezet man. Een paar uur per dag is 'meneer 100.000 volt' van de Universiteit van Luik bezig de media te woord te staan. Deze topdog op het gebied van elektromechanica en artificiële intelligentie is nooit te beroerd om zich uit te spreken over de strijd tegen de klimaatopwarming en het energiebeleid of om in primetime met gele hesjes in debat te gaan. De lezers van de krant La Libre verkozen hem vorig jaar tot Belg van het jaar. In Parijs ontving hij de André de Blondelmedaille, een prestigieuze internationale onderscheiding voor onderzoekers onder de 45 in de elektrische industrie, de Oscar in zijn vakgebied zeg maar. In Luik werkt Ernst met een twintigkoppig team aan zijn grote droom: een mondiaal netwerk voor groene energie, waarmee hij de planeet van de ondergang wil redden.
...

Damien Ernst is een drukbezet man. Een paar uur per dag is 'meneer 100.000 volt' van de Universiteit van Luik bezig de media te woord te staan. Deze topdog op het gebied van elektromechanica en artificiële intelligentie is nooit te beroerd om zich uit te spreken over de strijd tegen de klimaatopwarming en het energiebeleid of om in primetime met gele hesjes in debat te gaan. De lezers van de krant La Libre verkozen hem vorig jaar tot Belg van het jaar. In Parijs ontving hij de André de Blondelmedaille, een prestigieuze internationale onderscheiding voor onderzoekers onder de 45 in de elektrische industrie, de Oscar in zijn vakgebied zeg maar. In Luik werkt Ernst met een twintigkoppig team aan zijn grote droom: een mondiaal netwerk voor groene energie, waarmee hij de planeet van de ondergang wil redden. Hoe belangrijk is goedkope energie in een samenleving als de onze? Damien Ernst: Heel ons samenlevingsmodel is georganiseerd rond goedkope energie. Denk aan alle mensen die naar hun werk pendelen. Die levensstijl is mogelijk gemaakt door goedkope olie. Zodra de olieprijs omhoog gaat, krijgen die mensen het moeilijk en ontstaat er maatschappelijke onrust, zoals we nu meemaken met het protest van de gele hesjes. Goedkope energie is dus cruciaal voor de sociale stabiliteit en is ook de economische motor van de planeet. Kijk naar de financieel-economische crisis van 2008. Enkele maanden voor de crisis uitbrak, piekte de prijs van een vat ruwe olie rond de 150 dollar. Dat heeft inflatie veroorzaakt, wat dan weer heeft geleid tot een verhoging van de rentevoeten, en die verhoging heeft de kredietcrisis van 2008 veroorzaakt. De stijging van de olieprijs kan met andere woorden rechtstreeks worden gekoppeld aan de financieel-economische crisis. Het is voor onze moderne samenlevingen van kapitaal belang dat energie goedkoop blijft, maar met aardolie als voornaamste energiebron wordt dat moeilijk. Hoe zou u de situatie vandaag op het vlak van energie beschrijven? Ernst: Er is hoop en tegelijk heel veel angst. Hoop omdat nieuwe technieken op het gebied van duurzame energie spectaculair in prijs zijn gedaald. Zonnepanelen en windmolens zijn niet duur meer en extreem competitief geworden op het vlak van elektriciteitsproductie. Maar er is ook veel angst, omdat we nog maar aan het prille begin van de energietransitie staan, waarbij we van fossiele brandstoffen naar groene energiebronnen moeten overstappen. In België wordt vandaag 5 à 7 procent van de energieconsumptie duurzaam geproduceerd, meer dan 80 procent van de energie die we gebruiken komt nog steeds van fossiele brandstoffen. We blijven dus extreem afhankelijk van fossiele energie en die afhankelijkheid neemt jaar na jaar toe. In 2018 hebben we in België meer CO2 uitgestoten dan het jaar ervoor. Vooral de auto's, de luchtvaart en de industrie zijn daarvoor verantwoordelijk. Waarom bent u dan toch hoopvol? Ernst: De prijs van zonne-energie schommelt nu rond de 20 euro per megawattuur op de meest zonnige plaatsen in de wereld. Geen enkele andere energiebron is in staat om zo goedkoop elektriciteit te produceren. In het geval van een nieuwe kerncentrale spreek je van 80 à 120 euro per megawattuur, bij gas- en kolencentrales van 50 à 60 euro per megawattuur. Als zonnepanelen op de juiste plek worden gezet - denk aan een land als Mexico - is zonne-energie qua kostprijs per eenheid energie echt onklopbaar. Natuurlijk heb je met zonne- en windenergie het probleem dat de energie niet constant en onregelmatig beschikbaar is. Dat euvel wilt u opvangen met een zogeheten global grid, een mondiaal elektriciteitsnet voor hernieuwbare energie? Ernst: Kijk. Vandaag is het elektriciteitsnet van Europa niet aangesloten op de Verenigde Staten, met slechts een kleine kabel verbonden met Afrika, en ook niet verbonden met Azië, Zuid-Amerika en Oceanië. Waarom is dat jammer? Omdat, als je alle grote elektriciteitsnetwerken van de wereld met elkaar zou verbinden, je bijvoorbeeld geen last meer zou hebben van de fluctuaties tussen dag en nacht en tussen de seizoenen. Neem zonne-energie. Als het middag is in Europa en je bij ons een enorme productie van zonne-energie hebt, vooral in de zomer, is het 6 uur 's ochtends aan de Amerikaanse oostkust. Daar wordt op dat moment geen zonne-energie geproduceerd en dus zou je die met behulp van een global grid vanuit Europa naar Noord-Amerika kunnen exporteren. Is dat technisch haalbaar en betaalbaar? Ernst: Ja hoor, dat is perfect uitvoerbaar en we schatten de prijs voor een eerste versie van zo'n globaal netwerk voor duurzame energie op 100 miljard euro. Je zou kunnen beginnen met het leggen van een dikke hoogspanningskabel tussen Europa en de VS, of liever, een netwerk van dikke kabels via bijvoorbeeld Engeland, IJsland, Groenland en Canada tot in de VS. Zo'n wereldwijd netwerk schept tal van mogelijkheden om de natuurlijke fluctuaties van hernieuwbare energie efficiënt te beheren. Het gaat niet alleen om het verschil tussen dag en nacht: veel lastiger nog, bij zonne-energie, zijn de fluctuaties tussen zomer en winter. Gedurende de zes meest zonnige maanden van het jaar produceren zonnepanelen drie keer meer energie dan gedurende de zes minst zonnige maanden. Maar als je het noordelijk en het zuidelijk halfrond met elkaar verbindt, kun je die seizoensgebonden variabiliteit managen. Als het winter is in het noordelijk halfrond is het zomer in het zuidelijk halfrond en omgekeerd. Of neem windenergie. Wij hebben samen met RTE (Réseau de Transport et d'Electricité), de Franse distributienetbeheerder, de windsignalen binnen Europa bestudeerd. We zagen dat als er weinig wind is op één bepaalde plaats in Europa, er heel veel kans is dat er op een andere plek in Europa ook geen wind is. Europa lijkt groot, maar op het vlak van wind is het dat niet. Daarom hebben wij hier in Luik hard gewerkt op de mogelijkheid om Europa met Groenland te verbinden, waar we gigantische windmolenparken zouden kunnen bouwen om te kunnen profiteren van de constant razende valwinden in Groenland. Ook als er weinig wind is in Europa, is er namelijk veel wind in Groenland, die daar een snelheid van 200 km/u kan bereiken. Windmolens halen daar dan ook een rendement van 70 à 80 procent, in tegenstelling tot windmolens bij ons, die 20 à 30 procent rendement halen op land en tot 45 procent op zee. Zijn de obstakels voor zo'n global grid dan op de eerste plaats geopolitiek? Ernst: België importeert 80 procent van zijn primaire energie, hoofdzakelijk aardolie en gas, vaak uit landen met een dubieuze reputatie. Minstens 40 procent van het Europese gas komt uit Rusland, niet echt een modeldemocratie, en voor onze olie-invoer zijn we afhankelijk van dictaturen in het Midden-Oosten. Daarover hoor je weinig bezorgdheid. Maar als het gaat over het tot stand brengen van een internationale elektrische gemeenschap, maken mensen zich kennelijk wel zorgen. Het grote voordeel echter in vergelijking met olie en gas, is dat duurzame energie over de hele planeet in grote hoeveelheden aanwezig is. Het risico dat een paar landen monopolies of oligopolies verwerven, is dus veel kleiner. Maar je zult natuurlijk wel de infrastructuur moeten bouwen. Die kan altijd disfuncties vertonen, is kwetsbaar voor terroristische aanslagen en ga zo maar door, maar dat geldt voor de pijpleidingen waarmee olie en gas worden getransporteerd evenzeer. Heeft uw idee inmiddels al veld gewonnen? Ernst: Mijn eerste artikel daarover is verschenen in 2013. Het heette simpelweg The global grid. Ik wilde daarop verder werken en dan moet je natuurlijk fondsen zien te werven. Maar als je in die jaren naar grote industriële spelers ging met het plan om een internationaal elektriciteitsnet voor duurzame energie te creëren, werd je aangekeken alsof je gek was. Tot 2016 heb ik me dan toegelegd op onderzoek naar het andere uiterste. De elektrische industrie van de toekomst gaat immers twee kanten uit: de richting van het immens grote en de richting van het heel kleine, de zogenoemde micronetwerken - lokale gemeenschappen die onafhankelijk samen duurzame elektriciteit gaan opwekken. Daarvoor krijg je veel makkelijker geld vrij, en micronetwerken zijn ook snel uitvoerbaar. Met het bouwen van een kabel tussen Europa en de VS ben je al snel tien jaar bezig. Toen ik zag dat het idee van een global grid opnieuw de kop opstak, ben ik mijn plannen gaan toelichten bij de RTE in Frankrijk. Ik heb daar ook benadrukt hoe belangrijk het is dat Europa zich als speler opwerpt. Er zullen immers nieuwe technologieën moeten worden ontworpen voor de constructie van die global grid. Het gevaar bestaat dat de Chinezen het laken helemaal naar zich toe trekken. De Fransen drongen vervolgens aan op de oprichting van een internationale onderzoeksgroep rond die global grid binnen het CIGRE (International Council on Large Electric Systems), een van de grootste kennisnetwerken in de wereld op het gebied van energietransport op hoge spanning. De laatste vergadering van die werkgroep zal eind deze maand hier in Luik plaatsvinden, en daarna zullen we ons eindrapport voorstellen. Dus het concept krijgt vorm? Ernst: O ja, in de academische wereld en bij grote industriëlen is er veel buzz rond het idee en ik denk dat die alleen maar zal vergroten. Maar ik wil geen buzz, ik wil concrete resultaten. Daarom wil ik proberen om erover te gaan spreken op de internationale klimaatconferentie die dit jaar in Chili plaatsvindt. Ik geloof echt dat het idee op dat niveau moet worden besproken. Parlementariërs van de hele wereld moeten er kennis van nemen. Want zoals die klimaatconferenties nu draaien, halen we de klimaatdoelen nooit. In 1997, het jaar van het Kyotoverdrag, verbruikten we 70 miljoen vaten olie per dag. In 2019 is de dagelijkse wereldwijde olieconsumptie gestegen tot 103 miljoen vaten. Je kunt dus niet zeggen dat we het probleem in 20 jaar tijd doelmatig hebben aangepakt. Waar ligt dat aan? Ernst: Staten met elkaar laten onderhandelen over hun CO2-uitstoot, werkt gewoon niet. Alle landen zullen proberen een beetje vals te spelen, want wie zich niet aan de regels houdt, zal misschien over iets goedkopere energie kunnen beschikken en houdt daar dus een competitief voordeel aan over. Met mijn global grid draai ik de dingen om. Want als die er eenmaal is, zal groene energie zo goedkoop worden dat fossiele brandstoffen helemaal uit de markt worden geprijsd. Wie niet inzet op hernieuwbare energie, wie niet meedoet, zal daar zware economische nadelen van ondervinden. Bye bye fossiele brandstoffen, met andere woorden? Ernst: Ik denk inderdaad dat zo'n infrastructuur de wereld in staat zal stellen om helemaal te stoppen met fossiele brandstoffen - voor de volle honderd procent. In de taskforce komen we tot simulaties waarbij we bijvoorbeeld tussen Rusland en de VS elektriciteitslijnen bouwen die 200 gigawatt kunnen transporteren - de kracht van 200 kerncentrales. Dat is de omvang van verbindingen die we tot stand willen brengen. Geleidelijk, dat spreekt, maar het einddoel is een reusachtige elektrische infrastructuur, met lijnen en kabels aangepast aan de wereldwijde elektriciteitsconsumptie. Maar u gaat mensen dus niet vragen om minder energie te consumeren in de strijd tegen de klimaatopwarming? Ernst: Nee, ik vraag niet om minder te verbruiken, ik vraag gewoon om een economische logica te volgen: duurzame energie is nu eenmaal het goedkoopst. Bovendien strookt deze aanpak veel beter met de menselijke natuur. Mensen zijn dol op dingen bouwen. Daarom zal het veel makkelijker zijn om landen te verenigen rond de bouw van een immense elektrische infrastructuur dan rond een plan waarin ze minder moeten consumeren, met mogelijke boetes voor hun industrie als die te veel CO2 uitstoot. Met zo'n global grid zouden we onze levensstijl dus niet ingrijpend hoeven aan te passen? Ernst: Mensen willen hun manier van leven helemaal niet veranderen. En wat houdt dat dan precies in? Dat je niet meer in Spanje op vakantie gaat? Dat je het vliegtuig niet meer neemt? En de auto ook niet meer? Dat iedereen stopt met vlees eten? Denkt u dat mensen dat op grote schaal gaan doen? De overgrote meerderheid van de bevolking heeft nauwelijks ecologische gevoeligheid. Die wil een eigen auto en twee keer per jaar met het vliegtuig op reis. Toch leeft het klimaatvraagstuk en is de actiebereidheid groot: er waren maar liefst 75.000 deelnemers bij de klimaatmars eind vorig jaar. Ernst: Dat is best veel, ik was er ook trouwens, maar hoeveel van die 75.000 mensen nemen nooit het vliegtuig? Hoeveel doen echt dagelijks inspanningen om hun CO2-uitstoot te verminderen? Wat was de gemiddelde CO2-productie van die manifestanten? Gemiddeld besteden mensen 6 procent van hun inkomen aan energie. Hogere inkomens besteden dus in absolute termen meer en consumeren ook meer. Vaak zie je dat de ecologische voetafdruk van die hoogopgeleide, welgestelde klimaatactivisten een stuk groter is dan die van de lagere klassen. We zijn niet allemaal gelijk in het licht van het klimaatvraagstuk? Sommigen vervuilen meer dan anderen? Ernst: Precies. En de gele hesjes, die overkomen als klimaatbarbaren omdat ze zich druk maken over een licht stijgende dieselprijs, zijn vaak mensen met een inkomen tussen 1000 en 2000 euro per maand. Welnu, die vervuilen waarschijnlijk minder dan veel deelnemers aan de klimaatmars uit de hogere inkomensgroepen. Zijn maatregelen als het verhogen van de dieselprijs dan zinloos volgens u? Ernst: Nee, zulke maatregelen kunnen doelmatig zijn. Als de prijsstijging hoog genoeg is, zullen mensen minder diesel gaan verbruiken, maar dan moet je wel sociale instabiliteit op de koop toe nemen. Kunnen we het even over België hebben? Critici zeggen dat ons land de voorbije jaren eigenlijk géén energiebeleid heeft gehad. Ernst: Daar ben ik het niet mee eens. We hebben wel degelijk een energiebeleid gevoerd, maar we hebben het helemaal verkeerd aangepakt. Wat hebben we verkeerd gedaan? Ernst: We hebben bijvoorbeeld al heel vroeg windmolens op zee geplaatst.Een goede zaak, niet? Ernst: Vooral een dure zaak. Wat onze politici niet goed hebben begrepen, is dat de internationaal afgesproken energietransitie een inspanning over een lange periode inhoudt. Gedurende die tijdspanne moet je je CO2-uitstoot verminderen, maar het gaat wel degelijk over de daling van je totale CO2-uitstoot op het eind van die periode. Maar wat heeft men in België gedaan? Het geld heel snel geïnvesteerd, toen de technologie op het vlak van duurzame energie nog heel duur was. Daarna was het geld op. Gevolg? In Wallonië hebben de groenestroomcertificaten de belastingbetaler bakken geld gekost, in Vlaanderen heeft men de Turteltaks moeten invoeren. Ik zou veel langer hebben gewacht. Pas als de prijzen waren gezakt, zou ik hebben toegeslagen en met hetzelfde budget veel meer hebben gedaan. In afwachting zou ik hebben geïnvesteerd in technologieën waarvan de prijs niet gaat dalen, zoals het isoleren van gebouwen, openbaar vervoer en fietspaden. We hebben miljarden subsidies gestopt in veel te dure windmolens en zonnepanelen, met een matig resultaat. Dat was een kolossale fout. Ik zou de kerncentrales ook pas sluiten nadat ik de elektriciteitsmix helemaal had opgeschoond. Nu wil men de kerncentrales sluiten zonder eerst de fossiele energie uit de elektriciteitsmix te bannen, waardoor onze CO2-uitstoot opnieuw zal toenemen tot boven het niveau van de jaren 1990. De federale regering heeft een wetsontwerp klaar met een steunmechanisme voor de bouw van nieuwe gascentrales die na 2025 de kerncentrales moeten vervangen. Ernst: (zucht) We hebben een Europese geliberaliseerde elektriciteitsmarkt, niet? Waarom moeten wij subsidies geven voor de bouw van gascentrales? Dat is een politieke keuze, maar ik zou dat niet doen. Eigenlijk is het toegeven dat die geliberaliseerde markt niet werkt. Ik zou op het vlak van elektriciteit de liberalisering juist helemaal doortrekken. En als een leverancier er niet in slaagt om voldoende elektriciteit te leveren, dan worden zijn klanten gewoon afgeschakeld of wordt hun elektriciteitsconsumptie beperkt. En moeten die klanten maar een andere leverancier kiezen? Ernst: Precies, en dan zullen er leveranciers opstaan die de garantie bieden dat hun klanten nooit worden afgeschakeld, omdat zij bijvoorbeeld wel in een nieuwe gascentrale hebben geïnvesteerd. Misschien zal die elektriciteit in het begin wat duurder zijn, maar ik zou toch veel meer verantwoordelijkheid leggen bij de leveranciers en de markt. En als je het daar niet mee eens bent, moet je niet proberen dat geliberaliseerde systeem te corrigeren - hybride modellen werken namelijk niet - maar moet je terugkeren naar de oude situatie: een staatsmonopolie. Sinds de liberalisering is de prijs van de elektriciteit alleen maar gestegen, maar dat komt omdat de liberalisering van de elektriciteitsmarkt niet ver genoeg is doorgeduwd. Ik zou de concurrentie volledig vrij baan geven. Want wat is dat eigenlijk, een bevoorradingsprobleem? Het betekent gewoon dat je leverancier niet genoeg elektriciteit heeft ingekocht. Waarom moeten alle belastingbetalers opdraaien voor verkeerde inschattingen van elektriciteitsleveranciers? Ik vind dat belachelijk. Inzake elektriciteitsopwekking moeten we geen staatsinterventie hebben, nul komma nul. Wallonië investeert 5 à 10 miljoen euro per jaar in fietspaden, maar 600 miljoen euro per jaar in groene energie, terwijl dat helemaal niet efficiënt is. Het maakt toch niet uit of we die elektriciteit importeren of zelf produceren, zo goedkoop mogelijk is de boodschap. Het probleem is dat België gigantisch veel lobbygroepen heeft op het vlak van duurzame energie en dat onze ministers bang zijn om die industrietak tegen zich in het harnas te jagen. En wat met de elektrische auto? Ernst: Ook die elektrische auto redt het wel op eigen kracht. Ik zou daar dus ook geen cent belastinggeld in stoppen. Elektrische auto's zijn vandaag al goedkoper dan benzine- of dieselauto's. Wat we ook doen, landen en regeringen zullen niet de drijvende kracht zijn van de noodzakelijke energietransitie. Wat echt het verschil zal maken bij de omschakeling naar elektrische mobiliteit, zijn niet het handvol laadpalen dat de overheid installeert, maar de technologie en de industrie. Goedkope elektrische auto's, goedkope batterijen, goedkope windmolens, goedkope zonnepanelen - dat is de échte energietransitie. Politici moeten begrijpen dat de trein vertrokken is en dat ze hun knikkers moeten inzetten op zaken die de markt per definitie links zal laten liggen: fietspaden, openbaar vervoer, de isolatie van scholen en overheidsgebouwen. U verwacht alle heil van de industrie, maar veel mensen zeggen dat juist de zware industrie in hoge mate verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde. Ernst: Dat zijn praatjes waarmee we onszelf vrijpleiten. Men zegt dan: de tien grootste industrieën zijn verantwoordelijk voor 80 procent van de CO2-uitstoot. En dan gaan mensen de straat op om tegen die 'smeerlappen' te protesteren. Maar wie zijn de klanten van die tien grootste industrieën? Diezelfde mensen. Achter dat soort boodschappen gaat een immense hypocrisie schuil. Mensen houden er niet van als ze erop worden gewezen dat ze een significant aandeel hebben in de klimaatopwarming. En alle Belgen hebben dat, want België is een rijk land. De gemiddelde Belg consumeert 150 kilowattuur energie per dag, het equivalent van 150 computers die de klok rond draaien. Het internationale gemiddelde ligt tussen 50 en 60 kilowattuur. Als alle wereldburgers, en dat is op dit moment dan ook het grote gevaar voor het klimaat, het niveau van de gemiddelde Belg zouden halen, verdrievoudigt de energieconsumptie. Kan China het voortouw nemen in een mondiale energietransitie? Ernst: Ik wil u in dat verband iets laten zien dat een medewerker heeft doorgestuurd. Het staatsbedrijf dat het Chinese elektriciteitsnetwerk beheert en anderhalf miljoen werknemers telt, het op één na grootste bedrijf te wereld, is net begonnen met een online tijdschrift met de titel Global Energy Connection. Het doel daarvan is precies de promotie van een internationaal elektriciteitsnet. En als de Chinezen zich erachter zetten, kan het snel gaan? Ernst: Zeker, ze hebben de industriële capaciteit om zo'n infrastructuur te bouwen, iets waarover wij in Europa niet meer beschikken. En in de tijd dat wij in Europa over grote infrastructuurprojecten discussiëren, hebben zij ze al drie keer gebouwd. Kijk naar de snelheid waarmee ze hogesnelheidslijnen en kerncentrales bouwen. Dus hoewel de Chinezen op dit moment enorme vervuilers zijn, denk ik dat zij een belangrijke rol zullen spelen en als eersten zullen investeren in flagship projects voor dat mondiale elektriciteitsnet. En dat is wat we nu nodig hebben. Een paar in het oog springende pilootprojecten. Het gevaar hierbij is natuurlijk dat China de technologische overhand zal nemen in die cruciale infrastructuur, zoals het dat ook heeft gedaan op het vlak van telecommunicatie. Heel Afrika is vandaag Huawei. Tien jaar geleden stuurden wij medewerkers voor buitenlandse stages steevast naar labs in de VS. Maar voor onderzoek naar de global grid, sturen we ze vandaag naar China. (lacht) Daaraan merk je ook hoe de tijden zijn veranderd.