Hebt u tijdens de lopende bestuursperiode nog iets bijgeleerd over uw stad?
...

Hebt u tijdens de lopende bestuursperiode nog iets bijgeleerd over uw stad?Daniël Termont: Na 42 jaar in het stadhuis leert een mens niet zoveel meer bij. Behalve misschien dat we nu zeker weten dat het perfect mogelijk is om gewone burgers mee te laten besturen. Maar verder heb ik vooral gezien hoe alles steeds terugkomt. In de jaren tachtig stonden de mensen hier voor het stadhuis te betogen tegen de mobiliteitsmaatregelen van toenmalig burgemeester Jacques Monsaert (CD&V). Tien jaar later liep mijn voorganger Frank Beke (SP.A) met een kogelvrij vest rond nadat hij doodsbedreigingen had gekregen omdat de binnenstad verkeersvrij werd gemaakt. Ook in de aanloop naar de invoering van het circulatieplan vielen er harde woorden, maar de geschiedenis leert dat je op zo'n moment de moed moet opbrengen om door te zetten. Met welke beslissing hebt u de voorbije jaren het meest het verschil gemaakt? Termont: Wat stenen betreft, denk ik vooral aan de bouw van de Ghelamco Arena (het stadion van AA Gent) en aan de Krook (de nieuwe stadsbibliotheek). Maar beleid gaat natuurlijk ook over mensen, en op dat vlak ben ik trots dat we erin geslaagd zijn om van Gent een stad te maken waar het bestuur heel nauw samenwerkt met de burgers. Kijk maar naar de vele initiatieven in wijken en straten, het burgerkabinet en de burgerbudgetten. Wat is u in de lopende bestuursperiode niet gelukt? Termont: Ons woonbeleid kon beter. Ontzettend veel mensen willen in Gent komen wonen, maar de woningbouw is niet gevolgd. Daardoor zijn er nu te weinig gewone gezinswoningen en is er ook een tekort aan sociale woningen. Vandaar dat het kartel van SP.A en Groen in de volgende bestuursperiode 90 miljoen euro extra wil investeren in de bouw van sociale woningen. Dat is meteen een belangrijke politieke tegenstelling in deze stad, want de Open VLD en de N-VA vinden dat er nu al meer dan genoeg sociale woningen zijn. Zijn er in de stad problemen die u niet opgelost krijgt omdat de bevoegdheid op een andere bestuursniveau ligt?Termont: Zeker. Vooral wat het openbaar vervoer betreft, worden we door de Vlaamse regering zwaar benadeeld. Zeker als je Gent met Antwerpen vergelijkt. Dat komt voor een groot deel doordat we hier met een heel andere meerderheid besturen dan op Vlaams niveau. Ook in andere domeinen voelen we dat. Soms gaat het zelfs om regelrecht pestgedrag. Onlangs nog kwamen we tot een akkoord met de vakbonden om een bescheiden stapvergoeding toe te kennen aan stadspersoneel dat te voet naar het werk komt. Een creatieve investering die ons jaarlijks amper 6000 euro zou kosten. Maar de Vlaamse regering, die keer op keer getuigt van een verregaande keizer-kostermentaliteit, heeft die vergoeding geschrapt. Iets nieuws uitproberen, wordt duidelijk niet meer gewaardeerd. Zijn er steden die u bewondert of waar u jaloers op bent?Termont: Elke stad heeft een ander DNA en moet haar eigen ontwikkeling doormaken. Je kunt dus niet zomaar een succesrecept van de ene stad naar de andere overzetten. Van het burgerbudget, waarvoor ik de inspiratie in het Poolse Gdansk heb gehaald, hebben we bijvoorbeeld een eigen Gents verhaal gemaakt. Op die manier leren steden permanent van elkaar. Zeker ook van ons, want er komen hier heel veel buitenlandse delegaties die geïnteresseerd zijn in ons circulatieplan, of in de manier waarop wij burgerparticipatie organiseren. Tijdens mijn bezoeken als voorzitter van Eurocities, een netwerk van Europese steden, zie ik vaak heel interessante dingen. In het Zweedse Malmö, bijvoorbeeld, zetten ze enorm in op duurzaamheid. Ik heb daar een nieuw stadsdeel gezien dat is gebouwd op de plek waar vroeger een stort lag. Maar soms gaat het om veel kleinere dingen, zoals een barre waarop fietsers kunnen leunen als ze moeten stoppen voor een verkeerslicht. Wie zou, behalve uzelf en uw partijgenoten, de beste burgemeester zijn voor Gent?Termont:Ivan De Witte, de voorzitter van AA Gent, en ik lachen weleens dat we willen ruilen: ik neem de voetbalploeg over en hij wordt burgemeester. Dat is natuurlijk een grapje, maar dat neemt niet weg dat hij een heel goede burgemeester zou zijn. Hij is intelligent en erg sociaal. Wat vindt u de mooiste plek van uw stad?Termont: Mensen die Gent bezoeken, geef ik altijd de raad om eerst op de Sint-Michielshelling te gaan staan. Daar heb je een prachtig uitzicht over de stad: aan de ene kant de drie torens, aan de andere kant de Korenlei, de Graslei en het Gravensteen. En de lelijkste plek?Termont: Het uitzicht vanaf de Sint-Michielshelling als mensen massaal hun afval op de Korenlei en de Graslei hebben achtergelaten (een plaag op zonnige dagen, nvdr.). Dan wordt de mooiste plek meteen de lelijkste. Hoeveel mandaten hebt u naast uwburgemeesterschap?Termont: Toen mijn partij in april 2017 besloot dat iedereen nog maximaal drie mandaten mag hebben, heb ik verscheidene functies opgegeven. Ik hou alleen nog Fluxys, Publigas en de Gentse haven over. Hoeveel verdient de burgemeester van Gent?Termont: 89.000 euro netto per jaar. Een pak minder dan burgemeesters van kleinere steden, zoals Aalst, die ook nog in het parlement zitten, want zij krijgen anderhalve parlementaire wedde. Dat is al snel 40 procent meer dan wat ik verdien. Na de verkiezingen zullen SP.A-burgemeesters van de partij niet meer in een parlement mogen zitten. Een goede zaak?Termont: Zeker. Ik kon twee keer naar de Kamer en één keer naar het Vlaams Parlement, maar die mandaten heb ik nooit opgenomen. Ik ben daar ook altijd eerlijk over geweest tegenover mijn kiezers. Het burgemeesterschap en het werk in een parlement zijn twee voltijdse jobs. Het is onmogelijk om die allebei goed te doen als je ze combineert. Hebt u de afgelopen jaren boetes gekregen in uw stad?Termont: Elk jaar word ik wel een keer beboet. De laatste boete die ik me herinner, kreeg ik toen ik ergens in Sint-Amandsberg te weinig parkeergeld had betaald. De burgemeester wordt hier niet gespaard. Integendeel. Is er een persoonlijk verhaal van een van uw inwoners dat u de afgelopen jaren erg heeft geraakt?Termont: Zo zijn er veel. Maar een van de gebeurtenissen die me het meest hebben beïnvloed, is de dood van een kleuter die twee jaar geleden werd aangereden in de Brugse Poort. De voordeur stond open, het kindje speelde op straat en werd gegrepen door een bestelwagen die veel te snel reed. Achteraf bleek dat die auto daar zelfs niet hoefde te zijn. De bestuurder was door de straat gereden om de verkeersdrukte te omzeilen. Nooit vergeet ik nog het verdriet en de woede van die ouders. Hartverscheurend. De dood van dat kind heeft me nog meer gesterkt in mijn overtuiging dat het circulatieplan er moest komen.