Woensdag maakte de Koning Boudewijnstichting de cijfers van de dak- en thuislozentelling in Gent, Aarlen, Luik en provincie Limburg bekend. Het is de eerste keer dat meerdere Belgische steden gelijktijdig een uitgebreide wetenschappelijke telling organiseren. Deze cijfers werden verrijkt met de Brusselse en Leuvense resultaten. Lokale besturen steken moedig hun nek uit. Springen de andere beleidsniveaus mee op de kar?

In februari 2020 brachten we in Leuven als eerste Vlaamse stad het aantal dak- of thuisloze mensen in kaart. Betrouwbare data vormen immers dé basis voor goed en effectief beleid. Daarom gaf stad Leuven de opdracht aan LUCAS KU Leuven. Tot voor onze Leuvense telling waren er in Vlaanderen geen betrouwbare cijfers over dak- en thuisloosheid. Dakloosheid heeft vele gezichten. We keken dus niet alleen naar mensen op straat, ook naar wie een jeugdvoorziening verlaat zonder woonoplossing, wie in een kraakpand verblijft of bij vrienden overnacht, wie de gevangenis verlaat maar nog geen stek heeft... Er zijn ontelbare redenen waardoor mensen geen thuis hebben of hun thuis verliezen.

Exact één jaar na onze lokale telling stelden we een actieplan voor om dak- en thuisloosheid in Leuven tegen te gaan. De telling leerde dat er heel uiteenlopende profielen en oorzaken schuilgaan achter de cijfers. Er is niet één passe-partout antwoord op dit complexe vraagstuk, maar een diversiteit aan acties. Onze strategie omvat het gezamenlijk engagement van vele partners. We zijn ambitieus, maar ook bescheiden. Zorg voor de meest kwetsbaren is niets om mee uit te pakken: het is de basis van een zorgzame en menswaardige samenleving.

Een dak boven je hoofd

Het belang van een goede woning kan niet onderschat worden. Voor velen is het een evidentie, maar het is een wezenlijk verschil om een eigen plek te hebben, dat leerde de coronacrisis ons ook. Een goede woonst biedt rust, tijd en mentale ruimte om je leven uit te bouwen, om aan werk, opleiding of hulpverlening te denken.

Een onzekere en slechte woonsituatie zorgt automatisch voor stress. Wie op straat komt te staan en effectief dakloos wordt, belandt in een neerwaartse spiraal. Na een periode van dakloosheid een woning vinden is allerminst evident. Mensen zijn soms jaren dakloos, met de nodige maatschappelijke en individuele consequenties. De uitzichtloosheid maakt ziek. De ongelijkheid die tot overleven aanzet maakt mensen gelaten. Die gelatenheid maakt de maatschappelijke integratie moeilijker, langzamer én duurder.

We hebben er alle baat bij als samenleving om te zorgen dat mensen hun woning niet verliezen en als het gebeurt, hen zo snel mogelijk aan een woning te helpen. Woongerichte en duurzame oplossingen staan centraal in de Leuvense strategie, maar zijn geen makkelijke of snelle oplossingen. Structureel werk vraagt tijd en geduld, maar loont op de lange termijn. Zo starten we in Leuven met Housing First voor wie langdurig dakloos is en kampt met een ernstige verslaving of psychische problematiek. Deze mensen hebben eerst een stabiele woonst nodig, dan pas begeleiding op maat door een toegewijd team: een aanpak die in binnen- en buitenland zijn vruchten afwerpt.

Gecoördineerde aanpak over de stadsgrenzen heen

Leuven staat niet alleen. In grote steden en in kleinere gemeenten zijn mensen dak- of thuisloos. Het is dan ook een evidentie om de problematiek boven de gemeentegrenzen te bekijken en ons als gehele samenleving te engageren. Dak- en thuisloosheid vraagt een gecoördineerde strategie met de nodige budgetten, diverse en creatieve oplossingen op maat, samenwerking met vele partners en een wetenschappelijke onderbouwing.

De Vlaamse overheid, bevoegd voor wonen, welzijn én armoedebestrijding, moet de handschoen opnemen en de complexe realiteit van dak- en thuisloosheid in de ogen kijken. De versnipperde lokale tellingen moeten plaats maken voor één globale Vlaamse telling met lokale verankering. Met die cijfers kan Vlaanderen een stevig actieplan uitwerken samen met de lokale besturen, sociale organisaties en burgers.

Het huidige Vlaamse actieplan schiet ronduit tekort, er is slechts 80.000 euro om in Vlaamse gemeenten tellingen te ondersteunen. Er is amper extra budget voor bijkomende initiatieven of om goede praktijken te versterken. Willen we dak- en thuisloosheid samen verbannen, dan moeten er met engagementen ook budgetten en instrumenten komen om het recht op wonen te realiseren.

Recht op wonen: een plicht voor Vlaanderen

De Vlaamse regering toont niet alleen weinig daadkracht om dak- en thuisloosheid gecoördineerd aan te pakken, ook het bestaande beleid heeft amper aandacht voor de problematiek. Meer zelfs: de Vlaamse regering bouwt extra drempels in voor wie het al moeilijk heeft.

Denk aan de verhoogde huurwaarborg: voor wie weinig spaargeld heeft, is het onmogelijk om 3 maanden waarborg samen met de eerste maand huur neer te leggen. Ook worden de voorwaarden om een sociale woning te huren, strenger. Het criterium 'lokale binding' wint aan belang, verhuizen naar een andere gemeente is dus afgeraden. Slecht nieuws voor wie wegvlucht van een situatie van intrafamiliaal geweld, voor wie een job vindt aan de andere kant van het land, of voor wie na een verleden van criminaliteit wil breken met een oude kennissenkring.

Het is aan Vlaanderen om het recht op wonen te realiseren, niet om het mensen nog moeilijker te maken. Vlaanderen moet massaal investeren in bijkomende sociale huisvesting, de huurpremie uitbreiden naar alle kandidaat-sociale huurders en durven ingrijpen op de huurprijzen.

Allemaal samen

Dak- en thuisloosheid is één van de meest schrijnende en extreme vormen van sociale uitsluiting. Als welvarende samenleving die mensenrechten hoog in het vaandel draagt, mogen we dat niet laten gebeuren. We kunnen we het onrecht dat dakloosheid is, de wereld uithelpen, enkel als alle overheden met de neuzen in dezelfde richting staan.

In januari nam het Europees Parlement een resolutie aan om de toegang huisvesting te erkennen als fundamenteel recht en herhaalde de oproep om dakloosheid uit te bannen tegen 2030. Ook in Leuven staan we klaar om het verschil te maken, samen met tientallen straffe organisaties op het terrein. We roepen nu de federale en Vlaamse ministers op om ook alles uit de kast te halen, in woord en in daad: aan de high level beleidstafels, en op het terrein. Let's do this together.

Woensdag maakte de Koning Boudewijnstichting de cijfers van de dak- en thuislozentelling in Gent, Aarlen, Luik en provincie Limburg bekend. Het is de eerste keer dat meerdere Belgische steden gelijktijdig een uitgebreide wetenschappelijke telling organiseren. Deze cijfers werden verrijkt met de Brusselse en Leuvense resultaten. Lokale besturen steken moedig hun nek uit. Springen de andere beleidsniveaus mee op de kar?In februari 2020 brachten we in Leuven als eerste Vlaamse stad het aantal dak- of thuisloze mensen in kaart. Betrouwbare data vormen immers dé basis voor goed en effectief beleid. Daarom gaf stad Leuven de opdracht aan LUCAS KU Leuven. Tot voor onze Leuvense telling waren er in Vlaanderen geen betrouwbare cijfers over dak- en thuisloosheid. Dakloosheid heeft vele gezichten. We keken dus niet alleen naar mensen op straat, ook naar wie een jeugdvoorziening verlaat zonder woonoplossing, wie in een kraakpand verblijft of bij vrienden overnacht, wie de gevangenis verlaat maar nog geen stek heeft... Er zijn ontelbare redenen waardoor mensen geen thuis hebben of hun thuis verliezen. Exact één jaar na onze lokale telling stelden we een actieplan voor om dak- en thuisloosheid in Leuven tegen te gaan. De telling leerde dat er heel uiteenlopende profielen en oorzaken schuilgaan achter de cijfers. Er is niet één passe-partout antwoord op dit complexe vraagstuk, maar een diversiteit aan acties. Onze strategie omvat het gezamenlijk engagement van vele partners. We zijn ambitieus, maar ook bescheiden. Zorg voor de meest kwetsbaren is niets om mee uit te pakken: het is de basis van een zorgzame en menswaardige samenleving. Het belang van een goede woning kan niet onderschat worden. Voor velen is het een evidentie, maar het is een wezenlijk verschil om een eigen plek te hebben, dat leerde de coronacrisis ons ook. Een goede woonst biedt rust, tijd en mentale ruimte om je leven uit te bouwen, om aan werk, opleiding of hulpverlening te denken. Een onzekere en slechte woonsituatie zorgt automatisch voor stress. Wie op straat komt te staan en effectief dakloos wordt, belandt in een neerwaartse spiraal. Na een periode van dakloosheid een woning vinden is allerminst evident. Mensen zijn soms jaren dakloos, met de nodige maatschappelijke en individuele consequenties. De uitzichtloosheid maakt ziek. De ongelijkheid die tot overleven aanzet maakt mensen gelaten. Die gelatenheid maakt de maatschappelijke integratie moeilijker, langzamer én duurder. We hebben er alle baat bij als samenleving om te zorgen dat mensen hun woning niet verliezen en als het gebeurt, hen zo snel mogelijk aan een woning te helpen. Woongerichte en duurzame oplossingen staan centraal in de Leuvense strategie, maar zijn geen makkelijke of snelle oplossingen. Structureel werk vraagt tijd en geduld, maar loont op de lange termijn. Zo starten we in Leuven met Housing First voor wie langdurig dakloos is en kampt met een ernstige verslaving of psychische problematiek. Deze mensen hebben eerst een stabiele woonst nodig, dan pas begeleiding op maat door een toegewijd team: een aanpak die in binnen- en buitenland zijn vruchten afwerpt.Leuven staat niet alleen. In grote steden en in kleinere gemeenten zijn mensen dak- of thuisloos. Het is dan ook een evidentie om de problematiek boven de gemeentegrenzen te bekijken en ons als gehele samenleving te engageren. Dak- en thuisloosheid vraagt een gecoördineerde strategie met de nodige budgetten, diverse en creatieve oplossingen op maat, samenwerking met vele partners en een wetenschappelijke onderbouwing. De Vlaamse overheid, bevoegd voor wonen, welzijn én armoedebestrijding, moet de handschoen opnemen en de complexe realiteit van dak- en thuisloosheid in de ogen kijken. De versnipperde lokale tellingen moeten plaats maken voor één globale Vlaamse telling met lokale verankering. Met die cijfers kan Vlaanderen een stevig actieplan uitwerken samen met de lokale besturen, sociale organisaties en burgers. Het huidige Vlaamse actieplan schiet ronduit tekort, er is slechts 80.000 euro om in Vlaamse gemeenten tellingen te ondersteunen. Er is amper extra budget voor bijkomende initiatieven of om goede praktijken te versterken. Willen we dak- en thuisloosheid samen verbannen, dan moeten er met engagementen ook budgetten en instrumenten komen om het recht op wonen te realiseren. De Vlaamse regering toont niet alleen weinig daadkracht om dak- en thuisloosheid gecoördineerd aan te pakken, ook het bestaande beleid heeft amper aandacht voor de problematiek. Meer zelfs: de Vlaamse regering bouwt extra drempels in voor wie het al moeilijk heeft. Denk aan de verhoogde huurwaarborg: voor wie weinig spaargeld heeft, is het onmogelijk om 3 maanden waarborg samen met de eerste maand huur neer te leggen. Ook worden de voorwaarden om een sociale woning te huren, strenger. Het criterium 'lokale binding' wint aan belang, verhuizen naar een andere gemeente is dus afgeraden. Slecht nieuws voor wie wegvlucht van een situatie van intrafamiliaal geweld, voor wie een job vindt aan de andere kant van het land, of voor wie na een verleden van criminaliteit wil breken met een oude kennissenkring. Het is aan Vlaanderen om het recht op wonen te realiseren, niet om het mensen nog moeilijker te maken. Vlaanderen moet massaal investeren in bijkomende sociale huisvesting, de huurpremie uitbreiden naar alle kandidaat-sociale huurders en durven ingrijpen op de huurprijzen. Dak- en thuisloosheid is één van de meest schrijnende en extreme vormen van sociale uitsluiting. Als welvarende samenleving die mensenrechten hoog in het vaandel draagt, mogen we dat niet laten gebeuren. We kunnen we het onrecht dat dakloosheid is, de wereld uithelpen, enkel als alle overheden met de neuzen in dezelfde richting staan. In januari nam het Europees Parlement een resolutie aan om de toegang huisvesting te erkennen als fundamenteel recht en herhaalde de oproep om dakloosheid uit te bannen tegen 2030. Ook in Leuven staan we klaar om het verschil te maken, samen met tientallen straffe organisaties op het terrein. We roepen nu de federale en Vlaamse ministers op om ook alles uit de kast te halen, in woord en in daad: aan de high level beleidstafels, en op het terrein. Let's do this together.