Lees ook de vorige afleveringen van deze reeks:
...

Zoals iedere dag ben ik ook nu vroeg uit de veren, om mijn routineklus te doen. Ik rijd naar het vluchtelingenkamp in het Eko-station, draag eten naar een kind en schenk enkele kleren aan een onfortuinlijke man die er echt vuil uitziet. Daarna trek ik naar het warehouse, ons depot van hulpgoederen. Ik laad de auto met het nodige: schoenen maat 45 en maat 47, een aantal XXXXL T-shirts voor een volslanke man, babykleertjes voor twee baby's van een maand oud... Met een volgeladen wagen trek ik naar het kamp in Idomeni.Wanneer ik daar aankom, voel ik meteen de vreemde sfeer die er hangt. Ik kan het moeilijk omschrijven, maar ik heb een gevoel dat er iets zal gebeuren. Ik ga met mijn Koerdische vriend, die gekluisterd zit aan zijn rolstoel, een tas thee drinken. Plots zien we een stoet van boze mensen op ons afkomen. Ze zijn bewapend met ijzeren staven en kettingen. Ik heb geen flauw vermoeden wat er gaande is. Mijn vriend in de rolstoel zegt me dat het Koerdische Syriërs zijn, op oorlogspad.Ze zijn op weg naar de Arabische Syriërs. Naar de reden van hun actie of naar hoe dit tot stand kwam, heb ik het raden, maar ook de Arabische Syriërs hebben zich gegroepeerd. Er wordt heen en weer geroepen, gediscussieerd, geïntimideerd, geprovoceerd, en alles eindigt in puur fysiek geweld. Ze gooien met ijzeren staven en stenen en overal ontstaan wilde vechtpartijen. Wanneer ook de politie er zich mee bemoeit, is het 'feest' compleet. De veldslag zet het hele kamp in rep en roer. Er zijn geen spelende kinderen meer te zien. Honderden mensen gaan op de loop wanneer de politie chargeert. Er lopen er zelfs weg met heel hun tent. Er vallen een veertigtal gewonden, en her en der vluchtelingen verlaten vluchtelingen het kamp.Dit zet een stevige domper op mijn verblijf hier. Ik ben geschokt door het gevaar dat kinderen en vrouwen liepen tijdens de rellen, en aangedaan door die negativiteit, al die wenende kinderen. Ongelooflijk hoe zo'n kamp in een handomdraai kan veranderen van een vreedzame plaats waar iedereen je begroet met 'hey brother' en 'hi friend' tot een - weliswaar - tijdelijk oorlogsgebied. Gelukkig is er intussen opnieuw rust en vrede, maar voor hoelang?Vandaag gaat mijn aandacht onvermijdelijk naar kleine kinderen en baby's. Het is niet te geloven hoeveel kinderen hier vertoeven. Ik kan niet eens een juiste inschatting maken hoeveel kinderen er tijdens de vlucht of in Idomeni zijn geboren... En neen, ik praat niet over enkele tientallen. Veel meer. Deze week alleen al zijn er vier kinderen geboren. Dat wil zeggen dat er veel zwangere vrouwen op de vlucht sloegen, ondanks hun zwangerschap. Ik zie hier ook veel zwangere vrouwen, die zwanger werden tijdens hun vlucht of tijdens hun verblijf hier in een kamp. Plots stel ik mezelf de vraag: Welke nationaliteit krijgen baby's eigenlijk? Vandaag ben ik op stap door de tentenmassa. Wanneer ik in de infotent aankom, is er geen elektriciteit meer. Zo kan men de computers en printers niet gebruiken. De generator doet het niet meer. Als een huisdokter aanhoor ik de klachten, waarna ik de generator aan een onderzoek onderwerp. Al vlug ontdek ik wat er loos is. Met een beetje olie op enkele veren en scharnieren krijg ik het ding snel weer aan de praat. Iets verderop zie ik een nieuwe groep vluchtelingen hun tenten opslaan. Ze hebben geen hamer en slechts enkele piketten. Ik haal een hamer in de infotent, en samen met de nieuwe bewoners zoeken we piketten in de grond waar eerder tenten stonden. Met succes. Na wat speurwerk kunnen de nieuwkomers hun tenten opslaan. Die kleine technische dingetjes die plotseling een wereld van verschil kunnen betekenen, geven me een goed gevoel. Ik voel dat ik echt mijn steentje(s) kan bijdragen. Ik moet helaas de geruchten in de media over de ontruiming van het kamp tegenspreken. Niets is minder waar. We stellen daarentegen wel een spontane leegloop vast. Die wordt deels wel gecompenseerd door de aankomst van nieuwe vluchtelingen, mensen uit andere kampen in de omgeving waar de leefomstandigheden nog slechter zijn. Al is het hier zeker geen rozengeur en maneschijn. Het spontane vertrek van vluchtelingen, van baby's tot bejaarde mensen, heeft diverse oorzaken. De vluchtelingen zijn het beu werkeloos toe te kijken en te wachten tot de grens met Macedonië opengaat. Ze kunnen ook de hitte niet aan. Ze hebben de hoop hier opgegeven. 'Er is hier geen toekomst voor ons, we zitten vast', zeggen sommigen, waarna ze andere toegangswegen zoeken. Veel gezinnen gaan spontaan naar het nieuwe kamp in Athene. Anderen gaan terug naar Turkije en er keren ook veel vluchtelingen terug naar Syrië. Ze zeggen dat Europa hen haat en hen aanziet voor terroristen. Turkije is geen goed land voor de Koerdische Syriërs. Ze zijn er niet welkom. Waarom keren ze dan toch maar terug naar landen die hen niet willen, of landen in oorlog? 'We gaan terug naar Syrië, naar onze familie. Het is beter dan hier te zitten wachten op iets dat niet gebeurt', zeggen sommigen. 'Laat Europa maar ruzie maken', hoor ik uit de mond van anderen. De Syriërs vragen zich af waarom de internationale gemeenschap hun huizen bestoken met bommen, oorlog komen voeren in hun land. Dat is geen oplossing, maar meedoen aan moord, zeggen ze. Ik kan daar niet op antwoorden. Moet ik hen zeggen dat het voor hun bestwil is? Moet ik hen ervan overtuigen dat onze bommen het geweld in hun land zal stoppen? Neen. Ik zwijg liever dan toegeven dat oorlog tot een oplossing leidt. Ik walg van oorlog.Met lede ogen zie ik die families vertrekken naar plaatsen waar óók geen toekomst is, waar óók geen oplossingen liggen. Opnieuw moeten ze lange afstanden afleggen met pasgeboren baby's die ze heel de weg dragen want de kinderwagen dient om de bagage te vervoeren. Ik probeer het hen vergeefs af te raden. Maar die gezinnen blijven bij hun beslissing. Het is zo triest om aan te horen dat ze terug naar Syrië gaan. Moeten wij, Europeanen, nu niet diep beschaamd zijn?Gisterenavond was er op de spoorlijn een grootse samenkomst van vluchtelingen die niet naar Turkije of naar hun land van herkomst willen. Ze willen naar Macadonië. Ze zeggen dat ze nog twee tot drie dagen geduld zullen oefenen en dan zullen ze de grens bestormen. Ik kan dit amper geloven, maar Shero, mijn Koerdische tolk, zegt dat het de waarheid is. Ik houd mijn hart vast. We kunnen maar hopen dat het enkel een uiting van ongenoegen is. Met enige ongerustheid verlaat ik het kamp. Maar morgen is een nieuwe dag. Een nachtje slapen laadt iedereens batterijen op, ook die van de vluchtelingen! Er blijft altijd ergens een beetje hoop... gelukkig maar.