Elke stadsliefhebber en ruimtelijke denker vraagt zich af of we na de corona-crisis een heuse exodus krijgen richting randstad en platteland, waar de anderhalve meter maatschappij -schijnbaar- gemakkelijk ingericht kan worden. Is de stad dood?

Resultaten van Immoweb, Zimmo en bevragingen tijdens de lockdown bevestigen die teneur alvast. Ook socioloog en ruimtelijk expert Pascal De Decker bevestigt: 'Het coronavirus is de beste reclame voor de private woning met tuin'.

Maar voor u overgaat tot de aankoop van een (nog te bouwen) vrijstaande villa om de volgende lockdown te doorwinteren, realiseer u dan dit: het is glashelder dat het excessief ontginnen, verkavelen en bebouwen van open ruimte op wereldschaal mee aan de oorzaak van de pandemie(ën) ligt. Ook België doet mee aan deze roekeloze veroveringstocht van schaarse natuur. In Vlaanderen alleen al worden niet minder dan 7 voetbalvelden per dag ontwikkeld.

Corona kan katalysator zijn voor een vergroende stad op mensenmaat.

Wat dan met uw angst voor de pandemie in de stad? Ondanks de hoge bevolkingsdichtheid is er geen verband te vinden tussen stedelijkheid en een hogere besmettingsgraad. Sterker, steden hebben gemiddeld meer zorginfrastructuur, wat noodhulp steeds nabij maakt. De stad redt levens, en dat doet ze al eeuwen.

De stad, experimenteel en reactief als ze is, vormt als het ware een gebouwd collectief geheugen van onze geschiedenis. Zo werd de pest met de aanleg van rioolstelsels de stad uitgedreven, rottend straatafval werd verwijderd door de invoer van de vuilnisbak en een gestructureerd schema van afvalophaling. Ook cholera-epidemieën leidden tot verbeterde (afval)waterhuishouding, extra groen en de aanleg van stedelijke ventilatiecorridors. Giftige productieprocessen werden de stad uitgewezen, en als de politiek het even aandurft volgen de rokende wagens wellicht diezelfde route. Het is wel degelijk Lang Leve(n) in de stad!

Waarom dan dat hardnekkig exodus-denken? Allicht omdat de stad reactief ontwikkelt. Eerst het onheil, dan de oplossing. Bijgevolg wanen we ons ook in suburbia onterecht veilig.

De stad zal pandemieën niet doen verdwijnen. Ze kan hooguit de frequentie verlagen, door efficiënter met ruimte om te gaan en de natuur vrijplaats te geven. Het besef dat dit de laatste pandemie niet is, is groot, en de wetenschap dat de gevolgen van klimaatverandering wateroverlast in de winter en hitte en droogte in de zomer in de hand zullen werken, wordt erkend door de massa's in de straten. Toekomstig onheil volgt onverbiddelijk, en de stad moet proactief klaarstaan.

Reeds in de jaren '60 wees stadsactiviste Jane Jacobs op de onderdrukking van de gemeenschap in de stad door het afstemmen van steden op wagens in plaats van mensen. Vele studies bevestigden haar inzichten dat een solide stedelijke gemeenschap en adequate -groene- publieke ruimte positieve effecten hebben op lichaamsbeweging, mentale en fysieke gezondheid,... Laat dat nu net factoren zijn die de vatbaarheid op ziektes zoals covid-19 temperen.

Naast positieve effecten op gezondheid, houdt het vergroenen van steden in dat 's winters de waterhuishouding kan reguleren zodat het 's zomers minder droog is. Parken brengen verkoeling bij hitte, stillen als echte stadslongen ademnood, en dragen bij aan leefbaarheid, zeker in lockdown-tijd. Bovendien toont het onderzoek van de Vrijdaggroep aan dat 76% van de Belgische millennials (25-35 jaar), onafhankelijk van politieke voorkeur, opleidingsniveau of woonplek, er van overtuigd is dat overheden groene ruimtes in en nabij steden moeten uitbreiden. Het draagvlak is er, waarop wachten we nog?

De stad op mensenmaat is een uitstekend vaccin dat al lang bestaat, maar het wordt veel te langzaam toegediend. Wind in de zeilen dus voor de stadsbesturen om hun groenplannen om te timmeren naar stedelijke preventie voor zowel epidemieën als de gevolgen van klimaatverandering. Het is een loutere kwestie van investeren in veerkracht nog voor het onheil toeslaat, zodat corona de geschiedenis in mag gaan als katalysator voor de vergroende stad op mensenmaat.

Stefanie Dens is lid van de Vrijdaggroep en als ingenieur-architect en stedenbouwkundig ontwerper gepassioneerd door stedelijke veerkracht voor en na (natuur)rampen.

Thomas Hawer is ingenieur-architect en gefascineerd door stedelijke ontwikkelingen en architectuur in relatie tot waterproblematieken.

Elke stadsliefhebber en ruimtelijke denker vraagt zich af of we na de corona-crisis een heuse exodus krijgen richting randstad en platteland, waar de anderhalve meter maatschappij -schijnbaar- gemakkelijk ingericht kan worden. Is de stad dood?Resultaten van Immoweb, Zimmo en bevragingen tijdens de lockdown bevestigen die teneur alvast. Ook socioloog en ruimtelijk expert Pascal De Decker bevestigt: 'Het coronavirus is de beste reclame voor de private woning met tuin'.Maar voor u overgaat tot de aankoop van een (nog te bouwen) vrijstaande villa om de volgende lockdown te doorwinteren, realiseer u dan dit: het is glashelder dat het excessief ontginnen, verkavelen en bebouwen van open ruimte op wereldschaal mee aan de oorzaak van de pandemie(ën) ligt. Ook België doet mee aan deze roekeloze veroveringstocht van schaarse natuur. In Vlaanderen alleen al worden niet minder dan 7 voetbalvelden per dag ontwikkeld. Wat dan met uw angst voor de pandemie in de stad? Ondanks de hoge bevolkingsdichtheid is er geen verband te vinden tussen stedelijkheid en een hogere besmettingsgraad. Sterker, steden hebben gemiddeld meer zorginfrastructuur, wat noodhulp steeds nabij maakt. De stad redt levens, en dat doet ze al eeuwen.De stad, experimenteel en reactief als ze is, vormt als het ware een gebouwd collectief geheugen van onze geschiedenis. Zo werd de pest met de aanleg van rioolstelsels de stad uitgedreven, rottend straatafval werd verwijderd door de invoer van de vuilnisbak en een gestructureerd schema van afvalophaling. Ook cholera-epidemieën leidden tot verbeterde (afval)waterhuishouding, extra groen en de aanleg van stedelijke ventilatiecorridors. Giftige productieprocessen werden de stad uitgewezen, en als de politiek het even aandurft volgen de rokende wagens wellicht diezelfde route. Het is wel degelijk Lang Leve(n) in de stad!Waarom dan dat hardnekkig exodus-denken? Allicht omdat de stad reactief ontwikkelt. Eerst het onheil, dan de oplossing. Bijgevolg wanen we ons ook in suburbia onterecht veilig. De stad zal pandemieën niet doen verdwijnen. Ze kan hooguit de frequentie verlagen, door efficiënter met ruimte om te gaan en de natuur vrijplaats te geven. Het besef dat dit de laatste pandemie niet is, is groot, en de wetenschap dat de gevolgen van klimaatverandering wateroverlast in de winter en hitte en droogte in de zomer in de hand zullen werken, wordt erkend door de massa's in de straten. Toekomstig onheil volgt onverbiddelijk, en de stad moet proactief klaarstaan. Reeds in de jaren '60 wees stadsactiviste Jane Jacobs op de onderdrukking van de gemeenschap in de stad door het afstemmen van steden op wagens in plaats van mensen. Vele studies bevestigden haar inzichten dat een solide stedelijke gemeenschap en adequate -groene- publieke ruimte positieve effecten hebben op lichaamsbeweging, mentale en fysieke gezondheid,... Laat dat nu net factoren zijn die de vatbaarheid op ziektes zoals covid-19 temperen.Naast positieve effecten op gezondheid, houdt het vergroenen van steden in dat 's winters de waterhuishouding kan reguleren zodat het 's zomers minder droog is. Parken brengen verkoeling bij hitte, stillen als echte stadslongen ademnood, en dragen bij aan leefbaarheid, zeker in lockdown-tijd. Bovendien toont het onderzoek van de Vrijdaggroep aan dat 76% van de Belgische millennials (25-35 jaar), onafhankelijk van politieke voorkeur, opleidingsniveau of woonplek, er van overtuigd is dat overheden groene ruimtes in en nabij steden moeten uitbreiden. Het draagvlak is er, waarop wachten we nog?De stad op mensenmaat is een uitstekend vaccin dat al lang bestaat, maar het wordt veel te langzaam toegediend. Wind in de zeilen dus voor de stadsbesturen om hun groenplannen om te timmeren naar stedelijke preventie voor zowel epidemieën als de gevolgen van klimaatverandering. Het is een loutere kwestie van investeren in veerkracht nog voor het onheil toeslaat, zodat corona de geschiedenis in mag gaan als katalysator voor de vergroende stad op mensenmaat.Stefanie Dens is lid van de Vrijdaggroep en als ingenieur-architect en stedenbouwkundig ontwerper gepassioneerd door stedelijke veerkracht voor en na (natuur)rampen.Thomas Hawer is ingenieur-architect en gefascineerd door stedelijke ontwikkelingen en architectuur in relatie tot waterproblematieken.