Infectiologe Erika Vlieghe luchtte vorige week in Knack haar hart over de manier waarop de experts die de regering bijstaan moeten functioneren. 'Je werkt vele uren, ik ben al maanden zeven dagen per week bezig, zonder dat je daarvoor wordt vergoed, terwijl je eigen werk ook moet doorgaan. En meer en meer ondervind ik dat je als expert de perfecte schietschijf bent.'
...

Infectiologe Erika Vlieghe luchtte vorige week in Knack haar hart over de manier waarop de experts die de regering bijstaan moeten functioneren. 'Je werkt vele uren, ik ben al maanden zeven dagen per week bezig, zonder dat je daarvoor wordt vergoed, terwijl je eigen werk ook moet doorgaan. En meer en meer ondervind ik dat je als expert de perfecte schietschijf bent.' Professor Vlieghe was voorzitter van de GEES, de expertengroep die de Nationale Veiligheidsraad adviseerde, en heeft tot dusver - al twijfelt ze openlijk aan het nut ervan - ook zitting in de omstreden opvolger Celeval. Ze heeft daarnaast haar gewone werk als arts en als hoofddocent aan de universiteit. De zwijgstaking van vorig weekend daargelaten, is Vlieghe ook haast permanent aanwezig in de media om adviezen en maatregelen te duiden en de evolutie van de pandemie te analyseren. Allemaal met tomeloze inzet en toewijding, maar zelfs een werkpaard als Vlieghe houdt dat nauwelijks vol, zeker als het de politiek soms aan elementair fatsoen ontbreekt. Vlieghe staat met haar verzuchtingen zeker niet alleen. Arts en klinisch bioloog Emmanuel André was als woordvoerder van het Nationaal Crisiscentrum de Franstalige evenknie van Steven Van Gucht. Hij haakte af eind april, maar bleef actief in de GEES en probeerde tegelijk het testing-en-tracingbeleid uit de grond te stampen. Uiteindelijk keerde hij toch terug naar zijn laboratorium in Leuven. Ook daar blijft hij dagelijks met de coronacrisis in de weer, maar niet langer rechtstreeks in dienst van de federale regering. 'Je expertise ter beschikking stellen van de samenleving maakt deel uit van de maatschappelijke opdracht van academici', zegt Emmanuel André. 'Maar mensen zoals Erika, ik en andere officiële experts, hebben ook hun eigen taken, en die vallen moeilijk te combineren met wat er de voorbije maanden allemaal bij kwam. De crisis duurt bovendien al lang en de hoeveelheid werk die moet worden verzet is gigantisch. Daarbij komt nog dat de Belgische staat in deze crisis wel miljoenen euro's aan consultants uitgeeft. Ook de experts die in de coronacommissie in de Kamer ons werk komen evalueren en bekritiseren, worden rijkelijk vergoed. Natuurlijk, wij hebben ook nooit gevraagd om voor ons werk te worden betaald. Maar omgekeerd heeft de regering-Wilmès ons nooit gevraagd: hoe kunnen we ervoor zorgen dat jullie alle ballen in de lucht kunnen houden?' Ook topexpert en biostatisticus Niel Hens, die eveneens deel uitmaakte van de GEES en in de coulissen veel hand- en spandiensten verleent met zijn epidemiologische modellen, zet vraagtekens bij hoe een en ander is gelopen. 'Uiteraard is het niemand van ons echt om een vergoeding te doen, maar de afwezigheid van iedere vorm van compensatie is symbool komen te staan voor een gebrek aan respect voor de inspanningen van de afgelopen maanden. Bij de GEES kregen we zelfs geen verplaatsingskosten terugbetaald. Dat is toch wel treffend voor heel dit verhaal. Nu, premier Wilmès is iemand die wel altijd haar dankbaarheid heeft geuit, maar niet alle regeringsleden zijn daar zo mee omgegaan. En als experts hebben wij allemaal minstens dubbele shifts gedraaid. Dan is het toch hallucinant dat daar nauwelijks omkadering tegenover staat. Cijfermateriaal, informatie over de verschillende publieke instellingen en hun bevoegdheden, netwerken met andere experts, coronaprotocollen opstellen voor verschillende sectoren, we moesten het allemaal zelf doen en uitzoeken. En op regelmatige tijdstippen gebruiken politici ons als paraplu, om geen fouten te hoeven toegeven of om ons de verantwoordelijkheid voor beleidsmaatregelen in de schoenen te schuiven.' Flagrant is ook het organisatorische niemandsland waarin de experts voor de overheid met de coronacrisis aan de slag moesten, zonder duidelijke afspraken over opdracht of werklast. 'Wij hebben de onduidelijkheid van ons mandaat en de moeilijke omstandigheden waarin we moeten werken wel een aantal keren bij de regering op tafel gelegd', zegt Niel Hens. 'Maar daar is weinig gehoor aan gegeven. In de zomer stonden we haast allemaal op de rand van een burn-out.' Op menselijk vlak, getuigt ook microbioloog Emmanuel André, was het loodzwaar. 'Maandenlang heb ik mijn vrouw en kinderen nauwelijks gezien. Ik werkte elke dag in de Wetstraat 16, zon- en feestdagen inbegrepen. En ik was vaak moederziel alleen in de zestien, geen kabinetsmedewerker in velden of wegen te bespeuren. Eigenlijk nam ik het werk van de FOD Volksgezondheid bijna helemaal op mij, dat was gewoon niet normaal. We hebben toch een staat, een ambtenarij, overheidsdiensten? Overigens werk ik nu haast evenveel als toen ik lid was van de GEES. Het was toch vooral de relatie met deze regering die de situatie onhoudbaar maakte. We hebben als experts geen enkele steun gekregen en worden bovendien constant aangevallen in de pers.' Op dat moment in het gesprek moet André op een andere lijn even een dreigtelefoontje afhandelen. Hij kan erom lachen, maar voor de meeste experts is dit jammer genoeg dagelijkse kost. 'En hoe meer politici ons wegzetten als paniekzaaiers, hoe meer mensen dat beschouwen als een vrijbrief om ons te bedreigen en te intimideren.' André hekelt 'het gebrek aan professionalisme bij nogal wat vooraanstaande politici, met name in de MR, die extreem beïnvloedbaar is door lobby's. Maar als het misloopt, fungeren de experts als zondebok.' De spanning tussen experts en politiek was er van in het begin, aldus André, maar heeft vorige week, met het vertrek van epidemioloog Marius Gilbert (ULB) uit adviesorgaan Celeval 'een breekpunt' bereikt. 'De regering-Wilmès heeft in Celeval wetenschappers vervangen door lobbyisten en mensen met een discours halverwege populisme en wetenschap. Daardoor is Celeval niet langer een wetenschappelijk orgaan.' Wat volgens viroloog Marc Van Ranst niet betekent dat de rol van wetenschappers in de aanpak van de coronacrisis is uitgespeeld, wel integendeel. 'Binnen of buiten Celeval, alle experts van het eerste uur staan via WhatsApp permanent met elkaar in contact en zijn het over de meeste zaken roerend met elkaar eens. Als de epidemie opnieuw in kracht toeneemt, zal ook de input van de virologen opnieuw aan belang winnen. En indien de volgende regering echt een coronacommissaris zou willen benoemen: hier heb je de facto je coronacommissariaat.' Van Ranst voorspelde bij het begin van de coronacrisis dat de lofzangen voor de experts na verloop van tijd in hoon en kritiek zouden omslaan. 'Ik heb dat ook meegemaakt toen ik in 2009 griepcommissaris was. Je komt in een positie waarin je verantwoordelijkheid kunt nemen, maar je bent ook een soort levensverzekering voor politici, die niet zullen aarzelen je te slachtofferen om hun hachje te redden.'