Chef Staatsveiligheid: ‘De Russen proberen langs de achterdeur terug binnen te komen’

© Pierre-Yves Thienpont

Het corruptieschandaal in het Europees Parlement, Russische spionage in het kader van het Oekraïneconflict, de strijd tegen georganiseerde misdaad: noem een dossier uit de actualiteit en de Staatsveiligheid (VSSE) speelt er een belangrijke rol in. In haar eerste interview als administrateur-generaal van de dienst geeft Francisca Bostyn (45) in Knack en Le Soir uitzonderlijk toelichting bij deze en andere gevoelige kwesties.

Marokko en Qatar mengden zich met cash geld en cadeaus in het Europees Parlement in. In Antwerpen kwam een 11-jarig meisje om door een kogel, vermoedelijk in een oorlog tussen misdaadclans. De minister van Justitie staat onder protectie. Eenentwintig Russische spionnen zijn het land uitgestuurd. En dan is er nog de zorgwekkende tendens dat zij die radicaliseren steeds jonger zijn. Aan thema’s geen gebrek voor een gesprek met de nieuwe baas van onze Belgische 007’s.

Wat dacht u toen u de eerste nota’s over het corruptienetwerk in het Europees Parlement onder ogen kreeg?

Bostyn: De omvang van het dossier en de ernst van de feiten hebben mij natuurlijk verbaasd. We zien wel meer inmengingsdossiers, maar ik denk dat er weinig van die grootteorde zijn. Ook de aanpak was uitzonderlijk. Heel vaak zit inmenging in een grijze zone. Hier bleek het rechttoe rechtaan.

De Staatsveiligheid was cruciaal in het blootleggen van de inmenging.

Bostyn: We hebben enorm in dit dossier geïnvesteerd. Héél veel van onze mensen hebben erop gewerkt. En het klopt dat we aan de oorsprong van het gerechtelijk dossier liggen.

© Pierre-Yves Thienpont

Hoe hebben jullie het onderzoek precies aangepakt?

Bostyn: Knack en Le Soir hebben er al veel over gepubliceerd. Ik begrijp dat het vanuit journalistiek oogpunt knap werk is. Maar tegelijkertijd brengt het ons in moeilijkheden tegenover onze buitenlandse collega’s. Nu lijkt het alsof België niets geheim kan houden. Ik heb er eerlijk gezegd een probleem mee dat al onze methoden zo openbaar worden gemaakt.

Dat dossier is toch uitstekende publiciteit voor de Staatsveiligheid?

Bostyn: Dat wel. Maar de dag dat wij publiciteit gaan opzoeken, hebben we een probleem. We kunnen alleen maar effectief zijn door in de schaduw te werken. Dat betekent niet dat wij niet transparant zijn tegenover onze controleorganen. Maar ik heb het onlangs nog aan onze medewerkers gezegd: soms doen we heel knap werk maar zijn het anderen die daarvoor de complimenten krijgen. En dat is goed zo. Wie hier aan de slag gaat, moet accepteren in de schaduw te werken.

De VSSE heeft 120 partnerdiensten. Behoren die van Qatar en Marokko daar ook toe?

Bostyn: Absoluut.

Hoe zijn de reacties vanuit die hoek?

Bostyn: Ik kan alleen kwijt dat we met iedereen blijven communiceren. Zelfs met die diensten zijn er nog materies waarin we willen blijven samenwerken. Op een bepaald moment is er een rode lijn overschreden. Dat is onaanvaardbaar en daarop hebben we gereageerd. Hier was het dermate frappant dat het effectief heeft geleid tot een gerechtelijk dossier. Maar het betekent niet dat we in de toekomst alle bruggen met hen opblazen.

Na de terreuraanslagen in Parijs riep de Belgische regering nog de hulp in van de Marokkaanse inlichtingendiensten.

Bostyn: ‘Kom ons helpen’ betekent niet hetzelfde als ‘ontplooi illegale activiteiten op ons grondgebied’. Ik denk wel dat de andere partij dat heel goed weet.

Wat zegt dit corruptieschandaal over de rol van Brussel als internationale hoofdstad?

Bostyn: Of het nu grote of kleinere regionale mogendheden zijn: er is een interesse om hier actief te zijn. Het dossier toont ook hoe belangrijk de rol is van de Staatsveiligheid aangezien België gastland is van die internationale instellingen. We moeten eerlijk zijn: dat weegt zwaar. Maar we staan er niet alleen voor. We krijgen veel steun van andere Europese inlichtingendiensten. Het corruptiedossier is een schoolvoorbeeld van internationale en multilaterale samenwerking tussen inlichtingendiensten. En van de best mogelijke verstandhouding met het Openbaar Ministerie en de politie. Vroeger stopte ons werk zodra een inlichtingendossier was uitgemond in een gerechtelijk onderzoek, maar nu blijven we goed samenwerken.

U trad in functie in volle Oekraïnecrisis, kort nadat België 21 Russische inlichtingenofficieren het land had uitgezet. Heeft Moskou al nieuwe spionnen gestuurd ?

Bostyn: Op het vlak van inlichtingenwerk en spionage is België een stuk veiliger geworden nu die mensen er niet meer zijn. Maar we moeten er ons heel bewust van zijn dat de Russen in België proberen opnieuw inlichtingencapaciteit op te bouwen, zij het via andere kanalen. Als de Russen langs de voordeur naar buitengaan, proberen ze langs de achterdeur terug binnen te komen. De grote uitdaging voor ons speelt zich nu af. Wie zijn de inlichtingenofficieren die niet onder diplomatieke cover werken maar andere dekmantels gebruiken – zoals journalistiek, middenveld, kerken? De Russen zijn daar zeer creatief in.

Ondanks de spanningen houdt de Staatsveiligheid vast een intelligencekanaal open met Rusland, toch?

Bostyn: Dat geldt voor elk land waarmee de diplomatieke contacten moeilijk liggen.

Ook Iran?

Bostyn: Met élk land houden wij een kanaal open. Dat is een basisregel voor elke inlichtingendienst.

In september is het voormalige Hongaarse Europarlementslid Béla Kovács veroordeeld tot vijf jaar gevangenis wegens spionage voor Rusland. Zijn er zo nog politici die in contact staan met Russische geheime diensten?

Bostyn: We zien soms in onze dossiers heel concreet dat er Russen – of mensen gerekruteerd door Rusland – contacten proberen te leggen met politici en functionarissen. Van het lokale tot het Europese niveau.

Welke lessen trekt u uit het Oekraïneconflict?

Bostyn: De misrekening van Russisch president Vladimir Poetin inzake de reactie van het Westen. Als hij gedacht had om de EU en de lidstaten tegen elkaar uit te spelen, dan heeft hij zich schromelijk vergist. Als hij dacht om de NAVO verder te verzwakken, dan is net het omgekeerde gebeurd.

© Pierre-Yves Thienpont

Georganiseerde misdaad

Wat is uw analyse van de misdaadproblematiek? Nemen criminelen de haven en straten van Antwerpen over?

Bostyn: Het is zéér ernstig, als we zien dat een meisje van 11 jaar is omgekomen, en de minister van Justitie door de strijd tegen de georganiseerde misdaad onder protectie moet staan. Daar kun je alleen maar uit concluderen dat het héél ernstig is.

Sinds 2015 stond de opvolging van georganiseerde misdaad minder hoog op de agenda van de Staatsveiligheid. Minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD) riep jullie op om er opnieuw meer aandacht aan te besteden.

Bostyn: Wij hebben voornamelijk op georganiseerde misdaad gewerkt wanneer er interactie was met de andere dreigingen zoals extremisme, terrorisme, inmenging en spionage. Maar de wet geeft ons ook de opdracht om de misdaadwereld te volgen wanneer die dermate destabiliserend is op politiek, sociaal en economisch vlak. En in die situatie zitten we nu. De minister heeft ons expliciet gevraagd om ook dat luik – het staatsondermijnende – te onderzoeken.

Het meest zichtbare deel daarvan is corruptie – denk aan omgekochte douaniers. Kunt u nog voorbeelden geven? Witwassen via nachtwinkels?

Bostyn: Daar zit je echt in de politionele wereld. Dat is niet echt waar onze focus op dit moment op ligt. Als je kijkt naar de dreiging tegenover onze minister van Justitie of bedreigingen tegen advocaten, kroongetuigen, journalisten, ambtenaren, functionarissen: dat zijn het soort van zaken die ondermijnend zijn – méér dan de witwaspraktijken van de nachtwinkels. Dat zijn de zaken die onze staatsstructuur ondermijnen, en dat zijn de zaken waar wij graag naar willen kijken.

Hoe gaat u dat doen?

Bostyn: Dat zal ons werk zijn in de komende maanden. We zijn een strategische analysecapaciteit aan het ontwikkelen die een bijdrage moet leveren aan de beeldvorming van het fenomeen. We hebben veel ervaring met het inwinnen van inlichtingen op uiteenlopende manieren. Terwijl de politie bewijzen zoekt, kunnen wij meer in het voorveld actief zijn. Maar politie en parket moeten de lead behouden in de strijd tegen georganiseerde criminaliteit – zij zijn het eerste aanspreekpunt.

In het nieuwe jaarverslag van de Staatsveiligheid staat dat de radicalisering van jongeren zorgen baart, met name binnen het rechts-extremisme.

Bostyn: Tijdens de covidperiode zaten veel jongeren thuis, een beetje geïsoleerd. Op online fora kwamen ze in contact met radicale discours. Binnen het rechts-extremisme zien we jongeren radicaliseren. Dan heb ik het zelfs over 14- à 15-jarigen. Er zijn meerdere dossiers die wij in België zien. Ik zal er geen cijfers op plakken. Maar het komt ook tot uiting in de vele discussies die wij hebben met internationale partners: dat het een belangrijke bezorgdheid aan het worden is. De leeftijdsgrens wordt almaar lager.

Zijn er duidelijke verbanden tussen rechts-extremisme en de antivaxbeweging?

Bostyn: Ja, er zijn bepaalde extremistische bewegingen die proberen in te spelen op onze gevoelens van frustratie over covid. Daarom hebben we het steeds vaker over de ‘saladebar-ideologie’. Mensen stellen hun eigen menu samen: extreemrechts, anti-establishment… het wordt een vreemde mix. Rechts-extremistische bewegingen proberen frustraties te kanaliseren. Daar heeft het rechts-extremisme op gewonnen. Vroeger was hun discours enkel gericht op migratie: ‘De overheid doet te weinig om zogenoemde omvolking tegen te gaan.’ Nu is heel dat spectrum aan frustraties uitgebreid. Vroeger was het zeer duidelijk en richtten we ons op neonazi’s en fascisten. Nu worden we geconfronteerd met een mengeling – wat het voor ons nog moeilijker maakt. Er zijn ook linken met enigszins onstabiele profielen. Neem een labiel persoon met een nogal gemengde ideologie: dat kan leiden tot een explosieve cocktail.

België heeft in 2021 en 2022 verschillende vrouwelijke jihadisten en hun kinderen uit het Roj-kamp in Syrisch Koerdistan gerepatrieerd. Hoe is hun situatie vandaag?

Bostyn: Voor de vijftien vrouwen die gerepatrieerd werden – negen in 2021 en zes in 2022 – hadden wij vooraf een profielanalyse gemaakt. Negen van hen zitten in de gevangenis. Meer in het algemeen zijn er sinds het uitbreken van het conflict een 140-tal Belgen uit Syrië teruggekeerd – op eigen kracht, via uitwijzing door Turkije, via repatriëring enzovoort. Vandaag worden geen grote veiligheidsproblemen vastgesteld, al zijn er natuurlijk gevallen waarover wij ons meer zorgen maken. Waakzaamheid blijft het sleutelwoord.

Over de FTF’s (buitenlandse terroristische strijders, nvdr) die naar Syrië gingen en terugkwamen, hebben we goede informatieposities. Er wordt veel informatie uitgewisseld. Het zijn meer degenen die alleen handelen, buiten een netwerk, die ons zorgen baren.

© Pierre-Yves Thienpont

Zitten er nog Belgen in Al-Hol?

Bostyn: Er zitten nog altijd vier vrouwen in Al-Hol. Twee die de Belgische nationaliteit hebben maar geen kinderen hebben, de andere twee is de Belgische nationaliteit ontnomen.

Naast de Syriëstrijders heb je de Oekraïnestrijders. Jullie jaarverslag spreekt over een veertigtal Belgen die naar Oekraïne zijn vertrokken.

Bostyn: Ginder gaan strijden is géén strafbaar feit. Maar een les die we hebben geleerd uit het Syriëconflict, is dat die eerste golf van vertrekkers vertrok om de juiste redenen. Heel vaak humanitaire redenen. En dan, naarmate het conflict vorderde, veranderden ook de profielen van hen die vertrokken. En dus hebben we bij de uitbraak van het conflict in Oekraïne gezegd: vanaf dag één zullen we proberen daar een goed zicht op te krijgen. Gelukkig zijn we hier ook niet met dezelfde aantallen geconfronteerd als ten tijde van de Syriëstrijders.

Vandaag trekt een kleine minderheid van de Oekraïnestrijders nog jullie aandacht. Waarom?

Bostyn: Degenen die ons zorgen baren zijn degenen van wie vóór hun vertrek naar Oekraïne bekend was dat zij een extremistisch profiel hadden, of degenen die een extremistische ideologie hebben ontwikkeld, met gevechtservaring. Maar weet dat de meeste mensen die vertrokken naar Oekraïne twee of drie weken later al terugkeerden. Ze waren nooit geconfronteerd met een gevecht en kwamen teleurgesteld terug. Daarom zijn ze bijna allemaal ingegaan op onze uitnodiging voor een debriefing.

Welke boodschap wilt u afsluitend nog meegeven?

Bostyn: Dat de Staatsveiligheid er staat, anno 2023. Ik zeg dat met veel bescheidenheid, omdat ik ook wel weet dat ons werk mensenwerk is. Het is altijd mogelijk dat mensen een steek laten vallen, of dat bepaalde dossiers níét op onze radar komen. Maar ik denk wel dat ik mag zeggen – en ik doe dat met veel fierheid over het werk van onze mensen – dat de VSSE er staat, in heel veel verschillende domeinen. Corruptie in het Europees Parlement, de uitwijzing van Russische spionnen, contraterrorisme: in een aantal dossiers hebben we heel mooi werk geleverd. En dat zijn dan alleen nog maar de zaken die voor de buitenwereld zichtbaar zijn.

Francisca Bostyn

In mei 2022 moest Jaak Raes in het midden van zijn tweede mandaat noodgedwongen een stap opzijzetten als administrateur-generaal van de Staatsveiligheid wegens medische redenen. Maar er stond meteen een opvolger klaar die een bijzonder indrukwekkend cv kon voorleggen. Francisca Bostyn (45), afkomstig uit Izegem, ging na haar studie politieke en sociale wetenschappen aan de slag als politiek analist bij Defensie. In Afghanistan werkte ze als adviseur van de NAVO-ambassadeur. Daarna werd ze analist bij het Orgaan voor de Coördinatie en Analyse van de Dreiging (OCAD) én veiligheidsadviseur van premiers Herman Van Rompuy (CD&V) en Yves Leterme (CD&V).

Bostyn kent ook het Europese veiligheidsbeleid van binnenuit, want ze was jarenlang adviseur van Gilles de Kerchove, de EU-coördinator voor terrorismebestrijding. Later was ze ook nog kabinetschef van minister van Justitie Koen Geens (CD&V). Tussen al dat werk door behaalde Bostyn een master in de rechten. Voor ze aantrad als administrateur-generaal werkte Bostyn gedurende anderhalf jaar bij de Staatsveiligheid, als directeur internationale relaties.

Partner Content