Cabaretier Wouter Deprez: ‘Als ik niet oplet, verklaar ik mijn geboortedorp nog heilig’

WOUTER DEPREZ: ‘Vroeger wilde ik meer over mijn bolletje geaaid worden.’ © IDAgency
Kristof Dalle Journalist
Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

In Once upon a time in de Westhoek helpt Wouter Deprez Sebastien Dewaele en Wouter Bruneel in hun West-Vlaamse verleden te graven. Ondertussen toert hij door Vlaanderen met zijn show Speech en bereidt hij een expo voor over ‘zijn’ Geluwe.

Voor de comedyshow Slijk (2014) ging Wouter Deprez na lang dralen uiteindelijk toch delven in de vergeten oorlogsverhalen van zijn geboortestreek. Acht jaar later hanteren acteurs Wouter Bruneel en Sebastien Dewaele bij Compagnie Cecilia diezelfde schop voor hun ‘Westhoekwestern’ over vriendschap, heroïek, oorlog en wederopbouw. Muzikanten Ben Van Camp en Ben Brunin zorgen voor de Morricone-vibes. Deprez regisseert. ‘Ik kijk vooral toe en zeg wat ik zie’, grinnikt Deprez. ‘Wouter en Sebastien spelen twee elektriciens die samen een klein imperium uit de grond hebben gestampt in Gijverinkhove, en reflecteren op hun eigen leven.’

Hoe bevalt de mentale terugkeer naar de Westhoek?

Wouter Deprez: Het is geestig om te zien hoe Wouter en Sebastien nu dezelfde ontdekkingstocht maken als ik met Slijk. Hoe ze dezelfde diepe liefde voor de Westhoek voelen, maar toch ook altijd weer blij zijn om er weg te gaan. En hoe ze zich dezelfde vragen stellen. Wat is het mythologische verleden van de Westhoek? Wat doe je met dat verleden? En met jouw jeugdherinneringen? Bouw je er een museum rond? Verguis je alles? Ik heb bijvoorbeeld vrienden die dat verleden zeer zwart hebben ingekleurd, terwijl ik denk: ik was daar bij en ik heb dat helemaal anders beleefd. Zelfs al weet ik heel goed wat ik minder vond, ik kan mijn verleden ondertussen als een cadeau bekijken. Zo heb ik lang gesakkerd op de gevoelsarmoede in mijn geboortestreek, maar tegenwoordig heb ik zelfs daar vrede mee. Al kan dat ook gevaarlijk zijn.

Omdat je ook kunt verzuipen in een nostalgisch bad?

Deprez: ( knikt) Ik schrijf nu aan de teksten voor de tentoonstelling Grote mensen die ik kende toen ik klein was (dit najaar in de Gentse Sint-Pietersabdij, nvdr), waarin ik de bezoeker in een gefictionaliseerd dorp meeneem langs alle figuren die destijds indruk op me hebben gemaakt. En als ik niet oplet, verklaar ik mijn geboortedorp nog heilig. ( lacht) Ik heb dat materiaal een paar keer op het podium getest, en ik merk gelukkig wel dat ik iets universeels schets. Of je nu in de stad of in een dorp bent opgegroeid, de manier waarop je de grote wereld probeerde te begrijpen aan de hand van ontmoetingen verschilt echt niet zoveel.

Vanaf een zekere leeftijd is het zeer puberaal om alleen maar tégen te zijn.

Welke figuur uit uw jeugd is u bijgebleven?

Deprez: Mijn nonkel Pol. In de dictieles had ik geleerd hoe dichters beelden konden oproepen, maar ik had geen idee hoe ik dat zelf moest doen. Dus zocht ik – tevergeefs – in ons dorp naar iemand van wie ik dat kon leren. En toen kwam nonkel Pol. Nonkel Pol kon lezen noch schrijven en stotterde ook hard, waardoor hij op familiefeesten nooit echt boven het gedruis uit kon komen. Dus toen hij in een discussie over een dorpskermis van jaren geleden wéér niet gehoord werd, riep ik: ‘Stop, Nonkel Pol wil iets zeggen!’ ( droog) Dat is dat jezuscomplex, hè. Altijd opkomen voor de verdrukten. Waarop nonkel Pol zich oprichtte en in één ademteug bulderde: ‘ Ie kost ie em hiel alleen een alve koe opeffen!’ Niemand die wist over wie het ging. Waarom die koe maar half was. Of waarom hij die per se helemaal alleen wilde opheffen. Maar wat een beeld. Ik had het allemaal te ver gezocht: ik had gewoon een dichter in de familie.

‘Vriendschappen, dat is als elektriek: ze gedijen op wisselspanning’, zeggen Bruneel en Dewaele in Once upon a time. Kunt u zich daarin vinden?

Deprez: Ik weet niet of ik de beste vriend ben. Het mag geen excuus wezen, maar ik ben gewoon heel slecht in de praktische kant van het leven. Ik verdwijn snel in mijn fantasie en interesses. Het betert, maar ik moet soms wel op hun vergevensgezindheid rekenen. Omgekeerd ben ik wel net zo vergevensgezind als zij me hetzelfde lappen. ( denkt na) Ik heb tegenwoordig hechtere vriendschappen met mannen dan met vrouwen, merk ik. Terwijl het vroeger net omgekeerd was. Tegen de tijdgeest in ben ik vandaag blijkbaar een archetypischer man dan ooit. ( lacht) Ik merk dat we elkaar toch iets makkelijker begrijpen. En het is fijn om op een liefdevolle manier hard te kunnen zijn tegen elkaar. Zo’n vriendschap waarin je elkaar kunt vastnemen, maar ook kunt zeggen: ‘Ge zijt echt al heel lang aan het zagen over hetzelfde. Los het op of leer het aanvaarden.’

Wat zocht u vroeger vooral in vriendschappen met vrouwen?

Deprez: Vroeger wilde ik meer over mijn bolletje geaaid worden. Mijn moeder was een zeer sterke vrouw en ik ben waarschijnlijk gewoon nooit gestopt met goedkeuring te vragen aan vrouwen.

In Speech, de show waar u nu mee toert, hebt u het ook over uw moeder. Na haar overlijden is er in uw hoofd iets geklikt. Vroeger trok u weleens groots ten strijde, zoals tegen het transportbedrijf Essers, vandaag kiest u liever voor het kleine gebaar.

Deprez: Ik ben nog altijd blij dat ik dat toen gedaan heb, maar een constante verontwaardiging valt ook niet vol te houden. In Speech stel ik me vooral de vraag wat engagement betekende voor de generatie van mijn moeder. En of je met al die kleine daden uiteindelijk niet meer bereikt dan met één ‘grote snok’. Dreig je met zo’n snok in de tussentijd ook niks kapot te maken? In het dossier-Essers kwamen de twee samen – de actie van particulieren tegen één bedrijf bepaalde uiteindelijk een stuk van ons bosbeleid – maar is dat de uitzondering? Of gebeurt dat regelmatig? ( denkt na) Ik heb lang ook niet geloofd dat optimism a moral duty was, maar daar kom ik stilaan op terug.

Op welke manier?

Deprez: Ik luister vaak naar de podcasts van Yascha Mounk, de Duits-Amerikaanse professor politieke wetenschappen aan Harvard. Hij heeft het over de denkfout die de extreme rechter- en linkerzijde delen: dat we in apocalyptische tijden leven waarin het vreselijk slecht gaat met de maatschappij. Ze zien misschien andere oorzaken, maar ze delen een pessimisme waarin ze elkaar versterken. En de oplossingen die ze voorstellen, zijn zo radicaal dat ze ons vooral veel tijd en onze positie in de wereld zullen kosten. Ik denk dat we het vooral aan onszelf verplicht zijn om minder pessimistisch te zijn. En met alternatieven te komen. Vroeger verzette ik me fel tegen de kritiek dat ik altijd maar tégen dingen was, zonder daar iets tegenover te zetten. Maar eigenlijk had men gelijk. Vanaf een bepaalde leeftijd is het zeer puberaal om alleen maar tégen te zijn.

Once upon a time in de Westhoek van Compagnie Cecilia speelt vanaf 4 mei in De Expeditie, Dok Noord 4F in Gent

Wouter Deprez

— 1975 geboren in Geluwe. Woont in Gent.

— 2001 debuteert als cabaretier met Schellekes

— 2003 wint Humo’s Comedy Cup

— Toert nu met zijn show Speech door Vlaanderen

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content