De richtlijn, die de uitrol van snel internet vergemakkelijkt en stimuleert, dateert al van 2014. Ze had uiterlijk op 1 januari 2016 in nationale wetgeving omgezet moeten zijn. Het knelpunt waarvoor het Europees Hof van Justitie België in juli veroordeelde, heeft betrekking op één specifieke paragraaf van de richtlijn. Die werd nog niet door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest omgezet, omdat het ervan overtuigd is dat het federale materie betreft.

Vervoort herhaalt zaterdag dat de Brusselse regering ervan uitging dat het om een federale bevoegdheid gaat, daarbij gesteund door juridisch advies. "Maar om het dossier niet onnodig te laten aanslepen, zou het Brussels parlement binnenkort een voorstel moeten doen" waarmee aan de opmerkingen van het Europees Hof van Justitie zou worden tegemoetgekomen, klinkt het.

Het opzet van de hele richtlijn is om bestaande infrastructuur van nutsbedrijven aan te wenden om breedbandinternet sneller en goedkoper uit te rollen. Door leidingen, kasten, masten en andere installaties open te stellen, zouden de kosten voor het uitrollen van snel internet tot 30 procent teruggedrongen moeten kunnen worden. Omdat op die manier ingrijpende infrastructuurwerken tot een minimum beperkt worden, kan de installatie van zulke netwerken ook een pak sneller gaan.