In mijn beginjaren aan de humaniora kreeg ik meermaals te horen wat humaniora betekent. Het opvoedingsproject van de school draaide om 'meer mens worden' en dat kon alleen in een totaalproject. Kennis én opvoeding hoorden onlosmakelijk samen. Ik geloof nu nog steeds in die formule en vindt het jammer dat het woord humaniora is moet wijken voor 'middelbaar of secundaironderwijs'. Een schoolproject is meer dan overdracht van kennis. In een goede school wordt je meer mens en daar horen dus ook religieuze of levensbeschouwelijke vakken bij.

Nu goed. Humaniora is vervangen door middelbaar/secundair onderwijs en de mens is inmiddels een burger geworden. Dat is allemaal niet zo onschuldig. Secundaire scholen moeten in de toekomst alleen goede burgers opleiden. In het tijdperk van neutraliteit wordt dat algemeen geslikt, maar vanaf het ogenblik dat die burger body moet krijgen zal het spel opnieuw op de wagen zitten. Ik voorspel dus al een volgende rel. Want wie bepaalt welke waarden een goede burger maken? Welke waarde is echt neutraal? Welke waarde heeft geen geschiedenis?

Blijf van de vakken godsdienst en levensbeschouwing af.

Maar terug naar mijn leest. Een uurtje godsdienst of levensbeschouwing minder doet er wel degelijk toe als je de school bekijkt als meer dan een apparaat om burgers klaar te stomen voor de arbeidsmarkt. De uurtjes godsdienst of levensbeschouwing hebben voor mij een dubbel doel. Negatief moeten ze helpen om leerlingen kritisch te laten reflecteren over hun tijd. Willen ze werkelijk opgroeien in een tijd die meer en meer gekenmerkt wordt door populisme, individualisme, het recht van de sterkste of de rijkste ... Een samenleving die steeds meer depressies en zelfmoorden voortbrengt als ik de psychiaters Verhaeghe en De Wachter mag geloven.

Belangrijker nog is de positieve invulling van het vak. Religie en levensbeschouwing bieden mensen een perspectief om een gelukkig en zinvol leven uit te bouwen. Leerlingen komen er in contact met dingen die ze niet meer (of toch steeds minder) in de samenleving ervaren: wees de eerste om iets te doen en wacht niet op anderen; probeer er voor iedereen te zijn en niet alleen voor degenen die iets voor jou kunnen doen; wacht niet met helpen, maar handel direct; laat het algemeen goed primeren op het individuele en dies meer.

In dat opzicht vind ik het verwonderlijk dat het uitsluitend over godsdienst gaat. Graag had ik ook reacties gezien uit andere levensbeschouwelijke hoeken, want ik geloof dat zij wat dat betreft dezelfde kijk hebben op de vorming van onze jongen mensen: leerlingen helpen uitgroeien tot enerzijds kritische burgers, maar bovenal tot gelukkige mensen. De religieuze en levensbeschouwelijke hebben daarbij een onvervangbare taak. Het is een vrome illusie om te geloven dat het vak burgerschap, gebaseerd op een of andere Vlaamse canon, daartoe zal bijdragen.

Hans Geybels is als theoloog verbonden aan de KU Leuven.