5 augustus 2019
...

Ik denk nog elke dag aan Bjorg', zegt Jelle Wallays. 'Zeker als ik op de fiets zit, dan heb je veel tijd om na te denken.' Op maandag 5 augustus van dit jaar is Wallays een van de 151 deelnemers aan de Ronde van Polen, een rittenwedstrijd van zeven dagen ter voorbereiding op de Ronde van Spanje later die maand. Het Belgische wielerteam Lotto Soudal staat er met zeven renners aan de start. Naast Wallays zijn dat Sander Armée, Carl Fredrik Hagen, Bjorg Lambrecht, Tomasz Marczynski, Harm Vanhoucke en Enzo Wouters. Bjorg Lambrecht is de kopman van het team. Op zijn 22e geldt 'Matchbox' als een van de grootste talenten in het peloton. 'Bjorg was een type renner dat we hier in België niet vaak hebben', zegt Nico Bouché, de secretaris van Lambrechts supportersclub in zijn thuisdorp Knesselare, bij Aalter. 'Iemand die bergop meekon met de besten en ook in het rondewerk zijn mannetje kon staan. Bij de jeugd streed hij met gasten als Egan Bernal en Pavel Sivakov, de allergrootsten zeg maar. Dit seizoen was het jaar van zijn grote doorbraak.' Met een vijfde plaats in de Brabantse Pijl, een vierde in de Waalse Pijl en een zesde in de Amstel Gold Race is Lambrecht als een speer naar de top van het wielrennen geschoten. 'In die wedstrijden zette Bjorg de stap van jong talent naar kopman', zegt Arne Houtekier, woordvoerder van Lotto Soudal. 'Hij was verbaasd over zijn prestaties, hij kon bij wijze van spreken amper geloven tussen welke grote namen hij in de uitslag stond. Bjorg was ambitieus, maar ook heel nuchter.' Ook in de Ronde van Polen mikt Lambrecht hoog. 'Het parcours was hem op het lijf geschreven', zegt Jelle Wallays. 'Bjorg was met veel klassementsambities naar Polen gegaan.' Die maandag staat de derde rit gepland, van Chorzów naar Zabrze. In kamer 302 van hotel Park Inn by Radisson, in een buitenwijk van Katowice, worden Bjorg Lambrecht en zijn kamergenoot Sander Armée op hetzelfde moment wakker. De avond ervoor hebben ze naar een documentaire op Netflix gekeken: Five Came Back, over vijf Amerikaanse filmregisseurs die tijdens de Tweede Wereldoorlog naar de frontlijn in Europa worden gestuurd om er verslag te doen van de gruwel en de pijn. Sander Armée: 'Dit jaar hebben we veel samen geslapen. Het klikte tussen ons, ook al is Bjorg twaalf jaar jonger dan ik. Hij stond al heel volwassen in het leven.' Aan de ontbijttafel in het hotel-restaurant ontmoeten Armée en Lambrecht de rest van de ploeg. Iedereen is ontspannen. De start van de wedstrijd staat pas om vijf voor drie gepland, veel haast is er niet. Jelle Wallays: 'Er stond een rustige sprintetappe op het programma. Onze taak was om Bjorg zo goed mogelijk af te zetten aan de finish, zodat hij geen tijdverlies zou oplopen. Bij het ontbijt hebben we over koetjes en kalfjes gepraat. We zaten al met de Vuelta in ons hoofd, we wogen ons eten nauwgezet af.' Armée: 'In Polen starten de koersen altijd laat, het zou een lange dag gaan worden.' Wallays: 'Na het ontbijt hebben we een groepsfoto gemaakt, voor de ploegbus op het parkeerterrein van het hotel. De ploegfotograaf had ons dat nog nooit gevraagd, het was de eerste keer.' Om de tijd te doden maken kamergenoten Armée en Lambrecht een wandeling in het park naast het hotel. Ze praten na over de documentaire die ze de avond ervoor hebben gezien, en ze blikken ook vooruit. Armée: 'Bjorg was van plan om na het seizoen iets te kopen in Spanje, om er te trainen als het weer hier te slecht was. We hebben wat plekken overlopen waar we allebei al geweest waren en die voor hem interessant konden zijn: Andorra, Girona,... Het was op dat moment nog droog, herinner ik me, en redelijk warm. We liepen in elk geval nog in T-shirt en short rond.' Na een lichte lunch stapt het team op de bus richting Chorzów, de startplaats van de derde rit. Vlak voor aankomst stapt Lambrecht naar voren. Hij plugt zijn telefoon in de radio-installatie van de bus in, en laat zoals wel vaker zijn favoriete muziek door de boxen schallen. Wallays: 'Hij koos altijd oppeppende muziek, het was telkens ambiance als Bjorg draaide.' Armée: 'Zijn West-Vlaamse muziek was niet echt mijn stijl. Ik moest altijd lachen als hij die in de bus draaide, ik begreep er geen woord van.' In Knesselare stapt Nico Bouché ondertussen ontspannen uit bad. Hij heeft zojuist een uurtje op de rollen gefietst en schakelt de televisie in. Op Eurosport wil hij het verslag van de derde rit in de Ronde van Polen bekijken. Nico Bouché: 'Ik wist natuurlijk al langer dat er in Knesselare een talentvolle jonge renner rondreed, er werd over hem gesproken in het dorp, maar ik ben Bjorg pas intensief beginnen te volgen toen hij bij de beloften reed. Het was een bijzonder lieve gast. Altijd aan het lachen, altijd opgewekt. In het eerste jaar van onze supportersclub hadden we al meteen 450 leden, dat zegt genoeg.' Arne Houtekier: 'Hij had een zekere nonchalance over zich. Het kon gemakkelijk een paar uur duren voor hij in zijn kamer zijn portefeuille of telefoon vond. Natuurlijk namen zijn ploegmaten hem daar al eens mee in het ootje.' Bouché: 'Bjorg leefde voor de koers, maar het was ook een sloddervos. Vorig jaar kwam hij aan in Calpe om er aan een trainingstage te beginnen, en merkte hij toen pas dat hij zijn fietswielen thuis vergeten was.' Naast het Slaski Stadium in Chorzów, het voormalige nationale voetbalstadion van Polen, houdt de teambus van Lotto Soudal halt. Terwijl de renners zich omkleden, krijgen ze een laatste briefing van ploegleiders Mario Aerts en Kevin De Weert. Lambrecht speldt zijn rugnummer op, 143, en groet zijn ouders. Zij volgen de Ronde van Polen op de voet, van start tot aankomst. Wallays: 'Op dat moment was het al flink bewolkt. We wisten dat we tijdens de rit af en toe een bui over ons zouden krijgen. Niets om ons zorgen over te maken, in Polen gebeurt dat wel vaker.' Armée: 'Zodra de ontsnapping weg was, reden we gewoon tempo. Er gebeurde eigenlijk niet zo veel.' Wallays: 'De vroege vlucht was direct weg, we zaten op ons gemak.' De regen valt steeds harder uit de lucht. Op Twitter post de wedstrijdorganisatie een filmpje van het kletsnatte peloton. 'De renners zwemmen voort', schrijven ze erbij. Armée: 'In mijn herinnering was het niet zo erg. Ik droeg zeker geen regenvest. De baan lag wel de hele dag nat, dat weet ik nog wel.' Na 48 kilometer rijden de renners Czerwionka-Leszczyny binnen, een oud mijnstadje in het zuiden van Polen. De lange rechte weg naar Belk loopt lichtjes omhoog. Armée: 'Op dat moment reden we allemaal aan de linkerkant van de weg. Het was een lang stuk vals plat omhoog, en de wind kwam van rechts. Daardoor reden we helemaal niet zo snel. 30, 35 kilometer per uur schat ik.' Wallays: 'Ik zat achter in het peloton, ik was aan het kekgaaien met Pieter Serry. We waren gaan plassen en kwamen net weer aansluiten.' Zonder duidelijke aanleiding komt Bjorg Lambrecht ten val. Hij belandt naast de weg, in een gracht, en botst hard tegen een betonnen rioolbuis. Armée: 'Links op die weg waren er reflectors in hard plastic op het asfalt bevestigd. Door de regen waren die spekglad. Over een van die reflectors is hij waarschijnlijk weggegleden. Ik heb zijn val niet zien gebeuren, ik zat voor Bjorg. Als er tien, vijftien plaatsen achter je iemand valt, hoor je dat niet.' Ploegleider Mario Aerts stopt bij zijn gevallen renner, even later ook de wedstrijddokter. De ernst van de situatie dringt meteen door. Lambrecht moet naar het ziekenhuis, en wel snel. Bouché: 'Op Eurosport hoorde ik al in het begin van de uitzending dat Bjorg zwaar gevallen was, dat hij zelfs naar het ziekenhuis overgebracht was. Ik heb direct een sms gestuurd naar zijn ouders, die in Polen waren, maar zij konden me niets meer vertellen.' Houtekier: 'Ik was die week met mijn gezin op vakantie in Turkije, en lag aan het zwembad toen ik ineens allerlei onheilspellende berichten binnenkreeg. Met de belangrijkste operationele mensen van de ploeg hebben we een WhatsApp-groep, om acute informatie te delen. Het was meteen duidelijk dat de situatie heel slecht was.' Een ziekenauto brengt Lambrecht naar het ziekenhuis van Rybnik, tien kilometer verderop. Door de klap heeft hij zware verwondingen aan buik en borst opgelopen. De koers gaat voort. Wallays: 'De tweede ploegleider, Kevin De Weert, kwam naast ons rijden. Daardoor wist ik dat Mario bij Bjorg was gebleven. Geen goed teken, hij was dus niet onmiddellijk weer op zijn fiets gesprongen. "Heb jij het zien gebeuren?" vroeg Kevin me. In zijn ogen zag ik paniek, maar ik had dus niets gezien.Ik had een enorm déjà vu, na wat er enkele jaren geleden met Stig Broeckx gebeurd is.' Armée: 'Ik weet nog dat ik dacht: Bjorg zal toch niets gebroken hebben? In die omstandigheden leek een sleutelbeenbreuk of een polsbreuk het ergst denkbare. We hadden samen toegewerkt naar de Vuelta, ons laatste doel van het seizoen. Ik was de hele tijd aan het hopen dat hij nog naar Spanje zou kunnen.' Wallays: 'Kevin vertelde in onze oortjes dat Bjorg naar het ziekenhuis afgevoerd was, maar dat we ons moesten blijven concentreren op de koers. Dat ging niet meer. Ik wilde zo snel mogelijk naar de aankomst, weten hoe het met Bjorg was.' Houtekier: 'De mensen van de ploeg die ter plekke waren hebben Bjorgs ouders op de hoogte gebracht, en ondertussen bleef ik maar telefoons krijgen. Verschrikkelijk moeilijk: je moet nuchter en zakelijk blijven terwijl je net een gigantische klop van de hamer gekregen hebt.' Armée: 'De laatste twee uur van de koers is er niet veel meer gezegd. Pas helemaal op het einde, vlak voor de finish, zei Kevin: "Rij gewoon rustig binnen, jongens, en kom direct naar de bus."' Wallays: 'De rit eindigde op een massasprint. Ik ben in het peloton over de meet gereden, met mijn gedachten totaal ergens anders.' De Duitser Pascal Ackermann wint de rit, voor Danny van Poppel en de latere wereldkampioen Mads Pedersen. De renners van Lotto Soudal stappen zo snel mogelijk de teambus in. Armée: 'Toen ik de bus binnenkwam, hoefde ik niet te horen wat er aan de hand was om het te weten. Ik zag het gewoon aan de gezichten.' Wallays: 'Na de aankomst stonden de verzorgers ons op te wachten. Aan hun blik zag ik al dat het slecht was met Bjorg. We werden direct in de bus geduwd, en daar kregen we het nieuws te horen dat hij in het ziekenhuis overleden was.' Armée: ''s Morgens waren we nog zo close, en 's avonds krijg je het bericht dat je elkaar nooit meer zult zien. Ik kon het maar niet vatten.' Wallays: 'Iedereen was er kapot van. Sommigen waren aan het wenen, anderen vroegen zich hardop af hoe dat in godsnaam was kunnen gebeuren. Ik heb me die vraag ook al dikwijls gesteld.' Bouché: 'Ik stond in contact met een journalist die op dat moment in Frankrijk zat, en hij heeft me als eerste het slechte nieuws gebracht. In de Poolse media had hij gelezen dat Bjorg overleden was. Ik krijg het er nog altijd koud van als ik het vertel.' Houtekier: 'We hebben een kort communiqué de wereld in gestuurd en 's avonds heb ik een langere brief geschreven over wie Bjorg was en wat we nog samen hadden hopen te bereiken. De volgende ochtend hebben we die verspreid.' Bouché: 'Iedereen in de buurt kwam de straat op, vol ongeloof over wat er zich in Polen afgespeeld had. Om zeven uur zat ik bij Joris Coene, de ondervoorzitter van de supportersclub, naar Het Journaal te kijken. Toen ze openden met het nieuws van Bjorgs overlijden, stortte onze wereld in.' Wallays: 'In de bus op weg naar het hotel was iedereen stil, op zichzelf. In het hotel was er voor ons een aparte zaal vrijgemaakt. Rond tien uur kwamen Mario en de ploegdokter terug uit het ziekenhuis. We hebben elkaar eens goed vastgepakt en hebben geprobeerd iets te eten. Die avond hebben we nog lang over Bjorg gepraat, over wat voor een fantastische gast hij was en wat we de dag erna moesten doen: fietsen of niet? Uiteindelijk hebben we beslist om toch verder te rijden, op vraag van Bjorgs familie.' Armée: 'Die nacht sliepen we in hetzelfde hotel als de avond ervoor. Dat was heel raar. Normaal gezien kom je met twee je kamer binnen, nu stond ik er plots alleen. Bjorgs spullen lagen nog op bed. Toen pas drong alles echt door. Ik heb zijn valies gemaakt en dichtgedaan, om mee te geven aan zijn ouders. Ik ben die nacht bij Tomasz Marczynski gaan slapen, hij lag toch alleen.' De vierde rit van de Ronde van Polen wordt geneutraliseerd. Bjorg Lambrecht wordt op dinsdag 13 augustus begraven in de Sint-Willibrorduskerk in Knesselare. Op de teambus van Lotto Soudal hangt sindsdien een grote sticker: '143Ever. Matchbox.' Op de weg tussen Czerwionka-Leszczyny en Belk staan nog altijd kaarsjes en drinkbussen in het gras langs de kant van de weg. Armée: 'Er is nog geen dag voorbijgegaan dat ik niet aan Bjorg gedacht heb. Met collega's praten we nog regelmatig over Bjorg, hoe goedlachs hij was en hoeveel talent hij had.' Houtekier: 'In september zijn ploegleider Mark Sergeant en ik bij zijn ouders op bezoek geweest. Het deed hun deugd om over Bjorg te praten, en mij ook. Wielrennen is een sport waarin sporters en stafleden heel nauw met elkaar samenleven. Je reist vaak samen, je maakt samen van alles mee, het hele jaar door, op den duur voelt het bijna aan als familie. Als er dan zoals met Bjorg iemand wegvalt, probeer je dat ook samen te verwerken.' Bouché: 'Ik denk nog elke dag aan Bjorg. Zijn rouwprentje staat op de kast, een foto, de rouwbrief. De klap is heel zwaar. Toch hebben we ervoor gekozen om verder te gaan met de supportersclub, hoe moeilijk het ook is. Voor Bjorg. In maart willen we een eerste Memorial Bjorg Lambrecht organiseren. We zijn volop sponsors aan het aanspreken, hopelijk kunnen we er een jaarlijkse traditie van maken.' Wallays: 'Op het frame van een van mijn fietsen heb ik een sticker met de foto van Bjorg gekleefd. Parijs-Tours was de eerste wedstrijd die ik met die fiets reed. Ik heb er een solo-ontsnapping van meer dan vijftig kilometer ondernomen, dan denk je sowieso aan van alles, en zeker aan Bjorg. In de finale heb ik regelmatig eens naar beneden gekeken, naar de sticker op mijn frame. Ik putte kracht uit Bjorgs aanwezigheid. Toen ik als eerste over de meet reed, waren mijn gedachten uiteraard ook bij hem. Bjorg koerst voor altijd mee.'