Minister Frank Vandenbroucke kreeg donderdag in de Kamer een rist vragen over de frauderende thuisverpleegkundige. Volgens de minister heeft het RIZIV ‘te zwakke wapens’ om op te treden tegen dit soort zaken. Artsen reageren scherp. ‘De fraudezaken lijken te worden gebruikt om een moeilijke kaderwet door te duwen.’
Hoe is het mogelijk dat de fraude van thuisverpleegster Stefanie Sander uit Houthulst acht jaar bleef aanslepen? Minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke (Vooruit) kreeg donderdag in de Kamer een spervuur van vragen over zich heen.
De zaak doet dan ook de wenkbrauwen fronsen: Sander rekende prestaties aan die nooit hadden plaatsgevonden, rekende te veel aan voor geleverde prestaties en toen het RIZIV acht jaar geleden 68.700 euro terugeiste, betaalde ze slechts 32.300 euro terug. Sander ging daarna gewoon door met frauderen, tot ze begin deze week werd opgepakt en opgesloten.
Te zwakke wapens
Dat de vragen in de Kamer scherp waren, hoeft dus niet te verbazen. Vandenbroucke verdedigde zich door te benadrukken dat het RIZIV al in 2017 had ingegrepen. Maar de procedure om fraude te onderzoeken is volgens de minister omslachtig. Volgens hem beschikt het RIZIV over ‘te zwakke wapens’ om op te treden tegenover dit soort ‘gangsterisme’.
De minister wil die ‘wapens’ aanscherpen met zijn hervormingswet, die deze zomer werd voorgesteld. Maar dat verloopt niet van een leien dakje: zijn plannen hebben op 7 juli 2025 geleid tot de eerste artsenstaking in twintig jaar.
Een van de twistpunten is een nieuwe kaderwet die het mogelijk maakt het RIZIV-nummer van een zorgverlener op te schorten wanneer er sprake is van fraude. ‘Door een rechtscollege binnen het RIZIV de mogelijkheid te geven om een RIZIV-nummer te schorsen, wordt het onmogelijk voor een frauderende zorgverlener om nog verder prestaties aan te blijven rekenen – wat vandaag wél nog kan. Dat moet ervoor zorgen dat er vroeger kan worden ingegrepen’, aldus Vandenbroucke.
Bijzondere timing
Dokter Jos Vanhoof, die lid is van het directiecomité van de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten (BVAS), vindt de timing van Vandenbroucke bijzonder. ‘Het lijkt alsof de fraudezaken worden gebruikt om een moeilijke kaderwet door te duwen, terwijl het sinds de zomer duidelijk is hoeveel weerstand ertegen bestaat.’
‘Minister Vandenbroucke is een sterke strateeg’, vervolgt de arts. ‘Maar het is opvallend dat hij de fraudezaken precies op het juiste politieke moment inzet, terwijl hij er ons maanden geleden al op wees toen hij zijn kaderwet voorstelde. Hij schermde toen met drie voorbeelden: een tandarts die gefraudeerd had voor 600.000 euro, een arts voor meer dan een miljoen en een verpleegkundige voor drie miljoen.’
Parasieten
De kaderwet die toelaat om het RIZIV-nummer op te schorten, stuitte dus deze zomer al op weerstand, vooral bij artsen. ‘We worden weggezet als fraudeurs, als parasieten van de zorg’, zegt Vanhoof. ‘In elk interview, in elke vraag en in elk debat wordt er door minister Vandenbroucke met halve waarheden een frame gecreëerd waarin artsen worden voorgesteld als oplichters.’
‘Slechts 0,03 procent van de zorgverleners fraudeert. Dat op basis daarvan een volledige beroepsgroep gestigmatiseerd wordt, laten wij niet passeren.’
Ondanks de frustratie, wil Vanhoof duidelijk zijn: het BVAS is absoluut vóór het sanctioneren van fraudeurs. ‘Maar dat moet in perspectief worden gebracht. Slechts 0,03 procent van de zorgverleners fraudeert. Dat op basis daarvan een volledige beroepsgroep gestigmatiseerd wordt, laten wij niet passeren.’
Volgens Vanhoof zal de kaderwet van Vandenbroucke, waarin de opschorting van het RIZIV-nummer slechts een klein onderdeel vormt, het zorgsysteem ondermijnen en de kwaliteit van de zorg aantasten. ‘We hebben dus gestaakt vóór de zorg en vóór de patiënten. Niet om fraude te vergoelijken, zoals de minister recent insinueerde.’
Nuance
Bij het Algemeen Syndicaat van Geneeskundigen van België (ASGB) klinkt het dat het in principe geen bezwaar heeft tegen het schorsen van een RIZIV-nummer bij zware fraude. Maar dat laatste deel van de zin is cruciaal.
‘Het RIZIV-nummer zou geschorst kunnen worden vanaf een betwist bedrag van 35.000 euro. Je hoeft geen fraudeur te zijn om die grens te bereiken.’
Volgens Michel Wijns, jurist bij het ASGB, komen door een gebrek aan nuance in de wettekst immers ook zorgverleners die ‘gewone’ fouten maken in het vizier. ‘Er staat dat het RIZIV-nummer geschorst kan worden vanaf een betwist bedrag van 35.000 euro. Als je dus over een periode van drie jaar (de termijn waarin de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle (DGEC) kan teruggaan, nvdr) onbedoeld een fout nomenclatuurnummer van 100 euro gebruikt, dan kom je al met 350 prestaties in drie jaar tijd aan dat bedrag. Je hoeft geen fraudeur te zijn om die grens te bereiken.’
Zijn oproep aan de minister is duidelijk: ‘Verduidelijk dat deze maatregel bedoeld is voor recidivegevallen en voor mensen die hun boetes uit het verleden niet betalen. Schors in die dossiers het RIZIV-nummer, en maak daar zo snel mogelijk werk van. Maar breid de regel niet uit, en schrijf hem zeker niet zodanig ongenuanceerd in de wet dat nomenclatuurfouten er ook onder kunnen vallen.’
Dat die nuance nodig is, blijkt uit de memorie van toelichting, waar in bedekte termen wordt uitgelegd wat de bedoeling en toedracht van de voorgestelde wet is. ‘Maar juridisch is dat natuurlijk niet hetzelfde als dat de nuance wordt opgenomen in de wettekst zelf’, aldus Wijns.
BVAS wil de opschorting van een RIZIV-nummer uitsluitend als allerlaatste maatregel behouden – mede omdat bij de naam van de arts op de RIZIV-website vermeld zal staan dat het nummer tijdelijk is opgeschort, en de betrokken arts zo publiekelijk aan de schandpaal wordt genageld. ‘Zelfs onbedoelde fouten kunnen zo desastreuze gevolgen hebben voor de reputatie van de arts. Dat is een veel te hoge prijs.’
Overbodig
Uit het Kamerdebat van donderdag blijkt dat de discussie nu op het scherp van de snede wordt gevoerd. ‘Nochtans bestaan er al verschillende maatregelen om fraudeurs in de zorg aan te pakken’, zegt Vanhoof. ‘Denk aan terugvordering met boetes, schorsing of schrapping door de Orde der artsen, of het verbod van de toepassing van de derdebetalersregeling. En dan heb je ook nog de gewone rechtbanken die bevoegd zijn bij fraude.’