Wat als politiek een puzzel was? Stel je bent thuis een kruiswoordpuzzel aan het invullen. Je partner komt langs, kijkt er even naar en zegt: 'Schat, ik denk dat je dit woord fout hebt, dat is met lange ij.' Hoe reageer je? Zoals een minister die het regeringsbeleid komt verdedigen en bekritiseerd wordt door de oppositie in een parlementair debat? Nee, je hoort die minister nooit zeggen: 'Dankjewel, ik had het inderdaad mis, mijn oplossing klopt niet.' Bij een kruiswoordpuzzel zijn we meteen bereid om onze fout in te zien en toe te geven. We veranderen van mening. Maar als we een dergelijke reactie nooit zien in een parlementair debat, wat zegt dat dan over de politiek?

Beste politici, durf van mening te veranderen.

Veel kiezers zijn wantrouwig tegenover de politiek. Ze willen niet gaan stemmen, omdat ze denken dat de politici gemanipuleerd worden door de media, geld krijgen van de grote bedrijven of meegesleept worden door een wispelturig kiespubliek. Er zijn natuurlijk omkoopschandalen en financiële belangenconflicten bij politici, maar misschien overschatten we die problemen en onderschatten we een andere bedreiging voor onze democratie: irrationaliteit.

Irrationeel is niet hetzelfde als emotioneel: emoties kunnen wel degelijk waardevol zijn en een belangrijke rol spelen in de politiek, maar soms zijn ze misleidend. Politici zijn feilbare mensen: net zoals wij maken politici vaak spontane, onbewuste en systematische denkfouten waardoor hun keuzes niet in overeenstemming zijn met hun belangrijkste morele waarden en doelen. Net zoals er optische illusies bestaan en onze zintuigen daarom niet altijd te vertrouwen zijn, zo bestaan er morele illusies en morele blinde vlekken waardoor ons oordeelvermogen niet altijd te vertrouwen is. Ook bij politici spelen verstorende emoties, spontane denkfouten en hardnekkige vooroordelen parten.

Een rationele politiek bestaat uit drie dingen: het hebben van accurate overtuigingen die ons helpen bij het kiezen van effectieve middelen om zo onzeconsistente doelen te bereiken. We spreken dan van epistemische rationaliteit (hoe goed of betrouwbaar is onze kennis van de wereld?), instrumentele rationaliteit (hoe goed of doeltreffend zijn onze middelen?) en axiologische rationaliteit (hoe goed of samenhangend zijn onze doelen of waarden?).

Laten we eerst eens kijken naar de doelen en waarden. Die bevatten vaak ongewenste willekeur. Het meest schrijnende voorbeeld hiervan, zijn slogans zoals "Eigen volk eerst" en "Eerst onze mensen". Wat bedoelt men met "onze" mensen? Wie behoort tot ons eigen volk? Ikzelf woon in Antwerpen, dus ik behoor tot het Antwerpse volk, het Vlaamse volk, het Belgische volk, het West-Europese volk, het Europese volk en natuurlijk het wereldvolk van alle mensen. Hoe kan ik nu weten wat mijn echte volk is? Mag ik naar willekeur een groep kiezen zoals de Europeanen en zeggen dat dat onze mensen zijn? Iedereen die straks gaat kiezen, is alvast Europeaan. In ieder geval: als ik een willekeurige groep kies, dan ga ik sommigen uitsluiten, en dat is voor die uitgestotenen ongewenst. Vandaar de ongewenste willekeur.

Daarnaast is er nog de vraag waarom daar het woordje 'mensen' staat. Gelukkig staat er niet meer 'blanken' geschreven, want dat zou racisme zijn. Maar waarom niet eerst onze mensapen, onze smalneusapen, onze primaten, onze zoogdieren,...? Mocht je eraan twijfelen: jij bent honderd procent smalneusaap en zoogdier, want mensen vormen een deelverzameling van de smalneusapen, die op hun beurt deel uitmaken van de zoogdieren. Het is willekeur om belanghebbende voelende wezens uit te sluiten omdat ze niet het lichaam van een mens hebben. Voor het eerst in onze politieke geschiedenis komt hier verandering in: volgens de nieuwe politieke partij DierAnimal zouden niet alleen mensen, maar ook niet-menselijke dieren moeten meetellen.

Uiteindelijk gaat het niet om ons eigen volk eerst, maar om achterliggende waarden zoals veiligheid. Bij sommige politici kan er dan weer een irrationele verwarring van waarden zijn: in plaats van veiligheid gaat men zich dan richten op bijvoorbeeld natuurlijkheid. Men denkt bijvoorbeeld dat genetisch gemanipuleerde gewassen onveilig zijn, omdat ze onnatuurlijk zouden zijn. Bij moraalfilosofen staat dergelijke denkfout bekend als een naturalistische drogreden.

Als politieke partijen dan toch heldere, consistente doelen en waarden hebben gekozen die geen ongewenste willekeur bevatten, dan is het nog de vraag of ze effectieve middelen of maatregelen voorstellen om die doelen te bereiken. En daar zitten we met een serieus probleem: alle partijen, of ze nu opkomen voor bijvoorbeeld veiligheid, sociale rechtvaardigheid of ecologische duurzaamheid, hebben programmapunten die ineffectief en soms zelfs contraproductief zijn: die de onveiligheid onrechtvaardigheid en onduurzaamheid kunnen verhogen.

Dat heeft te maken met de derde vorm van irrationaliteit: een gebrek aan accurate opvattingen over de wereld. In tegenstelling tot kritisch denken en wetenschappelijk bewijs, doen politici vaak aan pseudowetenschap. Je hebt bijvoorbeeld de klimaatontkenners die we het vaakst aantreffen bij rechtse partijen, maar bij linkse sociaal-groene partijen heb je soms ook standpunten die tegen een wetenschappelijke consensus ingaan.

In plaats van partijen te viseren met voorbeelden van irrationele, pseudowetenschappelijke opvattingen, lijkt het me beter om de achterliggende psychologische mechanismen te verduidelijken en om tips te geven hoe politici een rationeler beleid kunnen voeren.

Een eerste verklaring van irrationaliteit, is dat we ons vaak te sterk binden aan onze overtuigingen. Vaak laten we onze persoonlijke identiteit sterk bepalen door de opvattingen of overtuigingen die we hebben. Als je bijvoorbeeld een sterke overtuiging hebt dat migratie of kernenergie gevaarlijk en risicovol zijn, kan het zijn dat je antimigratie of antikernenergie-opvatting een deel van je identiteit wordt. Het is alsof je getrouwd bent met die opvattingen. Dan voel je bijvoorbeeld sterke emoties wanneer iemand je overtuiging bekritiseert, alsof die persoon dan jouw identiteit aanvalt.

De truc is om je identiteit 'vloeibaar' te houden, door je niet te sterk te binden met je overtuigingen. Het is alsof je overtuigingen niet diep in jezelf opgeborgen zitten, maar als een wolk rondzweven buiten jezelf. Jij bent niet die wolk van overtuigingen, maar je kunt wel telkens overtuigingen uit die wolk grijpen en ze desgewenst ook terug loslaten. Dat maakt het mogelijk om flexibeler van mening te veranderen als je nieuwe informatie tegenkomt over bijvoorbeeld de positieve aspecten van migratie of kernenergie. Je moet natuurlijk overdadig scepticisme of twijfel vermijden, anders raak je als politicus al snel gedemotiveerd om je ergens voor in te zetten.

We zijn niet flexibel genoeg in het updaten van onze overtuigingen. Dat leidt tot halsstarrige overtuigingen, een te grote zelfzekerheid en overmoedigheid.

Vaak denken we te rigide of dogmatisch. We zijn niet flexibel genoeg in het updaten van onze overtuigingen. Dat leidt tot halsstarrige overtuigingen, een te grote zelfzekerheid en overmoedigheid. Een techniek om deze rigiditeit in ons denken te vermijden, is het incrementeel aanpassen van de betrouwbaarheidsniveaus. Deze betrouwbaarheidsniveaus meten de subjectieve kans van een overtuiging: hoe groot schat je de kans in dat je overtuiging waar is? Je kunt het vergelijken met de wijzertjes op een dashboard. Als de wijzer op maximum staat, ben je absoluut overtuigd van je standpunt, alsof je er alles om durft te verwedden. Als ze op minimum staat, ben je absoluut zeker dat het tegendeel waar is. Willen we rationelere keuzes kunnen maken, dan moeten we het gevoel van honderd procent zekerheid vermijden en grijswaarden toelaten in ons gevoel van zekerheid. Telkens als we nieuwe informatie (bijvoorbeeld nieuw wetenschappelijk bewijs) krijgen, moeten we de betrouwbaarheidsniveaus een beetje verhogen (als de informatie onze overtuiging bevestigt) of verlagen (als de informatie onze overtuiging tegenspreekt).

Als individuele politicus van mening veranderen binnen een partij, is niet simpel, omdat we vatbaar zijn voor groepsdenken. Er is een sterke sociale groepsdruk om zich te conformeren aan de partijstandpunten. Daarom zou dwarsdenken binnen een partij aangemoedigd moeten worden.

Er is natuurlijk ook de vrees om gezichtsverlies te lijden wanneer een politicus van mening verandert, alsof die politicus gewoon meedraait met de wind. Hier hebben kiezers een belangrijke verantwoordelijkheid. In aanloop naar de verkiezingen kunnen kiezers aan partijkandidaten vragen of ze al eens sterk van mening zijn veranderd over een politieke opvatting die hen vroeger heel dierbaar was. Indien ja, dan is dat een aanwijzing dat die politicus rationelere beslissingen kan nemen. In de krantenrapporten van ministers en parlementsleden, kunnen journalisten ook de bereidheid om van mening te veranderen meenemen in de evaluaties van politici.

Van mening veranderen over een politiek standpunt vraagt oefening. In tegenstelling tot het veranderen van mening bij een woordje in een kruiswoordpuzzel, moeten politici sterke negatieve emoties kunnen overwinnen. Idealiter reageren politici bij het horen van terechte kritiek op een gelijkaardige manier als wanneer je partner je wijst op een spellingsfout die je maakte in een kruiswoordpuzzel. Je persoonlijke identiteit staat niet op het spel, je bent niet getrouwd met dat foutief gespelde woord.

Als we een cultuur creëren waarin het bon ton is om als politicus van mening te veranderen, dan gaan onze volksvertegenwoordigers ietsje meer rationele keuzes maken.

Er zijn mensen die door kritisch denken geoefend hebben om van mening te durven veranderen. Wat blijkt? Zelfs een hoogopgeleide, jarenlang politiek geëngageerde persoon met meerdere doctoraten kan zo op meer dan tien belangrijke standpunten de eigen mening herzien. Als dat kan, hoe groot is dan de kans dat jij, of een politicus, het op dit moment volledig bij het juiste eind hebt? Een politicus die gelooft dat al zijn of haar huidige standpunten de waarheid zijn, maakt zichzelf wat wijs. Elke politicus dient te beseffen dat minstens een aantal van de eigen dierbare opvattingen fout blijkt te zijn. Het is dus erg belangrijk om kritisch te denken en op zoek te gaan naar goede informatie om die foute opvattingen bij te stellen.

Als we een cultuur creëren waarin het bon ton is om als politicus van mening te veranderen, dan gaan onze volksvertegenwoordigers ietsje meer rationele keuzes maken. En dat kan veel positieve impact hebben op de wereld. Bij deze dus een oproep aan alle partijkandidaten: durf van mening te veranderen op basis van goede argumenten en wetenschappelijk bewijs. Laat horen van je dwarse standpunten en vertel over je ervaringen met het veranderen van mening.