De leerlingen betreuren de moord op Samuel Paty op 16 oktober. Ze vragen me oprecht of ik nu bang ben, want ik heb in september een gelijkaardige les gegeven. De aanslagen in Nice en Wenen peperen het debat en maken oorlogstaal geloofwaardig. Tegen de stroom in probeer ik een andere taal te laten klinken met woorden van hoop.

Ouders

Jongeren liggen niet wakker van Mohamedcartoons, tenzij die ene knaap die er voor de grap eentje doorstuurde naar een islamitische klasgenoot. In het begin van het schooljaar vraag ik mijn leerlingen waarover ze les willen hebben; "Mohamedcartoons" antwoordde niemand ooit. Ze hebben andere problemen aan hun hoofd, zoals omgaan met de dood, verdriet, armoede, toekomst, racisme, relaties... Zelden denken ze spontaan aan diepreligieuze thema's zoals in dit geval het verbod op afbeeldingen van de profeet. Het verbaast me niet dat een vader van een leerling - en niet de leerling zelf - aan de grondslag ligt van de commotie die leidde tot de gruwelijke moord op meneer Paty.

De online Fabeltjesfuik

Ik zie als leraar een groeiende kloof tussen alle bubbels in onze samenleving. In mijn tijd, en ik ben amper 30 jaar, heetten de breuklijnen 'VRT', 'VTM' en 'VT4'. Elke zender had zijn doelpubliek en de mensen die durfden te zappen, leerden als het ware de hele wereld kennen. Vandaag is het complexer dan dat. Als leerlingen zich vragen stellen over Israël-Palestina, zoeken ze antwoorden op sociale media zoals snapchat en YouTube. Deze hebben marketing-gewijs de samenleving opgesplitst in diverse ideeënwalhalla's.

In de reportage van Zondag met Lubach De Online Fabeltjesfuik trapt Arjen Lubach een open deur in door te stellen dat zulke bubbels mensen op het verkeerde been zetten. Jongeren én ouderen. Wat begint met positieve voornemens in de zoektocht naar informatie zoals nieuwsgierigheid, openheid en leergierigheid, vervalt na een tijd in perspectiefloos cynisme of fatalisme.

Mohamedcartoons zijn niet zaligmakend

Voorlopig toon ik geen Mohamedcartoons. In het verhaal zit op dit moment te veel woede en te weinig hoop. Het voorbeeld bevestigt jongeren in hun gevoel dat iedereen - bommengordel aan of niet - op ontploffen staat. Een alternatief is de cover van Charlie Hebdo, gepubliceerd vlak na de aanslagen op 22 maart 2016. Daarop staan Stromae, een Belgische vlag, "Papa où t'es?" en rondvliegende lichaamsdelen. De armen en de benen verwijzen naar de slachtoffers van de aanslag in Zaventem (door de spijkerbommen werden heel wat lichaamsdelen geamputeerd) en de genocide in Rwanda (1994, volkerenmoord met behulp van machetes). Tijdens die genocide kwam de papa van Stromae om het leven. 'Papa, waar ben je?', vraagt de artiest tevergeefs. Leerlingen geven aan dat de spotprent kwetst, toch realiseren ze dat het mag. Daarna de confrontatie met de beats van Stromae's hit 'Papaoutai'... zijn weerbaarheid laat niemand onbewogen. Ze zien in Stromae een sterke figuur, een voorbeeld van hoe je positief kunt omgaan met kwetsbaarheid.

Liefde overwint altijd

Om terug te komen op de beginvraag: 'Ben je nu bang, meneer?' 99% van de tijd niet, maar soms twijfel ik een beetje. Het is niet eenvoudig om het goede te doen in een verdeelde wereld waarin emoties snel oplaaien.

In de verhalen van Jezus hoop ik handvaten te vinden, want ook Hij stond heethoofden te woord met zogenaamd godslasterlijke ideeën. Hij wist dat zijn (vrije) meningsuiting zou leiden tot zijn dood. Het weerhield hem niet om de vinger op de wonde te leggen, hoe groot de weerstand soms ook was. Elke keer hield Hij zijn hoofd koel en zijn hart warm. In tegenstelling tot wat autoritaire leiders zoals president Macron doen, deed hij iets waar ik altijd bewondering voor zal hebben. Hij bleef een liefdevol oog hebben voor wie nog niet helemaal mee is met zijn boodschap van hoop. Zo zullen er altijd gasten rondlopen op onze scholen. Het is mijn taak om hen liefdevol te blijven benaderen, ook als ze me eens doen schrikken. Uiteindelijk overwint de liefde. Altijd.

De leerlingen betreuren de moord op Samuel Paty op 16 oktober. Ze vragen me oprecht of ik nu bang ben, want ik heb in september een gelijkaardige les gegeven. De aanslagen in Nice en Wenen peperen het debat en maken oorlogstaal geloofwaardig. Tegen de stroom in probeer ik een andere taal te laten klinken met woorden van hoop. Jongeren liggen niet wakker van Mohamedcartoons, tenzij die ene knaap die er voor de grap eentje doorstuurde naar een islamitische klasgenoot. In het begin van het schooljaar vraag ik mijn leerlingen waarover ze les willen hebben; "Mohamedcartoons" antwoordde niemand ooit. Ze hebben andere problemen aan hun hoofd, zoals omgaan met de dood, verdriet, armoede, toekomst, racisme, relaties... Zelden denken ze spontaan aan diepreligieuze thema's zoals in dit geval het verbod op afbeeldingen van de profeet. Het verbaast me niet dat een vader van een leerling - en niet de leerling zelf - aan de grondslag ligt van de commotie die leidde tot de gruwelijke moord op meneer Paty. Ik zie als leraar een groeiende kloof tussen alle bubbels in onze samenleving. In mijn tijd, en ik ben amper 30 jaar, heetten de breuklijnen 'VRT', 'VTM' en 'VT4'. Elke zender had zijn doelpubliek en de mensen die durfden te zappen, leerden als het ware de hele wereld kennen. Vandaag is het complexer dan dat. Als leerlingen zich vragen stellen over Israël-Palestina, zoeken ze antwoorden op sociale media zoals snapchat en YouTube. Deze hebben marketing-gewijs de samenleving opgesplitst in diverse ideeënwalhalla's. In de reportage van Zondag met Lubach De Online Fabeltjesfuik trapt Arjen Lubach een open deur in door te stellen dat zulke bubbels mensen op het verkeerde been zetten. Jongeren én ouderen. Wat begint met positieve voornemens in de zoektocht naar informatie zoals nieuwsgierigheid, openheid en leergierigheid, vervalt na een tijd in perspectiefloos cynisme of fatalisme. Voorlopig toon ik geen Mohamedcartoons. In het verhaal zit op dit moment te veel woede en te weinig hoop. Het voorbeeld bevestigt jongeren in hun gevoel dat iedereen - bommengordel aan of niet - op ontploffen staat. Een alternatief is de cover van Charlie Hebdo, gepubliceerd vlak na de aanslagen op 22 maart 2016. Daarop staan Stromae, een Belgische vlag, "Papa où t'es?" en rondvliegende lichaamsdelen. De armen en de benen verwijzen naar de slachtoffers van de aanslag in Zaventem (door de spijkerbommen werden heel wat lichaamsdelen geamputeerd) en de genocide in Rwanda (1994, volkerenmoord met behulp van machetes). Tijdens die genocide kwam de papa van Stromae om het leven. 'Papa, waar ben je?', vraagt de artiest tevergeefs. Leerlingen geven aan dat de spotprent kwetst, toch realiseren ze dat het mag. Daarna de confrontatie met de beats van Stromae's hit 'Papaoutai'... zijn weerbaarheid laat niemand onbewogen. Ze zien in Stromae een sterke figuur, een voorbeeld van hoe je positief kunt omgaan met kwetsbaarheid. Om terug te komen op de beginvraag: 'Ben je nu bang, meneer?' 99% van de tijd niet, maar soms twijfel ik een beetje. Het is niet eenvoudig om het goede te doen in een verdeelde wereld waarin emoties snel oplaaien. In de verhalen van Jezus hoop ik handvaten te vinden, want ook Hij stond heethoofden te woord met zogenaamd godslasterlijke ideeën. Hij wist dat zijn (vrije) meningsuiting zou leiden tot zijn dood. Het weerhield hem niet om de vinger op de wonde te leggen, hoe groot de weerstand soms ook was. Elke keer hield Hij zijn hoofd koel en zijn hart warm. In tegenstelling tot wat autoritaire leiders zoals president Macron doen, deed hij iets waar ik altijd bewondering voor zal hebben. Hij bleef een liefdevol oog hebben voor wie nog niet helemaal mee is met zijn boodschap van hoop. Zo zullen er altijd gasten rondlopen op onze scholen. Het is mijn taak om hen liefdevol te blijven benaderen, ook als ze me eens doen schrikken. Uiteindelijk overwint de liefde. Altijd.