Belgische rundveeboeren draaien verlies

27/02/19 om 05:00 - Bijgewerkt op 26/02/19 om 23:08

De kwekers van rundvlees zoals het befaamde Belgische witblauw-ras zijn al jaren verlieslatend. Ook de varkens- en kippenboeren hebben het enorm lastig. Nieuwe cijfers over 2018 doen de alarmbellen afgaan.

Belgische rundveeboeren draaien verlies

© BelgaImage

Vlaanderen telt zo'n 3000 landbouwbedrijven die gespecialiseerd zijn in vleesvee. In vergelijking met tien jaar geleden is dat een daling van 35 procent. Er worden in ons land jaarlijks meer dan 500.000 volwassen runderen en bijna 400.000 kalveren geslacht. Dat aantal neemt de laatste jaren toe, terwijl de vraag daalt. Dat geeft aanleiding tot een overaanbod en dus daalt de prijs. Gevolg is dat de vleesveehouderij al jaren structureel verlieslatend is.

Onze kwekers van rundvlees pakken graag uit met het Belgisch witblauw, dat grotendeels in eigen land over de toonbank gaat. Voor rundstoofvlees betaal je in de winkel zo'n 8 euro per kilo, voor een biefstukje 15 euro. Het Landbouwrapport omschrijft 2016 (het meest recente beschikbare jaar) als een 'dieptepunt': een gespecialiseerd vleesveebedrijf ging toen gemiddeld 42.969 euro in het rood.

Delen

Onze rundvleessector is tamelijk eenzijdig gericht op Belgisch witblauw en zit al jaren in een malaise.

Jan Leyten, landbouweconoom bij KBC: 'Onze rundvleessector is tamelijk eenzijdig gericht op Belgisch witblauw en zit al jaren in een malaise. Dat witblauw is geen bulkproduct, maar ook geen echt specialiteitsproduct, het zit ergens tussenin. Maar de boeren hebben geen echt alternatief, want het fokken van andere rassen is zelden rendabeler.'

Het Landbouwrapport is niet mals voor de vleesveehouderijen: vele hebben geen inzicht in hun kerngetallen, zoals kostprijs, dagelijkse groei en vruchtbaarheid. Daarbij komt nog dat er steeds minder rundvlees wordt gegeten. Tien jaar geleden kocht de Belg nog 6,7 kilo rund- en kalfsvlees, nu 4,6 kilo, een daling van meer dan 30 procent. In de nieuwe voedseldriehoek wordt aangeraden om minder rood vlees te eten, en ook kalfsvlees wordt tot rood vlees gerekend.

Niet alleen de kwekers van rundvlees happen naar adem. De gemiddelde varkensboer leed vorig jaar verlies. Hij kreeg gemiddeld 115 euro voor zijn vetgemest vleesvarken, of iets minder dan 1 euro per kilo. Dat is de laagste prijs in vijf jaar. Na aftrek van alle kosten, zoals veevoeder, de afbetaling van de leningen en wat hij moet dokken om het mest kwijt te raken, verlóór de gemiddelde varkensboer 3 euro per varken, zo blijkt uit cijfers van KBC.

Ook voor het pluimvee was 2018 een zwakker jaar. De pluimveehouder ontving vorig jaar gemiddeld 2,30 euro voor zijn braadkip, waar hij per kip slechts 6 cent overhield. Deze cijfers zijn 'gemiddeld': natuurlijk zijn er landbouwbedrijven die wel of meer winst halen, maar er zijn er ook die zeer diep in het rood gaan. De verschillen tussen veeteeltbedrijven kunnen enorm zijn.

Delen

Tussen nu en pakweg tien jaar is er dus een gigantische uitstroom in de landbouwsector.

Over het algemeen gaat het dus niet zo goed in onze veeteeltsector. De vleesconsumptie daalt, er is overaanbod en ondertussen eisen de klimaatbetogers een drastische afbouw van de veestapel. 'Toch zien we maar weinig faillissementen of landbouwbedrijven die gedwongen moeten stoppen', zegt Leyten. 'Vaak gaat het om familiale bedrijven en die slagen er altijd wel in om de eindjes aan elkaar te knopen. Maar de vraag is toch: hoelang kun je dat volhouden?'

Die vraag wordt steeds pregnanter, want de Vlaamse boerenbevolking vergrijst snel en er is nauwelijks instroom van jonge landbouwers. De gemiddelde leeftijd van de bedrijfshoofden steeg van 50 jaar in 2007 tot 54 jaar nu. Slechts 10 procent van de boerderijen heeft een gezinshoofd jonger dan 40 jaar, 16 procent is ouder dan 65 jaar. En slechts 13 procent van de bedrijfshoofden ouder dan 50 jaar beschikt over een vermoedelijke opvolger.

Leyten: 'Tussen nu en pakweg tien jaar is er dus een gigantische uitstroom in de landbouwsector. En we weten wat er daarbij gebeurt: slechts één op de vier landbouwbedrijven blijft dan bestaan, drie vierde verdwijnt, wordt al dan niet in stukken verkocht.' Onze veeteelt sector staat dan ook voor cruciale jaren en de vraag is: wie houdt nog het hoofd boven water?