In de nasleep van de zaak-Jürgen Conings veroorzaakte het - al dan niet gedwongen - ontslag van de chef van de militaire inlichtingendienst ADIV, generaal-majoor Philippe Boucké, afgelopen week commotie. Niet in het minst bij zijn directe collega-generaals: verschillende hooggeplaatste militairen uitten op Twitter publiekelijk hun frustratie over dit ontslag, en bij uitbreiding over de jarenlange besparingen bij Defensie.

Tijdens een speciale zitting van de Kamercommissie Landsverdediging op donderdag 22 juli herhaalde minister van Defensie Ludivine Dedonder (PS) dat het ontslag 'in onderling overleg' gebeurde. Opmerkelijk, gezien de chef Defensie, admiraal Michel Hofman, eerder liet uitschijnen dat het hier veeleer om een persoonlijke beslissing van de minister zou gaan.

De zaak-Conings was uiteraard tekenend voor de aanhoudende besparingspolitiek, zoals Alexander Mattelaer (VUB) eerder al schreef. De nasleep daarvan legt nu ook de problematische vertrouwensrelatie tussen de regering en het leger bloot.

In een gezond democratisch systeem is er traditioneel een duidelijke hiërarchie en taakverdeling tussen de politieke wereld en het leger. Enerzijds moeten democratisch verkozen politici te allen tijde de controle over de krijgsmacht behouden. Anderzijds worden militairen geacht 'apolitiek' te zijn in de uitoefening van hun ambt. Ze staan immers ten dienste van de veiligheid van het land en haar gehele bevolking, zonder onderscheid of voorkeur. Met andere woorden, militairen horen zich niet bezig te houden met partijpolitiek, laat staan zich in te laten met electorale besognes. Een schijnbaar eenvoudige taakverdeling.

Militairen doen uiteraard wel aan beleid. Dat gebeurt door middel van binnenskamers advies. Op basis van hun expertise en analyses leggen ze beleidsopties voor aan de politieke besluitvormers, de regering. Het zijn deze besluitvormers die beslissen, waarna het leger die beslissingen loyaal uitvoert. Loyaliteit aan de overheid, en bij uitbreiding het volk, is kenmerkend voor Defensie. Het zit ingebakken in de opleiding.

Een legerleiding die publiekelijk aan de alarmbel trekt over besparingen of zich genoodzaakt voelt om openlijk een politieke beslissing in vraag te stellen, is in die zin hoogst ongebruikelijk. Net daarom zijn de tweets van een aantal generaals in reactie op het ontslag van generaal-majoor Boucké opmerkelijk. Ze stellen zich hiermee bijzonder kwetsbaar op. Zijn de betrokken generaals hiermee dan in de fout gegaan? Misschien, maar zwijgen kan soms ook geïnterpreteerd worden als een politiek statement. Loyaliteit komt niet vanzelf.

Begrijpt minister Dedonder haar eigen departement?

Problematische vertrouwensbreuk

Politieke controle en militaire loyaliteit kunnen immers niet los gezien worden van politieke verantwoordelijkheid. Laat nu net daar het schoentje al te vaak knellen in het Belgische politieke systeem.

Het is uiteraard de verantwoordelijkheid van het parlement om de politieke controle op Defensie te garanderen. Het parlement kan steeds de minister ter verantwoording roepen om eventuele fouten binnen haar administratie toe te lichten, zoals ook gebeurde tijdens de commissievergadering afgelopen donderdag. Wat de uitkomst van die verantwoording is, wordt in een doorgedreven particratie dan weer veelal bepaald op de partijhoofdkwartieren. Dat is een oud zeer waar we nog moeilijk van af geraken.

Maar het is eveneens de verantwoordelijkheid van de minister van Defensie om een politisering van de militaire top, en bij uitbreiding van haar hele departement te vermijden. Defensie is namelijk geen administratie als een ander, net omwille van die noodzaak om apolitiek te blijven. Het kan dus evenmin bestuurd worden zoals andere administraties. In een systeem dat gekenmerkt wordt door almachtige kabinetten - niet zelden bedreven in het benoemen van gelijkgestemden binnen de administraties - is dat besef ogenschijnlijk geen evidentie.

Wanneer je als minister van Defensie een politisering van je militaire top in de hand werkt, zit je opgescheept met een bijzonder problematische vertrouwensbreuk. Sterker nog, het doet de vraag rijzen of de minister en haar kabinet de waarden en principes die het departement kenmerken wel volledig begrijpen.

Yf Reykers is Universitair Docent in Internationale Relaties aan de Universiteit Maastricht.

In de nasleep van de zaak-Jürgen Conings veroorzaakte het - al dan niet gedwongen - ontslag van de chef van de militaire inlichtingendienst ADIV, generaal-majoor Philippe Boucké, afgelopen week commotie. Niet in het minst bij zijn directe collega-generaals: verschillende hooggeplaatste militairen uitten op Twitter publiekelijk hun frustratie over dit ontslag, en bij uitbreiding over de jarenlange besparingen bij Defensie. Tijdens een speciale zitting van de Kamercommissie Landsverdediging op donderdag 22 juli herhaalde minister van Defensie Ludivine Dedonder (PS) dat het ontslag 'in onderling overleg' gebeurde. Opmerkelijk, gezien de chef Defensie, admiraal Michel Hofman, eerder liet uitschijnen dat het hier veeleer om een persoonlijke beslissing van de minister zou gaan. De zaak-Conings was uiteraard tekenend voor de aanhoudende besparingspolitiek, zoals Alexander Mattelaer (VUB) eerder al schreef. De nasleep daarvan legt nu ook de problematische vertrouwensrelatie tussen de regering en het leger bloot.In een gezond democratisch systeem is er traditioneel een duidelijke hiërarchie en taakverdeling tussen de politieke wereld en het leger. Enerzijds moeten democratisch verkozen politici te allen tijde de controle over de krijgsmacht behouden. Anderzijds worden militairen geacht 'apolitiek' te zijn in de uitoefening van hun ambt. Ze staan immers ten dienste van de veiligheid van het land en haar gehele bevolking, zonder onderscheid of voorkeur. Met andere woorden, militairen horen zich niet bezig te houden met partijpolitiek, laat staan zich in te laten met electorale besognes. Een schijnbaar eenvoudige taakverdeling. Militairen doen uiteraard wel aan beleid. Dat gebeurt door middel van binnenskamers advies. Op basis van hun expertise en analyses leggen ze beleidsopties voor aan de politieke besluitvormers, de regering. Het zijn deze besluitvormers die beslissen, waarna het leger die beslissingen loyaal uitvoert. Loyaliteit aan de overheid, en bij uitbreiding het volk, is kenmerkend voor Defensie. Het zit ingebakken in de opleiding.Een legerleiding die publiekelijk aan de alarmbel trekt over besparingen of zich genoodzaakt voelt om openlijk een politieke beslissing in vraag te stellen, is in die zin hoogst ongebruikelijk. Net daarom zijn de tweets van een aantal generaals in reactie op het ontslag van generaal-majoor Boucké opmerkelijk. Ze stellen zich hiermee bijzonder kwetsbaar op. Zijn de betrokken generaals hiermee dan in de fout gegaan? Misschien, maar zwijgen kan soms ook geïnterpreteerd worden als een politiek statement. Loyaliteit komt niet vanzelf.Politieke controle en militaire loyaliteit kunnen immers niet los gezien worden van politieke verantwoordelijkheid. Laat nu net daar het schoentje al te vaak knellen in het Belgische politieke systeem. Het is uiteraard de verantwoordelijkheid van het parlement om de politieke controle op Defensie te garanderen. Het parlement kan steeds de minister ter verantwoording roepen om eventuele fouten binnen haar administratie toe te lichten, zoals ook gebeurde tijdens de commissievergadering afgelopen donderdag. Wat de uitkomst van die verantwoording is, wordt in een doorgedreven particratie dan weer veelal bepaald op de partijhoofdkwartieren. Dat is een oud zeer waar we nog moeilijk van af geraken. Maar het is eveneens de verantwoordelijkheid van de minister van Defensie om een politisering van de militaire top, en bij uitbreiding van haar hele departement te vermijden. Defensie is namelijk geen administratie als een ander, net omwille van die noodzaak om apolitiek te blijven. Het kan dus evenmin bestuurd worden zoals andere administraties. In een systeem dat gekenmerkt wordt door almachtige kabinetten - niet zelden bedreven in het benoemen van gelijkgestemden binnen de administraties - is dat besef ogenschijnlijk geen evidentie. Wanneer je als minister van Defensie een politisering van je militaire top in de hand werkt, zit je opgescheept met een bijzonder problematische vertrouwensbreuk. Sterker nog, het doet de vraag rijzen of de minister en haar kabinet de waarden en principes die het departement kenmerken wel volledig begrijpen. Yf Reykers is Universitair Docent in Internationale Relaties aan de Universiteit Maastricht.