'Dagelijks worden in Vlaamse ziekenhuizen tientallen jongetjes besneden zonder dat daar een medische reden voor is. Dat moet stoppen', zegt Rik Remmery, nom de plume van Rik Vannieuwenhuyse. Meer dan vijftien jaar geleden werd hij onder datzelfde pseudoniem eventjes wereldberoemd toen hij doodsbedreigingen kreeg omdat Naïma Amzil, een werkneemster van zijn delicatessenbedrijf Remmery in Ledegem, een hoofddoek droeg. Doordat hij weigerde haar te ontslaan, werd hij willens nillens tot voortrekker van de antiracismestrijd gebombardeerd. Vandaag noemt hij zichzelf kinderrechtenactivist en trekt hij ten strijde tegen jongensbesnijdenissen, zowel in Vlaanderen als in de rest van de wereld. Met zijn nieuwe boek Laat de jongens beslissen wil hij het grote publiek warm maken voor zijn missie, in de hoop dat de politiek snel zal volgen.
...

'Dagelijks worden in Vlaamse ziekenhuizen tientallen jongetjes besneden zonder dat daar een medische reden voor is. Dat moet stoppen', zegt Rik Remmery, nom de plume van Rik Vannieuwenhuyse. Meer dan vijftien jaar geleden werd hij onder datzelfde pseudoniem eventjes wereldberoemd toen hij doodsbedreigingen kreeg omdat Naïma Amzil, een werkneemster van zijn delicatessenbedrijf Remmery in Ledegem, een hoofddoek droeg. Doordat hij weigerde haar te ontslaan, werd hij willens nillens tot voortrekker van de antiracismestrijd gebombardeerd. Vandaag noemt hij zichzelf kinderrechtenactivist en trekt hij ten strijde tegen jongensbesnijdenissen, zowel in Vlaanderen als in de rest van de wereld. Met zijn nieuwe boek Laat de jongens beslissen wil hij het grote publiek warm maken voor zijn missie, in de hoop dat de politiek snel zal volgen. Waar komt uw interesse voor jongensbesnijdenissen vandaan? Rik Remmery: Het begon met een tv-reportage van Goedele Liekens, goodwillambassadrice van de Verenigde Naties, over vrouwenbesnijdenis in Afrika. Kleine, onschuldige meisjes werden er door een tante of grootmoeder verminkt. Ziek was ik daarvan. Aanvankelijk werd ik zelfs kwaad op Goedele omdat ik vond dat ze had moeten ingrijpen, maar ondertussen begrijp ik dat ze dat niet kon. Toen ik later nog andere uitzendingen over dat onderwerp zag, ben ik me er echt in gaan verdiepen. Zo kwam ik te weten dat er wereldwijd drie keer zoveel mannen zijn besneden als vrouwen. In ons land worden er jaarlijks meer dan 25.000 jongens besneden. Maar terwijl iedereen in het Westen vrouwenbesnijdenis afkeurt, komt niemand voor die jongens op. Dus heb ik daar mijn strijd van gemaakt. Is de besnijdenis van een meisje niet veel ingrijpender? Remmery: De meeste mensen denken inderdaad dat een jongensbesnijdenis niet al te veel voorstelt, maar dat klopt totaal niet. Om te beginnen heeft een besneden man een beperktere seksbeleving. Logisch ook, want de voorhuid is doorweven met zenuwen. Maar de essentie is dat het lichaam van een gezond kind wordt verminkt zonder dat het daar zelf iets over te zeggen heeft. Haast nooit is er een medische reden om een jongen te besnijden. Zelfs bij voorhuidvernauwing is een chirurgische ingreep maar in 0,5 procent van de gevallen noodzakelijk. Dat wil zeggen dat het haast altijd de ouders zijn die om religieuze of esthetische redenen voor zo'n ingreep kiezen. Blijkbaar vinden ze het geen probleem dat hun kind daardoor veel pijn moet lijden. Ik heb verhalen gehoord van peuters die de dagen na de ingreep door twee volwassenen moesten worden vastgehouden zodat een derde zijn luier zou kunnen verschonen. Daarnaast houdt een besnijdenis ook risico's op littekens en complicaties in. Zeker als het slecht wordt gedaan of wordt uitgevoerd door iemand die niet medisch geschoold is. In België mogen toch alleen artsen iemand besnijden? Remmery: In theorie wel, maar in de praktijk is dat niet altijd zo. In mijn boek beschrijf ik hoe er in het UZ Gent een jongetje werd binnengebracht dat door een zogenaamde commerciële besnijder met een schaar was behandeld. Hij was er slecht aan toe en de artsen konden alleen maar redden wat er nog te redden viel. Dat is toch verschrikkelijk? In een ziekenhuis gebeurt zo'n ingreep tenminste door een arts en in hygiënische omstandigheden, maar dat wil nog niet zeggen dat we dat moeten aanvaarden. Vandaag bieden zo goed als alle Vlaamse ziekenhuizen standaard besnijdenissen aan. De meeste artsen redeneren dat er altijd wel iemand zal zijn die het doet. Met andere woorden: weigeren zij een kind te besnijden, dan gaan de ouders wel naar een collega. Een jongensbesnijdenis kost ook 700 tot 1100 euro, en er zijn artsen die er wel vijftien op een dag uitvoeren. Geen wonder dat ze daar liever mee doorgaan. Ik kijk echt uit naar die eerste ziekenhuisdirecteur die formeel zegt: 'We stoppen ermee. We zijn er om kinderen te helpen, niet om hen pijn te doen.' Maar daar kunnen we niet op wachten en dus moet de overheid ingrijpen. Acht u dat realistisch? Remmery: Op dit moment ligt er een wetsvoorstel van Goedele Liekens (Open VLD) voor om de terugbetaling van jongensbesnijdenissen om niet-medische redenen af te schaffen. Het ziet ernaar uit dat daar in de Kamer een meerderheid voor is. Gevreesd wordt dat ouders hun kind dan clandestien zullen laten besnijden door mensen die daar niet voor zijn opgeleid. Remmery: Dat betwijfel ik. Vandaag vragen de meeste joden de terugbetaling niet eens op. Maar zelfs als er door de afschaffing ervan meer besnijdenissen in achterkamertjes of - zoals in Nederland - in privéklinieken zouden plaatsvinden, is dat nog geen reden om alles bij het oude te laten. Al is het maar omdat een terugbetaling door de overheid de praktijk legitimeert. Ik zie de afschaffing van die terugbetaling dus als een eerste stap in de richting van het einddoel: een algemeen verbod. Jongensbesnijdenissen om niet-medische redenen moeten net zo strafbaar worden als meisjesbesnijdenissen. Het zou al volstaan om het woord 'meisjes' in de wetteksten door 'kinderen' te vervangen. Ik heb al heel wat politici gesproken die het helemaal met me eens zijn, alleen wil hun partij geen standpunt innemen. Dat zullen politieke partijen pas willen doen als er een draagvlak onder de bevolking is, en dat is dus waar ik aan werk. Zou het niet kunnen dat de meeste partijen weinig zin hebben om zowel de joodse als de moslimgemeenschap tegen zich in het harnas te jagen? Remmery: Misschien wel. (denkt na) Zelf wil ik niets liever dan met vertegenwoordigers van die gemeenschappen in gesprek te gaan, maar ze houden de boot af. Nochtans heb ik al op alle mogelijke manieren contact proberen te leggen. Onder meer met imam Khalid Benhaddou - voor wie ik enorm veel respect heb - maar evengoed met vooraanstaande joden. U vraagt hen wel om een diepgewortelde traditie stop te zetten. Remmery: Helemaal niet. Ik wil alleen dat ze de besnijdenis uitstellen tot een jongen daar zelf over kan beslissen. In afwachting kan er op jongere leeftijd een louter symbolisch ritueel worden uitgevoerd waarbij niet wordt gesneden of geknipt. Een beetje zoals het doopsel of de communie bij de katholieken. Vreest u niet dat men u van antisemitisme of racisme zal verdenken? Remmery: Hoe zou men mij kunnen beschuldigen van racisme? Het is door extreemrechts dat ik alles ben kwijtgeraakt. Het mag dan misschien nooit bewezen zijn, ik weet heel goed uit welke hoek die bedreigingen destijds kwamen. Op den duur kregen mijn klanten, waaronder Delhaize, een brief waarin stond dat onze producten met kwik zouden worden vergiftigd als ik Naïma niet ontsloeg. Er werd zelfs een kogel in de verpakking gevonden. Het gevolg was dat mijn klanten afhaakten en ik mijn bedrijf uiteindelijk voor een schijntje moest verkopen. Daarna wilde niemand ons nog werk geven. Door jarenlang keihard te werken hadden we ons bedrijf uit de grond kunnen stampen en waren we welgestelde mensen geworden, maar nu hebben we niet eens meer een eigen huis. Wie me dus in extreemrechtse hoek wil zetten, denkt beter twee keer na.