In Europa en ook in ons land worden heel wat kinderen om niet-medische redenen besneden terwijl ze zelf nog niet in staat zijn daar hun toestemming voor te geven. In België gaat het om ongeveer 25.000 kinderen per jaar. Dergelijke niet-medische besnijdenissen schenden niet enkel fundamenteel medisch-ethische principes, de procedure is onomkeerbaar, pijnlijk en kan zelfs ernstige complicaties veroorzaken. Ze druisen in tegen de bescherming van de fysieke integriteit van kinderen die in verschillende internationale verdragen gegarandeerd wordt. Gelukkig werd in het recente verleden de praktijk van meisjesbesnijdenissen al sterk teruggedrongen, hoewel ook daar nog verdere waakzaamheid geboden blijft. Voor besnijdenissen van jongens zijn we echter nog niet zover.

Er zijn nauwelijks gezondheidsredenen die een niet-medische besnijdenis op kinderen kunnen rechtvaardigen. Ook niet de voorhuidvernauwing, want die verdwijnt op 0,5 procent van de gevallen na vanzelf.

Dit statement kant zich echter niet tegen besnijdenissen die om niet-medische redenen uitgevoerd worden, zolang de betrokkene goed geïnformeerd is over de ingreep en de gevolgen ervan, én die beslissing zelfstandig kan nemen op een leeftijd waarop hij geacht wordt oordeelsbekwaam te zijn.

Laat jongens zelf over hun besnijdenis belissen.

Elke besnijdenis zonder medische indicatie op kinderen is in strijd met artikel 12 van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Artikel 24 stipuleert in punt 3 dat kinderen moeten worden beschermd 'tegen traditionele praktijken die schadelijk kunnen zijn voor hun gezondheid'. In 2013 gaf de VN-Mensenrechtenraad het advies aan alle landen om schadelijke praktijken die de integriteit en waardigheid van het kind in gevaar brengen en die schadelijk zijn voor de gezondheid van jongens en meisjes, te verbieden. Ook de De Raad van Europa, algemeen beschouwd als hoeder van de mensenrechten, heeft in 2013 een resolutie aangenomen waarin aan de lidstaten gevraagd wordt om actie te ondernemen tegen de aantasting van de fysieke integriteit van kinderen'.

Fundamenteel is dat de rechten van de ouders de lichamelijke integriteit van de kinderen niet mogen aantasten. Het belang van de kinderen moet altijd voorop staan, ook al kan dat de rechten van volwassenen om uiting te geven aan religieuze of culturele gebruiken beperken. Kinderen zijn niemands eigendom, ook niet van de ouders.

Een opkomend fenomeen dat noch met religie, noch met culturele tradities te maken heeft, is het besnijden van kinderen om esthetische reden. Dit kan natuurlijk ook niet en past eveneens onder artikel 12 van de rechten van het kind.

We beseffen uiteraard ten volle dat kinderbesnijdenissen wereldwijd onderdeel uitmaken van erg verscheidene religieuze en culturele tradities en dat ze daarin een bijzondere plaats innemen, bijvoorbeeld als rite de passage en daarin een gemeenschapsvormende functie hebben. Het mag daarom geenszins de bedoeling zijn om de kritische houding tegenover niet-medische besnijdenissen te misbruiken teneinde religieuze tradities of specifieke culturele gebruiken in hun totaliteit te verwerpen. Religieuze en culturele diversiteit is uiterst waardevol en verdient in een pluralistische, democratische rechtsstaat alle respect én bescherming, zolang de keuze voor die religieuze en culturele gebruiken door de individuele beoefenaars vrijelijk genomen wordt.

Een respectvolle dialoog tussen de verschillende gemeenschappen moet er voor zorgen dat we de besnijdenisproblematiek in overeenstemming brengen met kinderwelzijn, kinderrechten, de grondwet en de basisrechten van elk individu. Die dialoog zal moeilijk zijn, maar essentieel in het belang van de betrokken kinderen. Hier ligt een belangrijke taak weggelegd voor de overheid.

We zijn er van overtuigd dat we moeten werken aan een situatie waarin een besnijdenis zonder medische reden enkel kan als de betrokkene daar zelf, goed geïnformeerd, een beslissing over kan nemen en dus enkel mogelijk is vanaf de leeftijd waarop de betrokkene oordeelsbekwaam is om alle informatie - bij voorkeur uit verschillende en ook onafhankelijke bronnen - en alle medische gevolgen van de ingreep te kunnen begrijpen én er over te kunnen oordelen. Op die leeftijd is eenieder vrij om te kunnen oordelen over zijn lichaam.

Wij willen de beleidsvoerders met aandrang aansporen om de rechten van het kind maximaal te verdedigen.

Rik Remmery (auteur van Laat de jongens beslissen)

Rik Pinxten (Emeritus-professor antropologie)

Freddy Mortier (Hoogleraar, ethicus)

Guy T'Sjoen (professor, androloog-endocrinoloog)

Peter Bossu (Coördinator natuurpunt de Bron)

Luc Martens (Gewezen Vlaams minister)

Dirk Devroey (Professor huisartsgeneeskunde VUB)

Mieke De Weweire (Neurologe)

Patrick Vankrunkelsven (Huisarts, academisch docent)

Hendrik Cammu (Hoofddocent gynaecologie)

Jan De Zutter (Kunsthistoricus, publicist)

Johan Braeckman (Hoogleraar wijsbegeerte)

Jean Paul Van Bendegem (Emeritus-professor, filosoof)

Karin Jiroflée (Kamerlid voor de SP.A, in persoonlijke naam)

Marleen Temmerman (Hoogleraar gynaecologie)

Lieven Annemans (professor gezondheidseconomie)

Petra De Sutter (Hoogleraar gynaecologie)

Kathleen Van Brempt (Europees parlementslid voor de SP.A)

Réginald Moreels (arts, voormalig minister)

M.R. van Balken (uroloog)

In Europa en ook in ons land worden heel wat kinderen om niet-medische redenen besneden terwijl ze zelf nog niet in staat zijn daar hun toestemming voor te geven. In België gaat het om ongeveer 25.000 kinderen per jaar. Dergelijke niet-medische besnijdenissen schenden niet enkel fundamenteel medisch-ethische principes, de procedure is onomkeerbaar, pijnlijk en kan zelfs ernstige complicaties veroorzaken. Ze druisen in tegen de bescherming van de fysieke integriteit van kinderen die in verschillende internationale verdragen gegarandeerd wordt. Gelukkig werd in het recente verleden de praktijk van meisjesbesnijdenissen al sterk teruggedrongen, hoewel ook daar nog verdere waakzaamheid geboden blijft. Voor besnijdenissen van jongens zijn we echter nog niet zover.Er zijn nauwelijks gezondheidsredenen die een niet-medische besnijdenis op kinderen kunnen rechtvaardigen. Ook niet de voorhuidvernauwing, want die verdwijnt op 0,5 procent van de gevallen na vanzelf.Dit statement kant zich echter niet tegen besnijdenissen die om niet-medische redenen uitgevoerd worden, zolang de betrokkene goed geïnformeerd is over de ingreep en de gevolgen ervan, én die beslissing zelfstandig kan nemen op een leeftijd waarop hij geacht wordt oordeelsbekwaam te zijn. Elke besnijdenis zonder medische indicatie op kinderen is in strijd met artikel 12 van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Artikel 24 stipuleert in punt 3 dat kinderen moeten worden beschermd 'tegen traditionele praktijken die schadelijk kunnen zijn voor hun gezondheid'. In 2013 gaf de VN-Mensenrechtenraad het advies aan alle landen om schadelijke praktijken die de integriteit en waardigheid van het kind in gevaar brengen en die schadelijk zijn voor de gezondheid van jongens en meisjes, te verbieden. Ook de De Raad van Europa, algemeen beschouwd als hoeder van de mensenrechten, heeft in 2013 een resolutie aangenomen waarin aan de lidstaten gevraagd wordt om actie te ondernemen tegen de aantasting van de fysieke integriteit van kinderen'.Fundamenteel is dat de rechten van de ouders de lichamelijke integriteit van de kinderen niet mogen aantasten. Het belang van de kinderen moet altijd voorop staan, ook al kan dat de rechten van volwassenen om uiting te geven aan religieuze of culturele gebruiken beperken. Kinderen zijn niemands eigendom, ook niet van de ouders.Een opkomend fenomeen dat noch met religie, noch met culturele tradities te maken heeft, is het besnijden van kinderen om esthetische reden. Dit kan natuurlijk ook niet en past eveneens onder artikel 12 van de rechten van het kind.We beseffen uiteraard ten volle dat kinderbesnijdenissen wereldwijd onderdeel uitmaken van erg verscheidene religieuze en culturele tradities en dat ze daarin een bijzondere plaats innemen, bijvoorbeeld als rite de passage en daarin een gemeenschapsvormende functie hebben. Het mag daarom geenszins de bedoeling zijn om de kritische houding tegenover niet-medische besnijdenissen te misbruiken teneinde religieuze tradities of specifieke culturele gebruiken in hun totaliteit te verwerpen. Religieuze en culturele diversiteit is uiterst waardevol en verdient in een pluralistische, democratische rechtsstaat alle respect én bescherming, zolang de keuze voor die religieuze en culturele gebruiken door de individuele beoefenaars vrijelijk genomen wordt.Een respectvolle dialoog tussen de verschillende gemeenschappen moet er voor zorgen dat we de besnijdenisproblematiek in overeenstemming brengen met kinderwelzijn, kinderrechten, de grondwet en de basisrechten van elk individu. Die dialoog zal moeilijk zijn, maar essentieel in het belang van de betrokken kinderen. Hier ligt een belangrijke taak weggelegd voor de overheid.We zijn er van overtuigd dat we moeten werken aan een situatie waarin een besnijdenis zonder medische reden enkel kan als de betrokkene daar zelf, goed geïnformeerd, een beslissing over kan nemen en dus enkel mogelijk is vanaf de leeftijd waarop de betrokkene oordeelsbekwaam is om alle informatie - bij voorkeur uit verschillende en ook onafhankelijke bronnen - en alle medische gevolgen van de ingreep te kunnen begrijpen én er over te kunnen oordelen. Op die leeftijd is eenieder vrij om te kunnen oordelen over zijn lichaam.Wij willen de beleidsvoerders met aandrang aansporen om de rechten van het kind maximaal te verdedigen.